In dit nummer:
Column M. Frederiks
Kernonderwerpen Raad 2006
Uit het werk
Aankondigingen
Agenda AKO
Presentatie     Interserve
Studiedag
Wat doet de NZR
Aktie Icco en Kerkinactie
Wereld en Zending 2006 nr 1
Kantoortijden
Afmelden
Nederlandse Zendingsraad
Jaargang 1, nr. 2
mei 2006
   
   
   
Column M. Frederiks, voorzitter
Interreligieuze Dialoog
Vorige week kreeg ik de evaluaties van de afgelopen periode binnen. Ook de cursus Interreligieuze Dialoog was geëvalueerd. Afgezien van een paar didactische suggesties, schreef bijna iedereen over de inhoud van de cursus; en vooral over wat de cursus met hen gedaan had. Dat is niet nieuw, want jaar na jaar geven studenten aan hoezeer de cursus Interreligieuze Dialoog hun vertrouwde theologische denkkaders ter discussie stelt. Ooit noemde een studente het zelfs de meest aangrijpende cursus van het hele theologische curriculum. De cursus die haar – meer dan wat dan ook in haar theologische studie – aan het denken had gezet over wat ze nu precies geloofde: over God, over zichzelf en over anderen.

De ontmoetingen met mensen uit andere tradities en het nadenken over deze ontmoetingen doen iets met mensen. Werkelijk de ander als ander ontmoeten, als een medegelovige, als een mens die ook oprecht is op zoek naar de zin van het leven en naar God, laat je als mens niet onberoerd.

Vier decennia eerder verwoordde indoloog en christen Klaus Klostermaier vergelijkbare gevoelens. In 1969 schreef hij een persoonlijke reflectie op zijn tweejarig verblijf in de Hindu pelgrimage plaats Vrindaban (Noord India). Dit boek, Hindu and Christian in Vrindaban, is een klassieker geworden op het gebied van de interreligieuze dialoog. Klostermaier stelt: ‘Dialoog is niet zomaar praten over religie; want dat is meestal geklets, ijdelheid, zelfverheerlijking. Ook is dialoog niet hetzelfde als de ‘vergelijkende godsdienstwetenschap' van de experts. De vergelijking van religies is alleen interessant zolang men de kern van waar religie voor staat, nog niet heeft begrepen. Immers, je kunt alleen vergelijken wat aan de oppervlakte ligt – maya . Werkelijke dialoog vindt binnen in een mens plaats, in ‘totale persoonlijke diepte'; het hoeft geen pràten over religie te zijn. Maar er is iets dat de werkelijke dialoog onderscheidt: de uitdaging. Dialoog daagt beide partners uit. Het haalt hen weg uit de veiligheid van de gevangenissen die hun filosofie en theologie voor hen hebben gebouwd, en confronteert hen met werkelijkheid, met waarheid. Een waarheid die niet zomaar zwart op wit vast te leggen valt, een waarheid die je niet in een bibliotheek kunt opbergen, een waarheid die alles vraagt (blz. 102/103)'.

Interreligieuze dialoog is niet: een vrijblijvend kennis nemen van de religie van niet-Christenen. In interreligieuze dialoog gaat het om de ontmoeting van mensen als medegelovigen . Mensen, die net als u en ik, oprecht proberen hun leven vorm te geven door geloof. Een ander geloof misschien dan u gewend bent, uit een andere religieuze traditie, maar wel geloof. En die realisering, dat zijn/haar geloof voor die ander net zo heilig en kostbaar is, als uw geloof voor u, dat laat een mens in zijn/haar theologisch denken niet onberoerd. Dat zet een mens aan het denken: over God, over zichzelf, over de ander.

Klostermaier besluit zijn hoofdstuk met de woorden: ‘Ons geloof daagt ons uit ons geloof op het spel te zetten. Zo lang als we niet bereid zijn om onze nabijheid bij Christus ter discussie te stellen voor onze broeders en zusters, hebben we de betekenis van geloof nog niet begrepen.' En in mijn hoofd klinken flarden van de beroemde hymne uit de brief aan de Filippenzen: Laat onder u die gezindheid heersen die ook Christus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van…. Daarom heeft God hem hoogverheven…