Wat doet de NZR
 
 
 
 
 
 

Wout van Laar, ‘Consultatie van kerken uit Latijns-Amerika en Europa, 3-6 april 2003, Bad Segeberg “Geen gemeente zonder zending - Geen zending zonder gemeente”'

   

Geen gemeente zonder zending - geen zending zonder gemeente

 

"Van 3-6 april 2003 hebben wij, ongeveer vijftig mannen en vrouwen van kerken, zendingsorganen en raden van kerken in Latijns-Amerika en Europa elkaar ontmoet in de lijdenstijd in de Evangelische Akademie van Nordelbien, in Bad Segeberg, Duitsland. Bijeengeroepen door de Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken (CLAI), de Conferentie van Europese Kerken (CEC), de Wereldraad van Kerken (WCC) en de Evangelisches Missionswerk in Deutschland (EMW). Voor de eerste keer in de geschiedenis van onze raden troffen wij als vertegenwoordigers van verschillende protestantse en Orthodoxe kerken elkaar in een nieuw bewustzijn van de wezenlijke betekenis van de zending van de kerk. We zijn in het bijzonder gemotiveerd door de slagzin van een van de onder ons vertegenwoordigde kerken: 'Geen gemeente zonder zending - geen zending zonder gemeente'."

1. Aldus opent de Brief van Bad Segeberg aan de kerken van Latijns-Amerika en Europa, aan het slot van een boeiende consultatie. Het initiatief voor deze consultatie kwam van de (protestantse) Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken (CLAI). Tijdens een overleg met de Wereldraad van Kerken eind 2001 hadden vertegenwoordigers van Latijns-Amerikaanse kerken laten weten behoefte te hebben aan meer contact met hun Europese partners over wat zending nu eigenlijk betekent in deze tijd van globalisering. Ook hadden zij het gevoel dat er sprake is van een zekere verwijdering tussen de Europese en Latijns-Amerikaanse kerken. De West-Europese kerken hebben in de afgelopen jaren meer aandacht gekregen voor Oost-Europa en Afrika, en dat gaat kennelijk ten koste van de aandacht voor de kerken in Latijns-Amerika. Een verzoek van de CLAI om samen een consultatie over zending te houden werd door de Conferentie van Europese Kerken (CEC) enthousiast opgepakt. De CEC heeft zelf 'mission' hoog op de agenda staan en wil graag leren van ervaringen van Latijns-Amerikaanse kerken, waarvan vooral de pinksterkerken spectaculair groeien. Valt er met die ervaringen in de context van Europa ook iets te doen?

In Europa daalt juist het aantal leden van kerken en neemt de secularisatie toe. De verschillen tussen beide continenten lijken dan ook op het eerste gezicht groot: teruggang en secularisatie in Europa, onstuimige groei van kerken in Latijns-Amerika, een relatief wijdverbreide welvaart in Europa tegenover armoede van de grote massa's in Latijns-Amerika, een steeds strikter immigratie- en asielbeleid in Europa tegenover een groeiende stroom Latijns-Amerikanen die hun heil elders (zouden willen) zoeken. Bij nader inzien, zijn er echter ook overeenkomsten: in beide continenten groeit de kloof tussen armen en rijken, en beide continenten kennen migrantenkerken. Er zijn inmiddels in Europa op veel plaatsen kerken van Latijns-Amerikaanse migranten, die nogal eens zendingsinitiatieven ontwikkelen die aan de bestaande kerken volledig onbekend zijn. Maar ook in Latijns-Amerika zijn nog altijd Europese kerken met hun eigen projecten te vinden.

2. Het eerste deel van de consultatie was gewijd aan een analyse van de context en aan de theologische vragen. De Duitse missioloog Dietrich Werner zag in "healing" een uitgelezen paradigma voor zending in een postmoderne tijd. Hij pleitte ervoor sensitief te zijn voor vernieuwingsbewegingen aan de basis en stelde de prikkelende vraag: wat te doen als de instituties niet meer gedragen worden door missionaire beweging vanaf de basis, terwijl de oude instituties toch juist vrucht waren van missionaire vernieuwing? CLAI-secretaris Manuel Quintero benadrukte dat wij niet te maken hebben met van de zending, maar dat wij staan aan het einde van een periode, namelijk van het Corpus Christianum. Zending is nu niet langer het overschrijden van grenzen vanuit westerse centra, maar taak van de universele kerk die deelheeft aan de ene ongedeelde zending van God. Hij zag de grote verscheidenheid in tal van kerken niet als zwakheid, maar als een kracht: de wereld heeft behoefte aan kleine gemeenschappen van mensen die in hun directe omgeving de navolging van Christus voorleven, meer dan aan een kerk waar intellectuele overeenstemming over de leer wordt nagejaagd. De methodiste Beatriz Ferrari uit Uruguay werkte vanuit haar werk met vrouwengemeenschappen het model van Bethanië uit: Jezus en zijn discipelen genoten gastvrijheid in het huis van Maria en Martha, een 'helend' centrum waar materiele en geestelijke gaven werden gedeeld ter wille van Jezus' missie.

3. Naast de meer theoretische analyse van de context en lezingen over de bijbels-theologische aspecten van zending was er op de consultatie veel ruimte vrijgemaakt voor uitwisseling van ervaringen. Een Braziliaan vertelde met een prachtige powerpoint-presentatie enthousiast over het missionaire project van zijn lutherse kerk, dat onder de titel Geen lokale gemeente zonder zending, geen zending zonder lokale gemeente beoogt lokale gemeenten te steunen bij hun missionair werk.
Een vrouwelijke predikante deed verslag van het werk van haar methodistenkerk onder de allerarmste bevolkingsgroepen op het platteland en in de krottenwijken van Costa Rica.
De secretaris van de Nederlandse Zendingsraad, drs. Wout van Laar, beschreef het project voor intercultureel bijbellezen dat, in ons land geïnitieerd door de NZR in 1996, vervolgens internationaal is uitgewerkt door Kerkinactie en de VU. In de aanbevelingen van de Brief van Bad Segeberg is 'interculturele bijbelstudie' terug te vinden als een van de activiteiten, die kerken en gemeenten kunnen helpen om processen van oecumenisch leren meer diepte te geven.
Uit Engeland kwam de ervaring van 'omgekeerde zending' door migranten in hun nieuwe land, en uit Genève het verhaal van een Latijns-Amerikaanse migrantenkerk, die een vluchthaven biedt voor (illegale) migranten uit verschillende landen.

4. Door de voorbereidingsgroep waren vier aandachtspunten aangegeven die richting zouden kunnen geven aan de gemeenschappelijke bezinning, omdat zij in beide contexten een rol spelen: spiritualiteit, genezing en verzoening, profetisch getuigenis, en het delen van middelen. In beide continenten bestaat grote eensgezindheid over het belang van spiritualiteit.
Op veel plaatsen valt een relatie te constateren tussen een vernieuwing van de spiritualiteit van een gemeenschap en de groei ervan. Discussie was er over het belang van kwantitatieve groei. Een pijnlijke vraag voor klassieke historische kerken in beide werelddelen, die alles moeten doen om te overleven terwijl het pentecostalisme numeriek zijn duizenden verslaat. Is een kerk die numeriek niet groeit, een falende kerk die haar missionaire taken verzaakt, of kan een geloofsgemeenschap wel degelijk trouw zijn aan het evangelie maar in een bepaalde situatie door welke omstandigheden dan ook geen nieuwe leden aantrekken? Gaat het uiteindelijk niet om authenticiteit en integriteit? Er werd gepleit voor meer dialoog tussen de historische kerken, die dikwijls kampen met stagnatie, en de pinksterkerken, die vaak groeien, maar nogal eens door leden van andere kerken aan te trekken. Concurrentie tussen kerken werd als zeer kwalijk veroordeeld, zeker ook door de aanwezige vertegenwoordigers van orthodoxe kerken, die al veel langer protesteren tegen proselitisme.

Herhaaldelijk werd de belangrijke rol van de lokale gemeente erkend. Daarover bestond grote eenstemmigheid: de regionale raden moeten de weg terugvinden naar de basis. Immers, het is de lokale gemeenschap die het subject is van de missionaire activiteiten van de kerk. Deze moet daartoe goed toegerust worden. Dat leidde tot de vraag wat de rol is van de traditionele zendingsgenootschappen en de nieuwere donororganisaties, de zogenaamde 'agencies'. Vanuit Latijns-Amerika kwam kritiek op de benadering van de donororganisaties. Deze kijken teveel naar efficiëntie en missen soms gevoel voor het eigen karakter van kerken en voor de kerkelijke verhoudingen. Niet iedereen onderschreef deze opvatting. Wel was men het eens over het belang om diaconaal en missionair werk bijeen te houden en niet uit elkaar te trekken, zoals soms gebeurt. In de zending van de kerk gaat het om het heil en welzijn van de hele mens en zijn of haar hele gemeenschap. Genezing en verzoening, diaconaat en profetisch getuigenis behoren onafscheidelijk bijeen in, wat Latijns-Amerikanen noemen, de 'misión integral'.

5. Aan het slot werden in de Brief van Bad Segeberg, die bestemd is voor de kerken in Latijns-Amerika en Europa, de bevindingen van de consultatie beschreven en verschillende aanbevelingen gedaan om een betere samenwerking daadwerkelijk mogelijk te maken. Deze brief is als bijlage bij dit verslag te vinden (NZR 088/03). Veelzeggend detail: een Latijns-Amerikaans riep met gevoel van eigenwaarde uit, dat voor het eerst in de geschiedenis op een internationale conferentie de Spaanse tekst eerder op tafel lag dan de Engelse!

Terugziende op het geheel blijft er een ambivalent gevoel achter.
Aan de ene kant werd door Latijns-Amerikanen en Europeanen beleden dat we leven in een overgangstijd met enorme veranderingen. Deze dringen ons om, sensitief voor de wenken van de Geest, te zoeken naar nieuwe wegen van zending en oude structuren te relativeren.
Aan de andere kant domineerde, toen het erop aankwam om een visie te formuleren, het oude denken van de traditionele op westerse leest geschoeide oecumene. De Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken vertegenwoordigt slechts een fractie van de kerken van Latijns-Amerika. Hoewel er enkele pinksterkerken aan deelnemen, is de CLAI nog steeds voornamelijk een institutie van de 'historische' kerken, die naar organisatie en denken een verlengstuk vormen van de kerken van het Westen. Geen wonder, wanneer bedacht wordt dat de CLAI financieel vrijwel volledig afhankelijk is van fondsen uit Genève en andere oecumenische centra in Europa en de Verenigde Staten. Hoe lang zullen de overleefde structuren van Genève zich blijven afschermen voor de oncontroleerbare ontwikkelingen in de wereldkerk?

Uiteindelijk stemt het hoopvol dat de stemmen die om verandering roepen, zowel in Latijns-Amerika als in Europa gaandeweg aan kracht winnen. De secretaris generaal van de CLAI, de Cubaan Israel Bautista, verwoordde bij vlagen met passie de mening van hen die verlangen naar een nieuw tijdperk van zending. Naar een missionaire oecumene, die ruimte geeft aan de Geest van Christus in zijn/haar verrassende gang, zoals die bevrijdt en doet hopen, middenin de concreetheid en weerbarstigheid van alledag.

(Voor deze impressie werd dankbaar gebruik gemaakt van het verslag van drs. Ineke Bakker, secretaris van de Raad van Kerken in Nederland. Mw. Bakker nam deel aan de voorbereidingsgroep).