Toespraak ontmoetingsdag Christelijk Weekblad, door Drs. Wout van Laar

Gedeels geloven elders in de wereld

“Jullie houden je in het Westen bezig met het herschikken van de dekstoelen op de Titanic, terwijl het schip aan het zinken is.” Deze uitdagende stelling is van de Singaporese diplomaat Kishore Mahbubani. In zijn boek “De eeuw van Azië” signaleert hij een onafwendbare mondiale machtsverschuiving: het einde van het tijdperk waarin het Westen het wereldtoneel domineerde, is nabij. Turbulente tijden van ontwestersing dienen zich aan, nu de centra zich aan het verleggen zijn naar het Oosten. Mahbubani noemt China als voorbeeld.

 

Haarscherp legt hij het onvermogen van het Westen bloot om de nieuwe geopolitieke realiteit te erkennen en daarop passend te reageren.

De overeenkomsten met de enorme verschuivingen binnen het wereldchristendom zijn frappant. Gedurende de laatste decennia is de wereldkaart van het christendom ingrijpend gewijzigd. Het zwaartepunt van het wereldchristendom heeft zich definitief verplaatst naar het Zuidelijk halfrond.

 

Terwijl in het Noorden de kerken vaak worstelen om te overleven, groeit het christendom in het Zuiden als kool. De Gambiaanse theoloog Lamin Sanneh signaleert twee ontwikkelingen die gelijk op gaan: er tekent zich een post- christelijk Westen af, met als keerzijde een snel in betekenis toenemend post- Westers christendom. Bijna tweederde van alle christenen leven op het Zuidelijk halfrond. Het christendom is opnieuw een niet-westerse religie. De islamoloog Kenneth Cragg scheef al in 1968: ‘Het christendom moet bereid zijn om te sterven aan de gedachte dat de westerse vorm alleenrecht zou hebben, om op een authentieke manier te leven binnen de volheid van menselijke culturen. Christus, die zo lang is geassocieerd met Europa en Noord-Amerika wordt de Christus van de hele wereld.' De nieuwe centra ontwikkelen zich in Afrika en Azië. Anders dan velen denken is het Afrikaanse christendom geen exotisch fenomeen in een donker deel van de wereld, maar zal het in de 21 ste eeuw het gezicht van de wereldkerk bepalen.

 

Op dit ogenblik zijn er wereldwijd er 2 miljard christenen. Dat is eenderde van de wereldbevolking. Er is vrijwel geen land ter wereld of er is wel ergens een christelijke gemeente te vinden. De doorsnee christen is een zwarte pinksterteenager uit de slums van Sao Paulo, een boerin van het platteland op de Filippijnen, of een Ghaneese immigrant die illegaal in Amsterdam verblijft.

 

Omgekeerde zending

 

De missionaire praktijk van de kerken van het Zuiden levert het bewijs dat het raamwerk waarbinnen ‘zending' vandaag plaatsvindt compleet is veranderd. Het traditionele paradigma veronderstelde de beweging van noord naar zuid, van rijk naar arm, van de centra van de macht naar de periferie, van boven naar beneden. De ‘zendeling' vertegenwoordigt de rijke wereld en draagt doorgaans een bundel met geld en projecten mee.

 

Vandaag zijn wij vooral getuigen van het omgekeerde: de hoofdstroom van de missionaire beweging gaat van zuid naar noord en van zuid naar zuid, van de arme naar de rijke wereld, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. Europa weet geen raad met tal van missionaire initiatieven uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Deze initiatieven zijn soms ‘bijproducten' van migratiestromen van zuid naar noord, soms bewuste zendingsactiviteiten uit het Zuiden. Nigeriaanse zending in de rosse buurt van Amsterdam.

De migrantenkerken in ons land zijn een weerspiegeling van de nieuwe mondiale verhoudingen. Zij zijn de voorposten van de kerk van de toekomst. Zij bieden ons kansen om de wereldkerk op eigen bodem te ontmoeten. Wij zien ons uitgedaagd door tot nu toe onbekende uitdrukkingen van christelijk geloof, vanuit de hele wereld. Afrikaanse, Braziliaanse en Antilliaanse vormen van christendom geven kleur aan multi-etnische steden als Rotterdam en Londen. Op een doorsnee zondag kom je er meer niet-westerse christenen tegen op weg naar een van hun plaatsen van samenkomst dan christenen van gevestigde denominaties onderweg naar hun kerkgebouwen. In onze hoofdstad wordt de Naam van God elke zondag aangeroepen in meer dan 80 talen en dialecten.

 

Maar misschien zijn de ontwikkelingen in China nog het meest opzienbarend. Als een wonder van God is de kerk daar springlevend te voorschijn gekomen uit de verschrikkingen van de Culturele Revolutie. Schattingen houden het op 60-130 miljoen christenen nu. Niemand die de ware getallen kent. Zeker is wel dat er dagelijks vele honderden gelovigen worden toegevoegd. De ongeëvenaarde groei van het Chinese christendom kwam op gang, nadat een rigoureus einde was gekomen aan het moderne zendingstijdperk. Het christelijk geloof breidt er zich op oncontroleerbare wijze uit, dwars door hindernissen en bestaande beddingen heen. De grootste Bijbeldrukkerij ter wereld in Nanjing levert 1 miljoen Bijbels per maand. Een groot deel wordt afgenomen door Bijbelgenootschappen in Afrika en Latijns-Amerika, maar miljoenen Bijbeluitgaven vinden gretig afname onder de Chinezen. Het Woord vindt zijn weg, doorgaans zonder dat de bestaande kerken en instituten er ook maar iets van weten.

 

Als ergens blijkt dat het in de zending gaat om Gods onnavolgbare initiatief (Missio Dei), dan wel in het Rijk van het Midden. De spannende dialoog tussen Evangelie en Chinese cultuur is een zaak van God en de 1,3 miljard Chinezen: contextualisering, ja, maar niet volgens onze modellen. Te lang hebben wij de rol van het Europese christendom in verleden, heden en toekomst overschat, ervan uitgaande dat het christendom zich vanuit ons werelddeel naar het Oosten zou hebben verspreid. Te lang achtten wij ons superieur, onbekend met de millenniumoude geschiedenis en hoogwaardige cultuur van China.

 

Het waren de Nestorianen van de kerk van het Oosten, door de westerse kerk als ketters veroordeeld, die begin zevende eeuw, ver voor de missionarissen en protestantse zendelingen uit, als eersten het zaad van het Evangelie in China verspreidden. Tijdens mijn bezoek aan China in oktober vorig jaar heb ik lang doorgebracht voor één enkele stèle in een museum in Xi'an. Dit museum telt meer dan 1000 stèles. De tabletten staan vol met klassieke Chinese teksten. Het was mij te doen om de oeroude nestoriaanse tablet van Da Qin (781). Bovenop zie je een kruis, oprijzend uit een lotusbloem. De stèle beschrijft de komst van de kerk van het Oosten naar China.

 

Interessant is het verhaal van de Nestoriaanse monnik Rabban Sauma. Rond dezelfde tijd dat Marco Polo de zijderoute verkende (13 de eeuw), vertrok deze Chinees uit Peking naar Europa, waar hij de paus en de koningen van Engeland en Frankrijk ontmoette. Als Marco Polo de ‘ontdekker' van China was, dan was Rabban Sauma vanuit Chinees perspectief de ontdekker van Europa. Maar bijna niemand in Europa heeft ooit van deze kerkelijke visitatie gehoord. Toch liet deze christen van de Chinese kerk van het oosten in Europa meer sporen achter dan zijn Venetiaanse tijdgenoot in China.

 

De tijd van een zichzelf superieur wanend koloniaal christendom ligt achter ons. Niet langer kunnen wij ons eigen beeld van Jezus als normatief en universeel naar andere delen van de wereld exporteren. De overdracht van het evangelie vindt vooral ongeorganiseerd plaats, buiten de ons bekende structuren om en via beddingen die wij niet gegraven hebben. Het goede nieuws verspreidt zich door oncontroleerbare migratiestromen die over de wereld gaan.

 

Het nieuwe christendom valt niet te vangen in de traditionele categorieën van de westerse waarnemer. Oude labels als ‘ecumenicals' en ‘evangelicals zijn niet langer bruikbaar. Het hedendaagse christendom is oneindig veelkleuriger dan de Europese varianten, zoals die door de Verlichting zijn heengegaan. De protestante kerken van Nederland vormen maar een minieme minderheid binnen de wereldkerk; toch wekken zij de indruk hardnekkig vast te houden aan de oude verhoudingen, waarin maatgevend blijft wat uit het Westen komt. In eurocentrische eenkennigheid weten kerkleiders nauwelijks in te spelen op de verschuivingen. Krampachtig tracht men het tij te keren of volhardt men in de patronen van weleer, alsof er helemaal niets veranderd is. Programma's van kerkplanting en ‘zending' beperken zich in veel gevallen tot monoculturele projecten, die lijken te zijn ingegeven door de fixatie op het eigen overleven.

 

Naar een nieuwe katholiciteit

 

Om die eenkennigheid te doorbreken is niet minder nodig dan een besef van nieuwe katholiciteit. Als nooit tevoren heeft de wereldkerk een multi-etnisch gezicht. In haar bonte veelkleurigheid is zij ook in ons land vitaal aanwezig. Wat onze generatie meemaakt, is het doorzetten van wat op het Pinksterfeest begon. Interculturele ontmoetingen doen soms iets vermoeden van wat de apostel Johannes op het eiland Patmos gezien heeft van de toekomst: ‘een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal', die God prijst en één is in aanbidding (Op. 7: 9). De interculturele lofprijzing overstijgt etnische tegenstellingen, bindt samen en brengt – zo leert de Schrift- het einde naderbij, wanneer alle volken voor de troon van het Lam de levende God zullen eren.

 

De gemeente van Jezus Christus vertegenwoordigt in haar wereldwijde vertakking binnen de kleiner wordende global village een unieke universele gemeenschap, een World wide web dat de ontredderde mensheid veel te bieden heeft. Van haar mag een alternatieve eigen bijdrage worden verwacht in een wereld die aan tegenstellingen en etnocentrisme dreigt te gronde te gaan. Het is verbazend dat kerken zo weinig hun best doen om te laten zien wat het betekent vrucht te zijn van ‘Gods eigen wijze van globalisering' (Philip Potter).

 

Dat besef van een nieuwe katholiciteit staat in multicultureel perspectief en wordt gemarkeerd door twee zaken: het leren ruimte geven verschillen en het terugvinden van de ene Christus.

 

a. Leren ruimte geven aan verschillen

Ten eerste mogen wij de mondiale pluraliteit van de kerk positief omarmen. Wij moeten leren denken in veelvoud, leren leven met verschillen, ruimte geven aan verscheidenheid. De wereldkerk vormt een grenzenoverschrijdende gemeenschap waarin als nooit tevoren een onschatbare rijkdom aan culturen en tradities, aan perspectieven op het heil mag worden gedeeld. Ons zijn niet voor niets vier varianten van het evangelie toevertrouwd, als vier verschillende perspectieven op de ene Jezus. Zij laten zich niet harmoniseren. De story of Jesus die door zes continenten gaat, is niet stuk te krijgen. Het verhaal laat zich door geen synode en geen paus ooit op formule te brengen. Het laat zich eindeloos articuleren.

 

Het evangelie beweegt ons de grenzen van onze tradities te overschrijden. ‘Het is niet zo dat wij grenzen overschrijden waarvoor Christus ons gewaarschuwd had, maar dat Christus grenzen overschrijdt die wij liever gehandhaafd zien.' (Mechteld Jansen). Te vaak zochten wij in zendingsrelaties bevestiging van ons eigen gelijk, waren wij er op uit onszelf tegen te komen in onze partners overzee. De vermoeide westerse kerk zal de ‘ander' in zijn ‘anders-zijn' moeten leren verwelkomen. In de outsider kunnen wij zomaar een engel van God herbergen die de toekomst in een nieuw perspectief trekt. In die ontmoeting kan de Geest ons leiden tot een andere kijk op God, de wereld en onszelf. Die ander hebben wij nodig om onze identiteit te hervinden. Juist daar waar wij de vreemdeling durven toe te laten en echt de ruimte geven, de Bijbel meelezend over zijn of haar schouder, kan ongedacht een epifanische ruimte ontstaan. Het gaat er om ook jezelf als vreemdeling en gast op te stellen en ontvanger te zijn van de gastvrijheid die de ‘ander' jou biedt. Zo kan er ineens verrassend licht vallen op Christus, middenin de maatschappelijke en politieke actualiteit. Als wij in relatie tot de onder ons wonende migrantenchristenen en –moslims (of welke andersgelovigen ook maar) de maskers afleggen en kwetsbaar durven zijn, kan onthulling van Hem die verborgen aanwezig is niet ver zijn.

 

b. Toegroeien naar Christus

Ten tweede: wie ‘christen' zegt, zegt ‘Christus'. Door te delen met de wereldkerk zullen wij samen toegroeien naar Christus, die het Hoofd is en in wie alle dingen hun bestemming vinden. Wie Christus ziet, gaat wijd zien. Een passende metafoor voor een ‘multiculturele ecclesiologie' die recht doet aan de katholiciteit van de kerk is het Bijbelse concept van ‘lichaam van Christus'. ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zij allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn'(1 Kor. 12: 13).

Opmerkelijk is dat migrantenchristenen, anders dan westerse christenen niet zozeer de nadruk leggen op de culturele verschillen, maar veeleer de culturen overstijgende eenheid in de ene Heer vieren. Hun identiteit is niet bepaald door bijv. hun Afrikaan-zijn, door hun zwart zijn, maar door het christelijk geloof dat geen culturele of raciale grenzen kent. Mijn vriend, de Ghaneese pinksterdominee Tom Marfo uit Amsterdam-Zuidoost wordt niet moe tegenover zijn blanke collega's te herhalen: ‘ We have to become partners in the one mission of Christ .'

 

De westerse onderzoeker komt in Afrika of China doorgaans niet verder dan de Jezus van de bibliotheken. Juist op de meest kwetsbare plekken van de wereld is Jezus levende werkelijkheid. De verhalen over Jezus die de zonden vergeeft en geneest, die demonen uitwerpt, outcasts terugplaatst in de gemeenschap, hoort men daar niet alleen; men kent die als deel van de eigen ervaring. De Mexicaanse theoloog Elizondo heeft Jezus ontmoet onder de armen. ‘Te lang is de radicaal bevrijdende weg van Jezus verborgen gebleven achter de façade van een christendom dat de machten en de glorie van deze wereld verwarde met de macht en de glorie van de opgestane Heer. Anderen mogen dan theologisch alles van hem weten, het arme volk kent hem persoonlijk. Voor hen is hij geen theorie of leer maar een levende persoon en een vriend.'

Nederlandse christenen hebben vaak moeite om enthousiasmerend aan hun niet-gelovige buurman, of zelfs aan de eigen kinderen over te brengen wat het voor hen inhoudt te behoren tot de wereldwijde Jezusbeweging. Het beeld van Jezus is verbleekt en verkruimeld. Is Jezus misschien zo helemaal ‘thuisgeraakt' in Europa dat hij is gedomesticeerd? Hoe kunnen wij weer uitkomen bij de oorspronkelijke verbazing, ondersteboven raken van het unieke geheim van de radicale Jezus?

 

Kennisname van de praktijk van de navolging in het Zuiden zou kunnen leiden tot een herwaardering van de eeuwenoude schat van de kerk. Misschien zullen wij nog eens erkennen dat zaken die wij als kinderen van de Verlichting meenden allang achter ons te hebben gelaten, bij nader inzien behoren tot ‘wat overal, altijd en door allen geleerd is'. In het perspectief van de nieuwe aarde waar de volken hun schatten zullen indragen, is er niet alleen de onherleidbare pluraliteit van ervaringen en tradities. Er is ook de in Christus gegeven gemeenschap ( koinonia ) als principiële eenheid van de ene katholieke kerk. Binnen het ene lichaam vormt de kerk in het Westen een bescheiden maar niet onbelangrijke minderheid.

 

Nog één keer terug naar China. Mij trof dat geen van de Chinezen die ik daar ontmoette, zei te dromen van een christelijke natie. Het zou mooi zijn als uiteindelijk aan iedere Chinees de optie wordt gegund om de weg van Jezus te gaan, zo zei men. En als de waarden van het Evangelie van het Koninkrijk de samenleving maar zullen weten te doordringen, als een zuurdeeg. De kerken als smaakgevend zout in de pap. Is dat niet precies waar de beweging van Jezus Christus als ekklesia toe geroepen is. Meer dan ooit vormt zij vandaag een mondiaal netwerk van minderheden, een wonderlijk samenraapsel van ‘vreemdelingen en gasten', verstrooid onder de volken. Nu velen zich hun hoop en illusies uit handen geslagen zien, nu het schip gevaarlijk slagzij maakt, mag juist zij zich verwachtingsvol en nuchter inzetten voor de nieuwe schepping en daarbij in alle talen de lofzang gaande houden.

 

Wout van Laar, ‘Gedeeld geloven elders in de wereld,' toespraak gehouden op de ontmoetingsdag van het Christelijk Weekblad op 30 januari 2009