| Uit: Centraal Weekblad, door drs. Wout van Laar | |
Missiebrief Nederlandse bisschoppen
|
De Nederlandse bisschoppen schreven een Missiebrief die in de week voor Pinksteren werd gepresenteerd door bisschop M. Muskens. In dit document getiteld ‘Getuigen van de hoop die in ons leeft', ligt alle nadruk op de noodzaak de Rooms-katholieke Kerk in eigen land te revitaliseren. Wout van Laar las de brief;
‘De belangrijkste uitdaging voor de missionaire beweging in de 21 ste eeuw ligt op het terrein van de “nieuwe evangelisatie”. Hoe kunnen wij in ons land en in onze tijd Jezus Christus en zijn Evangelie verkondigen.' Dit schrijven de Nederlandse bisschoppen in de Missiebrief die in de week voor Pinksteren werd gepresenteerd door bisschop M. Muskens. In dit document, getiteld “Getuigen van de hoop die in ons leeft”, ligt alle nadruk op de noodzaak de Rooms-katholieke Kerk in eigen land te revitaliseren.
Ging de vorige bisschoppelijke brief van 1974 nog over de steun aan de jonge kerken in het Zuiden van de wereld, in deze brief zijn de rollen omgedraaid. De ‘verkondiging van het geloof onder de heidenen', zoals die eens plaats vond vanuit het christelijke Westen onder de ‘primitieve' volkeren van het Zuiden, lijkt in onze tijd eerder om een omgekeerde beweging te vragen.
De Nederlandse geestelijken constateren dat dertig jaar later de vitaliteit en bloei van de Kerk in het Zuiden steeds meer contrasteert met de ontwikkelingen in het Westen. Europa ontwikkelt zich tot ‘een seculier eiland in een wereld waarin geloof en godsdienst een vitale en vanzelfsprekende rol spelen'.
De katholieke Kerk in Nederland is de afgelopen jaren veel bezig geweest met haar eigen organisatie, stelde bisschop Muskens. Zij werd daartoe gedwongen door de terugloop van financiële middelen en het aantal gelovigen. Er moet nu worden gebouwd aan een nieuwe infrastructuur voor de kerk van de toekomst, die het mogelijk maakt de randgelovigen en onkerkelijken te bereiken. Er is nieuw elan nodig. ‘Het lijkt soms wel alsof wij een schuilkerk zijn geworden, waarin wij angstvallig de deur gesloten houden voor de buitenwereld.' Het is tijd om de verlegenheid af te schudden. De bisschoppen onderstrepen dat een ‘vitaal en aansprekend katholiek geluid in de Nederlandse samenleving gehoord mag én moet worden'. Aandacht voor communicatie en media verdient prioriteit. ‘We willen daarom de eigen RKK-zendtijd nadrukkelijker inzetten voor herevangelisatie.'
De bisschoppen willen ook dat hun kerk een grotere rol speelt in de interreligieuze en interculturele dialoog. De wereldkerk is in eigen huis. ‘Door de geloofsontmoeting van autochtone en allochtone katholieken mogen wij ervaren hoe de heilige Geest, die een geest is van universele zuster- en broederschap, werkzaam is in onze kerk.' Het is goed dat jongeren via Wereldjongerendagen in aanraking te komen met de vitaliteit en veelkleurigheid van de wereldkerk.
Het is gewenst dat wij ‘actiever openstaan voor het geloofsgetuigenis van de Kerk van het Zuiden, bijvoorbeeld door het uitnodigen van missionarissen naar ons land.' Over de dialoog met moslims uitte Bisschop Muskens zich weinig hoopvol. ‘De islam wordt vaak geassocieerd met geweld. Islamitische landen kennen veelal geen godsdienstvrijheid. Ook over deze aspecten zullen christenen en moslims met elkaar moeten durven spreken.'
Persoonlijk achtte hij de dialoog met de Aziatische godsdiensten als het boeddhisme op termijn van groter belang dan de dialoog met moslims. Hij volgt de cultuurfilosoof en theoloog Romano Guardini in de overtuiging dat op de lange duur het christendom en het boeddhisme zullen overblijven. ‘Beide godsdiensten beginnen met de vraag naar het lijden. Beiden reiken de mens een weg van en naar verlossing aan.'
De Missiebrief noemt de opdracht tot oecumene in onze tijd belangrijker dan ooit. Was de oecumene in Nederland in de 20 ste eeuw vooral een kwestie van het gesprek tussen autochtone ‘katholieken' en ‘protestanten', inmiddels heeft dit gesprek een veelkleuriger gezicht gekregen. De uitdagingen van vandaag vragen om een nieuw model van oecumene, op basis van ‘het gemeenschappelijk gelovig spreken en verkondigen in de Geest van Jezus Christus.'
Op mijn vraag hoe de bisschoppen denken deze oecumene praktisch gestalte te geven aan de basis, nu de oecumenische beweging in ons land zo onder druk staat, antwoordde mgr. Muskens dat hij minder verwacht van allianties met de versplinterde protestantse kerken dan wel van vernieuwende impulsen vanuit het internationale christendom. Wat dat betreft achtte hij ‘dynamische coalities wellicht beter geschikt dan typisch Nederlandse “poldermodellen”.'
De bisschoppen willen zich niet alleen op de Nederlandse samenleving richten. Zij onderkennen het gevaar zich te willen terugtrekken op eigen erf en de ogen gesloten te houden voor wat elders in de wereld gebeurt. De verhouding tussen Noord en Zuid kent structuren van groot onrecht. Met name het vaak vergeten continent Afrika herinnert ons aan de noodzaak om te komen tot een andere economische ordening. ‘We zullen het blijven aandurven om de structuren van het kwaad waarin de wereld gevangen lijkt onder kritiek te stellen en aan te dringen op bekering.'
De bisschoppelijke brief is verlucht met interviews en vijftien missionaire tips. Opmerkelijk is de verwijzing naar methoden die in protestantse en evangelische kerken voor succes zorgen, zoals de ‘gastendienst' en de Alpha Cursus, als ook een Oud-Katholiek project als ‘Intercity Pasen'.
Sommige waarnemers uitten zich kritisch en menen dat de katholieke Kerk met haar programma van herevangelisatie er vooral op uit lijkt mensen binnen de eigen parochies te trekken en haar instituties te versterken. Deze kerkcentrische tendens kan niet worden ontkend. Protestanten zullen moeten toegeven dat deze tendens henzelf niet vreemd is. Tegelijk zullen zij het verlangen herkennen om opnieuw met overtuiging het Evangelie met anderen te delen.
Veel uit de Brief herinnert aan de manier waarop de Protestantse Kerk in Nederland in haar documenten de ‘zending' hoog op de agenda plaatst. Als er iets is wat over kerkgrenzen heen samenbrengt, dan wel het gezamenlijk terugvinden van missionaire passie. De Missiebrief heeft gelijk: ‘De oecumene van de 21 ste eeuw vraagt om christenen die in bewogen worden én in beweging komen door hetzelfde Evangelie en daarvan getuigenis willen afleggen aan de wereld.'