| Uit Woord en Dienst, door Drs. Wout van Laar | |
Post-missionair tijdperk?? | |
Het lijkt ongerijmd. Terwijl er westerse zendingswetenschappers zijn die onze tijd aanduiden als een "post-missionair tijdperk", is eenvoudig vast te stellen dat er wereldwijd nog nooit zoveel zendingsactiviteit is geweest als in onze dagen. De rijke kerken van het Noorden weten vaak geen raad meer met 'zending' en lijken alleen maar te kunnen denken in termen van crisis en achteruitgang; intussen nemen de arme kerken van het Zuiden explosief in getal en kracht toe. Wat is er aan de hand? Hoe komt het dat er zo verschillend tegen 'zending' wordt aangekeken? Wout van Laar geeft zijn reactie.
Werner Pieterse viert in het Zeeuws aandoende kerkje met zijn hardhouten banken en hoge preekstoel in Kameroen het eeuwfeest van de Presbyteriaanse Kerk. Het kerkje getuigt van een tijd, dat zending nog een vanzelfsprekende en duidelijk omschreven taak van de Europese kerken was. Pieterse constateert terecht dat het begrip 'zending' velen archaïsch in de oren klinkt en tast naar nieuwe wegen(W&D 2003,1).
Voor velen in en buiten de kerk staat zending gelijk met kolonialisme, arrogantie en zieltjes winnen. Dat geeft veel onzekerheid en schaamte ten aanzien van de uitvoering van de missionaire opdracht. Europa kenmerkt zich door verlies van vertrouwen in het Evangelie. Kerken leiden een in zichzelf gekeerd bestaan, nog altijd verlamd door een chronisch schuldgevoel over het verleden van oorlogen en imperialisme. Verheugend is dat 'zending' toch weer op de agenda van de oecumene staat. Tot voor kort benadrukte men vooral de problematische kanten van zending. In een klimaat waarin zending werd gebrandmerkt als proselitisme en functionarissen steeds herhaalden wat zending allemaal niet is, moest de zendingsafdeling van de Wereldraad het steeds weer opnemen voor het recht van zending. Er komen openingen voor een nieuwe visie.
Een van de grootste misverstanden van het christendom na de oorlog is te denken dat het einde van het kolonialistische tijdperk het einde van de zending betekende. Niets is minder waar. Er is sprake van een verbazingwekkende zendingsactiviteit; de wereldkerk laat met name op het Zuidelijk Halfrond een onstuimige groei zien. Voor Afrika geeft Barrett, World Christian Encyclopedia (2001), het cijfer van 8,4 miljoen toetreders per jaar! Dat zijn er 23.000 per dag. Bijna de helft van de Afrikanen is christen. Iedereen die serieus studie wil maken van het christendom, zal iets moeten weten van Afrika. Latijns-Amerika en Azië laten vergelijkbare ontwikkelingen zien. Het christendom is opnieuw een niet-westerse religie. De periode van de moderne zendingsbeweging als een vanuit het Westen aangestuurde onderneming is voorbij. Het vroegere eenrichtingsverkeer heeft definitief plaatsgemaakt voor de omgekeerde beweging: the South comes North. De kerken van het Zuiden -vooral pinksterkerken en onafhankelijke bewegingen- zullen spoedig het nieuwe gezicht van de wereldkerk zijn.
De gevolgen van deze ontwikkelingen zijn nauwelijks te overzien. Niet alleen voor de agenda van zending en oecumene. Ook de politiek zal er wijs aan doen zich niet eenzijdig te fixeren op de expansie van de islam, maar bijtijds te rekenen met de toekomstige effecten van het nieuwe christendom. Merkwaardig genoeg hoor je er de media nauwelijks over, of het moet gaan over buitenissigheden en schandalen. Religie is weer interessant. Maar het christendom wordt door de intellectuele elite nog altijd gezien als de voorbije godsdienst van Europa.
Wij staan aan het begin van een nieuw zendingstijdperk. Zending zal er anders uitzien dan wij gewend zijn. Oude modellen van zending en kerk-zijn moeten worden herzien. Naast de planmatige en op westerse leest geschoeide zending, komt vanuit het Zuiden een krachtige zendingsbeweging op. Die is nog moeilijk in kaart te brengen, maar kenmerkt zich door het niet georganiseerde en spontane getuigenis van mannen, vrouwen en kinderen, overal waar de Geest hen brengt; en vooral in de marges van de samenlevingen.
Ook wij krijgen ermee te maken. Veel mensen uit arme gebieden, die via migratiestromen hun toevlucht zoeken in het Westen in een poging te overleven, zijn christenen die het goede nieuws van Jezus Christus koesteren en uitdragen. Het herinnert ons aan de eerste generaties christenen. De uitbreiding van de kerk vond plaats via handelaars, slaven, vluchtelingen en asielzoekers. In Handelingen is beschreven, hoe het Evangelie de vertaalslag maakt van de joodse cultuurkring naar de hellenistische stad Antiochië (Hand.11). Deze overgang is niet het resultaat van de zendingsstrategie van de apostelen, maar vindt plaats dank zij het spontane optreden van gewone mensen, van wie wij de namen niet eens kennen en onder volledig onvoorziene omstandigheden. Een zware vervolging slaat de kerk uiteen en drijft haar in diaspora. Ontheemde vluchtelingen die asiel zoeken in de grote stad en die weerloos op de ontferming van anderen zijn aangewezen dragen het Evangelie Antiochië binnen. De zendelingen in de vroege kerk hadden aan goud en zilver niets te bieden (Hand.3:6). Zij brengen niets mee dan het naakte Evangelie van de Gekruisigde Heer in al zijn tegenspraak.
In de moderne zendingsbeweging ging het anders toe: de westerse zendeling draagt doorgaans een goedgevulde buidel met geld en projecten mee. In de beleving van het arme Zuiden vertegenwoordigde de zending vaak de westerse beschaving met zijn macht en technische vooruitgang. Het model van de beroepszendeling, die werd uitgezonden tot de heidenen overzee is een voorbijgaand product van de westerse zending. De Peruaanse evangelical Samuel Escobar pleit voor een nieuw paradigma van zending. In het verleden vonden zending en missie in Latijns-Amerika onvermijdelijk plaats op basis van militaire en economische macht. Dat moet anders. 'Het idee dat alleen welvarende en grote kerken zouden kunnen deelnemen aan de wereldzending stamt uit het constantijnse paradigma, waarin zending van bovenaf plaats vindt en vanuit de centra van de macht'. Zending vanuit de marge.
De apostel Paulus herinnert de gemeente van Korinthe eraan dat het Evangelie met name zijn kracht bewijst onder hen die naar de maatstaf van de wereld dwaas en zwak, onaanzienlijk en veracht zijn. Onder de evangelisten van de toekomst gaan de armen voorop. Dat is even wennen: zending van zuid naar noord, van beneden naar boven, van arm tot rijk.
Wat betekent de almaar groeiende kloof tussen arm en rijk voor de uitoefening van de zending? Een levensstijl die voorbij leeft aan deze werkelijkheid staat haaks op de verkondiging, waardoor het getuigenis bij voorbaat ongeloofwaardig en krachteloos is. Tijdens een recent zendingscongres bracht de Amerikaanse evangelical Mark Thomson de relatie ter sprake van de zending tot de westerse economische en politieke dominantie, waarmee het christendom in de Verenigde Staten en Europa verweven is: 'Is een kerk die zo dicht bij de centra van de macht leeft en werkt nog wel in staat tot een authentieke deelname aan de zending van het lichaam van Christus?' Kritisch zelfonderzoek is geboden.
Heeft de westerse kerk dan niets meer te zoeken in het Zuiden? Het sterk teruggelopen aantal uitzendingen lijkt dat te bevestigen. Uitzending van mensen blijft echter hard nodig, zij het onder gewijzigde condities. Dienstbaarheid staat voorop. Niet langer geldt: wie betaalt, bepaalt. Uitwisseling van personeel geeft bovendien aan dat je samen behoort tot de ene universele kerk.
Te vaak is zending echter gevangen geraakt in introverte oecumenische relaties, verknipt in projectenwerk zonder missionaire spits. Het is de vraag of de partnerrelaties soms geen doel in zichzelf zijn geworden: er is uitwisseling op allerlei terrein, maar de gemeenschappelijke deelname aan de zending staat in de gemeentecontacten steeds minder centraal. De zending zal zich weer moeten bepalen tot zijn kerntaak: het goede nieuws doorgeven aan hen die nog nooit de kans kregen met het Evangelie in aanraking te komen.
Ook Europa en Nederland zijn zendingsterrein. Mochten wij daaraan voorbijgaan, dan herinneren talrijke zendingsinitiatieven uit het Zuiden ons daar wel aan. Er bevinden zich steeds meer 'zendelingen' uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië onder ons. En vergeten wij de werfkrachtige migrantenkerken niet, healing communities in een omgeving van toenemende etnische spanningen en maatschappelijke gebrokenheid. Hoe kunnen wij samen met de onder ons aanwezige kerken uit het Zuiden zoeken naar nieuwe vormen van interculturele zending en kerkplanting? En een heel spannende vraag: hoe vinden wij met elkaar een positieve omgang met moslims? De ontmoeting van alledag aan de basis, met al zijn confronterende vragen, zal de context zijn van de missionaire benadering. Alle kans dat we, indien we bereid zijn onszelf te riskeren en ons solidariseren met de zwakken, ook zelf de bevrijdende kracht van het Evangelie aan den lijve zullen ervaren.
Wout van Laar, ‘Post-Missionair Tijdperk,' Woord en Dienst , 2002