Uit: Centraal weekblad, door Drs. Wout van Laar

Wennen aan een klimaatverandering in de wereldkerk:
Multicultureel getuigen in Europa

Terwijl de traditionele kerken in Europa worstelen om te overleven, groeien en bloeien over de hele wereld, en ook in Europa allerlei nieuwe christelijke (pinkster)geloofsgemeenschappen en kerken. Hoog tijd dat de ‘historische kerken' deze inconvenient truth tot zich door laten dringen en verder kijken dan hun eigen traditionele geloofsvorm, vindt Wout van Laar.

 

De islamoloog Kenneth Cragg scheef al veertig jaar geleden: ‘Het christendom moet bereid zijn om te sterven aan de gedachte dat de westerse vorm alleenrecht zou hebben, om op een authentieke manier te leven binnen de volheid van menselijke culturen. Christus, die zo lang is geassocieerd met Europa en Noord-Amerika wordt de Christus van de hele wereld'.

 

Verschuivingen

 

In onze generatie vinden ingrijpende verschuivingen plaats binnen het wereldchristendom die de kerken van Europa diep zullen raken in hun zelfbeeld. Een voorbeeld. Kort geleden vierde de Nederlandse Zendingsraad (NZR) zijn 75-jarig jubileum in Rotterdam. Het thema was: ‘De wereldkerk op de vierkante kilometer'. De deelnemers aan de viering brachten bezoeken aan zeven verschillende migrantenkerken in het hart van de stad, waar ‘allochtonen' in de meerderheid zijn. Vroeger vertrokken zendelingen via de Rotterdamse haven naar verre en vreemde streken. Op de plek waar zij scheep gingen, wonen nu de vreemdelingen zelf.

 

En vandaag komen uit diezelfde verre landen evangelisten deze kant op, naar Nederland en andere landen van Europa. En met hen arriveren duizenden anderen, in de hoop op vrijheid, geluk, toekomst. Op plekken waar dertig jaar geleden de christelijke presentie vrijwel was verdwenen, is het christendom terug. Rotterdam telt zeker 95 migrantenkerken, afkomstig uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Velen van die kerken zijn krachtig missionair aanwezig. Verspreid over Nederland zijn er honderden migrantenkerken te tellen.

 

Deze werkelijkheid biedt de kerken van het Westen unieke kansen om de wereldkerk op eigen bodem te ontmoeten. De oude Europese kerken zien zich geconfronteerd met nieuwe gezichten van christendom om de hoek van hun eigen kerkgebouwen. Zij worden uitgedaagd door tot nu toe onbekende uitdrukkingen van christelijk geloof, vanuit de hele wereld. Ongewone Afrikaanse, Braziliaanse en Chinese vormen van christendom geven kleur aan multi-etnische steden als Rotterdam, Madrid en Londen. Op een doorsnee zondag kom je meer niet-westerse christenen tegen op weg naar een van hun plaatsen van samenkomst dan christenen van gevestigde denominaties onderweg naar hun kerkgebouwen.

 

Dit beeld van Rotterdam staat niet op zichzelf. De veelheid van migrantenkerken in onze Europese steden weerspiegelt de sterk veranderende situatie op mondiale schaal. Het zwaartepunt van het wereldchristendom heeft zich definitief verplaatst van het Noordelijk naar het Zuidelijk halfrond. Terwijl in het Noorden de kerken vaak worstelen om te overleven, zijn in het Zuiden veel kerken explosief gegroeid.

 

Kerken en zendingsorganisaties zijn zich te weinig bewust dat het christendom (opnieuw!) een niet-westerse religie is. In korte tijd zouden Europese christenen niet meer dan een fragment kunnen zijn van een niet-westerse meerderheid, waar charismatische en pinksterchristenen de boventoon voeren. Van elke vier christenen op aarde is er telkens één een pinksterchristen. Wij zijn getuige van een snelle ‘pentecostalisering' van de christenheid, die grote gevolgen heeft voor het karakter van de toekomstige wereldkerk. In de veelkleurige aanwezigheid van migrantenkerken hebben wij niet te doen met exotische resten uit de oude ‘zendingsdoos', maar zien wij ons geconfronteerd met voorposten van het christendom van de toekomst.

 

Marges

 

Door deze verschuivingen is het raamwerk waarbinnen ‘zending' plaatsvindt compleet is veranderd. Het traditionele paradigma veronderstelde de beweging van noord naar zuid, van rijk naar arm, van de centra van de macht naar de periferie, van boven naar beneden. De ‘zendeling' vertegenwoordigt de rijke wereld en draagt een bundel met geld en projecten mee.

 

Vandaag gebeurt het omgekeerde: de hoofdstroom van de missionaire beweging gaat van zuid naar noord en van zuid naar zuid, van de arme naar de rijke wereld, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. Het is voornamelijk door de enorme migratiestromen over de wereld dat het evangelie wordt verspreid. Vaak gebeurt dit spontaan, ongecontroleerd en doorgaans buiten onze organisatiestructuren om. Dit vindt plaats in de missionaire aanwezigheid van migrantenkerken in West-Europa. Maar ook ziet Europa zich geconfronteerd met tal van zendingsinitiatieven uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. In de marges van de wereld en vanuit een context van armoede ontstaan ons onbekende vormen van zending en getuigenis.

 

De verborgen, heelmakende gemeenschappen van mensen aan de onderkant van de samenlevingen, die hun kracht en vreugde vinden in de navolging van Christus zijn misschien wel een effectiever antwoord op de economische globalisering dan de strategieën die westerse donoren aandragen. Die kennen de wereld van de armen meestal niet van binnenuit. In hun voorkeursoptie voor de armen gaan zij gemakkelijk voorbij aan de realiteit van de kerken van de armen. De armen zijn voor hen objecten van de hulpprogramma's, terwijl de armen zelf het recht opeisen subject te zijn van het eigen leven. Zij maken hun eigen keuzen.

 

Het is vaker opgemerkt: de bevrijdingstheologie koos voor de armen, maar de armen zelf kozen massaal voor de pinksterkerken. Ironisch genoeg lijken de intuïties voor een betere wereld en de bron van nieuwe hoop vooral te komen vanuit de periferie, van hen die het meest te lijden hebben onder de uitsluiting van de ‘vrije markt'.

 

Ook in Europese steden worden vitale vormen van ‘zending' en ‘kerkplanting' voornamelijk zichtbaar vanuit de marges. In de periferie van onze steden in hun etnische verscheidenheid ontwikkelen zich nieuwe vormen van christendom, die, vroeg of laat, wat over is van het ‘oude' christendom van nieuwe impulsen voorzien. Zo fungeert de stad opnieuw als een broedplaats voor spirituele en sociale vernieuwing.

 

De ‘historische' kerken lijken niet echt klaar om creatief in te spelen op de nieuwe verhoudingen binnen de wereldkerk. Zendingsorganisaties vertonen de neiging om de implicaties van de nieuwe ontwikkelingen te ontkennen. Wij staan in een lange eurocentrische traditie waarin zending en ontwikkelingswerk betrekking hebben op wat wíj vanuit de Westerse wereld doen in het Zuiden. Alleen wat van de eigen beleidstafel komt, telt. Wij menen te weten wat goed is voor de mensen daar. Op basis van onze vooronderstellingen en modellen definiëren wij hun noden; ook vertellen wij hen wat bevrijding voor hen betekent.

 

Willen de kerken en hun missionaire organisaties toegerust zijn om getuige te zijn in deze eeuw dan zullen zij eindelijk het oude zendingsbeeld achter zich moeten laten ten gunste van een nieuw missionair paradigma. En de oecumenische beweging zal haar plaats en rol binnen de nieuwe werkelijkheid van de wereldkerk moeten herdefiniëren.

 

Diepere lagen

 

Met ons verstand weten wij dat het Westen niet langer de toon aangeeft en de kerken van het Zuiden hun eigen weg gaan. Het probleem is dat wij in diepere lagen van onze ziel deze omslag nog lang niet hebben meegemaakt. Velen kunnen zich bij ‘zending' alleen maar voorstellingen maken volgens het oude zendingsbeeld. Dat geldt zowel voor gelovigen die zich nog enthousiast bewegen binnen traditionele vormen van zending, als hen die zich krachtig afzetten tegen ‘zending' door die activiteit steevast te vereenzelvigen met ‘zieltjes winnen' en het opleggen van het eigen westerse gelijk.

 

De moderne zendingsbeweging is een specifiek product uit het tijdperk van de expansie van Europa. Binnen dat raamwerk heeft zij veel betekend, maar haar tijd is voorbij. Niet dat de moderne zendingsbeweging van geen enkele betekenis meer is. Er zijn situaties waar zij nog steeds het meest effectief blijkt, waar zij misschien zelfs het enige middel is dat voorhanden is om getuigenis te geven van Christus. Maar de voorwaarden die de beweging voortbrachten zijn gewijzigd en de Heer van de geschiedenis heeft daar zijn hand in. De kerk zelf is onherkenbaar veranderd door alles wat de zendingsbeweging heeft losgemaakt.

 

Het verleden van missie en zending verdient een genuanceerde benadering. De praktijk had steeds zowel verdrukkende, als ook bevrijdende kanten. Historisch gezien was zending in vorige eeuwen niet anders te zien dan verstrengeld met kolonialisme en imperialisme. Maar niet minder waar is dat de zending zich vaak heeft gekeerd tegen de koloniale structuren. Afrikaanse theologen worden niet moe te benadrukken dat de zending niet zelden een tegenbeweging is geweest, die het koloniale systeem van binnenuit heeft opengebroken. Zo heeft de zending, onder meer via bijbelvertaling, in veel situaties eerder bijgedragen aan de bewaring van lokale culturen, dan aan de verwoesting daarvan.

 

Als christenen uit het Zuiden ons genereus onze zonden van het verleden hebben vergeven en ons oproepen om naast hen te staan in de verkondiging van het evangelie en in de inzet voor een rechtvaardiger wereld, is het misplaatst om langer litanieën te blijven herhalen over wat er allemaal niet fout is gegaan en uitsluitend te roepen wat zending allemaal niet is. We kunnen beter de hand aan de ploeg te slaan met het oog op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst. Ook vandaag hebben mensen er recht op om het evangelie te horen. ‘Progressieve' christenen moeten ophouden ‘zending' als ‘cultureel incorrect' en ‘zieltjeswinnerij' in diskrediet te brengen. Laten zij zich liever openstellen voor de dynamiek van de missionaire beweging vandaag, zoals die zuid-zuid en zuid-noord gaat. Deze beweging wordt qua vitaliteit gedragen door de kerken van het Zuiden. Zij zou weer geest kunnen geven aan de traditionele oecumene. Slagen de oude instituties van zending er niet in snel op de ontwikkelingen in te spelen, dan worden zij irrelevant. De bedding van de zendingsbeweging heeft zich verlegd. En het werk van de Geest zal zich via andere netwerken voortzetten in nieuwe en ongedachte patronen van interkerkelijke samenwerking.

 

De huidige crisis van de mondiale oecumenische beweging houdt verband met het feit dat de Wereldraad en regionale raden als de Europese Raad van Kerken (CEC) er nog steeds niet in slagen in te spelen op de gewijzigde verhoudingen binnen de wereldkerk. De oecumenische beweging mag zich afzetten tegen de koloniale erfenis van de zending, zelf is zij niet minder verstrengeld met de rationaliteit van de westerse expansie. In haar gerichtheid op de ‘einden der aarde' en de ‘eenheid van de mensheid' is zij diepgaand beïnvloed door het vooruitgangsgeloof van de Verlichting. In haar organisatiestructuren en theologie weerspiegelt zij het westerse denken. Aan niet-westerse vormen van christendom weet de met de moderniteit vergroeide oecumene niet echt inhoudelijk plaats te geven.

 

Cruciale vragen zijn: hoe ligt binnen de wereldkerk de verhouding tussen de moderniteit van de Verlichting en het premoderne en postmoderne levensgevoel? Hoe kan de moderne oecumenische beweging met zijn documenten, programma's, hiërarchische structuren en bureaus tot een vruchtbare dialoog komen met kerken en gemeenschappen die veel minder of nauwelijks door de Verlichting zijn heengegaan?

 

Wil het echt komen tot interculturele communicatie, dan zullen wij bereid moeten zijn om onze wijze van theologiseren en de gebruikelijke oecumenische omgangsvormen kritisch tegen het licht te houden. De beste kans voor eenheid ligt niet in gemeenschappelijke documenten en confessies, noch in het ombuigen van organisatiestructuren. Nodig is het geloofsgesprek waarin de gesprekspartners elkaar niet alleen van hoofd tot hoofd, maar vooral ook van hart tot hart leren kennen en waarin ook viering en lofprijzing plaats krijgen. De relatie met migrantenkerken kan dan ook nooit worden gedefinieerd in termen van filantropie, in diaconale schema's. Alleen werkelijk oecumenische relaties in wederkerigheid kunnen leiden tot vruchtbare samenwerking in Gods zending.

 

De wereldkerk manifesteert zich als een multiculturele werkelijkheid met een ongekende rijkdom aan oude en nieuwe tradities die eraan kunnen bijdragen dat Europa zijn ziel terugvindt. Interculturele ontmoetingen met medechristenen overal vandaan zijn inspirerend en krijgen soms iets van een voorsmaak van wat de apostel Johannes op het eiland Patmos gezien heeft aangaande de toekomst: ‘een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal', die God prijst en één is in aanbidding (Op. 7: 9).

 

Beetje kleur

 

Multicultureel kerk zijn houdt veel meer in dan een beetje kleur en folklore brengen in onze traditionele diensten. Het houdt radicale veranderingen in van de manier waarop wij onszelf verstaan en de manier waarop wij onze zaken doen. Vereist is een verandering in mentaliteit in de gevestigde kerken en gelovigen ten opzichte van de ‘vreemdeling' en wat God ons door zijn aanwezigheid te zeggen heeft. Het vreemde te willen begrijpen, daar gaat het om. In een klimaat van vreemdelingenvijandigheid mogen de kerken de noties ‘gastvrijheid' en ‘vreemdeling zijn' herontdekken in hun oorspronkelijke diepte. In het hooghouden van gastvrijheid jegens de vreemdeling ligt de uiteindelijke maatstaf om te beoordelen of een samenleving rechtvaardig is of niet. Ligt hier juist vandaag niet één van de kerntaken van de kerk: ruimte te maken voor wie een ander lied zingt, voor wie niet mijn taal spreekt, die een andere huidskleur heeft dan ik gewend ben? Zou een dergelijke inzet niet vol belofte zijn voor kerk en samenleving? Niet zelden vindt via gastvrij onthaal van vreemdelingen openbaring plaats: het bijbelverhaal van Abraham en zijn drie gasten leert dat wij in vastgelopen situaties waarin menselijke mogelijkheden zijn uitgeput, mogen leren kijken vanuit het perspectief van de hoop. ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn?'(Gen. 18:14). Ook voor die twee op weg naar Emmaüs valt de toekomst open als zij een ‘vreemdeling' nodigen aan hun tafel. Deze blijkt tot hun verrassing Jezus zelf te zijn.

 

Katholiciteit heeft niet langer betrekking op wat vanuit het Westen geëxporteerd overal uniform aanwezig is. Het betekent vandaag voluit ruimte geven aan nieuwe en ongedachte perspectieven op het evangelie, zoals die in heel de bewoonde wereld ontstaan. De wereldwijde kerk vormt de overleveringsgemeenschap van alle heiligen samen waarin de veelheid van interpretaties onder de leiding van de Geest getoetst wordt aan de Bijbel, die in duizendvoud is vertaald. Niet zelden geeft die juist intercultureel gelezen de onschatbare rijkdom van Christus prijs.

 

In het perspectief van de nieuwe aarde waar de volken hun schatten zullen indragen, is er niet alleen de in Christus gegeven gemeenschap als principiële eenheid, maar ook de onherleidbare pluraliteit van culturen en leefstijlen, historische ervaringen en tradities.

 

Laten wij de gevarieerdheid van de ‘buitenlandse' kerken in hun vitaliteit zien als een bijzondere gave van God aan een geseculariseerde wereld, die hunkert naar nieuwe zingeving en hoop. De spirituele ziekten en de crisis die het rijke Noorden kenmerken zouden misschien wel eens genezing kunnen vinden als de stemmen van de niet-westerse wereld werkelijk zouden worden gehoord en verstaan.

 

Dit artikel is gebaseerd op de lezing die Wout van Laar onlangs hield in Den Bosch ter voorbereiding op de derde Europese Oecumenische Assemblee in het Roemeense Sibiu.

 

Wout van Laar, ‘Wennen aan een klimaatverandering in de wereldkerk: Multicultureel getuigen in Europa,' Centraal Weekblad , 22 juni 2007