Uit: Uit: Wereld en Zending, door Drs. Wout van Laar

Kom Heilige Geest, maak heel en verzoen!
In Christus geroepen om verzoenende en heelmakende gemeenschappen te zijn.

 

Van 9-16 mei waren op uitnodiging van de Wereldraad van Kerken 600 deelnemers uit ruim honderd landen in Athene bijeen voor de 13 de wereldzendingsconferentie. Onder hen waren twaalf gedelegeerden uit Nederland . Plaats van samenkomst was een sober en lommerrijk militair vakantiecentrum aan zee. Voor het eerst was een zendingsconferentie getoonzet als een gebed om de Geest: ‘Kom, Heilige Geest, maak heel en verzoen'. En dat maakte een verschil voor de opzet en het verloop. “In Canberra sprak men over de Geest, in Athene werd die uitgenodigd.”

 

Athene 2005 zou wel eens de geschiedenis kunnen ingaan als een omslagpunt in de reeks van wereldzendingsconferenties, waarvan de eerste in 1910 in Edinburgh werd gehouden. Voor het eerst was de Angelsaksische stijl van de westerse vergadercultuur niet overheersend. Er werd ditmaal niet gewerkt in secties, met lange rapporten ter goedkeuring aan de plenaire vergadering. Er was evenmin een uitvoerig slotdocument, of een krachtige verklaring met een nieuwe strategie. De zeer uiteenlopende onderwerpen en gezichtspunten in combinatie met de korte duur van de conferentie zouden dat ook vrijwel onmogelijk hebben gemaakt. De organisatie leek in de opzet bewust tegemoet te komen aan de meer vierende stijl van samenkomen van de niet-westerse kerken. Het programma bood veel ruimte voor ontmoeting in kleinere kring, voor het delen van ervaringen en inzichten. Behalve plenaire samenkomsten, tientallen workshops (synaxeis) met case-studies en een veelheid zendingsthema's, waren er tal van momenten van spiritualiteit in vieringen en healing diensten vanuit een rijke diversiteit aan tradities. Zo was er een sfeervolle kapel ingericht waar deelnemers de hele dag terecht konden voor meditatie en gebed. Kortom, het karakter van de conferentie had soms meer weg van een multicultureel festival dan van een oecumenische samenkomst oude stijl.

 

Historisch karakter


Om ten minste vier redenen kan aan de dertiende wereldzendingsconferentie nu al een unieke gebeurtenis genoemd worden.

 

1. Pikant gegeven was dat een wereldzendingsconferentie voor het eerst plaats vond in een overwegend Orthodox land. Gastvrouw was de oppermachtige Grieks-Orthodoxe Kerk. Het was best spannend: een week lang met ‘zending' bezig zijn in een context waar evangelisatie door de kerkelijke hiërarchie steevast wordt gezien als proselitisme en zieltjes winnen. In zijn welkomsttoespraak stak aartsbisschop Christodoulos zijn nek uit. Hij verklaarde dat de uitnodiging om in Athene bijeen te komen de nieuwe openheid van zijn kerk weerspiegelt. Hij signaleerde dat er veel is veranderd, ook bij de Wereldraad. De aartsbisschop zag een meer nederige houding dan in het verleden, die hem wel aansprak: van een messiaans activisme naar een gebed tot God om te genezen. Dat past wel in de orthodoxe zendingstheologie met zijn nadruk op de zending als Gods initiatief. Dat niet alle orthodoxen hun geestelijke leider hierin volgden, bewezen de dagelijks protesten aan de poort van het conferentieoord. Van tijd tot tijd klonken luide verwensingen en beschuldigingen van ketterij over het hek.


De protesten konden niet verhinderen dat uitgerekend in Athene een begin werd gemaakt, hoe pril ook, aan de dialoog tussen de eeuwenoude orthodoxie en piepjonge pinksterkerken.

 

2. Nooit eerder heeft een conferentie vertegenwoordigers van zoveel verschillende kerken, confessionele tradities en culturen samengebracht als ‘Athene 2005' . Opmerkelijk was de sensitiviteit voor tot dusver genegeerde of onbekende leden van de wereldwijde familie van kerken. Behalve de lidkerken van de Wereldraad van Kerken namen ditmaal ook kerken die geen lid zijn van deze organisatie, zoals de Rooms-Katholieke Kerk, evangelische en pinksterkerken, voor de eerste keer met flinke delegaties deel aan de activiteiten (44 officieel aangewezen rooms-katholieken, ongeveer 40 ‘pentecostals' en een veelvoud van ‘evangelicals'). Bovendien waren zij inhoudelijk betrokken bij de voorbereiding van de conferentie en dat was te merken. Was de pinksterbeweging tijdens de vorige conferentie in Brazilië vrijwel afwezig, nu was de wind van het pentecostalisme gedurig voelbaar. De Ghanese pinkstertheoloog Opoku Odinyah gaf aan welke bijdrage hij voor de pinksterkerken ziet binnen de oecumenische beweging: “Het pentecostalisme brengt spirit terug aan het christendom”. In de woorden van de Engelse theologe Kirsteen Kim: “Het wijst de weg naar een nieuw en diep bewustzijn van een kracht die boven onszelf uitgaat”. Er valt wederzijds nog heel wat puin aan vooroordelen te ruimen. Maar zeker is dat in Athene de ontmoeting met de pinksterkerken voor de komende jaren op de agenda is gezet.

 

3. Voor het eerst leek de Wereldraad ernst te maken met de omslag van het Noorden naar het Zuiden die zich onomkeerbaar aan Genève opdringt . “De Europese manier van geloven is niet langer norm”, stelde de Keniaan dr. Sam Kobia, algemeen secretaris van de Wereldraad aan het begin van de conferentie. “De verschuiving van het christendom naar het Zuiden dwingt de kerken tot nieuwe visies op zending en evangelisatie. Staan wij open voor zending vanuit onverwachte hoek? Zullen wij luisteren naar broeders en zusters die de Geest hebben ontvangen, maar nooit zijn bekeerd door Europese en Amerikaanse zendelingen?” Die erkenning is terug te vinden in de Brief uit Athene . “Terwijl de machtscentra zich meestal nog op het noordelijke halfrond bevinden, kennen juist de kerken van het Zuiden en Oosten een grote groei in aantal en betekenis, die wij mogen zien als resultaat van betrouwbare christelijke zending en missionair getuigenis. Het missionaire karakter van de kerk is nu meer divers en kleurrijk dan ooit en zo zien wij de christelijke gemeenschappen blijvend op zoek om elk voor zich een eigen antwoord op de boodschap van het Evangelie te geven.”

 

4. De keuze voor het thema healing is vooral te danken aan de aan betekenis winnende kerken van het Zuiden. Niet alleen voor de pinksterkerken, maar ook voor andere meer traditionele kerken van Afrika, Latijns-Amerika en Azië vormt de dienst van genezing vaak een gewoon onderdeel van de kerkelijke praktijk. Zij ook lijden het meest aan de tragedie van AIDS, het ontbreken van gezondheidszorg en gewapende conflicten. Maar ook de kerken van het Noorden, zoals die de Wereldraad vanaf het begin hebben gedomineerd, erkennen meer en meer de gebrokenheid en ziekten van de eigen samenlevingen. De hunkering naar heelheid en verzoening valt te proeven op zes continenten. Hoe men er ook over denken mag, niet langer staat de terminologie van de ‘bevrijding' voorop in de missiologie. Het Evangelie wordt nu vooral beleefd als een kracht tot heelmaking en verzoening.

 

Home groups


Het hart van de conferentie klopte niet in de plenaire vergaderingen en de talloze workshops waar een veelheid van thema's aan de orde kwam en de programma's van de Wereldraad werden gepresenteerd. Hoogtepunten werden beleefd in de kleine zogenaamde home groups , met 10-12 deelnemers die aan het begin en einde van de dag samenkwamen. Deze vormden voor de meeste deelnemers een belangrijke bron van inspiratie en hoop. De keuze van de lectio divina voor de bijbelstudie was een goede greep van de organisatie. Deze methode disciplineert een meditatief horen naar het Woord, een open luisterhouding naar elkaar met opschorting van meningen en oordelen. De multicultureel samengestelde groepen vormden een boeiende microkosmos van de wereldkerk. Er vonden bijzondere ontmoetingen plaats, waar men elkaar soms intens leerde kennen en waarderen.

 

De bijbelstudies waren goed gekozen: de eerste twee over Ezechiel 37, de dorre beenderen in de vallei die door de Geest tot leven worden gewekt en over Efeze 2, de muur die scheiding maakt tussen rassen en culturen en die in Christus is weggenomen. Wat mij persoonlijk in beide teksten trof, is dat het tweemaal uitgerekend over Israël gaat: over Gods mysterieuze weg met dit volk, als ook over het feit dat christenen niet meer dan in tweede instantie hebben deel gekregen aan de beloften die voor Israël gelden. Je realiseert je ineens: vrijwel alle volken zijn in Athene vertegenwoordigd; alleen het lijfelijke Israël ontbreekt. Wel keert de naam ‘Israël' herhaaldelijk terug in de liturgie, als ook in politieke zin vanwege de bezetting van Palestijns gebied. Uiterst pijnlijk vond ik dat het begrip ‘sjaloom' bij amendement uit de boodschap van Athene werd geschrapt, vanwege de ‘zionistische connotaties' die dat bijbelse kernwoord opriep bij een aantal deelnemers.

 

Intussen stond daar dat olijfhouten kruis, gesneden uit hout van de bomen die waren gekapt voor de bouw van de muur tussen Joden en Palestijnen, vanuit het 'Heilige Land' in processie aangedragen, plechtig opgericht op het conferentiestrand. Het christelijke kruis: voor velen een dierbaar, maar tegelijk sterk omstreden symbool.

 

De ongerijmdheden leken weinig gedelegeerden op te vallen. Mij brachten ze in verwarring. Ik moest denken aan de woorden van de theoloog Miskotte: nooit zal de oecumene af zijn, zolang het eigenlijke schisma, dat tussen kerk en synagoge, niet is ongedaan gemaakt. Het besef van deze fundamentele gebrokenheid snijdt elk oecumenisch triomfalisme bij de wortel af en werpt je in verlegenheid terug op het gebed in het thema van de conferentie.

 

Heelheid en heil


In de grote en kleine samenkomsten kwamen allerlei aspecten rondom healing aan de orde. In de workshops vond de presentatie plaats van diverse oecumenische HIV/AIDS initiatieven in Afrika. Er was veel aandacht voor de ervaringen en inzichten van de kerken van het Zuiden met betrekking tot genezing en ziekte, waarbij vragen rond de invloed van de geestenwereld tegengestelde reacties opriepen. Sommige westerse deelnemers leerden voor het eerst vragen te stellen bij het gereduceerde wereldbeeld van de Verlichting, dat er traditioneel van uit gaat dat je genezing bedrijft in het ziekenhuis en religie in de kerk. Authentieke getuigenissen brachten de deelnemers ertoe de realiteit van genezingswonderen te erkennen, zeker in die gebieden waar mensen geen toegang hebben tot de gezondheidszorg.

In de plenaire bijeenkomst benadrukte de Keniaan Samuel Kabue, zelf blind geboren en coördinator van een oecumenisch netwerk ten behoeve van invaliden (EDAN), dat voor hem healing te maken heeft met het verwijderen van sociale barrières. Als gebed om 'genezing' niets oplevert, wordt het slachtoffer verweten onvoldoende geloof te hebben. De genezingswonderen van Jezus destijds -maar ook die Hij vandaag door zijn Geest doet-, betekenen vooral dat hij mensen hun plaats teruggeeft in de samenleving, waaruit zij eerder als onrein waren buitengesloten. “ Willen de kerken de dienst van genezing serieus nemen, dan zullen zij mensen die gehandicapt zijn moeten opnemen en aanvaarden als volwaardige leden van de gemeenschap. Zonder hen kan de kerk geen volledige gemeenschap zijn”.

 

De Belgische therapeut Bernard Ugeux ging in op de fragiliteit van westerse samenlevingen, zowel onder gemarginaliseerde migranten en perspectiefloze jongeren, als ook onder geprivilegieerden en rijken. De menselijke factor wordt opgeofferd aan de economische vooruitgang. Toch valt er een nieuwe interesse te zien voor een therapeutische benadering en is er in Europa sprake van een zoektocht naar spiritualiteit. Voor de zending van de kerk komt het erop aan gemeenschappen van liefde, gerechtigheid en gebed te vormen, plekken waar het anderszijn wordt geaccepteerd en waar wij leren naar de ander te luisteren.

 

De 28 jarige Boliviaanse Gracia Violeta Ross getuigde hoe zij door diepten heen de betekenis van haar eerste naam Gracia (genade) is gaan verstaan. Als een met het HIV-virus besmette persoon heeft zij integrale healing ontvangen, hoewel zij nog steeds moet leven met het virus. Voor haarzelf en voor velen uit haar omgeving bewees het Evangelie zich als een bron van heelmaking. Heel praktisch werd zo zichtbaar hoe in tal van vormen van gebrokenheid en onrecht kerken als healing communities fungeren, waar mensen in Christus worden opgericht en nieuwe hoop ontvangen, tot zegen van hun omgeving.

In de verwarring van accenten en perspectieven met betrekking tot het moeilijk te definieren begrip healing leek op belangrijke punten een zekere consensus te bestaan: het is goed dat er meer ruimte komt voor de lichamelijke kanten van het heil; healing en gemeenschap behoren bij elkaar; fysieke gezondheid en geestelijk en sociaal welzijn kunnen niet van elkaar worden losgemaakt. Uiteindelijk gaat het om de herstelde relaties met God, met de medemens, met jezelf. Om die reden zullen kerk en zending steeds gericht zijn op het heil, de heelwording van de wereld.

 

Verzoening


Het tweede kernwoord van de conferentie was verzoening. Dit begrip was niet altijd duidelijk onderscheiden van healing en leek er soms wel een synoniem van. Toch kreeg het als relatiebegrip eigen accenten. Opvallend genoeg heeft de term ‘verzoening', in vergelijking met de aandacht voor gerechtigheid en bevrijding, in de recente discussie op zending slechts een marginale rol gespeeld. Tegen de achtergrond van de sterke toename van geweld en terrorisme, de dreigende botsing der beschavingen, de verscheurende conflicten in de wereldsamenleving en de economische globalisering die de tegenstellingen tussen arm en rijk vergroot, kwam het op de agenda. Tal van aspecten kwamen in de workshops aan de orde: de rol van de kerk in verzoeningsprocessen zoals in Zuid-Afrika en Rwanda ( healing of memories ), healing van de aarde als verzoening vanuit een benadering van inheemse volken en verzoening tussen mensen in processen van eenwording in Korea en Duitsland. Maar ook verzoening als opheffing van de vervreemding en herstel van de breuk tussen God en mens.

 

De presentatie van lopende wereldraadprogramma's als ‘Decade to Overcome Violence' en ‘the Ecumenical Accompaniment Programme in Palestine and Israel' had iets van een déjà vu .

 

Terecht was er ook aandacht voor de ecologische vragen. Indringend was de oproep van Pepine Josua, docent theologie uit Kiribati (Pacific). Terwijl de supermachten enkel gericht zijn op de strijd tegen het terrorisme, zijn de Pacifische Eilanden onmiddellijk in hun bestaan bedreigd door de klimaatveranderingen en de stijgende waterspiegel. Kerken moeten zich inzetten voor deze vergeten eilanden, als kwetsbaar deel van de schepping.

Indruk maakte de toespraak van Robert Schreiter, een rooms-katholieke missioloog, die veel publiceerde over zending als werk van verzoening.

 

Schreiter, die ook aan de basis betrokken is bij verzoeningsprocessen, stelde dat de taal rondom verzoening vaak onhelder is en soms wordt gemanipuleerd om oneigenlijke doelen te dienen. Maar verzoening legt het hart van het Evangelie bloot en is zo heel bruikbaar als paradigma voor de zending van de kerk. De sociale dimensie van verzoening heeft drie aspecten: het vertellen van de waarheid, strijd voor gerechtigheid in al zijn dimensies en werken in de richting van vergeving. Kerken moeten het aandurven veilige, gastvrije ruimten te creëren waar de waarheid kan worden gezegd en gehoord. Maar het moeilijkst is het werken aan vergeving, omdat er zowel van de kant van de dader als van het slachtoffer heel wat moet gebeuren. Kerken kunnen deze processen alleen begeleiden door ‘gemeenschappen van herinnering en hoop' te worden, door terug te vallen op wat God in Christus heeft gedaan en zich te richten op zijn beloften. Verzoening komt van God en behoort aan God. Wij mogen deelnemen aan iets wat groter is dan onszelf: het werk van de Drie-enige God, die heil en heel-making brengt aan zijn wereld.

 

Getuige zijn van Jezus Christus


Het programma bood volgens sommigen weinig ruimte voor bezinning op ‘evangelisatie' als kerntaak van zending. Inderdaad zou ‘evangelisation' (als expliciete uitnodiging en oproep tot geloof en bekering) in relatie tot ‘mission' (als een breed ‘holistisch' concept) explicieter kunnen zijn gedefinieerd. Hoewel, bij nader inzien heeft ‘Athene 2005' misschien wel een nieuwe richting gegeven aan het traditionele, westers bepaalde debat tussen ‘ecumenicals' en ‘evangelicals', waarbij ‘evangelisatie' nogal eens werd beperkt tot verbale verkondiging en tegenover sociale actie is geplaatst. In getuigenissen van genezing en verzoening in de meest uiteenlopende contexten kwam het ‘getuige zijn van Jezus Christus' ( witness to Christ ) in tal van articulaties vaak indrukwekkend naar voren. Hoe concreter deze getuigenissen naar voren werden gebracht, des te meer werden tegenstellingen van confessie en traditie overstegen ten gunste van de herontdekking van de verzoenende en heelmakende kracht van het Evangelie in het dagelijkse (over)leven van mensen en gemeenschappen.

 

De conferentie concentreerde zich op de bezinning tussen kerken en christenen onderling over hun gemeenschappelijke zending. De grote nadruk op de oecumenische ontmoeting maakte dat de interreligieuze ontmoeting en de brandende vragen met betrekking tot de verhouding christendom en islam niet de aandacht kon krijgen die deze cruciale thema's verdienen. Een uitzondering was de druk bezochte workshop genaamd: ‘Religieuze pluraliteit en christelijk zelfverstaan'. Hoe moet het getuigenis van Christus klinken in een tijd van toenemende spanningen en conflicten? Zijn die niet vaak het gevolg van het feit dat mensen van diverse wereldgodsdiensten met elkaar in botsing komen, zoals nu ook in het Westen met de islam? Ook in de 21 ste eeuw blijft het de vraag: hoe verhoudt zich de verkondiging van de ene Naam tot de aanwezigheid van de Ene in de wereldreligies en levensbeschouwingen van vandaag? De meeste deelnemers gaven aan vooralsnog te willen blijven staan in het onoplosbare en creatieve spanningsveld van de consensus van San Antonio (1989) : “Wij kunnen niet anders dan wijzen op Jezus Christus als de enige weg tot het heil; tegelijk zijn wij niet aangewezen om grenzen te stellen aan de heil brengende macht van God”.

 

Een eerste evaluatie

 

Het is niet gemakkelijk aan te geven wat de blijvende resultaten van Athene 2005 zullen zijn. Er kwam verwarrend veel aan de orde en de thema's liepen nogal eens door elkaar. Jammer was dat het voorbereidende materiaal nauwelijks meedeed. Ook tijdgebrek maakte dat het inhoudelijke gesprek tekort kwam. Tegelijk zal ook de postmoderne desinteresse in een stevig theologisch debat een rol gespeeld hebben. Of de inhoudelijke discussie om kerkpolitieke redenen vanuit Genève uit de weg werd gegaan is niet te bewijzen.

 

Een eenduidige boodschap sprong er niet uit. Door de deelnemers is de zendingsconferentie algemeen als inspirerend, of zelfs als een healing experience beleefd. Vooralsnog hangt veel af van de invulling die ieder van de 650 deelnemers aan de conferentie in de eigen context geeft aan de Athene-ervaring. Een aantal voorzichtige gevolgtrekkingen met betrekking tot de mogelijke uitwerking van het thema kan echter worden getrokken:

 

1. Zending: een oecumenische taak.

‘Zending' kan niet langer worden geassocieerd met westerse opdringerigheid. De bijdragen vanuit het Zuiden (niet-westers pentecostalisme) en ook uit het Oosten (Orthodoxie) dwingen ons om onze opvattingen over wat ‘zending' en ‘missie' tegen het licht te houden. De levende missionaire praktijk aan de basis van de meest uiteenlopende kerken wereldwijd biedt nieuwe inspiratie en élan. Direct na de conferentie gaven de Britse en Ierse delegaties een brief uit, waarin zij oproepen het ‘momentum' vast te houden. De ‘oecumenische herontdekking van de centrale christelijke roeping om het Goede Nieuws van Jezus Christus te verkondigen' vereist een concentratie op ‘holistic evangelism', waarin alle dimensies van het menselijke leven zijn geïntegreerd. Dit appèl verdient onze steun en geldt allereerst de zending in de eigen context, als ook onverminderd de deelname aan de zending wereldwijd. De realiteit van groeiende en levende kerken elders in de wereld bemoedigt ons om ook hier weer te rekenen met een ommekeer tot groei en een nieuwe ervaring van de bevrijdende kracht van het Evangelie.

 

De conferentie van Athene herinnert de oecumenische beweging eraan dat eenheid moet worden verstaan als ‘unity in mission '. Kerken beginnen hun missionaire roeping terug te vinden als hun eerste verantwoordelijkheid. Deze roeping kan alleen worden uitgevoerd in gezamenlijkheid en in openheid voor nieuwe bondgenootschappen. Vraag: wat betekenen de inspiratie en inzichten van Athene voor de oecumenische beweging in Nederland in relatie tot de missionaire vernieuwing, die zich ook in eigen land begint af te tekenen?

 

2. Aandacht voor de Heilige Geest

Fascinerend was het om Orthodoxen en pinksterchristenen met elkaar in gesprek te zien over de cruciale rol van de Geest als initiator en krachtbron van de zending. De pneumatologische accenten van beide traditiestromen zorgen, ook in hun onderlinge dialoog, voor een nieuw missiologisch klimaat in de Wereldraad. Hoezeer beide tradities ook van elkaar verschillen en elkaar in de praktijk vaak uitsluiten, er is sprake van verrassende convergenties. Op geheel verschillende wijzen herinneren zijn ons eraan, hoe de Geest de zendeling en zijn organisatie vaak ver vooruit is, hoe die vrij in de schepping aanwezig is en in menselijke zwakheid ‘empowerment' geeft in een scala van charismata. Een van de lessen is: wie zich op de Geest oriënteert, kan onmogelijk volstaan met een versmalling van perspectief in een eenzijdige gerichtheid op het ombouwen van structuren en perfectionering van kerkelijk management.

 

3. Eigentijdse dienst van genezing

Athene 2005 kan de kerken in ons land in een samenleving die danig van slag is en waar de hunkering naar heelheid te tasten is, behulpzaam zijn om op eigentijdse wijze gestalte te geven aan de diensten van genezing en van verzoening. Hoe kan, nu ‘mission' nadrukkelijk op de kerkelijke agenda staat, de verkondiging van het Evangelie een plek krijgen binnen lokale gemeenten en parochies, die gastvrijheid bieden als heel-makende gemeenschappen?

Wat betekent de dienst van de verzoening in zijn verticale en horizontale aspecten in de processen van vervreemding waaronder velen lijden? Kan het op de conflictlijnen van onze samenleving komen tot een authentiek getuige zijn van Jezus Christus, waarbij de spannende ontmoeting met moslims niet uit de weg wordt gegaan?

 

Dergelijke vragen laten zich alleen beantwoorden in contact met de in betekenis toenemende migrantenkerken. In hun veelkleurigheid vertegenwoordigen zij de wereldkerk onder ons. In de worsteling om een plekje te vinden in een vreemdelingvijandige omgeving vormen zij her en der healing communities . Hun gaven en ervaringen mogen niet langer worden genegeerd en zij verdienen onze solidariteit.

 

De uitdaging is om de sociaal-politieke aspecten van healing ministry van de traditionele Wereldraad in zijn inzet voor gerechtigheid en milieu te verbinden met de inbreng van de charismatische kerken van het Zuiden met hun inzichten op het gebied van Geestesgaven en genezing. Grote vraag is of westerse kerken van de Verlichting en de rede en de kerken van het zuidelijke halfrond, met hun premoderne tradities en een meer directe en intuïtieve omgang met God en de Bijbel, erin zullen slagen tot een inhoudelijke ontmoeting te komen. Zeker is dat wij door hen worden bevraagd op de vooronderstellingen van de Verlichting met zijn gereduceerde wereldbeeld.

 

4. Onverminderd commitment

De nieuwe nadruk op spiritualiteit mag niet leiden tot een terugval in de innerlijkheid van een individualistische vroomheid. De dienst der genezing vraagt om een concreet engagement, ook in een maatschappelijke en politieke inzet. Eén voorbeeld: in 2010 zullen 100 miljoen mensen lijden aan AIDS. Van de 14.000 mensen die dagelijks geïnfecteerd worden, leven 85% in de landen van het zuidelijke halfrond. Wat dat voor kerken van Afrika en Azië betekent, is nauwelijks voor te stellen. Het vraagt van ons om ondubbelzinnige deelname aan de strijd tegen deze verschrikkelijke ziekte, waaronder talloze armen en hun samenlevingen lijden. Zending, ook in termen van heel-making en verzoening, zal altijd verbonden zijn met de hartstocht om recht en gerechtigheid.

 

_________________________________________

 

De Nederlandse deelnemers waren Janneke Doornebal en Wout van Laar (NZR), voorlichter Ronald Bolwijn, Rommie Nauta, Gerrit Noort, Evert Overeem, Marianne Paas (PKN), June Beckx (SKIN) en Gerard van 't Spijker (Wereld en Zending). Nederlandse aanwezigen die buitenlandse organisaties vertegenwoordigden waren: Nynke Dijkstra (Europese Evangelische Alliantie), Frans Dokman (IAMS en tegelijk r-.k. kerkprovincie Nederland). Nettie van der Harst (Leger des Heils Europa) en Sybolt van der Meer (Habitat for Humanity).

Aldus een van de waarnemers. In Canberra (1991) vond de 7 de Assemblee van de WCC plaats met als thema: ‘Come, Holy Spirit, renew the whole creation'.

Opmerkelijk is dat de meest doorwrochte theologische bijdragen in de plenaire vergadering kwamen van orthodoxe en rooms-katholieke deelnemers. Juist zij riepen herkenning op bij ‘evangelicals'.

In Mission als Dienst der Versöhnung. Jahhresbericht 2004 ziet Evangelisches Misionswerk in Deutschland (EMW) een grote convergentie met de wijze waarop verzoening werd gezien tijdens een van de studiegroepen van het ‘evangelical' Forum voor wereldevangelisatie in Pattaya (2004). In het document Verzoening als zending van God: geloofwaardig getuigenis in een wereld van verwoestende conflicten wordt gesproken over zending als deelname aan de ‘God's holistic reconciliation'.

Deze kritiek kwam zoals viel te verwachten vooral van ‘evangelicals', maar werd op ingetogen en gedifferentieerde wijze naar voren gebracht, onder meer door George Vandervelde, World Evangelical Association (WEA). Onder invloed van de kerken van het Zuiden gaat men in brede kring steeds meer uit van het concept ‘integral mission', waarbij woordverkondiging en diaconaat, evangelisatie en dialoog niet langer van elkaar kunnen worden losgezien.

Niet eerder overigens wekte het label ‘evangelical' zoveel misverstand als in Athene. Veel afgevaardigden van lidkerken van de WCC nemen ook deel aan evangelische netwerken. Een groot deel van de deelnemers uit het Zuiden voelt zich thuis bij een als ‘evangelical' getypeerde vroomheid, zonder zich daarmee te willen afzetten tegen een ‘oecumenische' houding. Daarbij komt nog dat protestanten in Latijns-Amerika zich in het algemeen ‘evangélicos' noemen.

Christian Today , May 2005, website

Sommige Europeanen meenden dat de conferentie onvoldoende focuste op ons werelddeel. Juist bij een samenzijn in Athene had de roep ‘Kom over en help ons' opnieuw luid moeten klinken vanaf de Griekse kust. De Europese Raad van Kerken (CEC) en de Wereldraad beraden zich op een follow up voor ons werelddeel. Misschien dat een Brief van de Europese kerken kan uitgaan naar de kerken van het Zuiden, naar analogie van deze roep uit Macedonië aan de apostel Paulus. Hoe dan ook, zending keert op allerlei wijze terug naar Europa en dat vraagt om een adequaat en creatief antwoord van onze kerken en missionaire organisaties.

Jaques Matthey, directeur van het Mission Team (WCC), constateert in een eerste evaluatie een verschuiving van een eenzijdig Christocentrische missiologie (met een sterk accent op de ethiek) naar een meer trinitarische missiologie, met een christologisch bepaalde pneumatologie. Ook ziet hij een nieuwe aandacht voor de missio ecclesiae in een meer evenwichtige relatie tot de Missio Dei .

 

Uit:Wout van Laar, 'Kom Heilige Geest, maak heel en verzoen! In Christus geroepen om verzoenende en heelmakende gemeenschppen te zijn,' Wereld en Zending , 2005, no 4, p. 87-97