Wat doet de NZR
 
 
 
 
 
 

Hielke Wolters, ‘Geloof en economie in relatie tot de nieuwe aandacht voor “Missie” in Europa,' toespraak gehouden op NZR vergadering 25 januari 2002

   

Geloof en economie in relatie tot de nieuwe aandacht voor "Missie" in Europa

 

1. Zowel in de Rooms-Katholieke Kerkals in protestantse kerken wordt algemeen aangenomen dat Europa opnieuw missie/zendingsgebied is. (Hierna doel ik met ‘missie' zowel op het katholieke begrip als op het protestantse begrip zending) De achterliggende gedachte is dat Europa niet langer een werelddeel is waarin het christelijk geloof een algemeen geaccepteerde levensbeschouwing is. We leven in een post-christelijk tijdperk.

2. Er is veel discussie over wat precies onder missie moet worden verstaan. Dit is niet de plaats om deze discussies te voeren. Voor het gemak versta ik onder missie de definiëring die het dichtste bij mijn eigen, gereformeerde traditie ligt: missie/zending is de verkondiging van het Evangelie van de verlossing en bevrijding door Jezus Christus aan personen en op plaatsen waar geloof in dat Evangelie niet vanzelfsprekend is. Met plaatsen bedoel ik niet alleen geografisch bepaalde gebieden maar ook levensterreinen, zoals het bedrijfsleven.

3. Ook bestaat er geen eensluidende mening over de vraag wie de drager of uitvoerder van missie is. Is dat de missionaris, het zendingsgenootschap of de kerk en hoe verhouden die zich tot elkaar? Een boeiend debat, zeker in een tijd waarin gevestigde kerken hun missionair elan verloren lijken te hebben. Ook hier maak ik het mijzelf gemakkelijk met een klassiek uitgangspunt dat Gods Geest meer instrumenten gebruikt dan alleen de kerk, maar ook de kerk.

4. De algemeen geaccepteerde constatering dat Europa opnieuw missiegebied en zendingsterrein is wil nog niet zeggen dat er in de afgelopen jaren veel nieuw missiewerk is opgezet. In tegendeel. Veel pogingen van oudere datum leiden zelfs een kwijnend bestaan of zijn helemaal weggesaneerd. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het arbeidspastoraat en het oudewijkenpastoraat. De presentie van de kerk in essentiële delen van onze samenleving, zoals de stad en de wereld van arbeid en economie, is zo goed als verleden tijd. Nieuwe missionaire initiatieven bloeien nauwelijks op.

5. De oorzaak van de missionaire stilte is niet eenvoudig te duiden. Meerdere aspecten spelen een rol. Het post-christelijk karakter van de samenleving is een daarvan, hoewel de kleinkinderen van de verloren zonen en dochters veel minder aversie tegen het christelijk geloof en de kerk hebben - er is hier en daar zelfs sprake van een ontluikende nieuwsgierigheid - dan hun grootouders en ouders. Een ander aspect is dat missie/zending vastgelopen is in het debat over de essentie van haar eigen boodschap. (punt 6) Tenslotte speelt in de missionaire verlegenheid de slechte kennis van de grond waarin het zaad gezaaid dient te worden een belangrijke rol. (punt 7 t/m 12)

6. De crisis in het zelfverstaan van missie heeft alles te maken met de eeuwenoude dichotomie tussen woord en daad, geest en materie, ziel en lichaam. Recente herinterpretaties van de bijbel (het Hebreeuwse woord dabar is woord en daad; in het Koninkrijk van God gaat het om geest en materie, lichaam en ziel), sociologische studies over de wisselwerking tussen geest en materie in de vormgeving van maatschappelijke processen, en psychologische en pastorale ontdekkingen over de innige verbondenheid tussen psyche en lichaam blijken niet krachtig genoeg om de historisch gegroeide tegenstellingen te overbruggen. De diaconale betrokkenheid van de kerk op de wereld en de missionaire verkondiging van het woord zijn te zeer opgesloten in gescheiden werksoorten (en zelfs gescheiden bewegingen) om een nieuwe start met een integrale (of zoals sommigen het noemen: een holistische) verkondiging van het Koninkrijk van God te kunnen maken. Een aarzelende wederzijdse herkenning en toenadering tussen de oecumenische beweging en de evangelische beweging is wat dit betreft veelbelovend.

7. De missionaire stilte wordt evenzeer veroorzaakt door verlegenheid met de tijd waarin we leven. De boer is opgehouden met zaaien omdat hij tot zijn verbijstering ontdekt dat het zaad niet meer kiemt, wortel schiet en tot groei en bloei komt. De essentie van de goede tijding van verlossing en bevrijding lijkt niet meer relevant te zijn. Ook pogingen om met de taal van de tijd, bijvoorbeeld de vertaling van het Evangelie in een geseculariseerd begrippenkader aansluitend op vragen rondom zingeving, zijn een zachte dood gestorven. Hetzelfde is waar voor de veronderstelling dat kerkelijke inzet voor vrede en gerechtigheid vanzelf de belangstelling voor het christelijk geloof zou wekken. Wat overigens niet betekent dat de kerk die inzet maar zou moeten staken.

8. Mijn centrale stelling is dat het welslagen van missie in Europa naast het  hebben van een diepgeworteld en groot geloof in de werking van Gods Geest een grondiger inzicht in het zelfverstaan van mens en maatschappij vraagt dan we tot nu toe hebben kunnen opbrengen. Waar gaan mensen in (de rijke landen van West-) Europa voor? Wat drijft hen? Waar hopen ze op? Waar wanhopen ze over? Welke kaders en patronen beheersen hun denken?

9. Mijn betrokkenheid bij het missionair werk in de afgelopen decennium heeft zich afgespeeld op het terrein van geloof en arbeid, geloof en economie. Daarin heb ik leren zien hoe groot de invloed van werk en werksituatie, en meer algemeen, hoe groot de invloed van ons economisch denken en handelen is op de manier waarin we in het leven staan. Daarbij moet de economie niet te gemakkelijk worden afgeschilderd als het grote kwaad. Het kapitalisme is niet (alleen) een ‘ideologischen Waffen des Todes' (Hinkelammert) en we leven niet slechts in de nacht van het kapitaal (Van Leeuwen). Maar er is wel iets aan de hand dat ons denken, beleven en handelen danig beïnvloed.

10. Enige jaren geleden hebben enkele oecumenische organisaties het project ‘geloof en economie' georganiseerd. De kerngedachte in de open brief die over geloof en economie is ontstaan, was dat een nieuwe bevrijdende economie moet ontstaan via een debat over onderliggende waarden. Economische waarden als efficiëntie en winstmaximalisatie moeten worden gecorrigeerd door gerechtigheid, duurzaamheid en verantwoordelijkheid. De schrijvers van de open brief zagen heil in een maatschappelijk debat over waarden.

11. De urgentie van een kritisch debat over het economisch denken en handelen van het rijke Westen is nu nog groter geworden tegen de achtergrond van de globaliseringsprocessen. Kerken uit het Zuiden hebben in 1999 een open brief aan de kerken in het Noorden gestuurd met een dringende oproep om ons te wenden tot de dragers van de economische globalisering. Zij wezen daarbij nadrukkelijk op de nauwe samenhang tussen economisch beleid en onze spilzieke levensstijl en gaven aan dat deze levenshouding/economie een geloofskwestie is (in lijn met Kairos: status confessiones en de WARC: processus confessiones). In juni 2002 houden de West-Europese kerken een conferentie om op dit appel een antwoord te vinden.

12. Mijn overtuiging is het dat wij hard toe zijn aan een omgekeerd     denkproces: niet vanuit het christelijk geloof via het waardendebat kritisch meedenken over ons economisch denken en handelen. Dat is ook belangrijk. Maar voor de verkondiging van het Evangelie in West-Europa is vooral de omgekeerde weg van belang. Hoe wordt onze mentaliteit zodanig beïnvloed door ons economisch denken en handelen dat er geen ruimte is voor een open houding tegenover het christelijk geloof. Waarom zijn bijvoorbeeld vergeving, genade en transcendentie geen relevante begrippen? En als ze dat niet zijn in de huidige maatschappelijke beleving, hoe kunnen we dan de essentie van het Evangelie vertolken? Dit betekent dat we (zoals M.M.Thomas en anderen dat deden ten aanzien van de ingrijpende veranderingen in de jaren '60) inzicht moeten krijgen in de geest achter de economische (en technologische) ontwikkelingen. Gezien de eerder genoemde scheiding tussen de diaconale en de missionaire benaderingen, is het dringend nodig dat een oecumenische organisatie die ervaring heeft opgedaan met de mondiale effecten van ons economisch denken en handelen en een oecumenische organisatie met missionaire expertise in een mondiale context bij uitstek geschikt zijn om vanuit een dergelijke benadering samen na te denken over ‘missie in Europa'. Een uitdaging voor de NZR en Oikos.