Wout van Laar, ‘Hij is de boem! boem! van de stamper in de vijzel,' Volzin 17/5 (2008), 32-4

Hij is de Boem! Boem! van de stamper in de vijzel
De realiteit van Jezus in de niet-westerse wereld

 

Terwijl gelovigen in het Westen hier worstelen met Jezus, betoogt Wout van Laar , groeit de fascinatie voor Jezus wereldwijd. Het verhaal van Jezus is geleefde werkelijkheid in de kerken van het Zuiden. “Een ding is zeker: wij hebben het nodig opnieuw de vreemdheid van Jezus en zijn boodschap te ontdekken. De evangelieverhalen weerspiegelen zijn diepe, blijvende vreemdheid. Jezus blijft een vreemdeling. Niemand begrijpt hem; zelfs zijn leerlingen volgen hem niet. Hij is dan ook nergens in te passen, wonderlijk aanwezig in vreemdelingen, ontheemden en gevangenen.”

 

Wat mij verbaast is de eurocentrische eenkennigheid in het debat over de betekenis van Jezus. In de meeste bijdragen beperkt de discussie zich tot de omgang met Jezus in een westerse context; zij gaat voorbij aan de snel veranderende werkelijkheid van de wereldkerk. Dat geeft het debat iets provinciaals. Te lang is Christus eenzijdig geassocieerd met Europa en Noord-Amerika. Vandaag is hij de Christus van de hele wereld.

 

Het christendom is uitgegroeid tot een vitale niet-westerse religie. Terwijl verlichte christenen in het Westen met de figuur van Jezus moeilijk raad weten en ter wille van de dialoog met andersgelovigen naar de grootste gemene deler zoeken, was de fascinatie voor de persoon van Jezus wereldwijd niet eerder zo groot. In steeds weer andere culturen wordt zijn beslissende betekenis onderkend.

 

Het is van levensbelang te ontdekken dat het hedendaagse christendom veel breder is dan de Europese variant, zoals die door de Verlichting is heengegaan. Het wereldchristendom laat een rijke verscheidenheid van antwoorden zien op de uitnodiging tot navolging van Christus. De nieuwe centra liggen in het Zuiden. Daar wordt het gezicht van het christendom van de toekomst bepaald. Anders dan veel mensen aannemen is het Afrikaanse christendom geen exotisch fenomeen in een donker deel van de wereld, maar zal het in de 21 ste eeuw op dominante wijze kracht en kleur geven aan de christologie.

 

Toverij

 

De theoloog Martien Brinkman schreef een mooi boek over De niet-westerse Jezus (Zoetermeer 2007). De studie beschrijft een groot aantal Jezusbeelden in Azië en Afrika. Er ontstaan tal van niet-westerse christologieën met geheel eigen beelden en begrippen: Jezus als bodhisattva, goeroe, voorouder en genezer. De processen die zich vandaag in het Zuiden afspelen doen denken aan de begintijd van het christendom. Toen moest aan Jezus een duiding worden gegeven met behulp van bestaande Grieks-Romeinse begrippen; dat waren in die tijd nu eenmaal de kaders waarbinnen men dacht. Toegepast op Jezus, ondergaan die begrippen soms echter een gedaanteverandering en een andere inhoud. Tegelijk krijgt het beeld van Christus nieuwe trekken.

 

Het evangelie trekt van cultuur tot cultuur. Jezus wil thuiskomen in het binnenste van iedere cultuur, in het hart en de ervaring van mensen. Iedere cultuur stelt weer andere vragen aan het evangelie. Nieuwe antwoorden op deze vragen werpen nieuw licht op de betekenis van Christus. Zo voegt iedere cultuur iets nieuws toe aan het verstaan van Jezus Christus, zodat de volheid van Christus (Ef. 4: 13) zichtbaar wordt, naarmate de rijkdom van de christelijke traditie in zijn veelkleurigheid aan de dag treedt. De kerk van de tweede eeuw stelde filosofische vragen die nooit zouden zijn opgekomen bij de Joden in Jeruzalem. De belijdenis van Nicea (4 de eeuw) is daar de vrucht van. Vandaag stelt Afrika vragen over toverij en geesten die wij als kinderen van de Verlichting niet weten te beantwoorden. Misschien leidt dat straks tot een dieper verstaan van de overwinning van Jezus over satan en de machten van het kwaad.

 

Onderkant

 

De tijd is voorbij dat wij ons eigen beeld van Jezus als normatief en universeel naar andere delen van de wereld exporteerden. In die zin heeft Manuela Kalsky gelijk dat de tijd van een zichzelf superieur wanend koloniaal christendom achter ons ligt. Maar het geeft geen pas de daarbij behorende christologie als afgedaan te beschouwen, zonder zich rekenschap te geven van de intrigerende Jezusbeelden die er vandaag in krachtige niet-westerse mainline churches te ontdekken zijn.

 

Voor de westerse onderzoeker met zijn gereduceerde voorstellingswereld van de Verlichting is dat overigens verdraaid lastig in beeld te krijgen. Die komt doorgaans niet verder dan de Jezus van de bibliotheken van de met westers geld overeind gehouden theologische instituten. Het goede nieuws van Jezus heeft verrassend onthaal gevonden in samenlevingen die niet door de moderniteit gestempeld zijn. Hoe wordt Jezus ervaren in de dagelijkse werkelijkheid van de armen, aan de onderkant van samenlevingen waar de gegoede middenklasse niet komt? Welke betekenis wordt aan Jezus toegekend op het platteland van Afrika, in de no go areas van megasteden als Sao Paulo en Shanghai, onder illegale migranten in de catacomben onder de parkeergarages in de Bijlmermeer? Juist op de meest kwetsbare plekken van de wereld is Jezus reëel aanwezig. De verhalen over Jezus die de zonden vergeeft en geneest, die demonen uitwerpt, ontrechte mensen hun waardigheid teruggeeft en outcasts terugplaatst in de gemeenschap, hoort men daar niet alleen; men kent die als deel van de eigen ervaring.

 

Bloeiende krent

 

Er groeit aandacht voor een theologie van het grondvlak. Martha Frederiks, intercultureel theoloog, bestudeerde christologieën van vrouwen uit Afrika en Azië. Wat haar opviel, was de creativiteit en vitaliteit van de Jezus-beelden: Jezus de priester die han (wrok, ellende) geneest, Jezus de wijsheidsleraar en zelfs als moeder. Aansprekend zijn de teksten van Afua Kuma, een ongeletterde vroedvrouw uit Ghana, voor wie Christus in haar strijd om te overleven levende werkelijkheid is geworden. In haar moedertaal zingt zij van Jezus. Een aantal van de gebeden en lofprijzingen werd in het Engels vertaald en uitgegeven onder de titel: Jesus of the deep forest . Afua Kuma ziet Jezus in de gewone dingen van elke dag.

 

Alles in de wereld om haar heen herinnert haar aan Jezus:

 

Hij is grote rieten Hut,
het Afdak waaronder de muizen bescherming vinden.
Hij is de ‘Boem! Boem! van de stamper in de vijzel.
Hij stampt onze honger tot moes.
Hij is het hardhouten Handvat van de hak,
die zorgt dat we te eten hebben.
Oh Jezus, u de bloeiende krent,
eersteling van het nieuwe leven dat komt,
U bent het gezang van de vogels
aan het einde van de regen,
het noodweer is voorbij, we leven op.

 

Vreemdeling

 

Dit brengt ons bij de vraag welke betekenis wij in de eigen context toekennen aan Jezus, in het leven van alledag. Nederlandse christenen hebben moeite om enthousiasmerend aan hun niet-of anders-gelovige buurman, of zelfs aan de eigen kinderen over te brengen wat het voor hen inhoudt te behoren tot de wereldwijde Jezusbeweging. Het beeld van Jezus is verbleekt en verkruimeld. Is Jezus misschien zo helemaal ‘thuisgeraakt' in de Europese cultuur dat hij is gedomesticeerd? Is hij, de Levende, door de menselijke ratio ‘kaltgestellt', zodat hij niet meer uitdaagt? De Afrikaanse vroedvrouw Afua Kuma beweegt ons om ook naar de wereld om ons heen te kijken en de betekenis van Jezus met nieuwe frisse beelden uit te drukken; beelden die spreken van zijn bevrijdende kracht, zijn heling, zijn nabijheid. Hoe kunnen wij samen met christenen uit niet-westerse culturen weer uitkomen bij de oorspronkelijke verbazing en verwondering, ondersteboven raken van het unieke geheim van Jezus?

 

Een ding is zeker: wij hebben het nodig opnieuw de vreemdheid van Jezus en zijn boodschap te ontdekken. De evangelieverhalen weerspiegelen zijn diepe, blijvende vreemdheid. Jezus blijft een vreemdeling. Niemand begrijpt hem; zelfs zijn leerlingen volgen hem niet. Hij is dan ook nergens in te passen, wonderlijk aanwezig in vreemdelingen, ontheemden en gevangenen. W aar de maskers afvallen en mensen kwetsbaar durven zijn, is hij niet ver. Juist daar waar wij de vreemdeling durven begroeten en de ‘ander' in zijn anders-zijn erkennen, ontstaat een ‘epifanische' ruimte, waar de betekenis van Christus verrassend oplicht.

 

Schatten

 

De christelijke kerk vormt een wereldwijde overleveringsgemeenschap waarin de veelheid van christologieën onder de leiding van de Geest getoetst wordt aan de Bijbel. Niet voor niets zijn ons vier varianten van het evangelie toevertrouwd, als vier verschillende perspectieven op de ene persoon van Jezus. Zij laten zich niet harmoniseren. Het goede nieuws waarin de kerk in zes continenten deelt en wat zij mag doorgeven, is nooit op formule te brengen. Maar altijd weer gaat het om het vertellen van de story of Jesus , het verhaal van zijn leven, dood en opstanding.

 

Manuela Kalsky denkt een christologie die centraal stelt dat Jezus ter vergiffenis voor onze zonden aan het kruis gestorven is en dat hij zo op een unieke manier het heil van God belichaamt, als een ‘fossiel uit een lang vervlogen tijd' in een enkele zin te kunnen afschrijven. Daarmee slaat zij de plank mis. Zij miskent dat een dergelijke geloofsomgang met Jezus voor het overgrote deel van de wereldkerk in een kleurrijke veelheid van beelden levende werkelijkheid is.

 

Oprechte kennisname van de Jezusbeelden uit de geleefde praktijk van de navolging in de kerken van het Zuiden zou kunnen leiden tot een herwaardering van de eeuwenoude schat van de kerk. Misschien zullen wij nog eens erkennen dat zaken die wij als kinderen van de Verlichting meenden allang achter ons te hebben gelaten, bij nader inzien behoren tot ‘wat overal, altijd en door allen geleerd is'. In het perspectief van de nieuwe aarde waar de volken hun schatten zullen indragen, is er niet alleen de onherleidbare pluraliteit van culturen en leefstijlen, historische ervaringen en tradities. Er is ook de in Christus gegeven koinonia (gemeenschap) als principiële eenheid van de ene katholieke kerk. Daarbinnen vormt de kerk in het Westen een bescheiden maar niet onbelangrijke minderheid.