Uit: Uit: Centraal Weekblad, door Drs. Wout van Laar

Lijden als waarmerk van kerk en zending:
Christendom zal nooit een godsdienstenschoonheidswedstrijd winnen.

 

In de Veertig Dagentijd, zoals de Lijdenstijd tegenwoordig wat eufemistisch wordt aangeduid, belicht het Centraal Weekblad de komende weken diverse zaken waaraan de mens kan lijden. Deel 5: lijden om Christus' wil.

 

Kort voordat hij in 1992 bij een auto-ongeluk om het leven kwam, gaf de onvergetelijke Zuid-Afrikaanse missioloog David J. Bosch in Birmingham een lezing over “De kwetsbaarheid van de zending”. De gedachten die hij daarin ontvouwde, lijken meer zeggingskracht te krijgen naarmate kerken hun machtsposities verder zien afbrokkelen en het inzicht groeit dat er een diepe verbinding bestaat tussen zending en zwakheid, geloven en lijden.

 

Marteldood


Bosch knoopt aan bij het verhaal van de Portugese priester Rodrigo, hoofdfiguur uit de roman Stilte van de Japanse auteur Shusaku Endo. Dat verhaal is gebaseerd op de vervolging van christenen in het Japan van de 17 de eeuw. Rodrigo gaat naar dat land om er de nog resterende christenen op te zoeken en te bemoedigen. Zijn aanwezigheid wordt ontdekt en hij wordt gegrepen. Hij is er de oorzaak van dat veel onschuldige en eenvoudige mensen een gruwelijke marteldood sterven. Waarom doet God niets? Waarom grijpt Hij niet in? Ze sterven toch voor Hém? Maandenlang wordt Rodrigo gemarteld en proberen zijn beulen hem te bewegen een bronzen afbeelding van Christus' gelaat te vertrappen. Hij houdt het vol en valt niet van zijn geloof. Maar het wordt hem ondraaglijk. Hij ervaart een wanhopige eenzaamheid waarin hij zich door God verlaten voelt. Waarom zwijgt Hij en antwoordt niet op de gebeden en op de marteling. Ten slotte wordt de vreselijke stilte toch doorbroken. Christus spreekt tot Rodrigo –niet echter de serene en met stralenkrans omgeven Christus uit zijn devotie, maar de Christus van de heilige afbeelding wiens gezicht was gebutst en verminkt door vele voeten, de afzichtelijke en lijdende Christus. En wat deze Christus tot hem zegt schokt Rodrigo tot in het merg. 'Trap nu maar! Om door u allen vertrapt te worden, ben Ik op de wereld gekomen, en om in uw aller pijn te delen, heb Ik mijn kruis gedragen.' De priester plaatst zijn voet op de afbeelding. En bij het aanbreken van de dageraad kraaide de haan.

 

Nooit zullen wij het raadsel van het lijden van christenen, van rechtvaardigen en onschuldigen begrijpen. Alle pogingen er een zin aan te geven schieten tekort. Het christelijk geloof echter legt een bijzonder accent ten aanzien van dit mysterie. God lijdt met de wereld mee. Christus zou later tegen de priester zeggen: ‘Rodrigo, ik leed naast jou'.

 

Schoonheidswedstrijd


Het christelijk geloof is juist in deze dimensie anders dan andere religies. Te vaak worden in het interreligieuze debat godsdiensten met elkaar vergeleken, alsof het om een schoonheidswedstrijd tussen goden gaat. Aan het christelijk geloof is dat vreemd. Het onderscheidt zich in zijn onvermogen om zichzelf te bewijzen of te forceren. Het christelijk geloof is uniek vanwege het kruis van Christus. Maar dan moet het kruis wel worden gezien zoals het is: niet als een teken van kracht, maar als bewijs van zwakheid en kwetsbaarheid. Het kruis confronteert ons niet met de macht van God, maar met zijn zwakheid. Een kruis kan geen rol spelen in een schoonheidswedstrijd: wie zou ooit een kruis aanprijzen als een teken van schoonheid en kracht?

 

En toch is dat precies waartoe christenen zich vaak hebben laten verleiden. De eeuwen door zijn er onvoorstelbare dingen gedaan in de naam van het kruis. Niet anders dan Constantijn en tallozen na hem zwaaien velen vandaag er mee als met een wapen, als met een knuppel waarmee wij onze en Gods vijanden er van langs geven.

 

Het beeld dat het evangelie geeft van het kruis is totaal verschillend. Hulpeloos, gepijnigd naar lichaam en ziel, als een slachtoffer van valse verzinsels, uitgejouwd door de omstanders, hing Jezus tussen twee misdadigers. Volgens de omstanders, inclusief zijn discipelen, zou Jezus zichzelf gered hebben als hij werkelijk de koning van de joden of de Zoon van God was. Hun logica eist dat een sterke God nooit zou hebben toegestaan dat zijn zoon zou lijden zoals Jezus deed. Als Jezus helemaal niets doet, kan dat maar één ding betekenen: hij is niet in staat om er iets aan te doen; dus is hij niet de koning der Joden, niet de Christus, niet de Zoon van God. Niemand die zou hebben kunnen helpen, zou het zover hebben laten komen. Wat geeft het om God te dienen, als hij hun die op hem vertrouwen geen hulp biedt in het uur van de grootste nood? Jezus heeft ‘geen heersers van hun troon gestoten' –integendeel; zij hebben hem van zíjn troon gestoten.

 

Hij die hen honger hadden met gaven heeft overladen en rijken met lege handen heeft weggestuurd, ondergaat nu hun bittere wraak. Op Golgotha heeft Jezus op alle fronten verloren. Volgens de menselijke logica kan alleen hij die overwint claimen dat hij goddelijk is. En zo'n heer willen we volgen, want zo zullen wij delen in zijn overwinning en succesvol zijn in alles wat wij ondernemen. Nog te vaak vinden wij ook vandaag een christendom dat een ‘dingen-gaan-beter-met-Jezus' geloof uitdraagt. Het levert je wat op om christen te zijn. In dit paradigma wint het christendom de schoonheidswedstrijd met gemak. Op het moment dat godsdienst ophoudt dividend uit te keren, verliest het zijn reden van bestaan.

 

Littekens


Het evangelie antwoordt daarop dat God in de lijdende Jezus het lijden van de wereld tot het zijne maakt. Maar in Christus bevrijdt God ons niet noodzakelijk van lijden; hij is bevrijdend aanwezig in het lijden en trekt ons er doorheen . Het kruis is niet iets bijkomstigs in het christelijk geloof. Toen de opgestane Heer zijn discipelen verscheen, leverden zijn littekens het bewijs van zijn identiteit; die maakten dat de discipelen geloofden. Jezus drong zichzelf en zijn boodschap nooit op. In alles wat hij deed zag hij ervan af mensen te overtuigen met vertoon van menselijke macht. In zijn dienst manifesteerde zich de hulpeloosheid van een weerloze waarheid. Jezus kwam tot ons in de weg van de ontlediging (kenosis), waarin hij zichzelf geheel verloochende. Het is de gebroken Christus die de wereld in haar gebrokenheid heelt. Dit werpt een bijzonder licht op de beschimpingen die Jezus van onder het kruis worden toegeworpen: “Anderen heeft hij gered; maar zichzelf redden kan hij niet” (Marc. 15: 31). Voor de omstanders betekende dit dat hij niet was wie hij pretendeerde te zijn. En toch, dit is precies het punt: het zijn de valse goden die zichzelf redden; de ware God echter, redt anderen. Juist door niet zichzelf te redden openbaart Christus het diepste karakter van God.

 

Kruistocht


Hier licht ook de missionaire betekenis van het kruis op. Als wij lijden, lijdt Christus met ons mee. Maar het omgekeerde is ook waar: als Christus lijdt, zullen wij met hem lijden. De pijn die mensen die deelnemen aan Christus' zending verduren, is nauw verbonden met hun zending. Het lijden geeft een geloofwaardigheid en een kracht, die zelfs beulen beweegt om zich over te geven aan Gods liefde.

 

In de moderne zendingsbeweging was de zendeling vaak een voorbeeld naar westers model, met macht en technische vooruitgang omhangen. Het kon misschien moeilijk anders: het was gewoon voor de westerse volken dat waar zich hun politieke macht vestigde, hun religie zou volgen. Kenmerkend was de militaire terminologie, met woorden als ‘soldaten', ‘strategie', ‘kruistocht', ‘campagne' en ‘verovering'.

 

Wij kunnen die taal niet langer bezigen. Herlezing van de Brieven van Paulus laat zien dat niemand het geheim van de fragiliteit en zwakheid van de zendeling beter heeft verstaan dan deze apostel. In zijn boodschap aan de gemeente van Korinthe, die blootstaat aan de verleiding om de brede weg van de superapostels te volgen, de weg van succes en macht, de weg die het bewijs levert dat het christelijk geloof de schoonheidswedstrijd tussen de goden glansrijk wint. Paulus echter –in hun ogen zwak en inefficiënt in zijn dienst- herinnert hen aan de paradox van een God die, ondanks het feit dat hij almachtig is, zwak en kwetsbaar werd in zijn zoon, over een Christus die, hoewel hij de Vader kon vragen om 12 miljoen legioenen engelen om hem van het kruis te redden en zijn vijanden te vernietigen, verkoos aan het kruis te blijven om in die weg de wereld te redden.

 

Niemand kan ontkennen dat Jezus alleen maar goed heeft gedaan, maar dat redde hem op geen enkele manier van het kruis. Het behoort wezenlijk tot de beweging van Gods ontferming dat hij gebruik maakt van de kwetsbare getuige, de machteloze ambassadeur van het goede nieuws. Degenen die wij zoeken voor het evangelie te winnen, moeten als het ware altijd de mogelijkheid hebben om de getuige van het evangelie aan het kruis te slaan.

 

Alleen als wij valse macht en zekerheden de rug toekeren, kan er sprake zijn van authentieke zending. Dat zal zeker tot tegenstand en misschien zelfs lijden en vervolging voeren. Maar lijden en martelaarschap hebben altijd behoord tot de mindere bedreigingen voor het (over)leven van de kerk. Zij hebben nooit het laatste woord. Het laatste woord in de Schrift is niet het kruis, maar de opstanding en de overwinning van God; niet lijden maar hoop. Ware hoop is hoop temidden van tegenspoed en kruis, en tegelijkertijd verankerd in Gods komende triomf over zijn opstandige wereld.

 

David J. Bosch, The Vulnerability of Mission , Occasional Paper 10, Selly Oak Colleges Birmingham , 1991

 

uit: Centraal Weekblad, 31 maart 2006, 54e jaargang, nr.13, p.12 door drs. Wout van Laar