| Uit: Herademing, door Drs. Frans Dokman | |
De uitdaging van niet-westerse vormen van missionaire spiritualiteit
| |
Spiritualiteit is ‘cool'. In reactie op de veruiterlijking van de werkelijkheid in de moderne wereldbeleving is er volop aandacht voor de binnenkant. De vraag is wel hoe je dit begrip vult. Vaak staat de individuele zelfontplooiing voorop.
Rijke christenen lopen gevaar toe te geven aan een feel good religion , waarbij het geloof niets vraagt en alleen iets toevoegt aan een reeds geslaagd leven. Maar spiritualiteit is missionaire spiritualiteit, of zij is geen spiritualiteit. Een kennismaking met twee vormen van niet-Europese gmissionaire spiritualiteit: de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie en het pentecostalisme (pinksterkerken). In een derde impressie maken we kennis met een Afrikaanse pinkstergemeente in de Bijlmer.
Theologie van de bevrijding
Het is trendy in de kerkelijke graascultuur om enkel negatief te doen over de theologie van de bevrijding. Velen verwijzen haar als een mislukt experiment naar de schroothoop van de geschiedenis. Daarmee doen wij deze nieuwe manier van theologiseren die ontstond in de jaren zeventig onrecht. Het is de moeite waard om, juist in een tijd van onverschilligheid en cynisme ten aanzien van de toekomst, het werk van Gustavo Gutiérrez, de vader van de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie, nog eens uit de kast te halen. Vaak is hem verweten alleen te focussen op de sociaal-politieke kant van het geloof. Zijn prachtige boek over de spiritualiteit, Drinken uit eigen bron. De geestelijke reis van een volk , wijst anders uit.
De Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie moet in al haar variaties worden gezien als een poging om de werkelijkheid van het continent te interpreteren met Latijns-Amerikaanse ogen. Die werkelijkheid is erdoor gekenmerkt dat ‘velen een onrechtvaardige en vroegtijdige dood sterven'. Gutiérrez noemt het echter een ernstige misvatting om wat er in Latijns-Amerika plaatsvindt te reduceren tot een sociaal of politiek probleem. Alsof het alleen zou gaan om de verdediging van de mensenrechten of de strijd voor gerechtigheid. ‘Bevrijding' moet integraal verstaan worden en omvat alle dimensies van het leven, de sociaal-politieke aspecten niet minder dan de religieuze. Het bevrijdende handelen van God in de geschiedenis vormt het bredere kader waarbinnen de spiritualiteit zijn plaats krijgt.
Gutiérrez kritiseert de traditionele r.-k. kijk op christelijke spiritualiteit. In de eerste plaats is deze te lang gepresenteerd als een zaak die alleen een (bevoorrechte) minderheid aanging. Zij gold selecte en gesloten groepen, vaak verbonden met het bestaan van religieuze ordes en congregaties. Het ging om het bereiken van een ‘staat van vervolmaking' en heiligheid, vanuit een afkeer van de wereld.
Een tweede ontsporing van de spiritualiteit was haar individualistisch perspectief. Het streven naar de persoonlijke perfectie in de relatie met God stond voorop. Spiritualiteit had weinig meer te maken met de buitenwereld. Geestelijk leven werd innerlijk leven. Een dergelijke privatisering leidde tot ‘spiritualisering'. Ongevoeligheid voor de reële, concrete behoeften van de mens als sociaal en historisch wezen was het gevolg. Het contrast arm-rijk (een sociale realiteit) werd terug gebracht tot de tegenstelling nederig-trots (een realiteit binnen het individu). Je ziet dat bij de interpretatie van het Magnificat, als de exegeet geen zicht heeft op de wortels die dit gespierde lied heeft in het leven en de hoop van het volk van Maria.
Gutiérrez stelt het navolgen van Jezus centraal. De navolging bepaalt de spiritualiteit van de christen. Levende spiritualiteit gaat terug op een ontmoeting met de Heer. Elke grote spiritualiteit is tweeledig bepaald: zij is Gods initiatief, maar ook is zij gestempeld door de historische context die haar voortbrengt. Dat geldt niet alleen voor figuren uit het verleden als Franciscus van Assisi en Teresa van Avila. Het geldt evenzeer voor de nieuwe spiritualiteit die zich aandient in Latijns-Amerika. “We staan op de drempel van een nieuwe dag die mogelijkheden tot verbreiding van het evangelie geeft zoals we nooit tevoren hebben gekend.” Voor Gutiérrez wordt een tijdperk van heil zichtbaar in het concrete engagement van zovele christenen met de allerarmsten en ontrechten. Volgeling van Jezus zijn in Latijns-Amerika vraagt nu: zich betrokken weten bij het volk van de armen; daar doet zich de ontmoeting voor met de Heer. De gemarginaliseerden van het continent worden zich bewust van hun identiteit en sluiten zich aaneen. Dit heet ‘de doorbraak van de armen' in ‘het historische proces van bevrijding'. Daarbij gaat Gutiérrez zover dat hij die doorbraak in de Latijns-Amerikaanse samenleving duidt als een doorbraak van God. Deze doorbraak is de bron van de nieuwe spiritualiteit, in de geestelijke ervaring van hen die geëngageerd zijn met dit proces.
Gutiérrez wil niet anders dan de navolging een eigen uitdrukking geven binnen de Latijns-Amerikaanse context. Het betreft echter geen individuele weg, maar een gezamenlijk avontuur. Het is de spiritualiteit van een volk-onderweg, op zoek naar God en zijn toekomst. Het paradigma van de Exodus en de Nachten van Johannes van het Kruis verlichten elkaar wederzijds. De historische en persoonlijke dimensie zijn verstrengeld; zij verrijken elkaar binnen een proces dat fundamenteel dezelfde grondslag heeft.
De bevrijdingstheologieën zijn een reactie op een christendom dat het evangelie eeuwenlang heeft vergeestelijkt en verinnerlijkt. Gutiérrez en anderen hebben baanbrekend werk verricht door de Latijns-Amerikaanse realiteit en de bijbel te interpreteren vanuit het perspectief van de armen. Zij hebben ons eraan herinnerd dat de hartstocht om recht de kern van het bijbels getuigenis raakt. De praktijk van de basisgemeenschappen heeft in talloze situaties hoop en bevrijding gebracht; inspiratie om het tegen alle doodsmachten in vol te houden.
De bevrijdingstheologie heeft de armen van Latijns-Amerika echter niet de globale bevrijding geschonken waarop was gehoopt. De doorbraak van de armen in het ‘historische proces van bevrijding'is uitgebleven. Onder bevrijdingstheologen groeit het besef dat de analysen en strategieën wellicht toch te veel van buitenaf kwamen. Waren de vooronderstellingen van de bevrijdingstheologie dan toch meer door het Westen bepaald dan was aangenomen? Weerspiegelde die vooral de idealen van de Verlichting; en betrof het ten slotte niet een variant op de theologie van de vooruitgang, welke zich richt op de verbetering van de wereld die uiteindelijk maakbaar zou zijn? Peilde men voldoende de vreugden en frustraties van de mensen aan de basis, de weerbarstigheid van het kwaad? Wat heeft de bevrijdingstheologie te zeggen in situaties van machteloosheid, waar alle hoop op verbetering is vervlogen? Zo komt er meer ruimte voor de stem van de armen zelf: hoe zij zelf in de strijd van overleven de hoop op ‘bevrijding' definiëren en inhoud geven aan de zin van het bestaan.
Pinksterkerken van de armen
Het is al vaker opgemerkt: de theologie van de bevrijding koos voor de armen, maar de armen zelf kiezen massaal voor de pinksterkerken. Een ‘doorbraak van de armen', maar in geheel andere zin dan Gutiérrez ooit heeft gedacht. Het pentecostalisme vormt wereldwijd de snelst groeiende vorm van christendom. Van vrijwel nul aan het begin van de twintigste eeuw kwam het tot 350-500 miljoen pinkstergelovigen op de drempel van de eenentwintigste eeuw. Met name in Latijns-Amerika is de expansie spectaculair, vaak ten koste van de R.-K. Kerk.
Pinksterchristenen is nogal eens een spiritualiteit zonder maatschappelijke consequenties verweten. Met hun hemelgericht geloof zouden ‘pinkstersekten' het lijden van de armen alleen maar verergeren. Het pentecostalisme zou als ‘dollarprotestantisme' zijn geïmporteerd uit de Verenigde Staten. Nu bestaan er inderdaad invloedrijke vormen van pentecostalisme die met veel buitenlandse elektronica en glitter het religieuze gelaat van het neo-liberalisme tonen. Zij prediken een ‘welvaartstheologie' die mensen met een kluitje in het riet stuurt.
Het gaat hier echter over autochtone pinksterkerken. Vanaf het begin vinden zij hun aanhang in de volks- en de krottenwijken van stad en platteland.
Het pentecostalisme is geworteld in cultuur van de zwarte slaven, die massaal vanuit Afrika naar Amerika werden verscheept en die hongerden naar een omkeer in hun lot. Uitbundige viering betekent geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een eigen vorm van verzet tegen verdrukking en vernedering. Voor de zwarte christenen was de ervaring van de Geest dan ook meer dan persoonlijke levensheiliging; deze schonk ook de kracht om het hoofd te bieden aan sociaal onrecht.
Tijdens de grote opwekking van Los Angeles (1906) rond de zwarte dominee William Seymour beleefde men de overweldigende aanwezigheid van de Geest in het wegvallen van de etnische muren. Niet de tongentaal, maar het verdwijnen van de raciale barrières was daarvan het zekerste bewijs. Dit sterk sociale accent keert vaak terug in niet-westerse vormen van pentecostalisme, met name onder armen en gemarginaliseerden. Dit brengt het dicht in de buurt van de passie voor recht die de bevrijdingstheologie eigen is. Misschien liggen pentecostalisme en bevrijdingstheologie voor wie van nabij kennisneemt van de overlevingsstrijd aan de basis wel dichter bij elkaar dan de westerse waarnemer van buiten meent te zien. Vaak zijn het onze vooroordelen die tegenstellingen construeren die er niet zijn.
In feite zijn de pinksterkerken van de armen de nieuwe basisgemeenschappen. In situaties waar r.-k. basisgroepen zijn vastgelopen, lijken ontelbare pinksterkerkjes hun rol te hebben overgenomen. Zij slagen erin mensen op te nemen in een grootfamilie waarin iedereen elkaar kent en er zorg is voor elkaar. In een tijd waarin men zich ontheemd en onzeker voelt, ligt in deze warmte een geweldige aantrekkingskracht. De participatie aan de diensten is maximaal. Een Nederlandse pater in Brazilië is onder de indruk: “Hier kunnen ze in hun kromme taal hun gebeden tot God uitschreeuwen. Hier liggen de zangen makkelijk in het gehoor. De dominee, veelal van eenvoudige komaf, spreekt hun taal en kent hun problemen veel beter dan de buitenlandse pater die zich met veel moeite de taal heeft eigen gemaakt”.
De structuren hervormen is enkele bruggen te ver. Concentratie op de nieuwe mens in zijn primaire relaties levert wel vrucht op. Redding wordt ontvangen in de onmiddellijke, intense ontmoeting met God die het leven vernieuwt en zin geeft. Na zijn bekering respecteert de pinkstergelovige het huwelijk, hij geeft zorg aan de kinderen, houdt zijn huis schoon en betaalt zijn schulden. Vrouwen gaan voorop in de vernieuwing van gezin en straat. Velen komen tot geloof in de weg van genezing. Zo vinden velen een helende gemeenschap en een nieuw thuis. Kortom, de pinksterkerken, als kerken van de armen, scheppen de zo begeerde ruimte waar gewone mensen hun geloofservaringen tot uitdrukking kunnen brengen vanuit de eigen voorstellingswereld en symbolen.
Het pentecostalisme brengt geen nieuwe leer, maar biedt een andere manier van geloven. Het heeft gebroken met het intellectualisme van de moderniteit. Een spiritualiteit van boeken en concepten die het denken over God, mens en wereld ordent in abstracties, zegt pinkstergelovigen weinig. Hun geloof is niet door de Verlichting heengegaan ( so what?) en kenmerkt zich door: mondelinge tradities, vrije liturgie, narratieve theologie, getuigenis, maximale participatie in de samenkomsten, dromen en visioenen en een holistische opvatting van de dienst der genezing.
De missionaire uitstraling is vaak ongekend. En de effecten blijven niet beperkt tot familie en kerk. De tijd is voorbij dat de pinkstergelovige de wereld alleen maar ziet als een door satan beheerst terrein dat hij moet mijden. Hij emancipeert zich en begint actief deel te nemen aan het sociale en politieke leven. Het lijkt erop dat de autochtone volks pinksterkerken maatschappelijk gezien via hun ethiek van het nieuwe leven zeker zo veel te bieden hebben als de programma's van de bevrijdingstheologie.
In culturen die door de snelle globalisering bedreigd worden, helpt het pentecostalisme wereldwijd massa's mensen on the move om crises het hoofd te bieden en te overleven. Het bereidt hen voor op de tijden die komen. Uitgerekend in de marginale gebieden van onze wereld ontspringen nieuwe en ons onbekende vormen van spiritualiteit. Terwijl het rijke deel van de mensheid hem heeft doodverklaard en hij in hun beleving geen rol meer speelt, is de ervaring van veel armen dat God tot hun verrassing heelmakend en bevrijdend in hun midden is. De bijbelverhalen over Jezus die de zieken geneest en de demonen uitdrijft, horen zij niet alleen; zij kennen die ook als deel van hun eigen ervaring.
Zij maken aan den lijve mee wat Jezus leerde over een God van ontferming die wonden verbindt en een bron van leven wordt in het midden van de dood. Zo ontstaan helende gemeenschappen, waar mensen een nieuw thuis treffen, waar zij hun waardigheid terugvinden en zij zich de ruimte creëren die hen door iedereen werd ontzegd. Er worden strategieën geboren om te overleven. Richard Shaull, Amerikaans bevrijdingstheoloog van het eerste uur in Brazilië en later ook gefascineerd door het pentecostalisme, vermoedt in zijn laatste boek dat God in de crisis van onze tijd bezig is iets nieuws te scheppen vanuit de marges van deze wereld. Kan wat aan de onderkant door de Geest wordt uitgebroed van betekenis zijn voor onze gemeenschappelijke toekomst, voor het overleven van de mensheid?
Kerken in het Westen lijken niet bij machte om adequaat in te spelen op de missionaire spiritualiteit van de onderkant. Christenen van de gegoede middenklasse tonen zich vaak ongevoelig. Zij hebben zich geconformeerd aan het schema van deze wereld en koesteren de materiële verworvenheden van welvaart en veiligheid. De pinkstertheologe C.B. Johns daagt ons uit om de ontmoeting met hen die van de moderniteit zijn uitgesloten niet langer uit de weg te gaan. We zouden in die ontmoeting wel eens nieuwe ervaring van God op kunnen doen. “Wie op zoek gaat naar de spiritualiteit van de onderkant, riskeert een mysterieuze en gevaarvolle reis naar het rijk van de Geest, de Geest van Christus, die zich bij voorkeur ophoudt in de marges”.
Afrikaanse pinkstergemeente in de Bijlmer
Het vraagt enig zoeken om de kerkruimte te vinden van de House of Fellowship. Verscholen onder een naargeestige betonnen parkeergarage in de Bijlmer bevindt zich de ruimte van deze jonge Afrikaanse pinkstergemeente, één van de honderd migrantenkerken die Amsterdam rijk is. De negentig leden zijn voornamelijk van Afrikaanse afkomst.
De kerk is vanaf het begin sterk op “mission” gericht. Alle leden worden daarin getraind. De kerk en haar pastor ds. Tom Marfo zijn betrokken bij het stichten van gemeenten in rurale gebieden in Ghana. Maar de eerste taak ligt dichtbij, ten behoeve van hen die in de “diaspora” (over)leven. De welkomstfolder omschrijft de doelstelling:
“'The House of Fellowship', zoals de naam aangeeft, is een Huis van God waar nieuwkomers worden ontvangen, niet alleen met een ‘warme' handdruk, maar ook heel praktisch met ‘warm love'. Het is een huis van liefde waar gelovigen wat zij ontvangen hebben ruimhartig delen met anderen die niets hebben. Het is een huis van zorg, waar ieder lid van de gemeente zorg draagt voor de ander”.
Met name jongeren weten de weg naar deze kerk te vinden. Zij zijn actief in zang en drama, evangelisatie en dienst. “Wij proberen de dienst van Jezus Christus zichtbaar te maken door ontferming te tonen ten aanzien van onze zondige en zieke samenleving door onze Youth-Missionary Brigades toe te rusten in strategieën om kinderen en jongeren in onze samenleving te winnen voor Christus”. De gemiddelde leeftijd van de kerkbezoekers is vierentwintig jaar. Er zijn computerlessen en andere cursussen die de leden toerusten. Een fonds zorgt voor weduwen en wezen, zowel binnen als buiten de gemeente.
Ds. Marfo zet zich vooral in voor Afrikaanse en andere buitenlandse vrouwen die slachtoffer zijn van vrouwenhandel. Doel: zoveel mogelijk zwarte slavinnen in de rosse buurten van Amsterdam bevrijden uit de prostitutie en een nieuw bestaan te helpen vinden. Inmiddels heeft hij via politieke actie en exorcisme omstreeks driehonderd vrouwen uit hun gedwongen prostitutie kunnen losmaken. Een indrukwekkend voorbeeld van strijd tegen moderne slavernij in het hart van Amsterdam.
De kerk rekent het ook tot het hart van haar taak zich in te zetten voor een verscheidenheid van ‘outcasts', vluchtelingen en illegalen. Velen van hen worden de trouwste gemeenteleden, die juist vanwege hun verleden in staat zijn om anderen te begrijpen en op te vangen.
Tom Marfo vertelt uit de praktijk: “Healing is het hart van Jezus' missie. Als zijn gemeente willen wij Hem daarin volgen.Voor ons in de Bijlmer is Jezus -als wounded healer - huisdokter, specialist en verpleegster inéén. Onze gemeente bestaat voor een deel uit illegalen. Zij kennen geen ziekenfonds, hebben geen werkvergunning en lijden vaak gebrek. Jongeren kwamen vol verwachting naar Europa. Hun hoop is de bodem in geslagen. Velen staan voor het alternatief: Jezus of drugs. Suïcide komt veel voor in de Bijlmer. Van tijd tot tijd organiseert de kerk healing services, waar drie dagen vasten aan vooraf gaan. De collecte bestaat deels uit voedsel dat we samen delen. En in de diensten roepen we God aan voor al onze lasten. Zijn onzichtbare handen worden op ons gelegd, via handoplegging en zalfolie. Daarbij memoriseren wij bijbelwoorden als Jesaja 53 en Psalm 103. Als je de genezende kracht van Jezus zelf hebt ervaren, kun je die ook doorgeven aan anderen.
Als iemand in de gemeente een baan gevonden heeft, juicht de gemeente. “We beat the drums”. Maar ook als iemand een lege strippenkaart heeft gevonden, zijn wij samen blij. We klampen ons in onze dagelijkse ervaringen vast aan God. Hij voorziet in onze noden. Is de westerse samenleving niet als de rijke dwaas (Luk.12), die niet rijk is in God doordat hij de Schepper niet erkent als de gever van alle overvloed? Wie zekerheid zoekt in materiële overvloed, lijdt schade aan zijn ziel en loopt het leven mis.
Voor ons migranten zijn kerken ons thuis, ook in letterlijke zin. Er slapen mensen, die geen dak boven hun hoofd hebben. Zij dienen als opvangplaatsen voor verslaafden; zij fungeren als restaurants waar armen hun dagelijks brood ontvangen. Nu worden binnenkort door de nieuwe bouwplannen onze kerken afgebroken, er komen lagere flats met koopwoningen, die onze gemeenteleden niet kunnen betalen. Steun van de witte kerken krijgen wij nauwelijks”.
Wie The House of Fellowship leert kennen, ontmoet in een troosteloze omgeving een vindplaats van hoop. In de ontheemding van de diaspora, waarin de vreemdeling en zijn rechten steeds minder plaats lijkt te worden gegund en raciale spanningen toenemen, beleven mannen, vrouwen en kinderen de bevrijdende kracht van het Evangelie aan lijf en ziel. De kerk wordt in de vele vormen van gebrokenheid door jong en oud herkend als een place for healing. Daarin ligt ook haar aantrekkingskracht. Spiritualiteit en engagement, diaconaat en verkondiging, persoonlijke geloofsbeleving en sociaal-politieke actie zijn integraal verbonden. Jezus wordt aangeroepen als degene die de zonde vergeeft en die geneest, die demonen uitwerpt en die de mens waardigheid en rechten teruggeeft. De Geest brengt de enkele mens tot bekering en levensheiliging, maar inspireert ook tot profetisch verzet tegen uitbuiting en slavernij.
Nog steeds wordt er vanuit de gevestigde kerken enigszins meewarig naar de Afrikaanse en andere niet-westerse kerken gekeken, als zou het gaan om exotische restanten uit de oude zendingsdoos; een old time religion , die de verlichte christen is ontgroeid. De werkelijkheid is vaak anders en stelt voor verrassingen. Bij alle (kritische) vragen die een bezoek aan The House of Fellowship bij de westerse waarnemer losmaakt, kan men zich niet aan de overtuiging onttrekken dat deze kerk-in-de-diaspora het niet-westerse gezicht van de snel groeiende wereldkerk in de eenentwintigste eeuw weerspiegelt. Een praktische religie die cohesie en samenhang geeft aan het gefragmenteerde leven; een uitdrukking van de navolging van Christus, die wezenlijk bijdraagt aan verzoening tussen mensen en rassen; en een bron van missionaire spiritualiteit die de samenleving ziel en richting geeft.
Literatuur:
Gustavo Gutiérrez, Drinken uit eigen bron. De geestelijke reis van een volk , Lima 1983, Kampen 1988
Richard Shaull & Waldo Cesar, Pentecostalism and the Future of the Christian Churches . Promises, Limitations and Challenges , Eerdmans, 2000
Drs. Wout van Laar, Herademing, De uitdaging van niet-westerse vormen van missionaire spriritualiteit, maart 2005, nr 47,