Column / weblog
Mission and Unity: 1910-2010 and Beyond
Edinburgh 1910 – 2010: viering en conferentie in Nederland
Nieuw nummer TussenRuimte: de zendeling tussen 1910 en 2010
Theologische training in het Midden-Oosten
Het dilemma van het zendingsveld
door Wilbert van Saane
Ook al klinkt het ouderwets, christenen praten nog steeds over zendingsvelden. En waarom niet? Ze hebben geen enkele reden om dit begrip te laten vallen. Wanneer zij in de Bijbel over velden en oogst lezen, dan horen zij telkens weer het woord ‘zenden’. Jezus zelf gebruikte het beeld van uitgezonden werkers in de velden heel graag: ‘Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst.’ (Matteüs 9: 38, NBG)
Het probleem is dat christenen deze metafoor van zendingsvelden vaak op drie manieren misverstaan. Wanneer ze denken aan zendingsvelden, zien ze een plek ver weg voor zich. Zij stellen zich een lange, vermoeiende reis voor. Ten tweede geloven ze dat zendingsvelden onbekend gebied zijn, waarin alleen pioniers kunnen doordringen. Tenslotte associëren christenen zendingsvelden met hard werk. In hun gedachten zien zij beelden van zware, plakkerige grond, waaruit ze stenen moeten verwijderen voordat ze kunnen ploegen.
Jezus schetste echter een veel vrolijker beeld van de zendingsvelden. Het vierde hoofdstuk van het Evangelie naar Johannes vertelt over Jezus’ verblijf in het land van de Samaritanen. Hoewel dit land in het hart van Palestina lag, kwamen vrome joden daar beslist niet uit vrees voor rituele verontreiniging. Maar Jezus sloot niemand uit van zijn missie en bezocht Samaria met blijdschap. Hij nam zijn tegenstribbelende discipelen met zich mee en gebruikte hun protest om hen iets te leren over zendingsvelden. Het was een les die de wereldzendingsconferentie van Edinburgh 1910 ook had moeten horen.
Geniet van je missie hier en nu
Jezus opende de ogen van zijn discipelen voor de zendingsvelden om hen heen. ‘Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst!’ (Joh 4: 35) Met andere woorden: denk niet dat zendingsvelden ver van je verwijderd zijn in tijd en in afstand. Het hier en nu is wat er toe doet! Misschien verwacht je niet dat jouw zendingsveld zo dichtbij is. Maar is jouw aanwezigheid hier dan zonder doel? Misschien hoor je liever dat jouw missie in een ver, onbekend land ligt. Maar ben je dan niet je verantwoordelijkheid om Christus in het hier en nu te volgen aan het ontspringen?
Een zendingsveld hier en nu, vind je dat teleurstellend? Hoopte je voor iets dat spectaculairder en exotischer is? ‘Kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst!’ Dit is een spannende plek! Je hoeft niet eens te ploegen, te zaaien of op de oogsttijd te wachten. Het oogstseizoen is al begonnen! Geniet er van! ‘Ik stuur jullie eropuit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.’ (Joh. 4: 38)
Het dilemma: wat is zending, wat is kerk?
Net als Jezus’ discipelen, worstelden de leden van Commissie II van de Edinburgh 1910 conferentie met het onderwerp ‘de kerk in het zendingsveld’. De titel die aan deze commissie werd meegegeven, verwarde de commissieleden. Zij vroegen zich af: waar is dan dat zendingsveld? Is het alleen maar in Afrika en Azië, of vind je het ook op andere plaatsen? En wanneer is het zendingsveld geen zendingsveld meer? Wanneer vindt die overgang van zending naar kerk plaats?
De commissieleden konden deze tegenstrijdigheid niet van zich afschudden en ze erkenden hun verwarring ruiterlijk. ‘Enerzijds,’ zeiden ze, ‘is de hele wereld een zendingsveld, en geen kerk kan claimen kerk buiten het zendingsveld te zijn. Sommige christelijke gemeenschappen zijn jonger en sommige zijn ouder, maar dat is het enige verschil.’ (The Church in the Mission Field, 4)
Anderzijds konden de leden met een vage, algemene definitie van zendingsveld hun opdracht niet uitvoeren. Zij besloten twee criteria te gebruiken, waarmee ze verhelderden wat ze met de term ‘zendingsveld’ bedoelden: de kerk op het zendingsveld is ‘omringd door een niet-christelijke gemeenschap’ en ‘staat in nauwe verbinding met een oudere christelijke gemeenschap, waarvan zij de waarheid ooit ontving; dit is een ouder-kind relatie.’ (The Church in the Mission Field, 5)
Dáár is het zendingsveld
Hadden de commissieleden maar kunnen berusten in een onopgelost dilemma! Maar ze hadden de opdracht om verstandig advies te geven over de organisatie van de kerk in het zendingsveld. Dat advies moest niet gaan over Europese en Amerikaanse kerken, maar over de kerken in de koloniën. Dus móesten zij het zendingsveld wel daar lokaliseren, ook al wisten ze beter. Hun twee omstreden criteria, een niet christelijke samenleving en een moederkerk, zouden fundamenteel blijken. Deze criteria bliezen een geest van westerse overheersing in al hun beraadslagingen.
Het eerste criterium verraadde dat zij de Europese and Amerikaanse samenlevingen als christelijke samenleving zagen, in tegenstelling tot de heidense samenlevingen van Afrika en Azië. Ze legden op een typisch koloniale wijze stereotypen op Afrika en Azië. Het waren donkere, heidense continenten die bewoond werden door wilde, onbeschaafde rassen. Door zo te spreken spreidden zij een culturele hiërarchie ten toon. De Nigeriaanse theologe Teresa Okure vraagt zich in haar bespreking van Commissie II terecht af: ‘Kon Europa in die tijd, of ooit, een christelijke samenleving worden genoemd in de Bijbelse zin van het woord? Was Europa aan het begin van de 20e eeuw vrij van barbaarsheid, toen het Afrika decimeerde, plunderde en leeg roofde?’ (‘The Church in the Mission Field,’ 66)
Juist deze negatieve evaluatie van de Afrikaanse en Aziatische culturen bestendigde de ouder-kind relatie tussen ‘de kerk thuis’ en ‘de kerk op het zendingsveld’ – het tweede criterium. Elementen uit Afrikaanse en Aziatische culturen die het kerkelijke leven binnenslopen moesten uitgeroeid worden, want zij vertegenwoordigden het heidendom. De ‘jongere kerken’ hadden in deze strijd zeker de hulp van de ‘oudere kerken’ nodig, dachten de commissieleden. Eén van de heidense elementen die zij identificeerden was polygamie, een onbetwistbaar teken van de verdorvenheid van heidense culturen. De leden van Commissie II beschreven in detail hoe de kerken op het zendingsveld met dit probleem moesten omgaan.
Verziendheid
Maar terwijl deze blanke westerse mannen van Edinburgh zich bezig hielden met de splinter in het oog van de zendingskerken, waren ze niet in staat de balk van het kolonialisme in hun eigen oog te ontdekken. Tot hun eigen schade. De kerken op het zendingsveld zouden in de loop van de 20e eeuw hun eigen weg gaan. Maar de Europeanen en Amerikanen ontdekten de zendingsvelden rondom hen te laat. Zij voelden te laat aan dat de kerk zich ‘op het zendingsveld’ meer thuis voelde dan zij hadden gedacht. En ze zagen te laat in dat het zendingsveld de context van hun eigen kerken ‘thuis’ waren.
Teresa Okure schrijft: ‘Als de kerk in wat voor deel van de wereld ook (noord of zuid) geen zelfkritische, gelovige vragen stelt in de eigen context, als zij bezig blijft met het controleren van andere mensen, en als ze over hun vragen blijft waken en zich inbeeldt hun de antwoorden te kunnen voorkauwen, dan is die kerk niet meer missionair te noemen… Te lang heeft het Westen de energieën geconcentreerd op het leven van de jonge kerken, terwijl het zichzelf verwaarloosde.’ (‘The Church in the Mission Field,’ 70)
Ook Roland Allen schrijft hierover in zijn profetische boek over missionaire methoden. Hij contrasteert de missie van de westerse kerk met die van Paulus en, naar ik geloof, die van Jezus.
‘De methode van Paulus staat op gespannen voet met de moderne westerse geest. Wij moderne leraren uit het westen zijn van nature en door onze opleiding mensen van rusteloze activiteit en grenzeloos zelfvertrouwen. Wij zijn gewend om ons een attitude van superioriteit aan te meten tegenover alle oosterse volken, en om onze materiële welvaart te gebruiken als rechtvaardiging voor die houding. We zijn gewend om de dingen zelf te doen vóór onszelf, om onze eigen weg te zoeken, om te vertrouwen op onze eigen krachtinspanningen. En we worden al snel ongeduldig als anderen minder rusteloos en minder assertief zijn dan wij.
We zijn door een lange traditie gewend aan een uitgebreid systeem van kerkorganisatie, en aan een specifieke ethische code. We kunnen ons geen noemenswaardig christendom voorstellen buiten de uitgebreide machinerie die wij hebben uitgevonden. We verwachten dat onze bekeerlingen niet alleen de essentiële dingen maar ook de bijzaken automatisch van ons overnemen. We willen niet alleen het evangelie, maar ook de wet en de gebruiken aan hen overbrengen. De methoden van Paulus stemmen niet overeen met die geest, omdat zij de natuurlijke uitkomst zijn van een andere geest: een geest die de voorkeur gaf aan overreding boven autoriteit.’ (Missionary Methods: St Paul’s or Ours?, 6)
De commissieleden van Edinburgh 1910 dachten dat zij voor het dilemma van het zendingsveld stonden. Maar het was een vals dilemma. Want het zendingsveld zal altijd zendingsveld blijven en de kerk zal altijd kerk blijven. De kerk is in het zendingsveld, altijd en overal. Het is voor christenen verleidelijk om andere plaatsen en andere culturen aan te wijzen als zendingsvelden, terwijl wij ons op onze eigen plek, in onze eigen cultuur prima thuis voelen. Want dan hoeven we alleen maar anderen te bekeren in plaats van onszelf te bekeren. Ondanks de enorme veranderingen in het wereldchristendom is die verlokking nog steeds heel sterk voor westerse christenen. Honderd jaar na Edinburgh kunnen zij zich echter niet veroorloven aan deze verleiding toe te geven.
Literatuur:
Roland Allen, Missionary Methods: St Paul’s or Ours, Grand Rapids, MI: Eerdmans, 1962.
Teresa Okure, (‘The Church in the Mission Field,’) in: David A. Kerr and Kenneth R. Ross, eds., Edinburgh 2010: Mission Then and Now, Oxford: Regnum Books, 2009, 59-73.
World Missionary Conference, 1910, Report of Commission II: The Church in the Mission Field, Edinburgh and London: Oliphant, Anderson & Ferrier, 1910.