
Wout van Laar, ‘Beraadsgroep missionaire presentie: naar een missionaire kerk in Nederland' |
||
Beraadsgroep Missionaire Presentie:naar een missionaire kerk in Nederland
|
||
Zending staat weer op de agenda van de kerken. De oecumenische beweging, ooit geboren uit verlangen tot meer samenwerking bij de uitvoering van de wereldwijde zendingsopdracht, lijkt zich haar missionaire oorsprong te herinneren en daaruit nieuwe inspiratie te putten. In Nederland komt de nieuwe aandacht voor 'zending' onder meer naar voren in de instelling van de beraadsgroep Missionaire Presentie van de Raad van Kerken. Vanaf de oprichting in de jaren zestig had de Raad zich nooit expliciet met zending en missie bezig gehouden. Evangelisatie hielden de kerken voor zich en de Raad had zich andere prioriteiten gesteld; deze lagen vooral op sociaal-ethisch terrein. In 2001 kwam het tot een interessant initiatief. In zijn beleidsplan 'Tijd om keuzes te maken…(2001-2005)', kondigt de Raad de vorming van de beraadsgroep Missionaire Presentie aan als het betreden van een 'nieuw beleidsterrein'. Een aantal overwegingen deed de Raad besluiten aan de communicatie van het Evangelie de komende jaren hoge prioriteit te geven. Enerzijds constateert de Raad verlegenheid bij het kerkelijke kader ten aanzien van 'zending' en 'evangelisatie'. Veel christenen zijn onzeker en vinden de woorden niet meer; kerken en gemeenten hebben er moeite mee om het christelijke getuigenis overtuigend en wervend naar buiten te brengen. Anderzijds neemt de Raad waar dat er binnen de lidkerken meer aandacht groeit voor de missionaire gestalte van de kerk. Ook blijkt de samenleving, de secularisatie ten spijt, vaak een positieve verwachting te hebben van kerk en religie; (lokale) overheden staan weer open voor de visie en bijdragen van kerken en christelijke gemeenschappen. Tenslotte valt er in de gebrokenheid van onze wereld alom een zoeken naar zingeving en een hunkering naar heelheid te proeven. De beraadsgroep is in januari 2002 met veel enthousiasme aan het werk gegaan. In deze bijdrage kan het om niet meer gaan dan om een momentopname van een uiterst boeiende ontdekkingstocht van een gemêleerd gezelschap van vertegenwoordigers uit de kring van oecumene en zending/missie. De lezer wordt een blik gegund in de keuken; er mag iets geproefd worden van de eerste resultaten. Eerst wordt kort de vergelijking gemaakt met het project 'Zending in Nederland' uit de jaren zeventig. Ook plaatsen wij het werk van de beraadsgroep in een bredere context van de ontwikkelingen buiten Nederland, vooral in Europa. De ontwikkelingen lijken grond te geven aan de verwachting, dat zich mondiaal en dus ook binnen onze grenzen een nieuw en dynamisch missionair tijdperk aankondigt, waarvan de contouren en gevolgen bij lange na niet zijn aan te geven. Het project 'Zending in Nederland'Het is niet helemaal juist te stellen dat de Raad van Kerken zich niet eerder met 'zending' bezighield. Om de betekenis van opdracht aan de beraadsgroep goed te verstaan, roepen wij het meerjarenprogramma 'Zending in Nederland' in herinnering. In 1975 nam de Nederlandse Zendingsraad het initiatief tot een oecumenisch beraad. Het heeft te maken met ervaringen die zijn opgedaan tijdens de wereldzendingsconferentie van Bangkok (1973). Het thema van Bangkok 'Verlossing en bevrijding in Jezus Christus vandaag' werd destijds methodisch aan de orde gesteld door in tal van secties mensen die zich concreet inzetten voor bevrijding te vragen daarvan een actieverslag te geven. Bangkok leerde dat de bijdrage van buitenlandse christenen van bijzondere betekenis kan zijn voor de zelfbezinning van de kerken op hun missie. "Als ook Nederland in de zin van het nieuwe missionaire denken 'zendingsgebied' genoemd mag worden, waarom ons dan niet laten helpen door zusters en broeders uit andere landen?" Zo werd "Zending in Nederland" de naam van een oecumenisch project, onder auspiciën van de Raad van Kerken, waarin het ging om de missionaire kwaliteit van de kerken in ons land. Hoogtepunt was een consultatie in 'Kerk en Wereld' te Driebergen, herfst 1977, waar verslag werd gedaan van de bevindingen (1) .Het klimaat van die jaren weerspiegelt een andere tijd. Zending heette toen vooral: "ingaan op de nood en weerstand bieden tegen het kwaad van de moderne tijd" (2) . Daartoe was het zaak de zondige structuren aan te pakken. "De kerk moet gaan begrijpen in wat voor wereld zij leeft en dat zij de strijd om het Rijk van God te bouwen opnieuw moet aanbinden." (3) . "De mensen in de kerken moeten leren zien hoe en waar zij zelf in de bevrijdingsgeschiedenis van God staan. Concreet kan dat bij voorbeeld in de Ijmond. Daar voelen mensen zich onderdrukt en willen daar onderuit" (4) . Voor 'traditioneel geloven' en viering bestond minder interesse. Vijfentwintig jaar later leven wij in een heel andere wereld, of liever: beleven wij onze wereld geheel anders. Het postmoderne levensgevoel heeft in veel opzichten de zekerheden van het modernisme in twijfel getrokken. Onze risicosamenleving vertoont een lappendeken van nieuwe levensvormen, die een voortdurende heroriëntering vragen van de zappende mens. Velen houden dat niet vol; in een gevoel van ontheemding zijn zij op zoek naar hun wortels, naar identiteit. Secularisatie en individualisering hebben zich doorgezet. Voor acties krijg je mensen de deur niet meer uit. Over de definiëring van 'zending' en 'evangelisatie' bestaat verwarring. Tegelijk doen zich allerwegen uitingen van religieus verlangen voor. Het is een uitdaging om onder sterk gewijzigde condities weer een oecumenisch bezoekprogramma te ontwikkelen over de kwaliteit van de missionaire kerk aan de basis. De leermomenten van het project 'Zending in Nederland' moeten daarbij worden meegenomen. Internationale ontwikkelingenDe nieuwe aandacht voor 'zending' in Nederland staat niet los van wat internationaal valt waar te nemen. Het tijdperk van de moderne zendingsbeweging als een vanuit het Westen aangestuurde onderneming mag dan voorbij zijn, mondiaal gezien is er niet eerder in de geschiedenis zo veel missionaire activiteit ontplooid. Het initiatief is overgenomen door de charismatische en pentecostale kerken van het Zuiden, die 'zending' in de bloedsomloop lijken te hebben. De oecumenische beweging kan deze omslag niet langer ontkennen en ondergaat de invloeden van de evangelicalisering en pentecostalisering van de wereldkerk.In Harare deed de Assemblee van de Wereldraad van Kerken (1998) een oproep aan de wereldwijde gemeenschap van kerken om zending en evangelisatie de hoogste prioriteit te geven. In mei 2005 vindt in Athene de volgende wereldzendingsconferentie plaats met het thema 'Kom, Heilige Geest. Heel en verzoen ons!' Interessant zijn de ontwikkelingen op Europees niveau. Er zijn voorbeelden te over: a. Opmerkelijk zijn de initiatieven van de Europese Kerken Conferentie (CEC). In het verleden heeft de CEC nooit veel met 'zending' gehad. Tijdens de Assemblee in Graz (1997) werd besloten tot de instelling van de Commission Churches in Dialogue. Deze commissie, waaraan ook de algemeen secretaris van de NZR deelneemt, hield zich sindsdien niet alleen bezig met aspecten van de dialoog tussen de Europese kerken; ook 'Mission' behoort tot haar verantwoordelijkheid. In nauwe samenwerking met de Europese Bisschoppenconferentie (CCEE) zet men zich in voor een oecumenische visie en strategie voor 'mission in Europe'. De kerken zien zich voor de brandende vraag gesteld: 'Hoe kan het Evangelie van heelheid en verzoening vandaag worden gecommuniceerd als een reële optie voor de Europese volken? Nieuwe verhoudingen tussen zending en oecumene Werkbezoeken aan de basisTegen de achtergrond van boven geschetste ontwikkelingen ging de beraadsgroep Missionaire Presentie van start. Bijzonderheid is dat deze niet alleen bestaat uit leden van de lidkerken van de Raad; ook mensen uit kerken en gemeenschappen die niet in de Raad vertegenwoordigd zijn, nemen deel. In relatie tot de missionaire praktijk aan de basis blijken oude scheidsmuren tussen 'oecumenici' en 'evangelischen' weg te vallen; zeker wanneer aan jongere generaties de ruimte wordt gegund om, aan overleefde tegenstellingen voorbij, nieuwe wegen te zoeken van getuigenis en dienst. Van grote betekenis is het meedoen van de migrantenkerken. De weerspiegeling van de breedte van kerk en evangelisatie situeert de beraadsgroep uitdagend op het snijvlak van oecumene en zending. Pikant detail is dat de algemeen secretaris van de NZR als secretaris van de beraadsgroep optreedt.De beraadsgroep is acht maal plenair bijeen geweest. Maar het meeste werk is verricht doordat men in groepjes van twee of drie uitzwermde om werkbezoeken te brengen aan de basis van kerk en samenleving, in parochies en gemeenten. De opzet was om 'vindplaatsen van hoop' aan te boren. Daarbij is ervoor gewaakt één kant op te kijken en nu juist aan de veelkleurigheid van modellen ruimte te geven: van oude-wijken-pastoraat tot 'traditionele' gemeente, van Afrikaanse pinksterkerk tot een kerkdienst voor niet gelovigen, van Church Growth gemeente tot jongerenkerk. Men trok er op uit, nieuwsgierig naar de zeer diverse manieren waarop de navolging van Jezus Christus vrouwen, mannen en kinderen reële hoop biedt en tot getuigenis brengt, dwars door denominaties en kerkelijke structuren heen. Hoe zijn christelijke gemeenschappen vandaag missionair present in onze samenleving, wellicht ook buiten de ons bekende circuits en achter de best practises van onze organisaties? Zo zocht de beraadsgroep te ontdekken waar en hoe de bevrijdende kracht van het Evangelie zich -misschien wel heel verrassend- manifesteert: welke woorden en beelden vinden mensen vandaag om de hoop in Jezus Christus uitdrukking te geven? Waarom wordt dit door hen als hoop geduid? Zijn er bepaalde constanten in de verhalen en modellen waaruit conclusies zijn te trekken en waarop beleid kan worden gemaakt? Belangrijk bij dit onderzoek is de vraag hoe jongeren vandaag de navolging van Christus leven. Hoe waait de wind?De laatste bijeenkomsten waren gewijd aan de bespreking en evaluatie van de rapportages. Tweemaal kwam de beraadsgroep daartoe samen buiten Amersfoort: eerst als gast van de Scots International Church en vervolgens in de Doopsgezinde Gemeente te Wageningen.Ds. Herman Heijn, doopsgezind predikant in Heemstede, schreef vanuit een kleine kerngroep een eerste analyse voor de beraadsgroep. Deze analyse is ter becommentariëring aan de leden van de beraadsgroep voorgelegd en zal een belangrijk element vormen van de uiteindelijke conclusies en aanbevelingen aan de Raad later dit jaar. Ik geef deze voorlopige analyse, onder de meerduidige titel "Hoe waait de wind?', hieronder enigszins bewerkt weer. Het is duidelijk dat het om niet meer dan een momentopname gaat in een proces van onderzoek en bezinning, dat zijn afronding nog niet heeft gevonden. Na de vijftien vindplaatsen te hebben doorgenomen, is het boeiend te zien welk patroon zich ontvouwt. Om enig inzicht te krijgen op de veelkleurigheid die uit de rapportages naar voren komt, zijn de verslagen gerangschikt aan de hand van een aantal parameters: een daarvan is gastvrijheid, een steeds weerkerend thema in de verslagen. De tweede vormt de context waarbinnen parochies, gemeenten, abdijen en projecten werken, lokaal (wijk, dorp), regionaal of nationaal. Een derde parameter betrof de opmerkingen die gemaakt zijn met betrekking tot de liturgie. In de vierde plaats is gezocht naar het gezicht, het profiel, naar het eigene van de vindplaatsen. Tenslotte is gekeken naar de taak in de wereld, de missionaire presentie van de verschillende vindplaatsen. Zo ontvouwde zich een dwarsdoorsnede, waaruit een tiental springende punten naar voren kwam. Uiteraard verschillen die punten in accentuering per plaats nogal; toch is het opvallend dat er in het oog springende gelijkvormige tendensen zijn. 1. ProfielenHet is opvallend dat er sprake is van profilering. Men werkt aan een eigen, duidelijk gezicht. Die profielen zijn dan weer sterk verschillend, ook binnen de eigen denominaties. De Doopsgezinde Gemeente Wageningen heeft een zeer sterk kindvriendelijk profiel ontwikkeld. De Scots International Church in Rotterdam vormt een internationale groep, die de Engelse taal als bindmiddel heeft. De Buitenwacht in Dordrecht wil 'de luis in de pels zijn' en kiest voor een diaconaal-profetisch profiel. In de Eleousa communiteit in Vught heeft men uit de eigen traditie de oernotie van 'barmhartigheid' als profilering gekozen en dit zeer eigentijds en met gevoel voor kwaliteit uitgewerkt. De pastoor van de St.Petrusparochie in Oisterwijk heeft, op integere wijze, een herkenbaar rooms-atholiek profiel, waarbij de sacramenten centraal staan (overigens met een zeer eigentijdse vorm van internetpastoraat). Ook de traditionele denominatie kan een werfkrachtig profiel vormen. Een profiel kan ook contrastrijk zijn: zo heeft de Nederlands Gereformeerde Kerk te Houten een orthodoxe leer gekoppeld aan een zeer levendige, welhaast Afrikaans aandoende liturgie. "Naarmate je helderder bent over de kern, kun je flexibeler zijn naar de vormen" aldus ds. Westerkamp. Kortom, hier wordt zichtbaar de godsdienstsociologische trend van denominaties naar congregaties.2. Lokaal en mondiaalWat ook zichtbaar wordt is dat van beïnvloeding vanaf het landelijk niveau nauwelijks sprake is. Men richt zich op de lokale situatie. Van de dertien is er één landelijk actief (Vught), zijn er vier die ook een regio bedienen (Wageningen, Antwerpen/Lier, Rotterdam SIC, Berne). Alle anderen zijn vooral op de wijk, het stadsdeel of het dorp gericht. Op veel vindplaatsen tekent zich wel een mondiale impuls af. Maar ook het gezicht naar de wereld heeft vooral locale kanten; men speelt vooral in op de directe noden in de concrete omgeving. Als vanzelf spreekt het mondiale een rol die gemeenten die hun profiel aan de globalisering ontlenen: de Bijlmer House of Fellowship, Scots International Church en ICF in Rotterdam. Binnen één generatie vormde de globalisering de Bijlmer om van het meest seculiere stadsdeel tot een wijk waarbinnen meer dan tachtig kerken groeien en bloeien.In de verslagen komen we ook Afrikaanse impulsen tegen (ds. Bouw, Nieuwe Kerk en ds. Westerkamp, Houten), Iona Schotland (Wageningen), Saddleback Church U.S.A (SIC, Theo Visser), Italië (St Egidius, Antwerpen). Andere impulsen komen uit een ontdekkingstocht in de tijd zoals het hervinden van de traditie (Vught en Oisterwijk) of uit een bepaalde stijl zoals de liederen van de Amsterdamse Huub Oosterhuis in het Vlaamse land (Anterpen/Lier). Er is dus sprake van inspiratie die geput wordt uit andere contexten. De weg naar migrantenkerken in de omgeving blijkt overigens nog ver. 3. GastvrijheidOpvallend is de grote aandacht voor gastvrijheid. In veel nuances wordt hier over bericht. 'Laagdrempelig, wijkfeest, lege stoelprincipe, midi-huis' (Utrecht Oost). 'Kinderen zijn welkom, ontspannenheid' (Wageningen).'Gastvrijheid, thuishaven, Mamre-project' (SIC Rotterdam). 'Vrijplaats, gastenbroeder, onthaasten' (Berne). 'Huis voor de buurt, open gemeenschap'(Dordrecht). 'Je welkom voelen' (Houten). Men ziet de huidige samenleving niet als een seculier veld dat verloren is voor het Evangelie, maar treedt zelfbewust naar buiten in het besef 'dat de velden wit zijn om te oogsten' (ds. Van Hiele, Wageningen).4. VieringenVrijwel overal hecht men groot belang aan de liturgie. In de vieringen van de ICF Rotterdam zijn twee derde van de mensen niet Nederlands. Logisch, er wordt Engels gesproken en gezongen en men vertaald op verschillende zondagen in het Chinees, Russisch, Arabisch, Frasi, Frans enz. Toch komen er gaandeweg meer Nederlanders: "largely because of the inflexibility and dullness in many Dutch churches." Eigentijdse liederen combineert men met oude hymnen begeleid op piano, gitaar, fluit en drums. In Vught kunnen de klassieke getijden worden ingevuld met yoga of stilte meditaties. We noteerden op de diverse vindplaatsen: 'experimenteel, speels,creatief, gemeenschapsgericht, behapbaar, symbolen, lichamelijk, zalving, drama, levensverhalen, ontspannen, flexibel, iconen.'. Uitzondering vormen in zekere zin de parochie in Oisterwijk en de Nieuwe Kerk, Utrecht. Daar zorgen respectievelijk de rooms-katholieke en reformatorische klassieke liturgie voor het basisprofiel. Maar overal combineert men vrijmoedige verschillende stijlen en tradities. In Houten zingt men gospels begeleid door gitaar en drums, maar evenzo goed psalmen bij het pijporgel.5. Weerbarstige realiteitIn veel rapportages vinden we sporen van het inspelen op de weerbarstige realiteit. Christenen uit onze vindplaatsen reageren vooral op 'wat op hun weg komt'. In Oisterwijk is dat de eindigheid van het leven. "De uitdaging is om in het leven van de overledene elementen aan te wijzen van het mysterie van Christus en mensen te attenderen op de mogelijkheid om de weg van Christus te gaan." In Vught reageert men op alle problemen en spanningen die optreden rond arbeid met 'het klooster voor zingeving en werk'. In Rotterdam en de Bijlmer komen alle komen alle problemen rond de multi-etnische samenleving aan de orde, tot en met de mensenhandel rond prostitutie. In Dordrecht leert men omgaan met conflicten en ruzies. In Antwerpen heeft St.Egidius oog voor de dak- en thuislozen met hun problemen. En in Zandvoort ziet men het einde van de eigen gemeente mensmoedig onder ogen en bouwt het eigen bestaan zorgvuldig af.6. Oprecht geloofWat opviel in de rapportages is het oprechte geloof. Hoewel dat geloof grote verschillen laat zien: van diepgeworteld doopsgezind tot orthodox katholiek, van Afrikaans christen tot vrijzinnig Hollands, van lofprijzend evangelisch tot geëngageerde buurtgroep. Er is sprake van een duidelijke articulatie van en terugkoppeling naar het bijbels getuigenis en een groot vertrouwen in de eigen roeping tot navolging. Zeker voor voorgangers en kader geldt dat het geloof eerder een levensopdracht vormt dan een bijkomende hobby, men gaat ervoor.7. Handen uit de mouwenWat in veel verslagen zichtbaar wordt is het participatie model. De ICF gemeente, Rotterdam, werkt, op basis van de charismatische grondstructuur van de gemeente, met 'cell groups'. Werken in kleine groepen en huiskringen keert terug bij de alfa-kringen, bij voorbeeld in de Nieuwe Kerk in Utrecht. In Dordrecht hecht men er aan dat het proces van vorming, viering en actie ook leidt tot een gezamenlijk leerproces. In Antwerpen bereidt men de vieringen van De Vleugel voor in themagroepen. We zien dus het model oplichten waarbij door activiteiten en participatie geloofsinhouden groeien. Niet eerst leren en dan doen, maar leren door mee te doen. Soms lijden mensen onder de druk om mee te moeten doen aan de activiteiten. Reactie van een van de leden van de beraadsgroep: "En toch ben ik er bij alle belemmeringen trots op dat ik SoW ben: iedereen kan hier terecht. Ook als het even niet hoeft voor mij en ik verantwoordelijkheden schuw of niet aankan, mag ik achter een pilaar verscholen in de kerk zitten".8. LeadershipAl eerder noemden we de gedrevenheid van een klein aantal mensen als motor van de vindplaatsen. Persoonlijke inspiratie en commitment spelen een alles behalve te onderschatten rol. Dat stelt de vraag naar het leadership. Veel hangt af van de charismatisch leider. Wat gebeurt er wanneer deze wegvalt? Wat in het oog springt is het geringe aantal vrouwelijke leiders. Waar ze zichtbaar zijn, dan vooral als 'de vrouw van'. St. Egidius vormt daarop een uitzondering. Dit roept vragen rond emancipatie, contingentie, kwetsbaarheid en continuïteit.9. Verschillen mogenEenheid van stijl en aanpak is ver te zoeken. Zowel liturgisch als op vele andere fronten put men naar believen uit allerlei bronnen. Ook oecumenisch zoek men niet naar consensus. "Wij doen het zo, laat anderen het anders doen." (ds.van Hiele, Wageningen) "Voor mij is dit de waarheid, u mag daar anders overdenken"(pastoor van Buytenen, Oisterwijk).10. GemeenschapTerugkerend is de grote nadruk op koinonia. Enkele uit de vele voorbeelden mogen hier volstaan:"Een plek waar je mensen mee naar toe kunt nemen" (Jongerenkerk, Houten). De kerk als 'healing community' (House of Fellowship, Bijlmer). "Living together as a family and feeling the presence of God" (International Christian Fellowship, Rotterdam ).Hoe gaat het verder?Na de zomer wordt de missiologische reflectie op de resultaten van het onderzoek door de beraadsgroep voortgezet. Er wordt een aantal spanningsvelden zichtbaar, die om verheldering vragen: hoe verhouden zich gastvrijheid en identiteit? Mag de ander ook anders zijn, of moet hij worden als wij? Verandert de gastheer ook zelf door de ontmoeting? Een andere spanning die gevoeld wordt is die tussen traditie en vernieuwing, instituut en beweging, beleidsstrategie en Geest (verrassing en 'toeval'), kritisch-theologische reflectie en emotioneel uit je dak gaan.Een derde spanningsveld is de relatie tussen het vieren van verscheidenheid en samen voor één zaak gaan. Wanneer verschillen eindeloos mogen, wat delen we dan nog? Als uitkomst van deze reflecties hoopt de beraadsgroep straks te kunnen formuleren wat zij verstaat onder 'missionaire presentie'. Wat is 'missionair' en hoe duiden wij 'presentie'? Een aantal aanbevelingen en modellen zullen aan de Raad worden voorgedragen ten einde de kerken behulpzaam te zijn om 'missionaire kerk' te zijn. Kan dat op zodanige wijze dat de diverse tradities en confessies elkaar vanuit ieders rijkdom in Christus in het nederige besef van complementariteit positief erkennen als partners in de ene zending van God (Missio Dei)? Ten slotte zou, op basis van de ervaringen in dit onderzoek aan de Raad van Kerken en de Nederlandse Zendingsraad de aanbeveling kunnen worden gedaan om, -naar het model van het project 'Zending in Nederland'-, een landelijk programma van missionair-oecumenisch leren te ontwikkelen. Elders in Europa zijn op dit punt interessante inzichten opgedaan, die ons zouden kunnen helpen. Het idee van het meerjarenproject Building Bridges of Hope van de Britse Raad van Kerken zou richtinggevend kunnen zijn. De ontwikkeling en uitvoering van een dergelijk breed project gaat de bevoegdheid van de beraadsgroep Missionaire Presentie te boven. Diverse overkoepelende organen van oecumenische en evangelicale achtergrond, ook uit de migrantenkerken, zouden medeverantwoordelijkheid moeten dragen. De toegenomen aandacht voor 'zending' stemt hoopvol. Niet dat de illusie bestaat dat het zal komen tot een eensluidende visie op 'zending' en 'missie'. Twijfels en onzekerheden te over. Maar zeker is wel dat er een nieuwe wind is gaan waaien in ons oude werelddeel. De overtuiging groeit dat de kerken op basis van hun missionaire identiteit hebben terug te keren naar hun eerste taak: het delen met alle mensen van het goede nieuws aangaande Jezus en zijn rijk. De belofte van Gods goede Geest die ons daarin voorgaat, zal ons dragen. ________________________________________(1) .Het materiaal is te vinden in Wereld en Zending, 6e jaargang 1977, nummer 2 en in het verslagboek 'Zending in Nederland', Wereld en Zending, 7e jaargang, nummer 1 (2) R.J. van der Veen, 'Prijs van de verandering. Slottoespraak.', Wereld en Zending, 7e jaargang 1978, nummer 1, p. 75 (3) Wereld en Zending, 1978, 1, p.58 (4) Wereld en Zending, 1978, 1, p.68 (5) Zie hierover de lezingen van het seminar Hearing what the Spirit to the Churches says. Towards new ways of common mission, op 8 mei 2003 in Amerongen met dr. Kwame Bediako: website Nederlandse Zendingsraad: www.zendingsraad.nl |
||