| Uit: Centraal Weekblad, door drs. Wout van Laar | |
Missiologie moet meer uitdagen
|
Buiten het Westen groeit en bloeit het christendom als nooit tevoren. In het Westen vanwaar dat evangelie werd gebracht, past die ontwikkeling niet in politiek correcte schema's. Zo zegt Pieter Holtrop in zijn afscheidsoratie aan de Theologische Universiteit in Kampen: "De zendingswetenschap zal afstand moeten doen van heel wat uit haar attributenkastje uit het koloniale tijdperk, van die zendingsdrang en het uitdragen van een boodschap."
Wout van Laar reageert: deze westerse missiologie moet bevrijd worden uit de omstrengeling van een geseculariseerde cultuur. De zendingswetenschap mag zich niet laten ringeloren door onze samenleving, die zich geen raad weet met de snelle groei van religie en christelijk geloof.
Met interesse las ik de afscheidsrede van dr. Pieter Holtrop. Hij zegt verhelderende dingen over de relatie tussen kolonisering en zending en over de verhouding tussen de brengers en de ontvangers van de christelijke boodschap. De relatie tussen zendeling en potentiële bekeerling was ingewikkelder dan een simpel eenrichtingsverkeer. De zending was onlosmakelijk deel van het koloniale systeem. Toch waren gekoloniseerde volken geen willoos slachtoffer van imperialistische machten. Zendelingen en inheemse bevolking waren van elkaar afhankelijk en hadden elkaar in de houdgreep. Zo droeg de zending bij aan een nieuwe cultuur, zij het niet zonder vaak heftige culturele, religieuze, sociale en politieke gevechten, aldus Holtrop.
Deze inzichten waren al eerder bij anderen te lezen. Wat Pieter Holtrop vertelt over de Tswana in Zuid-Afrika doet denken aan wat Bas Plaisier beschreef in zijn proefschrift (1993) over de relatie van cultuur en evangelie in Toraja (Indonesië). Plaisier laat ook de Toraja's zelf uitvoerig aan het woord. Hij concludeert: de zendelingen hebben het evangelie in handen gegeven van de Toraja's en het Woord ging zijn eigen oncontroleerbare weg.
Wereldorde
Het is bij de conclusie van de lezing dat ik verzet voel opkomen. Holtrop stelt dat de wereld 'zucht onder de Amerikaanse droom van de vrijheid en onder de opmars van het Evangelical evangelie dat als een heraut van deze idealen door de wereld gaat en als een kampioen voor de geestelijke verovering van de wereld'. Missiologie zal, zeker nu wij hebben leren zien vanuit de optiek van de underdog, kritisch moeten kijken naar die droom van de nieuwe wereldorde (Empire) en daarbij afstand moeten doen van 'missioneringdrang en het uitdragen van een boodschap'. 'De oecumenische dromen over een wereldwijde gemeenschap zijn wel aardig, maar niet zolang het nieuwe koloniale machten zijn die de voorwaarden van de droom vaststellen, want dan kan er geen gemeenschap zijn.' Aldus Holtrop.
Waar ik grote moeite mee heb is de terloopse en zurige veroordeling van 'het Evangelical evangelie' als kampioen van de Amerikaanse droom waaronder de wereld zucht, evenals de ongenuanceerde manier waarop 'zendingsdrang' als kolonialistisch residu wordt gehekeld. De mondiale waarneming van de scheidende hoogleraar is hier wel erg beperkt.
Tegelijk met de rede van Holtrop kreeg ik een boek onder ogen dat ingaat op dezelfde vragen. Maar dan vanuit het oogpunt van de 'ontvanger', vanuit Afrikaans perspectief. Lamin Sanneh (Gambia), hoogleraar in de geschiedenis van zending en wereldchristendom, schreef Whose Religion is Christianity? The Gospel beyond the West (Waar is het christendom thuis? Het Evangelie het Westen voorbij), Eerdmans 2003.
De benadering en toon van deze Afrikaanse kerkhistoricus is totaal anders. Vertrekpunt in dit prachtige boekje is dat het christendom vandaag zijn meest vitale uitdrukking vindt in de niet-westerse wereld. Sanneh geeft een analyse van de stormachtige groei van het christendom en hij geeft aan wat de implicaties zijn. Er ontwikkelt zich een 'post-christelijk Westen', met als keerzijde een 'post-westers christendom'. Tegelijk met de teruggang in het Westen doet zich een mondiale opleving van het christendom voor buiten de westerse organisatiestructuren om, doorgaans zonder academische erkenning.
Positieve berichtgeving over het christendom en zending past niet in het politiek correcte beeld. De westerse intellectueel denkt immers tolerant en inclusief. En zending staat voor intolerantie en opdringerige exclusiviteit. Ook christelijke wetenschappers en missiologen uiten zich met scepsis en in negatieve termen over de ongekende groei, of menen er gewoon aan voorbij te kunnen gaan. Daarachter bespeurt Sanneh een westers schuldcomplex over het koloniale verleden, dat verhindert het ware gezicht van het wereldchristendom te zien. Hij vindt dat dit nu eens over moet zijn.
Kruistochtmentaliteit
Lamin Sanneh is bepaald niet blind voor de kwalijke effecten van de invloedrijke 'theologie van de voorspoed', die de consumptiecultuur legitimeert. Ook hij is beducht voor een christendom dat in feite de voortzetting is van oude koloniale structuren. Dat type geloof wordt gedreven vanuit de witte 'evangelical' wereld van de Verenigde Staten. In zijn kruistochtmentaliteit dient het in veel gevallen getrouw zijn belangen. Sanneh vat dat christendom samen onder de noemer Global Christianity. Het loopt in grote lijnen parallel met de economische globalisering en is er de godsdienstige uitdrukking van. Maar het zou fout zijn zich daarop blind te staren.
De aandacht van Sanneh gaat uit naar wat hij noemt: World Christianity. En dat is een ander verhaal. Daarin staat de inheemse ontdekking van christelijk geloof voorop, in plaats van de christelijke ontdekking van inheemse culturen. Bijbelvertaling in honderden lokale talen heeft koloniale structuren opengebroken en geleid tot vernieuwing en bewaring van lokale culturen.
Het evangelie heeft verrassend wortel geschoten in samenlevingen die niet door de Verlichting zijn gestempeld; uitgerekend op plekken waar de ongeletterden en underdogs (over)leven. Zij hebben het meest te lijden onder de effecten van de Amerikaanse droom; maar zij weigeren zich bij de doem van de globalisering neer te leggen. Hun onafhankelijke geloofsgemeenschappen aan de onderkant van het 'Empire' zouden wel eens het meest effectieve antwoord kunnen zijn op een globalisering die alle culturele identiteiten vervlakt tot een uniformiteit, opgelegd door dominante politieke, economische en sociale krachten.
Zij vertegenwoordigen een pluraliteit van culturen. In die pluraliteit ziet Sanneh al iets van een nieuwe humaniteit aan het licht komen, die niet door ras, sociale klasse, politieke positie of economische macht bepaald wordt, maar door de erkenning van Jezus Christus als Heer. Door hem aangeraakt dragen mensen een boodschap van hoop; zij delen het goede nieuws met vreugde en wervend met hun omgeving. Deze christenen vervullen niet de Droom van Bevrijding of de Conservatieve Droom, maar gaan ieder een eigen weg in het oplossen van hun eigen problemen.
Volwaardig
Voor de zendingstheologie valt daar heel wat inspiratie op te doen. Dat is wat Lamin Sanneh wil overbrengen: als jullie westerse christenen weigeren je te laten meenemen door deze nieuwe ontwikkelingen in de geschiedenis van het christendom, worden jullie de verliezers.
Is het gewaagd om na lezing van Holtrops lezing -een beetje generaliserend- te stellen dat deze vorm van westerse missiologie bevrijding nodig heeft uit de omstrengeling van een geseculariseerde cultuur? Tegen de trendy cultuur in die geen raad weet met de onverwachte opkomst van religie en christelijk geloof, zou de missiologie meer moeten uitdagen. De kerken blijken nog niet bij machte om in te spelen op de nieuwe verhoudingen. Zij hebben zich te zeer geconformeerd aan de schema's van deze wereld. Vanuit de wereldkerk worden wij bevraagd op onze levensstijl, breder nog: op de vooronderstellingen van de Verlichting. Wij worden uitgedaagd om de ontmoeting met hen die van de moderniteit zijn buitengesloten niet uit de weg te gaan. We zouden in die ontmoeting wel eens nieuwe ervaring van God op kunnen doen. Houdt de Geest van Christus zich niet bij voorkeur op in de marges? Kan wat daar bezig is te groeien misschien van betekenis zijn voor onze gemeenschappelijke toekomst?
Een ware testcase vormen de migrantenkerken. In hun groeiende missionaire aanwezigheid onder ons weerspiegelen zij de mondiale kerk van de toekomst. Straks zullen de kerken in Europa grotendeels bestaan uit christenen uit het zuidelijk halfrond. Hoe lang houden wij het vol van hen te vragen dat zij eerst hun 'conservatieve' theologie en 'zendingsdrang' moeten afleggen om vervolgens op 'progressief' niveau te worden bijgespijkerd, alvorens wij bereid zijn hen zoals zij zich presenteren als volwaardige partner te ontmoeten om hen ruimte te geven binnen de ene zending van God?