Met open vizier

 

Wilbert van Saane
Utrecht, februari 2012

 

Een breed gedragen verklaring over zending

‘Christian Witness in a Multireligious World’ (CWMW) 1)– Christelijk getuigenis in een multireligieuze wereld – is een zeer breed gedragen verklaring die werd gepresenteerd op 28 juni 2011 door dr. Geoff Tunnicliffe, algemeen secretaris van de Wereldwijde Evangelische Alliantie, dr. Olav Fykse Tveit, algemeen secretaries van de Wereldraad van Kerken, and Kardinaal Jean-Louis Tauran van de Pauselijke Raad voor Interreligieuze Dialoog, op het hoofkwartier van de Wereldraad van Kerken in Geneve, Zwitserland. Het is een eensgezinde verklaring waar het grootste deel van de wereldkerk – 90 % zei Tunicliffe bij de presentatie; misschien wel 2 miljard christenen zei Tveit – via deze overkoepelende verbanden achter kan staan. Kardinaal Tauran noemde de presentatie daarom een historisch moment. 2)

 

Het document biedt aanbevelingen voor christelijk getuigenis op plaatsen waar verschillende religies naast elkaar een rol spelen. Het is de bedoeling van de opstellers dat deze aanbevelingen op nationaal en regionaal niveau besproken en toegepast worden. Dat is gebeurt tijdens een vergadering van de Nederlandse Zendingsraad op 10 februari 2012, in de tegenwoordigheid van vertegenwoordigers van evangelische zendingsorganisaties en van rooms-katholieke organisaties voor missie en oecumene. De Nederlandse vertaling van het document is inmiddels ook in diverse media gepubliceerd.

 

De wordingsgeschiedenis van CWMW

Tijdens de presentatie benadrukte dr. Tunicliffe dat niet alleen het eindresultaat, maar ook het wordingsproces aandacht verdient. Voor een relatief kort document lijkt een proces van vijf jaar erg lang. Een verslag van dit wordingsproces is te vinden in het artikel van John Baxter-Brown, een van de opstellers, in TussenRuimte 2011/1. 3) De reden waarom de opstellers zo lang aan het document gewerkt heeft, is dat ze een intensief luisterproces wilden doormaken. Ze luisterden naar

vertegenwoordigers van andere godsdiensten en naar elkaar.  De gesprekken tijdens de verschillende consultaties waren niet alleen van intellectuele, maar ook van spirituele, mystieke aard. De groepsleden, die alle grote christelijke families vertegenwoordigden, deelden met elkaar hun weg in het geloof en hun ervaringen met bekering. Deze geestelijke dimensie van het voorbereidingsproces is tastbaar in de eenvoudige, korte tekst.

 

Waarom zijn deze richtlijnen voor missionair werk belangrijk?

Deze richtlijnen zijn in de eerste plaats als positieve stimulans bedoeld. Als het document in het eerste deel de basis van christelijk getuigenis formuleert, stelt het met verwijzing naar 1 Petrus 3:15 dat het voor christenen een voorrecht en een vreugde is om verantwoording af te leggen van de hoop die in hen is.

 

De richtlijnen stimuleren niet alleen, maar maken ook kritische reflectie op de missionaire praktijk in bijbels licht mogelijk. In missionair werk kunnen mensen, relaties en projecten danig ontsporen. ‘Als christenen in de zending oneigenlijke middelen gebruiken, bijvoorbeeld misleiding of dwang, dan verraden ze het evangelie en worden ze de oorzaak van het lijden van anderen. Zulke praktijken roepen om berouw en ze herinneren ons aan onze voortdurende afhankelijkheid van Gods genade (Romeinen 3:23).’ Het is verleidelijk om hierbij meteen te denken aan spectaculaire voorbeelden uit andere landen: geweld tussen religieuze gemeenschappen, misleidende massabijeenkomsten, gedwongen bekeringen. Vruchtbaarder lijkt het mij echter om na te gaan hoe missionair werk vanuit Nederlandse kerken en Nederlandse organisaties mis kan gaan. Ik noem vier gevaren die mijns inziens voldoende illustreren waarom een gedragscode geen overbodige luxe is. Dit is (helaas) geenszins een uitputtende lijst.

 

  1. Korte termijn projecten voor evangelisatie of diaconaat die buiten plaatselijke kerken of partners om werken, kunnen vervreemding van het evangelie en een moeilijke positie voor locale christenen in de hand werken. 4)
  2. Als kerken en organisaties missionair werk steunen in landen waar in de naam van de meerderheidsgodsdienst aanhangers van andere godsdiensten in hun vrijheden beperkt worden, en tegelijkertijd in hun eigen land instemmen met beperking van religieuze vrijheden van minderheden, dan zal dit terecht grote weerstand oproepen. Met andere woorden: een voorvechter van godsdienstvrijheid in andere landen die zich thuis niet sterk maakt voor religieuze minderheden meet met twee maten.
  3. Instituten van religieuze aard, zoals scholen, medische voorzieningen en ook kerken hebben macht en die macht kan misbruikt worden. Wat begint met een missionaire drive om mensen te dienen of de goede boodschap te verkondigen, kan eindigen in een misrepresentatie van het evangelie van Jezus of bruut machtsmisbruik. Deze opmerking is niet bedoeld als impliciete aanklacht tegen rooms-katholieke instanties van weleer. Overal waar christenen in zending instituten oprichten – en zo krijgt missie vaak gestalte – liggen deze gevaren op de loer.
  4. In de christelijke gemeenschap zorgt het probleem van proselitisme nog steeds voor conflict en verdeeldheid. Binnen Nederland is al grote vooruitgang en toenadering geboekt. Het is echter niet ondenkbaar dat een Nederlandse organisaties elders in de wereld missionair werk ondersteunt dat door locale kerken als proselitisme wordt ervaren. Initiatieven voor eenheid mogen christenen in Nederland dan dicht bij elkaar brengen, missionair werk in andere delen van de wereld is gebaat bij het zoeken van toenadering. 5)

 

Hoe deze aanbevelingen te gebruiken?

‘Christelijk getuigenis in een multireligieuze wereld’ is een hulpmiddel om de praktijk van missionair werk te verbeteren. De opstellers geven aan dat zij aan hun tekst geen algemene geldigheid toekennen en nodigen kerken en organisaties uit op basis van dit voorbeeld eigen richtlijnen op te stellen. Naar mijn observatie zijn drie aspecten van dit document van buitengewoon belang voor missionaire initiatieven in en vanuit Nederland.

  1. CWMW faciliteert, zoals gezegd, het evalueren van de missionaire praktijk van kerken en organisaties. Zoals dr. Tveit het stelde in zijn toespraak bij de presentatie: ‘Christian witness demands Christian attitudes’. Dit document houdt een spiegel voor en wijst de weg (terug) naar ‘Christian attitudes’.
  2. CWMW stipuleert een nauwe relatie tussen missie en godsdienstvrijheid. Veel christenen hebben een hart voor zending; veel anderen een hart voor godsdienstvrijheid. Veel minder christenen combineren een passie voor beide. Zending en godsdienstvrijheid zijn echter hol en bol. In dit opzicht is de participatie van de Wereldwijde Evangelische Alliantie in dit proces van grote betekenis, omdat deze organisatie vanaf haar oprichting in 1846 zich ingezet heeft voor godsdienstvrijheid en missie. 
  3. CWMW brengt in herinnering dat bekering tegelijkertijd een intens menselijk fenomeen en een goddelijk mysterie is. Daarmee is een balans teruggevonden die enkele decennia weg is geweest. In het recente verleden is in de oecumenische beweging de menselijke kant van bekering sterk benadrukt 6) ; door de evangelische beweging het aspect van eeuwig heil dat door bekering gevonden wordt 7) ; en in (Nederlandse) rooms-katholieke kringen lijkt de dialooggedachte het denken over bekering sinds Vaticanum II wat in de schaduw gezet te hebben 8) . CWMW document stelt echter dat dialoog en bekering beide alles met getuigenis te maken hebben, en stelt daarbij het werk van de Heilige Geest in beide centraal. Daarmee lijken rooms-katholieke, conciliaire en evangelische christenen elkaar weer te vinden in een gezamenlijke overtuiging dat dialoog en bekering elkaar niet uitsluiten, maar elkaar eerder veronderstellen. 

 

Zending met een open vizier

CWMW is een verklaring over oprechtheid en eerlijkheid. Verborgen agenda’s, machtsmiddelen, misleiding: het zijn zaken die niet bij zending passen. De boodschap van dit document zou ik zo willen samenvatten: alles wat ik denk en zeg over zending moet ik kunnen zeggen waar een oprechte moslim, hindoe, jood, boeddhist, atheïst bij is. Ik moet de ander ten allen tijde recht in de ogen kunnen kijken. Daarmee wil ik niet zeggen dat alle plannen, methoden en beslissingen met betrekking tot zending in de openbaarheid moeten. De politieke en maatschappelijke situatie is daar op sommige plaatsen te gevaarlijk voor. Maar als ik de ander werkelijk respecteer als mens geschapen naar Gods beeld, dan zal ik, in het voetspoor van Christus, nooit mijn toevlucht nemen tot disrespect, dwang, misleiding of leugenachtigheid. Daarmee verloochen ik het evangelie en ben ik Christus ontrouw.

 

Dit ethische grondprincipe stimuleert oprecht getuigenis, maar stelt de missionaire praxis ook telkens weer onder kritiek. Het is aan iedere kerk, orde en organisatie om de toepassing te maken op het eigen werk. CWMW confronteert christenen in missie met ongemakkelijke, maar heilzame vragen.

 

___________________________________________

 


1) http://www.oikoumene.org/fileadmin/files/wcc-main/2011pdfs/ChristianWitness_recommendations.pdf
De Nederlandse vertaling is eveneens te vinden via www.oikoumene.org of op te vragen bij de Nederlandse Zendingsraad.

 

2)Voor een verslag van de presentatie van deze verklaring en de audio bestanden van de toespraken van dr. Tunicliffe, dr. Tveit en kardinaal Tauran: http://www.oikoumene.org/en/news/news-management/eng/a/article/1637/christians-reach-broad-co.html.

 

3) J. Baxter-Brown, ‘Een gedragscode bij bekering,’ TussenRuimte: Tijdschrift voor interculturele theologie 2011/1, 17-21.

 

4) In Nederland is enkele jaren geleden op initiatief van de Evangelische Zendingsalliantie al richtlijnen voor korte termijn uitzendingen: http://eza.nl/media/upload/files/Richtlijn%20kortetermijn%20uitzendingen%20versie%2015%20okt%202008.pdf.

5) Door de Wereldraad van Kerken, het Vaticaan en de Lausanne-beweging is al veel denkwerk verricht rondom het thema proselitisme. Al in 1970 gaf een gemeenschappelijke werkgroep van WCC en de Rooms-Katholieke Kerk de verklaring ‘Common Witness and Proselytism’ uit. In de jaren ’90 verscheen ‘Towards common witness: A call to adopt responsible relationships in mission and to renounce proselytism,’ http://www.oikoumene.org/en/resources/documents/wcc-commissions/mission-and-evangelism/towards-common-witness.html. De Lausanne-beweging heeft zich in een serie consultaties zorgvuldig bezig gehouden met zending onder ‘nominale’ christenen in rooms-katholieke, orthodoxe en protestantse contexten. De resultaten van deze consultaties zijn gepubliceerd als Lausanne Occasional Papers 10, 19 en 23, zie: www.lausanne.org.

 

6) ‘Mission and Evangelism – An Ecumenical Affirmation’ (1982) benadrukt het bevrijdende aspect van bekering voor armen die in situaties van onderdrukking en uitbuiting al van zoveel keuzevrijheid beroofd zijn. In Nederlandse vertaling uitgegeven en becommentarieerd door de NZR in de reeks Allerwegen 14/3 (1983) als ‘Zending en evangelisatie – een oecumenisch akkoord’.

 

7) Zie bijvoorbeeld de definitie van evangelisatie in het Lausanne Covenant, 4: ‘To evangelize is to spread the good news that Jesus Christ died for our sins and was raised from the dead according to the Scriptures, and that as the reigning Lord he now offers the forgiveness of sins and the liberating gifts of the Spirit to all who repent and believe.’ www.lausanne.org

 

8) Bij de presentatie citeerde Kardinaal Tauran de beroemde frase uit pauselijke verklaring over de verhouding tot de niet-christelijke religies, Nostra Aetate (1965), par. 2: ‘The Catholic Church rejects nothing that is true and holy in these religions.’