| Notitie NZR bijeenkomst van 17 mei 2006 door Drs. Wout van Laar | |
Nieuw paradigma: | |
Inleiding
Onlangs werd in een NZR-bijdrage in een overzicht een aantal verschuivingen opgesomd binnen de wereldkerk. Het ging om mondiale trends die ingrijpende gevolgen hebben voor de uitvoering van de missionaire opdracht in zes continenten (Wout van Laar, Protestant Missions: World-wide Trends , NZR/153/05, www.zendingsraad.nl ). Daarin werd terloops gerefereerd aan de toekomstige rol van de zendingsarbeider: behoren de traditionele modellen van ‘zendeling' en ‘zendingswerker' in veel gevallen niet tot een voorbije periode? Lopen zendingsorganisaties niet gevaar te blijven uitgaan van een verouderd zendingsbeeld? Wordt het geen tijd om ruimte te geven aan nieuwe relatiepatronen en vormen van (uit)zending, die recht doen aan de gewijzigde mondiale context?
Naar aanleiding van deze bijdrage rees de vraag om in een bijeenkomst van de Raad meer expliciet op deze thematiek in te gaan. De komende bijeenkomst zal daaraan nu gewijd zijn. Deze notitie dient als een korte introductie. Eerst worden de vier in bovengenoemde bijdrage in herinnering geroepen. Zij duiden op de paradigmawisseling tegen welke achtergrond de discussie over de betekenis en de rol van de zendingsarbeider wordt gevoerd. Daarna volgt de opsomming van een aantal feiten en aandachtspunten met betrekking tot het thema die voor de discussie wellicht van belang zijn.
Vier mondiale trends
1. Met het ingaan van de 21 ste eeuw heeft het zwaartepunt van het christendom zich definitief verplaatst van het Noorden naar het Zuiden. Bijna tweederde van de christenen leeft in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Vooral de pinksterkerken zijn in die gebieden explosief gegroeid. Een op de vier christenen is vandaag een pinkstergelovige. Er doen zich twee ontwikkelingen tegelijkertijd voor: er ontstaat een post christelijk Westen, met als keerzijde een post westers christendom.
2. Als de ontwikkeling doorzet, zal het christendom van het Noorden spoedig een kleine minderheid zijn die slechts een marginale rol speelt binnen een niet-westerse wereldkerk, waar charismatische en pinksterchristenen de boventoon voeren. Het hart van de Anglicaanse gemeenschap heeft zich inmiddels verlegd naar Afrika; de Nigeriaanse kerk alleen al telt een kwart van alle Anglicanen wereldwijd. De doorsnee christen zal een plattelandsvrouw zijn in zwart Afrika, of een puber uit een van de gigantische megaslums waar straks de helft van de wereldbevolking woont.
De meerderheid van de christenen leeft wereldwijd als minderheidsgroepen in pluralistische samenlevingen, waar andere religies en ideologieën domineren
.
3. Steeds meer christenen uit het Zuiden komen naar ons werelddeel.
Gaandeweg zal het christendom van Europa sterker gekleurd zijn door de migrantenkerken. Nu al tref je in steden als Londen en Amsterdam op een gewone zondag meer allochtone kerkgangers op weg naar hun samenkomsten dan leden van gevestigde kerken. In de verwarrende veelheid van migrantenkerken weerspiegelen zich de gewijzigde verhoudingen op wereldschaal. Anders dan velen aannemen zijn deze kerken geen exotische resten uit de oude zendingsdoos, maar voorposten van het christendom van de toekomst.
4. De kerken van het Zuiden reproduceren niet langer wat het wordt voorgezegd door de kerken van het Noorden. Zij laten zich niet meer drukken in de hen vreemde schema's van ‘ecumenicals' en ‘evangelicals'. De Europese manier van geloven is niet langer de norm. ”Staan wij open voor zending uit onverwachte hoek? Zullen wij luisteren naar broeders en zusters die de Heilige Geest hebben ontvangen, maar niet zijn bekeerd door Europese en Amerikaanse zendelingen?” (Sam Kobia, Wereldraad).
Overwegingen en vragen bij de toekomstige rol van de zendingsarbeider
a.Bij alle veranderingen is er de onverminderde noodzaak tot ‘deelname aan de onvoltooide taak van de wereldzending' (J. Verkuyl). De urgente aandacht voor zending in Nederland mag niet leiden tot verwaarlozing van de missionaire roeping elders. Training en uitzending van mensen naar elders blijven ook in de 21 ste eeuw een heel belangrijk middel in de uitvoering van de missionaire opdracht, zij het in nieuwe en creatieve vormen die beantwoorden aan de gewijzigde verhoudingen.
b. We beginnen ons te realiseren dat het tijdperk van de moderne zendingsbeweging voorbij is en dat de traditionele modellen van ‘zendeling' en ‘zendingswerker' verouderd zijn. In het oude beeld ging zending van noord naar zuid, van rijk naar arm, vanuit de centra van de macht naar de marges, van boven naar beneden. De zendeling is nauw verweven met dit beeld en vertegenwoordigde de rijke wereld. Hij of zij droeg een buidel met geld en projecten mee en was in de ogen van de ontvangers verbonden met vooruitgang en techniek.
Vandaag zien we het omgekeerde gebeuren: de beweging gaat vooral van Zuid naar Noord, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. De kerken van het Zuiden hebben doorgaans wel de missionaire visie en drive, maar het ontbreekt hen aan middelen en geld. Daardoor is het voor hen heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om mensen uit te zenden naar traditioneel Westers model.
c. Toch vindt het Woord vanuit het Zuiden zijn weg. Migratiestromen die over de wereld gaan en de mobiliteit van de wereldsamenleving dragen het goede nieuws verder tot op de meest onverwachte plaatsen en momenten. De verspreiding van het christelijk geloof vindt vandaag vooral plaats buiten Westerse organisatiestructuren om, niet planmatig en oncontroleerbaar, overal waar de Geest mannen, vrouwen en kinderen als getuigen van Jezus brengt. Dat herinnert aan de vroege kerk. Petrus spreekt tot de verlamde bij de tempel: “Zilver of goud heb ik niet, maar wat heb geef ik u”. Het is dankzij het spontane getuigenis van berooide asielzoekers, dat de boodschap van de Gekruisigde Heer grenzen doorbreekt en het heidense Antiochië bereikt (Hand. 11). Zending en menselijke zwakheid en kwetsbaarheid gaan vaak samen.
d. De verschuiving van het centrum van het wereldchristendom naar het Zuiden betekent dat kerken en christelijke organisaties in het Noorden niet langer de donoren van kerken in het Zuiden zijn, maar gelijkwaardige partners. Dit heeft consequenties voor de manier van interactie en de structuren waarmee deze partnerrelaties vorm gegeven worden en voor de structuren van de huidige oecumenische organisaties. Het betekent ook dat zendelingen anno 2006, die niet langer alleen van Noord naar Zuid, maar ook van Zuid naar Noord en van Zuid naar Zuid gaan, een andere rol gaan vervullen. Welke trekken vertoont de ‘zendeling' van de 21 ste eeuw? Is die hulpverlener en specialist, of meer verkenner en ambassadeur? Wat bedoelen we met ‘fraternal worker'? Welke rol speelt het geld bij uitzending en ‘in-zending'?
e. De huidige visie en werkvormen zijn onvoldoende berekend op de nieuwe verhoudingen. Vaak blijven kerken en zendingsorganisaties om allerlei redenen nog uitgaan van een verouderd zendingsbeeld, waarbij de eigen rol wordt overschat. Daardoor weten zij niet echt in te spelen op de werkelijke uitdagingen en lopen zij kans onbedoeld ontrouw te worden aan de onveranderde opdracht. Het wordt tijd om serieus ruimte te geven aan nieuwe vormen van zending, waarbij wij minder ‘zendeling-middelpuntig' denken. Daarbij moet worden bedacht: de lokale gemeente –hier maar ook elders in de wereld- is de draagster van de zending. Het ‘zendingsveld' is overal; overal is ook de ‘uitvalsbasis'van de zending. Er is vandaag vrijwel geen land ter wereld, of er is wel een gestalte van de gemeente van Christus.
f. Realiseren wij ons voldoende hoe de partnerkerken elders tegen ons aankijken? Regelmatig zijn er signalen dat er bij hen zorg is over de vraag of kerken en missionaire organisaties in het Noorden nog wel echt geïnteresseerd zijn in kerkelijke relaties ten dienste van de vervulling van de missionaire opdracht, of dat de wezenlijke interesse om allerlei redenen verflauwt en er wordt toegegeven aan de cultuur van management en beheersing die naar de geest des tijds duurzame relaties reduceert tot kortademige programma's en projecten. Telkens opnieuw ervaren zij neopaternalistische trekken in het beleid van de partners en donoren. “Meer dan om nieuwe methoden en middelen die ons helpen om het Evangelie in de Latijns-Amerikaanse context te communiceren zijn wij verlegen een nieuwe stijl van missionaire aanwezigheid op dit moment in de geschiedenis.” (Samuel Escobar).
g. Vraagt het feit dat de Westerse samenleving als ‘zendingsterrein' moet worden gezien om een eigen type ‘zendeling' voor de eigen context? Welke capaciteiten en welke training zijn daartoe vereist? Hoe reageren wij op de toenemende zendingsactiviteiten vanuit het Zuiden die zich richten op Nederland en Europa? Welke mogelijkheden zien wij voor interculturele samenwerking, waarbij niet alleen de ongevraagde aanwezigheid van Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse zendelingen wordt serieus genomen maar ook in de werving en uitzending van personeel (voor daar en hier) coöperatie wordt gezocht met migrantenkerken?
h. Denken wij bij uitzendingen in termen van lange of (meer trendy) korte termijn? Maar ook: hoe spelen wij creatief en wijs in op de trend dat lokale gemeenten hun eigen gang gaan en zich weinig aantrekken van bovenplaatselijke verbanden en afspraken? Hoe gaan wij om met het feit dat iedere vakantieganger en reiziger zijn of haar eigen projectje elders start, inclusief als het even kan een eigen man of vrouw ter plekke?
Het plenaire gesprek
Aan de leden van de raad wordt gevraagd om antwoord te geven op de vraag hoe zij in beleid en praktijk in hun organisatie de genoemde veranderingen beleven en hoe zij daarop inspelen ten aanzien van rekrutering, training, uitzending en begeleiding (membercare). Wat hebt u de afgelopen decennia zien veranderen?Welke hindernissen ziet u om tot vernieuwend beleid te komen en vooral ook: welke visie hebt u ten aanzien van de betekenis en de rol van de ‘zendingsarbeider' en welke perspectieven ziet u voor de toekomst?
Aan een drietal personen is gevraagd om een aanzet te geven voor het plenaire gesprek in de Raad door, ieder vanuit zijn eigen perspectief, in een korte bijdrage op de notitie en deze vragen te reageren: dhr. Cees Verharen (EZA), drs. Aart Verburg (HKI) en rev. Salomon Campbell, algemeen secretaris Baptisten Unie van Sierra Leone.
Wout van Laar, ‘Nieuw paradigma: De veranderende rol van de zendingsarbeider,' notitie voor de NZR bijeenkomst van 17 mei 2006