| A Common Word studiedag, 2009, door Bernhard Reitsma | |
De uitdaging van A Common Word |
|
“
Is ACW een uitnodiging tot vreedzaam leven op een islamitisch gedefinieerd fundament, of een erkenning dat christenen en moslims wezenlijk van elkaar verschillen?”
Één van de grootste uitdagingen voor de kerk in relatie tot de islam is aan de ene kant het vasthouden aan de uniciteit van Christus en aan de andere kant het streven naar vrede in deze wereld.
Waarom is dat één van de grootste uitdagingen? Omdat het christelijk geloof enerzijds claimt dat Jezus Christus de unieke en ultieme openbaring van God is. De schepping, de wereld, de mens vallen komen slechts tot hun bestemming in relatie tot Jezus Christus. Gods bedoelingen met deze wereld kunnen niet gerealiseerd worden buiten Hem om? Anders gezegd, in relatie tot de common ground van A Common Word (ACW), liefde voor God en de naaste is voor christenen alleen te definiëren in relatie tot de volle zelfopenbaring van God in Jezus Christus en zijn zelfovergave aan het kruis. Dat vraag om zending, het in woord en daad aan andere bekend maken van deze uniciteit.
Anderzijds leeft de kerk van het woord van Jezus dat zijn Koninkrijk niet van deze wereld is; da dit Rijk niet met geweld en macht valt te realiseren en dat de kerk voor zover het van haar afhangt vrede moet houden met alle mensen. Christenen zijn niet geroepen een heilige oorlog te voeren in deze wereld om die uniciteit van Christus aan alle mensen op te leggen.
Het is een spannende uitdaging om exclusiviteit te verenigen met openheid naar de ander, in dit geval naar Moslims. Die uitdaging neemt toe, naarmate het extremisme aan beide kanten toeneemt.
In dat verband ben ik blij met het initiatief van ACW. De open brief zoekt en stimuleert voor alles de vrede tussen de christelijke en de islamitische gemeenschap op basis van een gemeenschappelijk veronderstelde grond. Het is een handreiking om te komen tot betere relaties en een inhoudelijk gesprek.
Wanneer dat gesprek plaats zal vinden, zal er vervolgens verder doorgepraat moeten worden o.a. over de vraag of die grond inderdaad wel zo gemeenschappelijk is. Dat laatste hangt overigens ook af van hoe je ACW interpreteert. Is ACW vooral een uitnodiging tot vreedzaam leven op een islamitisch gedefinieerd fundament, de erkenning van een islamitisch wereldbegrip, gebaseerd op Tawhiid, eenheid, of is het een uitnodiging die zijn uitgangspunt neemt in de erkenning dat christenen en moslims wezenlijk van elkaar verschillen?
Met andere woorden, moeten christenen eerst komen tot een islamitisch verstaan van God en zijn werk voordat er sprake kan zijn van vrede of wordt er eerst gestreefd naar vredevol samenleven om vervolgens met elkaar over de wezenlijke verschillen in gesprek te zijn. Mijn indruk is, dat niet alle ondertekenaars van de brief daar op dezelfde wijze over denken. Wat de juiste interpretatie is, zal uiteindelijk door hen zelf verhelderd moeten worden, dat kan ik niet doen.
Wat roept ACW bij mij op? De open brief zet mij op drie punten aan het denken en nodigt mij uit om op die punten ook met ACW in gesprek te gaan.
1. Uniciteit van Christus en het gesprek met de islam
In de eerste plaats is voor mij – zoals vermeld – de uniciteit van Christus onopgeefbaar. Ik voel me op dit punt niet door ACW gedrongen water bij de wijn te doen. Wel wordt ik uitgedaagd na te denken over wat nu precies de betekenis van die uniciteit is. Hoe kan ik de handreiking van ACW aannemen, streven naar vrede en gemeenschappelijkheid, terwijl ik tegelijkertijd overtuigd ben dat er alleen in Jezus Christus echt leven te vinden is? Op dit punt heb ik ook mijn vragen bij ACW. Is ACW echt een islamitische erkenning dat christenen geen polytheisten zijn? Wordt door de schrijvers van ACW aanvaard dat het geloof van christenen in een drie-enige God geen ‘shirk' is? Daar ben ik nog niet geheel van overtuigd.
De tekst die uit de Qur'an wordt aangehaald Aal ‘Imran 3:64* is vaak gebruikt in anti-christelijke polemiek. Hoewel de oorspronkelijke context wellicht positief is geweest, een exegese die ACW lijkt te volgen, heeft de tekst ook zijn plek in een antithetische context waarbinnen christenen worden uitgenodigd om hun geloof in de Drie-enige God als polytheïsme af te zweren en niet langer partners aan God toe te schrijven. Mijn vraag is dus, of er nu daadwerkelijk een andere interpretatie aan dit vers gegeven wordt en of christenen voluit als monotheïsten worden erkend. Als dat zo is, dan is dat een duidelijke koerswijziging in de benadering van christenen en zeer baanbrekend.
* Say: O People of the Scripture! Come to a common word between us and you: that we shall worship none but God, and that we shall ascribe no partner unto Him, and that none of us shall take others for lords beside God. And if they turn away, then say: Bear witness that we are they who have surrendered (unto Him). ( Aal ‘Imran 3:64)
2. De vervolgde kerk
In de tweede plaats dwingt ACW mij opnieuw na te denken over de positie van de kerk in de wereld van de islam. Aan de ene kant hoor ik hier een positief geluid en is er het zoeken naar een vreedzame wereld, waarin ieder zijn geloof moet kunnen belijden. ‘Er is geen dwang in religie'. Anderzijds zie ik dat het voor veel christenen in de islamitische wereld steeds moeilijker wordt christen te zijn. Daarbij denk ik niet alleen aan zware vervolging, maar ook aan systematische discriminatie. Ik besef terdege dat het bij vervolging altijd gaat om meerdere factoren; naast de religieuze spelen ook economische en politieke factoren een rol evenals etniciteit. Daarover moet dieper worden doorgepraat. Niettemin is het opvallend dat in de top tien van landen waar de meeste vervolging van christenen plaats vindt, 7 landen voorkomen waar de islam dominant is.
Niet in de laatste plaats zijn het moslims die christen worden, die het zwaar te verduren krijgen. In alle islamitische rechtsscholen is overgang van de islam naar een andere religie niet toegestaan. Meerdere ondertekenaars van ACW hebben in andere publicaties geluiden laten horen, dat moslims die afvallig worden de doodstraf verdienen. De vraag is hoe dat te rijmen valt met de vredelievende toon van ACW. Is er hier sprake van een koerswijziging? Ook dat zou baanbrekend zijn.
Ik weet dat in de praktijk er formeel door islamitische overheden lang niet altijd tegen afvalligen wordt opgetreden. Er zijn ook vele moslims die bepaalde teksten uit de Koran en de traditie anders willen verstaan. Het gaat mij hier ook niet om de ‘niet-institutionele' aspecten bij de overgang van de islam naar het christendom, aspecten als ‘eer en schaamte' Deze liggen vooral op menselijk en cultureel vlak en spelen in families en maatschappelijke verbanden altijd een doorslaggevende rol in de reacties op een verandering van religie. Die elementen spelen ook een rol in christelijke families in een islamitische context wanneer christenen moslim worden. Het gaat er mij hier om, dat er officieel geen ruimte is voor moslims om christen te worden. Ik vraag me af hoe dat met de inhoud en de toon van ACW te rijmen valt.
3. Zelf relfectie op de christelijke traditie door de kerk
In de derde plaats daagt ACW mij uit opnieuw te kijken naar mijn eigen traditie als christen en wat het christendom daar van heeft gemaakt.Er zijn vele elementen die voor zelfreflectie in aanmerking komen, maar ik noem er drie.
a. Hermeneutiek
De aanwezigheid van extremisme in christendom en islam en de lijn die ACW volgt in het zoeken van een ‘gematigde' islam van het midden, dwingen mij tot nadenken over hoe ik als christen mijn bronnen lees. De vraag naar het gewicht en de betekenis van ACW, is dit inderdaad de visie van het merendeel van de moslims, heeft alles te maken met hoe mensen de bronnen van de traditie lezen? De vraag of de extreme islam ook echt islam is, heeft dus blijkbaar te maken met hermeneutiek. Hoe versta ik mijn bronnen? Dat geldt echter ook voor christenen.
Wat het ware christendom is, heeft ook alles te maken met hoe ik mijn bronnen versta. Wat is nu de kern van het christelijk geloof en waarom? Is dat inderdaad het grote gebod van de liefde of niet? Hoe gaat de christelijke traditie om met de moeilijke teksten? Voor Christenen is Christus de sleutel tot het geheim en daardoor kan er sprake zijn van een bepaalde nadere ontwikkeling – voortschrijding van de Openbaring – van het Oude Testament naar het Nieuwe. Is een dergelijke ontwikkeling in de islam ook mogelijk?
b. Vermenging geloof en macht
De geschiedenis van het christendom heeft laten zien dat de vermenging van geloof en macht, religie en politiek dramatisch kan zijn voor de verkondiging van het Evangelie. C.S. Lewis heeft ooit de opmerking gemaakt dat vrijwel alle christelijke misdaden zijn voortgekomen uit de verwarring van politiek en godsdienst. Daarvan zijn tot op de dag van vandaag in het Midden Oosten, in Irak en Afghanistan voorbeelden te vinden. De kerk moet zich nadrukkelijk bezinnen op de vraag hoe voorkomen kan worden dat de uniciteit van Christus en de principes zoals God deze heeft neergelegd voor de wereld met macht aan andere worden opgedrongen. Het Evangelie is het Evangelie van de liefde en de genade en genade kan niet worden opgelegd, het kan slechts worden ontvangen.
c. Zending en evangelisatie
Vanwege dit laatste is het nodig opnieuw te kijken naar hoe de kerk het Evangelie betuigt in een islamitische context. Op twee punten.
Is de contextualisering van het Evangelie in een islamitisch-oosterse context authentiek en echt of slechts schijn, een lokkertje om mensen uiteindelijk uit hun context los te weken. Het Evangelie is ten diepste niet Westers, maar Oosters van origine.
Hoe is het mogelijk het Evangelie te verkondigen vanuit een positie van macht en welvaart. Hoe kan de kerk betrokken zijn bij het lenigen van de nood van mensen, zonder dat dit (bewust of onbewust) gaat functioneren als een lok- of drukmiddel om christen te worden. Voor zover mensen in de oprechte en onvoorwaardelijke zorg van christenen de liefde van Christus ervaren en daarom Christus willen volgen, is er geen probleem. Maar als mensen christen worden omdat ze dan bijvoorbeeld toegang krijgen tot betere medische voorzieningen of grotere welvaart, dan gaat er iets mis.
Bernhard Reitsma, ‘De uitdaging van A Common Word,' toespraak gehouden op A Common Word studiedag, 11 mei 2009