
Impressies Edinburgh 2010
Het eeuwfeest van de eerste wereldzendingsconferentie schreef historie. Edinburgh 2010 markeert de doorbraak van het wereldchristendom in de westerse verbanden van zending en oecumene. Werd Christus in 1910 geassocieerd met Europa en Noord-Amerika, in 2010 werd zichtbaar dat de fascinatie voor zijn persoon en boodschap nu wereldwijd is.
Was er in de Assembly Hall in Edinburgh onder de blanke protestantse zendingsmannen slechts één Afrikaan, honderd jaar later speelden Afrikanen een hoofdrol tijdens de slotviering die op 6 juni in diezelfde ruimte plaatsvond. Geheel volgens de gewijzigde verhoudingen binnen de wereldkerk zorgden Afrika, Latijns-Amerika en Azië voor 60 procent van de 300 deelnemers uit zestig landen. De balans van honderd jaar zending maakte zichtbaar dat het christendom een van zijn grootste veranderingen in zijn tweeduizendjarige geschiedenis heeft ondergaan. Bevrijd van zijn Europese gevangenschap vertegenwoordigt het nu een multicultureel geloof, met gelovigen uit alle hoeken van de wereld.
De aanwezigheid van zoveel christenen uit het Zuiden betekende nog niet dat er echt aandacht was voor hun agenda en vragen. Dr.Tinyiko Sam Maluleke, voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken opende zijn speech in Zuid-Afrikaans voetbalhemd met een krachtige stoot op de vuvuzela hoorn. “Dit doordringende instrument moet je zien als een wanhopige poging van Afrika om gehoord te worden. Ik vertegenwoordig een werelddeel dat niet langer negatief wil worden bekeken en onophoudelijk schreeuwt om erkenning en waardigheid.”
De presentaties en discussies, die een studieproces van jaren afrondden, boden weinig ruimte voor de stem van het Zuiden. Het slotdocument is dan ook qua inhoud niet echt inspirerend. Niet-westerse christenen met hun narratieve stijl voelden zich niet thuis in de Angelsaksische vergaderstijl die domineerde. Tijdens de debatten hoorde je hen weinig, of het moesten de deelnemers zijn die in de westerse theologie zijn gevormd. Dat veranderde zodra men samenkwam voor lofprijzing en gebed. De kracht van de conferentie van Edinburgh lag in de momenten van viering. Daarin was een grote diversiteit van muzikale en geloofstradities samengebracht. De interculturele lofprijzing bindt samen en versterkt het besef van eenheid in Gods zending, die onze projecten en instituties overstijgt. Een les voor een oecumene nieuwe stijl: minder praten en meer samen vieren, bidden en getuigen. “Zending is de adem van de kerk. Waar we in de lofprijzing inademen, ademen we in het getuigenis uit” (Dana Robert).
De vieringen gaven een opmerkelijke geest van nederigheid. Zorgvuldig en respectvol luisterde men naar elkaar; gezamenlijk strekte men zich uit naar de leiding van Gods Geest. In die zin was het niet niks dat vertegenwoordigers uit de evangelicale beweging van Lausanne en van de Wereldraad, Rooms-Katholieken en pinksterchristenen, onafhankelijke en Orthodoxe kerken samen intens hebben gewerkt aan een eensgezinde oproep tot meer eenheid in zending en missie. En dat kan geen kwaad in een wereld waarin voortschrijdende globalisering het gezamenlijke getuigenis van de kerken steeds urgenter maakt.
Wout van Laar