Uit: Christelijk Weekblad, door Drs. Wout van Laar

Weer ondersteboven van de radicale Jezus

Ooit stuurden de westerse kerken hun zendelingen uit over de hele wereld, ‘tot aan de einden der aarde'. Die tijd van het superieure westerse christendom is voorbij, zegt Wout van Laar. Hoog tijd dat ze zich dat realiseren.

 

“Jullie houden je in het Westen bezig met het herschikken van de dekstoelen op de Titanic, terwijl het schip aan het zinken is.” Deze uitdagende stelling is van de Singaporese diplomaat Kishore Mahbubani. In zijn boek “De eeuw van Azië” signaleert hij een onafwendbare mondiale machtsverschuiving: het einde van het tijdperk waarin het Westen het wereldtoneel domineerde, is nabij. Turbulente tijden van ontwestersing dienen zich aan, nu de centra zich aan het verleggen zijn naar het Oosten. Mahbubani noemt China als voorbeeld. Haarscherp legt hij het onvermogen van het Westen bloot om de nieuwe realiteit te erkennen en daarop passend te reageren.

 

De overeenkomsten met de enorme verschuivingen binnen het wereldchristendom zijn frappant. De kerken van het Noorden hebben moeite om te overleven; intussen groeit het christendom in het Zuiden in aantal en qua vitaliteit gestaag. Het zwaartepunt ligt inmiddels op het Zuidelijk Halfrond. De nieuwe centra ontwikkelen zich in Afrika en Azië. Anders dan velen denken is het Afrikaanse christendom geen exotisch fenomeen in een donker deel van de wereld, maar zal het in de 21 ste eeuw het gezicht van de wereldkerk bepalen. En misschien geldt dat straks nog meer van China. Daar is de kerk als een wonder van God springlevend te voorschijn gekomen uit de verschrikkingen van de Culturele Revolutie. Volgens schattingen telt zij thans 60 miljoen leden en worden er dagelijks vele honderden toegevoegd. Wereldwijd zijn er 2 miljard christenen (1 van iedere 3 wereldburgers); er is vrijwel geen land ter wereld of er is wel ergens een christelijke gemeente te vinden. De doorsnee christen is een zwarte pinksterteenager uit de slums van Sao Paulo, een boerin van het platteland van China, of een illegale Ghanese immigrant in Amsterdam.

 

Ongeorganiseerd

 

De tijd van een zichzelf superieur wanend koloniaal christendom ligt ver achter ons. Niet langer kunnen wij ons eigen beeld van Jezus als normatief en universeel naar andere delen van de wereld exporteren. De overdracht van het evangelie vindt vooral ongeorganiseerd plaats, buiten de ons bekende structuren. Het goede nieuws verspreidt zich door oncontroleerbare migratiestromen.

 

Het nieuwe christendom valt niet te vangen in de traditionele categorieën van de westerse waarnemer. Oude labels als ‘ecumenicals' en ‘evangelicals zijn niet langer bruikbaar. Het hedendaagse christendom is oneindig veelkleuriger dan de Europese varianten. De protestante kerken van Nederland vormen maar een minieme minderheid binnen de wereldkerk; toch wekken zij de indruk hardnekkig vast te houden aan de oude verhoudingen, waarin maatgevend blijft wat uit het Westen komt.

 

Om die eenkennigheid te doorbreken is niet minder nodig dan een besef van nieuwe katholiciteit. De gemeente van Jezus Christus vertegenwoordigt binnen de kleiner wordende global village een uniek world wide web . Gezien haar aard mag van haar een tegendraadse bijdrage worden verwacht in het urgente debat over de globalisering. Het is verbazend dat je daar zo weinig over hoort.

Twee accenten zijn van belang. Ten eerste mogen wij de mondiale pluraliteit van de kerk positief omarmen. Wij moeten leren ruimte geven aan verscheidenheid. De wereldkerk is vrucht van ‘Gods wijze van globaliseren'. Zij vormt een grenzenoverschrijdende gemeenschap waarin als nooit tevoren een onschatbare rijkdom van culturen en tradities mag worden gedeeld. Ons zijn vier varianten van het evangelie toevertrouwd, als vier verschillende perspectieven op de ene Jezus. Zij laten zich niet harmoniseren. De story of Jesus die de kerk in zes continenten mag doorgeven, is nooit op formule te brengen en laat zich eindeloos articuleren.

 

Te vaak zochten wij in zendingsrelaties bevestiging van eigen gelijk, waren wij er op uit onszelf tegen te komen in onze partners overzee. De vermoeide westerse kerk zal de ‘ander' in zijn ‘anders-zijn' moeten leren verwelkomen. In de outsider kunnen wij zomaar een engel van God herbergen die de toekomst in een nieuw perspectief trekt. In die ontmoeting kan de Geest ons leiden tot een andere kijk op God, de wereld en onszelf. Juist daar waar wij de vreemdeling durven toe te laten en echt de ruimte geven, de Bijbel meelezend over zijn of haar schouder, kan ongedacht een ‘epifanische' ruimte ontstaan. Zo kan er verrassend licht vallen op Christus, ook in de politieke actualiteit. Als wij in relatie tot de onder ons wonende migrantenchristenen en –moslims de maskers zullen afleggen en kwetsbaar durven zijn, kan onthulling van hem die verborgen aanwezig is niet ver zijn.

 

Ervaring

 

Ten tweede: wie ‘christen' zegt, zegt ‘Christus'. In de ontmoeting met de wereldkerk zullen wij samen toegroeien naar Christus, het Hoofd. Opmerkelijk is dat veel migrantenchristenen, anders dan veel westerse christenen niet zozeer de nadruk leggen op de culturele verschillen, maar veeleer de culturen overstijgende eenheid in Christus als Heer vieren.

 

De westerse onderzoeker komt doorgaans niet verder dan de Jezus van de bibliotheken. Juist op de meest kwetsbare plekken van de wereld is Jezus levende werkelijkheid. De verhalen over Jezus die de zonden vergeeft en geneest, die demonen uitwerpt, outcasts terugplaatst in de gemeenschap, hoort men daar niet alleen; men kent die als deel van de eigen ervaring.

Nederlandse christenen hebben vaak moeite om enthousiasmerend aan hun niet-gelovige buurman, of zelfs aan de eigen kinderen over te brengen wat het voor hen inhoudt te behoren tot de wereldwijde Jezusbeweging. Het beeld van Jezus is verbleekt en verkruimeld. Is Jezus misschien zo helemaal ‘thuisgeraakt' in Europa dat hij is gedomesticeerd? Hoe kunnen wij weer uitkomen bij de oorspronkelijke verbazing, ondersteboven raken van het unieke geheim van de radicale Jezus?

 

Kennisname van de praktijk van de navolging in het Zuiden zou kunnen leiden tot een herwaardering van de eeuwenoude schat van de kerk. Misschien zullen wij nog eens erkennen dat zaken die wij als kinderen van de Verlichting meenden allang achter ons te hebben gelaten, bij nader inzien behoren tot ‘wat overal, altijd en door allen geleerd is'. In het perspectief van de nieuwe aarde waar de volken hun schatten zullen indragen, is er niet alleen de onherleidbare pluraliteit van ervaringen en tradities. Er is ook de in Christus gegeven gemeenschap ( koinonia ) als principiële eenheid van de ene katholieke kerk. Binnen het ene lichaam vormt de kerk in het Westen een bescheiden maar niet onbelangrijke minderheid.

 

Wout van Laar, ‘Weer ondersteboven van de radicale Jezus,' Christelijk Weekblad , 6 februari 2009