'Jesus Christ in World History':

His presence and representation in cyclical and linear settings, Prof. Jan A.B. Jongeneel

Artikel van Ds M. Zoeteweij

 

 

In de tweede helft van 2011 besprak een leesgroep van de NZR het boek Jesus Christ in World History, geschreven door Jan A.B.Jongeneel, emeritus-hoogleraar missiologie. Het boek is in mei 2009 verschenen bij Peter Lang als deel 149 in de Studies in the Intercultural History of Christianity. De ondertitel van het boek luidt : His Presence and Representation in Cyclical and Linear Settings.

 

De leeskring was onder de indruk van de veelomvattendheid van dit studieboek. Uit de toelichting die professor Jongeneel gaf tijdens de ontmoeting met de Nederlandse Zendingsraad op 23 september 2011 bleek dat het boek ten diepste een geloofsbelijdenis is, maar in zijn vorm een handboek.

 

Jongeneel heeft ‘als een seismograaf’ gekeken naar de invloed van Jezus Christus in de wereldgeschiedenis. De Kerk belijdt dat Hij de Heer der geschiedenis is. Dat moet dus waarneembaar zijn. Het boek heeft niet een fenomenologische invalshoek, maar het gaat om de confrontatie van de Bijbelse Messias met allerlei zogenaamde messiassen en messiaanse bewegingen.

 

Het schema cyclisch/lineair wordt in het hele boek strikt gehandhaafd. Het is duidelijk, dat de schrijver van mening is, dat de Bijbelse verkondiging zich niet verdraagt met een cyclische geschiedbeschouwing.

 

Behalve die eerste onderscheiding is er nog een andere van prominent belang, namelijk de vraag: hoe is Christus present in de beschreven geestesstroming en hoe wordt Hij gerepresenteerd?

 

De aanwezigheid van de Christusbelijdende Kerk – die geacht wordt Jezus Christus te representeren – heeft soms bijzondere effecten op de ontwikkeling van andere godsdiensten en in andere culturen. Het is buitengewoon boeiend om deze effecten, die voortvloeien uit de confrontatie met het christendom waar te nemen. Jongeneel neemt ze niet alleen waar, hij benoemt ze ook.

 

Hij beperkt zich in zijn boek niet tot een systematische vergelijking, maar hij beschrijft de verschillende geestesstromingen en hun confrontatie met het christendom in historisch perspectief. Zo komt niet alleen het koloniale tijdperk aan de orde, maar ook de moderne tijd. Af en toe leidt dat tot het gevoel bij de lezer, dat het moeilijk is om de hoofdlijn vast te houden. Maar wie doorleest, wordt al weer snel bij de hand genomen om de hoofdweg te volgen.

 

Soms ook weer te snel, omdat men wel meer wil weten van bepaalde confrontaties van het christelijk geloof met andere messiaanse bewegingen. Hier moeten monografieën de gewenste aanvulling geven. En de literatuurverwijzingen in het boek van Jongeneel zijn zeer uitgebreid. Men kan het boek rustig een Fundgrube voor missiologen en missiologisch geïnteresseerden noemen. Het boek getuigt van een grote kennis en ervaring op missiologisch gebied.

 

Handboek, encyclopedie, apologie? Het is moeilijk het boek in één categorie te plaatsen.


Het was voor de leesgroep een verrijking om het boek samen te lezen  en daarna met de schrijver zelf in gesprek te zijn op 23 september 2011.

 

Ds. M. Zoeteweij