Inleiding tijdens lunchpauze ICCO/Kerkinactie door Drs. Wout van Laar

Zending: het zieltjes winnen voorbij?

Het lijkt mij zinnig om eerst een aantal trends te signaleren ten aanzien van het mondiale raamwerk van de wereldkerk waarin onze organisaties op het terrein van zending en ontwikkeling vandaag hun werk doen. Willen zij in de 21 ste eeuw dat werk op een goede manier doen, dan kunnen zij niet heen om de enorme verschuivingen binnen de mondiale kerk. Ik noem vier trends met ingrijpende gevolgen voor de bijdrage vanuit het Westen.

 

 Trends

 

1. Met het ingaan van de 21 ste eeuw heeft het zwaartepunt van het christendom zich definitief verplaatst van het Noorden naar het Zuiden. Bijna tweederde van de christenen leeft in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Vooral de pinksterkerken zijn in die gebieden explosief gegroeid. Een op de vier christenen is vandaag een pinkstergelovige. Er doen zich twee ontwikkelingen tegelijkertijd voor: er ontstaat een post christelijk Westen, met als keerzijde een post westers christendom.

 

2. Als de ontwikkeling doorzet, zal het christendom van het Noorden spoedig een kleine minderheid zijn die slechts een marginale rol speelt binnen een niet-westerse wereldkerk, waar charismatische en pinksterchristenen de boventoon voeren. Het hart van de Anglicaanse gemeenschap heeft zich inmiddels verlegd naar Afrika; de Nigeriaanse kerk alleen al telt een kwart van alle Anglicanen wereldwijd. De doorsnee christen zal een plattelandsvrouw zijn in zwart Afrika, of een puber uit een van de gigantische megaslums waar straks de helft van de wereldbevolking woont.

 

3. Steeds meer christenen uit het Zuiden komen naar ons werelddeel. Gaandeweg zal het christendom van Europa sterker gekleurd zijn door de migrantenkerken. Nu al tref je in steden als Londen en Amsterdam op een gewone zondag meer allochtone kerkgangers op weg naar hun samenkomsten dan leden van gevestigde kerken. In de verwarrende veelheid van migrantenkerken weerspiegelen zich de gewijzigde verhoudingen op wereldschaal. Anders dan velen aannemen zijn deze kerken geen exotische resten uit de oude zendingsdoos, maar voorposten van het christendom van de toekomst.

 

4. De kerken van het Zuiden reproduceren niet langer wat het wordt voorgezegd door de kerken van het Noorden. Zij laten zich niet meer drukken in de hen vreemde schema's van ‘ecumenicals' en ‘evangelicals'. De Europese manier van geloven is niet langer de norm. ”Staan wij open voor zending uit onverwachte hoek? Zullen wij luisteren naar broeders en zusters die de Heilige Geest hebben ontvangen, maar niet zijn bekeerd door Europese en Amerikaanse zendelingen?” (Sam Kobia, Wereldraad).

 

Moderne zendingsbeweging heeft zijn tijd gehad

 

Wat betekent dit alles voor zending en ontwikkelingswerk? Duidelijk is dat het tijdperk van de moderne zendingsbeweging voorbij is. Het Westen geeft niet langer de toon aan. Cognitief weten wij dat. Het probleem is dat wij in diepere lagen van onze ziel deze omslag nog lang niet hebben meegemaakt. Opvallend is dat velen zich bij ‘zending' alleen maar voorstellingen kunnen maken volgens het oude zendingsbeeld. En dat geldt zowel hen die nog enthousiast in traditionele vormen van zending bezig zijn, als hen die zich krachtig afzetten tegen ‘zending' door die activiteit steevast te vereenzelvigen met ‘zieltjes winnen' en het opleggen van je eigen westerse gelijk.

 

Volgens het oude zendingsbeeld gaat zending van noord naar zuid, van rijk naar arm, vanuit de centra van de macht naar de marges, van boven naar beneden. In dit kader vertegenwoordigde de zendeling de rijke wereld. Hij droeg een buidel met geld en projecten mee en was verbonden met vooruitgang en techniek.

 

Nu is het vooral omgekeerd: de beweging gaat vooral van zuid naar noord, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. Het Woord vindt zijn weg via migratiestromen die over de wereld gaan: ongecontroleerd en doorgaans buiten onze organisatiestructuren om, overal waar de Geest mannen en vrouwen als getuigen van Jezus brengt. Dat herinnert aan de vroege kerk. Petrus zegt tegen de verlamde paria bij de tempel: “Zilver of goud heb ik niet, maar wat heb geef ik u”. Het is dankzij het spontane getuigenis van berooide asielzoekers, dat het goede nieuws van de Gekruisigde Heer het heidense Antiochië bereikt (Hand. 11). Hoe vaak gaan zending en menselijke zwakheid ook vandaag niet samen?

 

Zeker, zij die zich afzetten tegen zending oude stijl hebben een punt. Historisch gezien was zending in vorige eeuwen niet anders te zien dan verstrengeld met kolonialisme. Wij schamen ons voor dat verleden en het maakt ons onzeker. Door velen in het Zuiden wordt zending nog steeds beleefd als de religieuze variant van het westerse imperialisme. Maar daar valt wel nuancerend op af te dingen op dit beeld. Feit is dat de zendingsbeweging zich allang heeft losgemaakt uit de omstrengeling van koloniale structuren. Afrikaanse theologen als Kwame Bediako worden niet moe eraan te herinneren dat de zending niet zelden een tegenbeweging is geweest door het koloniale systeem van binnenuit open te breken. Zo heeft de zending, onder meer via bijbelvertaling, in veel situaties meer bijgedragen aan de bewaring van lokale culturen, dan aan de verwoesting daarvan.

 

Imposición in Latijns-Amerika

 

Toch blijft overeind staan: zending en ontwikkelingswerk zijn traditioneel verbonden met wat wíj vanuit de Westerse wereld doen in het Zuiden. Wij hebben een lange eurocentrische traditie waarin wij menen te weten wat goed is voor mensen en gemeenschappen daar. En dat gaat maar door. Op basis van onze vooronderstellingen en modellen definiëren wij hun noden; ook menen wij te kunnen aangeven wat bevrijding voor hen betekent. Laat mij dat illustreren door te herinneren aan de wijze waarop in het verleden het geïmporteerde Protestantisme achtereenvolgens is gewaardeerd in Latijns-Amerika. Ik noem drie opeenvolgende benaderingen, die niet anders dan varianten zijn binnen een continu proces van ‘imposición', het van buiten opleggen van onze ideologieën en programma's.

 

In een eerste fase (vanaf tweede helft 19 de eeuw) werd het Protestantisme vooral positief gezien als een liberaal project . Het werd naar de heersende mode geacht bij te dragen aan de verbreiding van moderne waarden als vooruitgang en democratie tot verheffing van de Latijns-Amerikaanse volken.

 

In de tweede helft van de vorige eeuw volgt een omslag in de beoordeling van het protestantisme. Alle nadruk kwam te liggen op zijn negatieve rol. Het zou al te vaak meewerken de mechanismen van afhankelijkheid en onderdrukking in stand te houden. De liberale droom had plaatsgemaakt voor het socialistische project . De term ‘ontwikkeling' wordt ingeruimd voor ‘bevrijding'. Als criterium om voor hulpverlening vanuit het Westen in aanmerking te komen, werd vooropgesteld: de bereidheid tot deelname aan het bevrijdingsproces der armen. De religie van de armen was voor de westerse waarnemer irrelevant of zelfs de verdrukking bevestigend. Om die reden konden Pinksterkerken niet als serieuze partners gezien worden. In hun a-politieke houding zouden zij de status quo bevestigen en niet in staat zijn om bij te dragen aan het historische bevrijdingsproces.

 

In dit verband moet de studie genoemd worden van Frans Kamsteeg, die begin jaren negentig antropologisch veldwerk verricht heeft in Chileense pinksterkerken. Hij toonde zich vooral geïnteresseerd in de vraag in hoeverre het mogelijk is ‘om veranderingen aan te brengen in het klassieke wereldverzakende gedrag van pinksterkerken'. Kamsteeg bestudeerde de Misión Iglesia Pentecostal (MIP), een kleine maar invloedrijke pinksterkerk, topzwaar belast onder de aanwezigheid van buitenlandse donoren. Naast het kerkelijke programma, gevoed door ideeën van de Wereldraad van Kerken, was er een breed scala aan ontwikkelingsprogramma's, grotendeels gefinancierd door de buitenlandse donoren, waaronder ICCO. Deze donoren ondersteunden van harte het streven naar een maatschappijkritisch christendom.

 

De conclusies van het onderzoek zijn veelzeggend: ‘Het nieuwe discours, ontleend aan de theologie van de bevrijding en sterk gepropageerd door de kerkleiding, wist slechts weinigen te overtuigen (…). Het is daarom de vraag of en in welke mate binnen de pinksterkerken de vernieuwing verwezenlijkt kan worden die in het bevrijdingstheologische discours besloten ligt.'

 

We weten nu hoe de ontwikkelingen liepen. De bevrijdingstheologie koos voor de armen, maar de armen kozen massaal voor de pinksterkerken. Het pentecostalisme blijkt hen aan te spreken, doordat het de mensen aan de basis raakt in de eigen cultuur en voorstellingswereld. In samenlevingen over de hele wereld die door de snelle globalisering bedreigd worden, helpt het pentecostalisme massa's mensen on the move om de crises doe zij doormaken het hoofd te bieden en te overleven. Het bereidt hen voor op de tijden die komen. Hun kleine gemeenschappen bieden een nieuw thuis aan hen die zijn buitengesloten van de bestaande orde. Mensen worden geheeld en vinden hun waardigheid en levensvreugde terug; zij creëren zich de ruimte die hen door iedereen werd ontzegd.

 

Intussen dient zich een nieuwe trend aan nu onze programma's naar de laatste mode lijken te moeten worden verwerkelijkt via de band van religie en spiritualiteit. Steeds weer andere vormen van ‘imposición' volgen elkaar op. En wat geldt voor de ontwikkelingen in Latijns-Amerika, gaat niet minder op voor de Westerse aanwezigheid in een continent als Afrika.

 

World Christianity

 

Er zijn sterk tegengestelde interpretaties van de groei van de kerken in Afrika. De bevlogen visie dat Afrika veelbelovend thuisland is van het christendom staat tegenover de nuchtere opvatting dat de sterke toename van de pinksterkerken komt uit Amerika als bijproduct van de globalisering. Waar ligt de waarheid?

 

Afrikaanse theologen zijn bepaald niet blind voor Noord-Amerikaanse invloeden in de groei van de kerken in hun continent. Lammin Sanneh uit Gambia toont zich beducht voor de invloedrijke 'theologie van de voorspoed', die de consumptiecultuur legitimeert en onrecht en armoede bevestigt. Dit soort geloof, aangedreven vanuit de witte 'evangelical' wereld van de Verenigde Staten, lijkt de wind mee te hebben en houdt in feite oude koloniale structuren met andere middelen overeind. Sanneh typeert dit christendom als Global Christianity . Het loopt parallel met de economische globalisering en is er de godsdienstige uitdrukking van.

 

World Christianity is een heel ander verhaal. Daarin staat volgens Sanneh de inheemse ontdekking van het christelijk geloof voorop. En dat is wat anders dan de christelijke ontdekking van inheemse culturen. Het evangelie heeft verrassend wortel geschoten in samenlevingen die niet door de Verlichting gestempeld zijn; doorgaans op plekken waar de ongeletterden en underdogs (over)leven. Over de werkelijkheid en uitdaging van dit World Christianity op tal van plaatsen in Afrika en Latijns-Amerika hoor je in het Westen weinig.

Tijdens het afscheid van Hans Visser (HKI) wees de Ghanees Kwame Bediako erop dat de 'healing communities'  van hen die het meest hebben te lijden onder de effecten van de globalisering "wel eens het meest effectieve antwoord zouden kunnen zijn op het soort van globalisering dat alle culturele identiteiten vervlakt tot een uniformiteit, opgelegd door dominante politieke, economische en sociale krachten". Het feit dat de nieuwe humaniteit die hier aan het licht komt afkomstig is uit de meest kwetsbare delen van de wereld, noemde hij een aanwijzing van een goddelijk gevoel voor humor.

 

Moeten we er niet mee rekenen dat de Geest in de mondiale crises van onze tijd bezig is iets nieuws te scheppen vanuit de marges van deze wereld? Kunnen de intuïties en strategieën om te overleven die daar geboren worden misschien van betekenis zijn voor onze gemeenschappelijke toekomst, voor het overleven van de mensheid? Het is de vraag of wij ons niet te zeer beperken tot de ons bekende partnerrelaties in plaats van ons te laten meenemen door wat er daarbuiten aan uitdagingen en mogelijkheden te zien valt. Frustrerend is dat kerkelijke organisaties en donoren uit het Westen ondanks alle veranderingen gevangen doorgaans blijven in traditionele netwerken, die zij zelf hebben gecreëerd. Hun vertegenwoordigers, die zelf tot de gegoede en geseculariseerde middenklasse behoren, reizen in vliegtuigen de wereld rond; maar vaak komen zij niet verder dan de bureaus van door Westers geld overeind gehouden instituties die in feite een verlengstuk vormen van de eigen (bureaucratische) organisatie, ver van de dagelijkse werkelijkheid van de armen. Zo lijken wij nauwelijks bij machte om adequaat in te spelen op de nieuwe spiritualiteit van de onderkant.

 

De Noord-Amerikaanse pinkstertheologe C.B. Johns daagt ons uit om de ontmoeting met hen die van de moderniteit zijn buitengesloten niet langer uit de weg te gaan. We zouden in die ontmoeting wel eens nieuwe ervaring van God op kunnen doen en hulp aangereikt kunnen krijgen, uitgerekend van hen die in onze ogen zo lang waren aangewezen op ons mededogen. “Wie op zoek gaat naar de spiritualiteit van de onderkant, riskeert een mysterieuze en gevaarvolle reis naar het rijk van de Geest, de Geest van Christus, die zich bij voorkeur ophoudt in de marges”.

 

Rekenen met verrassingen

 

Gelukkig komt er meer aandacht voor de stem van de armen zelf aan de basis; voor de vraag hoe zij zelf in de strijd van overleven de hoop op ‘bevrijding' definiëren en inhoud geven aan de zin van het bestaan. Wat beweegt hen, hoe zoeken zij hun bestaan richting en samenhang te geven, wat zijn hun passies? Welke rol speelt hun geloof daarin?

 

Dat kan niet anders dan ons tot zelfreflectie brengen. Wij zijn een antwoord verschuldigd op de vraag naar onze eigen identiteit: Wie zijn wíj eigenlijk en waar gaan wij voor? Wat geeft ons houvast als de bodem wegvalt onder ons leven? Is het ons helder wat het goede nieuws inhoudt dat wij met de ander willen delen? Zijn wij zelf bereid de tegendraadse weg van Jezus te gaan? Er is niet minder nodig dan dat wij in de crisis van het Westen het evangelie opnieuw aan den lijve zullen ervaren als een bevrijdende kracht, die mensen transformeert en de samenleving hoop en richting geeft.

 

Ook vandaag hebben mensen er recht op om het evangelie te horen. Dat heeft niets te maken met zieltjes winnen voor de eigen club. Het mag er nooit om gaan dat mensen meedoen aan ‘onze' projecten en onze spelregels volgen. Wij hebben er immers weet van geroepen te zijn tot deelname aan een beweging die onze toko's en programma's ver overstijgt: zending begint niet bij onze onderneming, maar is initiatief van God dat hij nooit uit handen geeft.

 

Misschien betekent zending vandaag vooral: loslaten en ruimte geven aan de Geest van Christus in de nieuwe wegen die zij schrijft door de tijd, ruimte geven ook aan initiatieven van anderen, aan inzichten en strategieën die wij niet hebben bedacht. Daarbij zullen wij kritisch moeten zijn op een wereldgelijkvormige beheerscultuur, die via management en projecten alles wil controleren en niet meer rekent met verrassingen die de Geest voor ons in petto heeft. Met andere woorden: “De Geest zullen wij nooit te pakken krijgen. Wij mogen wel bidden dat die ons te pakken krijgt” (W.A. Visser 't Hooft).

 

Wout van Laar, ‘Zending: het zieltjes winnen voorbij?' Inleiding gehouden tijdens ICCO/Kerk in Actie lunchpauze bijeenkomst, 6 juni 2006