Don Goossens & Jesse Goossens, In soutane op de motor: Verhalen van oud-missionarissen .

In soutane op de motor

 

De glorietijd van de missie uit de lage landen is eigenlijk nog maar net voorbij. In de jaren '50 en '60 was het kerkelijk leven in Nederland en België op een hoogtepunt en werden er veel missionarissen uitgezonden. Dit boek brengt verhalen uit die luisterrijke dagen bijeen.

 

Het boek bestaat uit een aantal korte portretten – krachtige samenvattingen van interviews die de auteurs hadden met de zendelingen – ondersteund met sprekende foto's. De meeste oud-missionarissen die aan het woord komen werden geboren in de jaren '20 en '30 en werden uitgezonden in de twee decennia na de oorlog. Het zijn mannen en vrouwen uit allerlei verschillende missionaire congregaties en met allerlei specialiteiten. De lezer blikt over hun schouders mee op werkzame, toegewijde en verrijkende levens.

 

Je leert al lezende en kijkende mensen kennen die werkelijk iets betekenden voor hun medemens ver weg, en die nu dankbaar van welverdiende rust genieten. Maar van gezapigheid is geen sprake: de oud-missionarissen zijn teruggekeerd met visie voor de multiculturele samenleving. De meesten van hen wonen in de grote steden en bloeien op wanneer zij onder niet-westerse migranten zijn, of onder collega missionarissen. Als geen ander begrijpen zij wat Europa vandaag nodig heeft.

 

Dat is geen wonder, want zonder uitzondering spreken hun levensverhalen van groei en verandering. De missionarissen leerden leven in een nieuwe cultuur; ze leerden kijken met andere ogen; ze leerden vertalen en terugvertalen. Een van hen drukt het zo uit: het was ‘een inlevingscursus van veertig jaar'.

 

Het zijn ook verhalen van toewijding en trouw. Te voet of met de motor van dorp naar dorp om de biecht te horen en de sacramenten te bedienen. Werken in een ziekenhuis met schaarse middelen en ondermaatse hygiëne. Onder levensgevaarlijke omstandigheden toch kiezen om niet te repatriëren. De stichteres van de medische missiezusters wordt in een van de portretten instemmend geciteerd: ‘Our life is ora et labora, and very much labora.'

 

Vaak waren de missionarissen nauwelijks voorbereid op hun nieuwe woon- en werkomgeving. Maar al doende leert men, en de creativiteit die deze mensen aan de dag legden is verbazingwekkend: van een trouwerij op een voetbalveld tot het aanleggen van een koffieplantage tot het kopen van donorbloed.

 

Het belang van Vaticanum II voor de missie is nauwelijks te overschatten. Het komt terug in ieder levensverhaal. Plotseling werd inculturatie van de liturgie en van het kerkelijk leven mogelijk én legitiem. Het Concilie luidde de dekolonialisatie van de kerk in, en dat leidde overal ter wereld tot onschatbare nieuwe vormen en impulsen. De ivoren torens van de clerus behoorden tot het verleden. Religieuzen bleven niet langer in kloosters verstoken, maar gingen in kleine groepjes onder het volk wonen. De leiding van de kerk kwam in handen van de eigen clerus en westerse missionarissen werden steeds vaker overbodig. De missionaire congregaties zelf werden ook steeds minder blank en westers.

 

Ontroerend is te lezen dat de missionarissen zich telkens weer verbonden aan de strijd van het volk tegen onderdrukking en armoede. In Latijns-Amerika steunden de religieuzen, soms met succes, het volk in protesten tegen landonteigening. Elders steunden zij de bevolking in hun onafhankelijkheidsstrijd en zoektocht naar democratie. Dat leidde nogal eens tot wantrouwen van regeringen of milities jegens de missionarissen. Ook werden blanke religieuzen er soms van verdacht banden te hebben met de koloniale overheersing. Sommigen van hen keken meer dan eens de dood in de ogen, terwijl hun collega-missionarissen er het leven bij inschoten.

 

Het afscheid van de missie en de terugkeer naar Nederland of België bleek in alle gevallen moeilijk. Wat is er dan anders? De antwoorden zijn weinig vleiend voor de Noordwest-Europese cultuur. De deuren zijn hier dicht, terwijl daar alle huizen open zijn. De kerken zijn zo leeg, terwijl zij daar juist groeien en bloeien. Het contact kan hier zo kil zijn, terwijl het er daar zo warm en spontaan aan toe gaat. Als geestelijke heb ik hier een totaal andere positie dan daar, waar ik in het hart van de samenleving stond. De conclusie van deze missionarissen is dat Nederland nu missieland is, méér nog dan het gebied waar zij zelf werkten.

 

In soutane op de motor is een ode aan de missie uit de lage landen, een boek waaruit bewondering spreekt voor mensen die hun leven besteedden in dienst van anderen. Maar het is ook (weer) een signaal dat spreekt van veranderende tijden in de lage landen, van de omkering van de missionaire situatie. De christelijke wereld staat op zijn kop, en we staan aan het begin van een nieuw tijdperk. Oud-missionarissen met hun interculturele gevoeligheid zijn daarvan scherpe graadmeters.

 

Utrecht, 18 mei 2009, Wilbert van Saane