Verlangen naar God
Begin januari was ik met een collega en een paar studenten in Londen. Doel was een aantal kerken, projecten en mensen te bezoeken die zich bezighouden met de thematiek van missionaire ecclesiologie, het thema van de afstudeerkring die collega Rein Brouwer en ikzelf hebben opgezet. Een bezoek aan Holy Trinity Brompton kon daarbij niet uitblijven.
HTB is een anglicaanse kerk die zichzelf op de website (een bezoekje waard overigens: http://www.htb.org.uk/ ) presenteert als een ‘levendige Anglicaanse kerk'. Levendig was het juiste woord. Drommen die opgaan naar God's altaren zijn in HTB niet een slechts nostalgische herinnering aan een ver verleden. In tegendeel. Om kwart voor vijf was HTB – een flinke kerk – voor de derde keer die zondag (en een vierde dienst volgde om 19.00) al bomvol terwijl de dienst pas om 17.00 zou beginnen. Slechts met moeite vonden we nog een plaats. Dat was voor mij een heel nieuwe ervaring. Net zoals het zien van de honderden jongeren die al voor ons waren gearriveerd en zich al volop ‘in praise and worship' hadden gestort.
De dienst die volgde was een studie op zich waard: professionele muziek, een aantal goed geregisseerde getuigenissen, een korte maar dynamische video presentatie van ‘events' voor de komende weken, en een recht voor zijn raap boodschap van een voorganger in sportbroek en trui, gevolgd door een ‘altar-call'. En wie de smaak te pakken had gekregen, kon na de dienst a. blijven koffie drinken en een praatje maken b. de boekhandel bezoeken c. een van de briefjes voor een contactgroep of alfacursus invullen (en binnen drie dagen een telefoontje verwachten) en/of d. voor zich laten bidden door het gebedsteam.
Als theologen praat je over zo'n dienst nog eens even na. De meningen waren wat verdeeld. De één voelde zich meegenomen in de dienst, terwijl een ander zich juist gemanipuleerd voelde door de ‘performance'. Maar we waren het er allemaal over eens dat wat hier gebeurde zeer professioneel was. En blijkbaar sprak het een grote groep mensen aan.
De theologie en huisstijl van HTB zijn de mijne niet. Maar het een feit dat honderden jonge mensen ervoor kiezen hun zondagavond niet winkelend, in kroeg of bioscoop maar in de kerk door te brengen, zet me wel aan het denken. We denken bij kerk zijn nog zo vaak (te vaak?) aan een (geografische bepaalde) gemeenschap van mensen die de komende 20 of 30 jaar met elkaar verder gaan. Maar is dat de enige vorm? Of kunnen bepaalde kerkgemeenschappen, zoals bijv. HTB, ook een heel andere rol en functie vervullen? Een functie die in eerste instantie inzet op herstel van contact, en het niet erg lijkt te vinden als mensen in een later stadium doorstromen naar andere kerken? Een tijdelijke rol dus, maar daarom niet minder van betekenis.
Pete Ward maakt in zijn boekje Kerk als water: pleidooi voor een vloeibare manier van kerk zijn (Kok: Kampen 2003) onderscheid tussen een statische (solid) en een vloeibare (liquid) manier van kerk zijn. Hij doelt hierbij niet alleen op vorm van kerk zijn, maar ook over de vooronderstelling waar de kerkelijke gemeenschap van uit gaat. Waar statische kerken mensen willen overtuigen van hun behoefte aan God en hun als antwoord daarop verlossing willen bieden, gaan vloeibare kerken uit van de verlangens van mensen naar God (blz. 89 vv.). Vloeibare kerk, aldus Ward, gaat uit van de simpele vooronderstelling dat mensen in onze hedendaagse cultuur verlangen naar een diepe en authentieke ervaring van God. En gezien de waarneming van sociologen dat hoewel de kerkgang afneemt er een toenemende religiositeit valt te observeren, lijkt me dit geen foute vooronderstelling.
Zou het misschien zo kunnen zijn dat de aantrekkingskracht van kerken als HTB ligt in het feit dat ze dit verlangen van mensen naar God – de zoekende mens - werkelijk serieus nemen? En zou het daarom ook niet goed zijn als de theologische pendel, ook ecclesiologisch, weer eens verschuift van de antwoordende God naar de zoekende mens? |