Column / weblog
Consultatie Multicultural Ministries
Jongerenconferentie Mission2010
MissieZendingskalender 2011: reiken naar licht
Alex Awad over christelijk getuigenis in Pa;estina en Israël
Vrienden in de Missio Dei
Er is heel wat veranderd sinds ik in 1978 betrokken raakte bij de zending.
Ook in Nederland stonden de NZR en de EZA, ‘kerkelijke zending’ en ‘geloofszending’, op dat moment heftig polariserend tegenover elkaar. In dat jaar werd een bijzonder oecumenisch project uitgevoerd: Zending in Nederland. Er werd de hulp ingeroepen van negen buitenlandse christenen, die als zendingsarbeiders nieuwe stijl aan Nederlandse christenen een internationale kerkvisitatie aanboden. Ik weet nog hoe ter afsluiting van het project de Schotse zendingsman Lesslie Newbigin ons op het hart drukte dat het enige waar de kerk zich om heeft druk te maken is als levende ranken in de wijnstok te blijven.
Maar zowel oecumenische als evangelische christenen geloofden in die tijd steevast in missionaire maakbaarheid. In vergelijkbare zin bouwden wij in naïef vertrouwen op onze programma’s en strategieën. De eersten vertaalden het evangelie vooral in sociaal-economische projecten en voerden actie voor de armen (the poor). Evangelischen zetten zich vol optimisme in voor de verlorenen (the lost). Weinigen begrepen Jo Verkuyl die zichzelf graag zag als een ‘evangelical ecumenical’ en een ‘ecumenical evangelical’.
Toen kwam het Güntersteinberaad. Dit beraad in de aangename rust van het gelijknamige kasteel bij Breukelen vond plaats tussen ‘kerkelijke zending’ en ‘geloofszending’. Het heeft eind jaren zeventig veel betekend om muren van vooroordelen weg te nemen. De reeks bijeenkomsten is beëindigd toen NZR en EZA zich bereid verklaarden de toorts over te nemen en de dialoog voort te zetten. Jarenlang is er vanuit beide platformorganisaties stapje voor stapje gewerkt aan het bouwen van bruggen. Nu ligt er een stevige basis van vertrouwen; EZA en NZR verheugen zich in verregaande samenwerking.
In dit Edinburgh-jaar zijn wat Nederland betreft de oude loopgraven tussen ‘evangelischen’ en ‘oecumenischen’ voorgoed verlaten. Een laatste ontwikkeling is dat Lausanne Nederland een nieuw bestuur heeft gevormd. Onder de voorlopige naam Lausanne/Edinburgh groep fungeert dit bestuur als een soort van werkgroep van EA, EZA en NZR om de resultaten van Edinburgh en Kaapstad voor ons land te presenteren op een nationaal symposium komend voorjaar om die vruchtbaar te maken in de missionaire praktijk. Misschien dat juist deze toenadering ons heeft geholpen onze maakbare projecten te relativeren en Gods werk buiten ons om te erkennen.
Als gezamenlijke erfgenamen van de eerste wereldzendingsconferentie van 1910 gaan wij voortaan samen voor zending. Het zou niet goed zijn gemakkelijk toe te geven aan een trendmatige ‘evangelicalisering’ Wij zullen de oecumenische breedte moeten vasthouden door heel bewust de samenwerking met de Rooms-katholieke Kerk en de pinksterkerken verder aan te halen. En uiteraard zien wij daarbij de migrantenkerken binnen en buiten SKIN steeds als belangrijke partners.
Er is een momentum dat we niet mogen laten lopen, en dat is het steeds breder gedeelde besef dat zending Gods initiatief is (Missio Dei). Zijn missie gaat onze instituties en programma’s verre te boven. Als leden van één lichaam doen zich nú in alle veranderingen en crises kansen voor om de handen ineen te slaan en te komen tot meer eenheid in zending. Het is tijd om, ondanks theologische en kerkelijke verschillen, te investeren in vriendschappen, meer dan in het overeind houden van structuren en projecten. Ware partnerschap is vriendschap, samen staan in de ene missie van God.
Deze column is samengesteld uit fragmenten uit de toespraak ‘Ontwikkelingen en trends in zending anno 2010’ die Wout van Laar hield tijdens de NZR bijeenkomst op 26 november 2010.