Uit: Zending Nú, september 2007, door drs. Wout van Laar

Klimaatverandering in de wereldkerk
Migrantenkerken als voorposten van het nieuwe Christendom

 

Met de film ‘An Inconveniant Truth' (een ongemakkelijke waarheid) heeft Al Gore heel wat losgemaakt. Ineens worden mensen en volken zich bewust van de wereldwijde klimaatverandering met zijn ingrijpende gevolgen voor alles wat leeft. In de christelijke kerk wereldwijd is zich ook een ‘klimaatverandering' aan het voltrekken. Het lijkt erop dat veel christenen zich dit niet realiseren. Het kerkelijk bedrijf draait door volgens de oude schema's, alsof er niets veranderd is.

 

De wind is gedraaid en waait krachtig vanuit het zuiden. Terwijl in het Noorden de traditionele kerken vaak worstelen om te overleven, zijn in het Zuiden veel nieuwere kerken explosief gegroeid. Het zwaartepunt van het wereldchristendom heeft zich definitief verplaatst van het Noordelijk naar het Zuidelijk halfrond. De kerk van de 21 ste eeuw is die van Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Er vinden ingrijpende verschuivingen plaats binnen de christenheid die een appèl doen op de ‘historische' kerken van Europa. Met vreugde mag worden erkend: Christus, die zo lang is geassocieerd met Europa en Noord-Amerika wordt vandaag kenbaar als de Christus van de hele wereld.

 

Wereldstad Rotterdam

 

Vroeger vertrokken zendelingen via de Rotterdamse haven naar verre en vreemde streken. Die tijden zijn voorbij. Op de plek waar zij scheep gingen, wonen nu de vreemdelingen zelf. Vandaag komen uit diezelfde verre landen evangelisten deze kant op. En met hen arriveren duizenden anderen, in de hoop op een nieuwe toekomst. Op plekken waar dertig jaar geleden de christelijke presentie vrijwel was verdwenen, is het christendom terug. Zo telt Rotterdam zeker 95 migrantenkerken, afkomstig uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Veel van die kerken zijn krachtig missionair aanwezig. Verspreid over Nederland zijn er honderden migrantenkerken en 800.000 migrantenchristenen.

Deze werkelijkheid biedt de kerken van het Westen unieke kansen om de wereldkerk op eigen bodem te ontmoeten.

 

De oude Europese kerken zien zich geconfronteerd met nieuwe gezichten van christendom om de hoek van hun eigen kerkgebouwen. Zij worden uitgedaagd door tot nu toe onbekende uitdrukkingen van christelijk geloof, vanuit de hele wereld. Ongewone Afrikaanse, Braziliaanse en Chinese vormen van christendom geven kleur aan multi-etnische steden als Rotterdam, Madrid en Londen. Op een doorsnee zondag kom je meer niet-westerse christenen tegen op weg naar een van hun plaatsen van samenkomst dan christenen van gevestigde denominaties onderweg naar hun kerkgebouwen.

 

Dit beeld van Rotterdam staat niet op zichzelf. De veelheid van migrantenkerken in onze Europese steden weerspiegelt de sterk veranderende situatie op mondiale schaal. Kerken en zendingsorganisaties zijn zich te weinig bewust dat het christendom opnieuw een niet-westerse religie is. In korte tijd zouden Europese christenen niet meer dan een fragment kunnen zijn van een niet-westerse meerderheid, waarin charismatische en pinksterchristenen de boventoon voeren. Van elke vier christenen op aarde is er telkens één een pinksterchristen. Wij zijn getuige van een snelle ‘pentecostalisering' van de christenheid, die grote gevolgen heeft voor het karakter van de toekomstige wereldkerk. In de veelkleurige aanwezigheid van migrantenkerken hebben wij niet te doen met exotische resten uit de oude ‘zendingsdoos', maar zien wij ons geconfronteerd met voorposten van het christendom van de toekomst.

 

Zending vanuit de marges

 

Door deze verschuivingen is het raamwerk waarbinnen ‘zending' plaatsvindt compleet is veranderd. Het traditionele model veronderstelde de beweging van noord naar zuid, van rijk naar arm, van de centra van de macht naar de periferie, van boven naar beneden. De ‘zendeling' vertegenwoordigt de rijke wereld en draagt een bundel met geld en projecten mee.

 

Vandaag gebeurt het omgekeerde: de hoofdstroom van de missionaire beweging gaat van zuid naar noord en van zuid naar zuid, van de arme naar de rijke wereld, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. Het is voornamelijk door de enorme migratiestromen over de wereld dat het evangelie wordt verspreid. Doorgaans gebeurt dit spontaan, ongecontroleerd en buiten onze organisatiestructuren om. We kunnen denken aan de missionaire aanwezigheid van migrantenkerken in West-Europa. Maar ook ziet Europa zich geconfronteerd met tal van zendingsinitiatieven uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. In de marges van de wereld en vanuit een context van armoede ontstaan ons onbekende vormen van zending en getuigenis.

 

Ook in Europese steden worden vitale vormen van ‘zending' en ‘kerkplanting' voornamelijk zichtbaar vanuit de marges. In de periferie van onze steden in hun etnische verscheidenheid ontwikkelen zich nieuwe vormen van christendom, die, vroeg of laat, wat over is van het ‘oude' christendom van nieuwe impulsen voorzien. Zo fungeert de stad opnieuw als een broedplaats voor spirituele en sociale vernieuwing.

 

De ‘historische' kerken lijken niet er echt klaar voor om creatief in te spelen op de nieuwe verhoudingen binnen de wereldkerk. Zendingsorganisaties vertonen de neiging om de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen te ontkennen. Willen wij als kerken en missionaire organisaties op de toekomst voorbereid zijn, dan zullen wij het oude zendingsbeeld achter ons moeten laten ten gunste van een nieuw missionair model.

 

Nieuw zendingstijdperk

 

Met ons verstand weten wij dat het Westen niet langer de toon aangeeft en de kerken van het Zuiden hun eigen weg gaan. Het probleem is dat wij in diepere lagen van onze ziel deze omslag nog lang niet hebben meegemaakt. Velen kunnen zich bij ‘zending' alleen maar voorstellingen maken volgens het oude zendingsbeeld. Dat geldt zowel voor gelovigen die zich nog enthousiast bewegen binnen traditionele vormen van zending, als hen die zich krachtig afzetten tegen ‘zending' door die activiteit steevast te vereenzelvigen met ‘zieltjes winnen' en het opleggen van het eigen westerse gelijk.

 

De moderne zendingsbeweging is een specifiek product uit het tijdperk van de expansie van Europa. Binnen dat raamwerk heeft zij veel betekend, maar haar tijd is voorbij. Niet dat de moderne zendingsbeweging van geen enkele betekenis meer is. Er zijn situaties waar zij nog steeds het meest effectief blijkt, waar zij misschien zelfs het enige middel is dat voorhanden is om getuigenis te geven van Christus. Maar de voorwaarden die de beweging voortbrachten zijn gewijzigd en de Heer van de geschiedenis heeft daar zijn hand in. De kerk zelf is onherkenbaar veranderd door alles wat de zendingsbeweging heeft losgemaakt.

 

Het verleden van de zending verdient een genuanceerde benadering. De praktijk had steeds zowel verdrukkende, als ook bevrijdende kanten. Historisch gezien was zending in vorige eeuwen niet anders te zien dan verstrengeld met kolonialisme en imperialisme. Maar niet minder waar is dat de zending zich vaak heeft gekeerd tegen de koloniale structuren. Afrikaanse theologen worden niet moe te benadrukken dat de zending niet zelden een tegenbeweging is geweest, die het koloniale systeem van binnenuit heeft opengebroken. Zo heeft de zending, onder meer via bijbelvertaling, in veel situaties eerder bijgedragen aan de bewaring van lokale culturen, dan aan de verwoesting daarvan.

 

Christenen uit het Zuiden roepen ons op om naast hen te staan in de verkondiging van het evangelie en in de inzet voor een rechtvaardiger wereld. Het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan met het oog op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst. Ook vandaag hebben mensen er recht op om het evangelie te horen. Wij mogen ons openstellen voor de dynamiek van de missionaire beweging vandaag, zoals die zuid-zuid en zuid-noord gaat. De missionaire beweging wordt qua vitaliteit gedragen door de kerken van het Zuiden. Slagen de oude instituties van zending er niet in snel op de ontwikkelingen in te spelen, dan worden zij irrelevant. De bedding van de zendingsbeweging heeft zich verlegd. En het werk van de Geest zal zich via andere netwerken voortzetten in nieuwe en ongedachte patronen van interkerkelijke samenwerking.

 

De oecumenische beweging heeft zich nogal eens afgezet tegen de koloniale erfenis van de zending. Zelf is zij echter niet minder verstrengeld met het westerse denken dat weinig ruimte laat voor de ‘ander'. Organisatie en theologie ademen het eenkennige vooruitgangsgeloof van de Verlichting. Aan niet-westerse vormen van christendom weet de oecumene niet echt plaats te geven. Hoe kan het tot een vruchtbare ontmoeting komen tussen westerse organisaties met hun documenten, programma's en bureaus, en kerken die nauwelijks door de Verlichting zijn heengegaan? Nodig is het geloofsgesprek waarin wij elkaar over en weer niet alleen van hoofd tot hoofd, maar vooral ook van hart tot hart leren kennen. Viering en lofprijzing zijn daarbij van cruciaal belang. De relatie met migrantenkerken kan dan ook nooit worden gedefinieerd in diaconale termen. Alleen relaties vanuit het besef samen gelijkwaardige leden van het ene lichaam van Christus te zijn, kunnen leiden tot vruchtbare samenwerking in Gods zending.

 

De wereldkerk doet zich kennen als een multiculturele werkelijkheid met een ongekende rijkdom aan oude en nieuwe tradities die eraan kunnen bijdragen dat Europa zijn ziel terugvindt. Interculturele ontmoetingen met medechristenen overal vandaan zijn inspirerend en krijgen soms iets van een voorsmaak van wat de apostel Johannes op het eiland Patmos gezien heeft aangaande de toekomst: ‘een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal', die God prijst en één is in aanbidding (Openb. 7: 9).

 

De vreemdeling

 

Multicultureel kerk zijn houdt veel meer in dan een beetje kleur en folklore brengen in onze traditionele diensten. Het houdt radicale veranderingen in van de manier waarop wij onszelf verstaan en de manier waarop wij onze zaken doen. Vereist is een verandering in mentaliteit ten opzichte van de ‘vreemdeling' en wat God ons door zijn aanwezigheid te zeggen heeft. Het vreemde te willen begrijpen, daar gaat het om. In een klimaat van vreemdelingenvijandigheid mogen de kerken de noties ‘gastvrijheid' en ‘vreemdeling zijn' herontdekken in hun oorspronkelijke diepte. In het hooghouden van gastvrijheid jegens de vreemdeling ligt de uiteindelijke maatstaf om te beoordelen of een samenleving rechtvaardig is of niet. Ligt hier juist vandaag niet één van de kerntaken van de kerk: ruimte te maken voor wie een ander lied zingt, voor wie niet mijn taal spreekt, die een andere huidskleur heeft dan ik gewend ben? Zou een dergelijke inzet niet vol belofte zijn voor kerk en samenleving? Niet zelden vindt via gastvrij onthaal van vreemdelingen openbaring plaats: het bijbelverhaal van Abraham en zijn drie gasten leert dat wij in vastgelopen situaties waarin menselijke mogelijkheden zijn uitgeput, mogen leren kijken vanuit het perspectief van de hoop. ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn?'(Gen. 18:14). Ook voor die twee op weg naar Emmaüs valt de toekomst open als zij een ‘vreemdeling' nodigen aan hun tafel. Deze blijkt tot hun verrassing Jezus zelf te zijn.

 

Laten wij de gevarieerdheid van de ‘buitenlandse' kerken in hun vitaliteit zien als een bijzondere gave van God aan een geseculariseerde wereld, die hunkert naar nieuwe zingeving en hoop. De spirituele ziekten en de crisis die het rijke Noorden kenmerken zouden misschien wel eens genezing kunnen vinden als de stemmen van de niet-westerse wereld werkelijk zouden worden gehoord en verstaan.

 

Men schat –doorgaans gebaseerd op de gegevens uit David Barretts World Christian Encyclopedia - dat er thans omstreeks twee miljard christenen zijn. Dat is een derde van de wereldbevolking. Van die christenen wonen er 480 miljoen in Latijns-Amerika, 360 miljoen in Afrika, 313 miljoen in Azië, 480 miljoen in Europa en 260 miljoen in Noord-Amerika. Op grond van de huidige demografische verwachtingen schat men dat er over twintig jaar op de in totaal 2,6 miljard christenen 633 miljoen in Afrika zullen leven, 640 miljoen in Latijns-Amerika en 460 miljoen in Azië. Dat is beduidend meer dan de helft van de christenheid.