CLAI, 19-25 februari 2007, door Drs. Wout van Laar

Impressies van de vijfde Assemblee van de CLAI
Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken

Van 19-25 februari vond in Buenos Aires de vijfde Assemblee van de Latijns-Amerikaanse Kerken (CLAI) plaats. Ongeveer 500 gedelegeerden uit alle delen van dit continent en een aantal gasten uit Europa en de Verenigde Staten woonden het evenement bij. Het betekende een weerzien van veel bekende gezichten uit de traditionele oecumene en zijn netwerken, geënt op de Wereldraad van Kerken die met ten minste zeven personen uit de Geneefse bureaus fors was vertegenwoordigd. Dat bevestigde het beeld dat de CLAI vooral wordt gevormd door de ‘historische kerken' en hun instituties, die vanouds vooral met de sociale middenklasse verbonden zijn. Samen vertegenwoordigen zij minder dan 10% van de protestantse kerken. De evangelische kerken ontbraken. Ook de participatie van de snelgroeiende Pinksterkerken (zeker 85% van de protestanten!) was merkbaar afgenomen ten opzichte van de vorige assemblee. Opnieuw werd er meer over hen dan met hen gesproken. En dat werd betreurd door de wel aanwezige pinksterleiders, temeer nu in deze maanden het honderdjarige bestaan van het Pentecostalisme wordt herdacht.

Ook de Rooms-katholieke kerk deed nergens in het programma mee. En dan te bedenken dat bijna de helft van alle katholieken wereldwijd in Latijns-Amerika woont (altijd nog globaal 80% van de Latijns-Amerikanen rekent zich tot deze kerk). Al is er op lokaal niveau hier en daar sprake van goede verhoudingen, op het niveau van de hiërarchie staat de oecumene tussen Rome en Reformatie op een zeer laag pitje. En de 5 de bisschoppenconferentie van mei in Brazilië biedt weinig hoop. De vraag daar lijkt te zijn: hoe stoppen wij het massale weglopen van de gelovigen naar protestantse ‘sekten'?

De context van Latijns-Amerika

Opmerkelijk voor de buitenlandse bezoeker is het snelle herstel van de economie van gastland Argentinië, zoals dat bij voorbeeld zichtbaar was aan het straatbeeld. Hoewel de armoede nog lang niet overwonnen is, lijkt het land zich na de recente diepe crisis te hebben hervonden. Zonder direct te refereren aan het optreden van Hugo Chavez en andere regeringsleiders, spreekt de slotverklaring van ‘nieuwe tekenen van hoop in Venezuela, Nicaragua, Bolivia en Chili, landen waar men zich inspant voor de waardigheid van de minderbedeelden in concrete acties voor de integrale ontwikkeling van onze samenlevingen'. Tegelijk verwees de Assemblee tijdens de bijeenkomsten voortdurend naar de dagelijkse realiteit die zwaar te lijden heeft onder de verwoestende effecten van de economische globalisering. De terugkeer naar de democratie in veel landen heeft niet kunnen verhinderen dat het neoliberale model op vrijwel totalitaire wijze is opgelegd aan de samenlevingen van Latijns-Amerika. Het systeem houdt sociale uitsluiting en armoede in van massa's mensen. Een kleine groep eigent zich de publieke diensten en natuurlijke hulpbronnen toe, op een manier die nog niet eerder is vertoond.

Uit de keuze van het thema van de Assemblee sprak het verlangen om als kerken van de Reformatie de protestantse identiteit met zijn nadruk op het sola gratia te hervinden: ‘De genade van God rechtvaardigt ons, zijn Geest bevrijdt ons tot het leven' (Rom. 5: 21). Belangrijke vraag die de CLAI zich stelde was: hoe kunnen de kerken vanuit dat sola gratia een antwoord geven op een economisch model dat belijdt dat er ‘buiten de economie van de vrije markt geen zaligheid is'? ‘Tegenover dit economische model dat vóór alles geloof en offers eist, roept het Evangelie ons om de waarde te herontdekken van het bijbelse principe van de genade.'

Programma

De sterke kant van de bijeenkomst waren de feestelijke vieringen. De bijbelstudies hadden verbeelding en werden creatief gebracht. Het was steeds weer een verfrissende ervaring om je te laten meenemen door de heerlijke Latijns-Amerikaanse ritmen en melodieën, waarin de rijkdom van de veelzijdige culturen tot uitdrukking kwam. Een ontroerend moment voor de aanwezige Nederlanders was het noemen van de overledenen tijdens de openingsviering in een volle pinksterkerk. Onder de namen die gelezen werden klonk ineens de naam van de onvergetelijke Bert Schuurman, oud-docent theologie aan het ISEDET in Buenos Aires, die ons nog maar enkele weken geleden is ontvallen.

Iedere morgen was er plenair een ‘theologisch forum' over een actueel thema. De vijf thema's waren: ambt, charisma en macht; ethische uitdagingen voor de kerk; spiritualiteit en identiteit; zending, diaconie en evangelisatie; het recht op een leven in overvloed. Elk thema was door een van de regio's voorbereid. Daartoe waren er 42 consultaties in 20 landen geweest, waaraan ongeveer 5.000 personen hadden deelgenomen. De kracht van deze werkwijze was dat een keur van stemmen aan de basis kon worden ingezameld. Het resultaat was echter vaak weinig meer dan een lappendeken van meningen, zonder pit en samenhang. Van vernieuwende en prikkelende bijdragen kon geen sprake zijn. Ook de samenvattingen van de gesprekken in de kleine groepen waarin op het ‘theologisch forum' werd doorgepraat bleven fragmentarisch; de commentaren bewogen zich binnen politiek correcte lijnen. Tevoren was gezegd dat deze assemblee beslissend zou zijn voor de toekomst van CLAI. Buenos Aires 2007 moest een theologische conferentie worden, waar de lijnen naar de toekomst zouden worden uitgezet. Tot een inhoudelijke theologische discussie kwam het echter weinig.

Ik beperk mij tot twee thema's die in het ‘theologische forum' aan de orde kwamen:

1;  Spiritualiteit en identiteit

Interessant was het document dat was voorbereid in de Cariben en Colombia over ‘Spiritualiteit en identiteit'. Het uitte zelfkritiek ten aanzien van de ‘historische kerken'. Hun spiritualiteit is vaak niet meer dan de verdediging van de eigen traditionele structuren. De meeste van deze kerken zijn krachteloos en zien met lede ogen een exodus van hun leden naar ‘mega-kerken waar men wél de kracht van God ervaart'. Het is verleidelijk op de religieuze markt te willen voldoen aan de verwachtingen van de ‘klanten' die show en spektakel willen. Het document pleit er echter voor om spiritualiteit te verbinden met de strijd om de identiteit van gediscrimineerde groepen, niet alleen in sociaal-economische maar ook etnisch-culturele zin. Inheemse gemeenschappen, zwarten, vrouwen en seksuele minderheden doen van zich horen en eisen hun plaats op in de samenleving. Zij willen eindelijk serieus genomen in hun cultureel erfgoed. ‘Wij hebben nodig te onderscheiden wat de Geest doet ten gunste van een sociale transformatie, door de bevestiging van de zwarte en gemarginaliseerde gemeenschappen vanwege het uitsluitende model van de neoliberale globalisering'.

Zo ziet het document diverse spiritualiteiten van verzet ontstaan. De inheemse volken helpen ons te breken met een westerse wijze van theologiseren, die rationaliseert en aarde en hemel uit elkaar heeft gerukt. Zij herinneren ons eraan dat wij met moeder aarde verbonden zijn. Er is in hun theologisch paradigma van Abya Yala geen scheiding tussen sacraal en profaan. Als heilig, levend subject produceert de aarde leven; in haar mishandeling schreeuwt zij om verlossing.

Een inheemse pinksterchristin stelde een bescheiden vraag bij deze visie; met enig recht van spreken: het pentecostalisme heeft een enorme aanhang, juist onder inheemse groepen. Zij herinnerde eraan dat de identiteit in Christus voorop staat: 'Inderdaad vertegenwoordigen onze inheemse culturen een rijke erfenis waarvoor wij ons strijdbaar inzetten. Maar de Geest heeft ons wel tot bekering en achter Jezus gebracht.'

2. Zending, evangelisatie en diaconie

De regio van Argentinië was verantwoordelijk voor het document over zending. Dat document bevatte weinig nieuwe inzichten. Het ging ervan uit dat evangelisatie en diaconaat samen tot één integrale zending behoren, als twee zijden van één medaille. Toch lijken ze opnieuw uit elkaar te worden getrokken. Aan de hand van Luk. 10: 8-9 biedt het document een soort drie stappenplan voor evangelisatie die een ‘methodistische' invloed verraadt: je legt eerst contact, je kijkt waar de noden en vragen zitten en brengt vervolgens het goede nieuws van Jezus als Redder. Vragen die in het document aan de orde komen, zijn: waarom doet de kerk diaconaal en sociaal werk? Heeft dat een eigen betekenis of is dat om mensen weer in de kerk terug te brengen? De conclusie was dat diaconaal werk geen middel voor proselitisme mag zijn. Het gaat erom als kerken zout en licht te zijn in processen van transformatie in de richting van een meer rechtvaardige samenleving.

Volgens sommigen heeft de aandacht voor zending te maken met het doen van concessies aan de evangelischen. Opmerkelijk was dat de discussies niet een vruchtbare missionaire praktijk weerspiegelden. Integendeel, die werden gevoerd tegen de deprimerende achtergrond van de ‘aanzienlijke teruggang in leden van onze kerken'. Terwijl boeken verschijnen met titels als The Explosion of Protestantism in Latin America (David Martin), maken veel ‘historische kerken' van de CLAI zich ernstig zorgen om hun voortbestaan. En terwijl er sprake is van een indrukwekkende deelname van talrijke Latijns-Amerikaanse kerken aan de wereldzending via COMIBAM, komt die onmiskenbare trend bij CLAI totaal niet in beeld (zie Wout van Laar, Zendingsveld wordt zendende kerk. Latijns-Amerikaans missionair congres in Granada, in: Centraal Weekblad , 1 december 2006, p.3).

De koers van CLAI

Het was niet eenvoudig om zicht te krijgen op de programma's van CLAI. Daarover werd bijna niet gerapporteerd. Een van de programma's die wel naar voren kwam als breed gedragen aan de basis was het tienjarenprogramma tegen het geweld (WCC); begrijpelijk in een continent waar zo velen onder allerlei vormen van geweld te lijden hebben. Herhaald klonk de klacht dat de leiding van CLAI er een eigen agenda op nahoudt en te weinig in contact staat met de lokale kerken en hun vragen.

In zijn verslag over de afgelopen periode schetste de secretaris-generaal van de CLAI, de Cubaan Israel Bautista, een eerlijk beeld van de crisis van de lidkerken en de oecumenische beweging. Hij hekelde een oppervlakkige uitleg van de Bijbel, simplistische theologische schema's die het kruis ontkennen en de prijs voor het discipelschap ontkennen, methoden van evangelisatie die het Evangelie dreigen te verdringen ten gunste van spektakel en een religieus marktdenken dat zich laten verblinden door getallen. Hij wees op het gevaar van materialisme en benadrukte de noodzaak om nieuwe wegen te zoeken door de tekenen der tijden te onderscheiden. Bautista zag o.a. bij de evangelische kerken nieuwe netwerken van oecumenische samenwerking ontstaan. Hij achtte het voor CLAI van wezenlijk belang daaraan flexibel ruimte te geven, wil de oude beweging overleven. Een onderzoeksrapport naar de stand van zaken van de oecumene (FOCER), met gegevens uit een aantal Latijns-Amerikaanse landen, ondersteunde deze accenten van de secretaris-generaal. ‘CLAI dient andere vormen van oecumene te erkennen, die voortkomen uit evangelische en pentecostale sectoren; zij dagen de modellen en denkwijzen van de traditionele oecumene uit.'

Tegelijk stelt het rapport dat de institutionele oecumene, nu binnen de christelijke kerken conservatieve en fundamentalistische krachten sterk aan betekenis winnen, zijn principes ten aanzien van de mensenrechten en ten gunste van het leven overeind moet houden.

Veel energie en tijd ging naar de verkiezing van het nieuwe presidium. De nieuwe voorzitter Julio Murray, bisschop van de Anglicaanse Kerk van Panamá, had bij herhaalde staking van stemmen drie ronden nodig om te worden gekozen. De helft van de gedelegeerden wilde niet dat een nieuwe oecumenische lijn zou worden gevolgd en opteerde voor de terugkeer van de oude tijden onder Felipe Adolf, die de CLAI tot 1998 vele jaren heeft geleid en nu als vice-voorzitter gaat functioneren.

Conclusies en suggesties:

1. CLAI als oecumenische beweging van de ‘historische kerken' van Latijns-Amerika, maakt, wat genoemd werd, een ‘oecumenische winter' door. Er zijn diverse oorzaken voor deze crisis aan te wijzen. Het protestantisme dat het vertegenwoordigt is voortgekomen uit migratie en zending vanuit de Verenigde Staten en Europa. Viel het protestantisme halverwege de 19 de eeuw in een land als Argentinië nog onder Buitenlandse Zaken, in bepaalde opzichten is er wat betreft de ‘historische kerken' betrekkelijk weinig veranderd. De afhankelijkheid van het Westen duurt voort, financieel en qua denken. Nog steeds steunt CLAI voor bijna 90% op fondsen van buitenlandse donoren. Nog steeds worden ideologie en theologie goeddeels bepaald door wat gangbaar is en verspreiding vindt via de bureaus van Genève.

Daar komt iets bij: identificatie met het ‘socialistische project' gaf aan de oecumenische beweging een ideologische afhankelijkheid. Dit project verschrompelde na de val van de muur in Berlijn (1989). Een nieuw enthousiasmerend project waarvoor men samen gaat, is nog niet gevonden. Waar is overigens de jonge generatie die met visie het leiderschap overneemt? Ook in Buenos Aires heerste de oudere garde; en die kwam niet verder dan het herhalen van het discours van de jaren tachtig. Het kwaad werd massief vereenzelvigd met het neoliberale model en de boze werd gelokaliseerd in het ‘Imperium' van de Verenigde Staten. Bij vrijwel elk onderwerp werd deze verouderde en versimpelende analyse van stal gehaald.

2. CLAI blijft in zijn middenklassenpositie uitgaan van de voorkeursoptie voor de armen en gaat voorbij aan de realiteit van de kerken van de armen. De armen worden vooral gezien als objecten van de hulpprogramma's, terwijl de armen zelf het recht opeisen subject te zijn van het eigen leven. Zij maken inmiddels hun eigen keuzen. Het is vaker opgemerkt: de bevrijdingstheologie koos voor de armen, maar de armen zelf kozen massaal voor de pinksterkerken. In die autochtone volkskerken voelen zij zich thuis en gekend.

CLAI weerspiegelt de crisis van de mondiale oecumenische beweging. Staat die crisis niet in verband met het feit dat deze er nog steeds niet in slaagt in te spelen op de gewijzigde verhoudingen binnen de wereldkerk vanwege de verschuiving van het zwaartepunt van Noord naar Zuid? Aan de uitdagende realiteit van post-westerse vormen van christendom weet de oecumene niet inhoudelijk plaats te geven, gevangen als zij nog altijd zit in het paradigma van de moderniteit. Zending en ontwikkelingswerk zullen moeten weten in te haken op de nieuwe netwerken die vooral Zuid-Zuid gaan. Een gedeelde ervaring van armoede en onrecht maakt dat het leven uit begrippen als ‘onmacht' en ‘kwetsbaarheid' meer betekenis krijgen dan het denken in termen van ‘(projecten)geld' en ‘management'.

Ironisch genoeg lijken de intuïties voor een betere wereld en de bron van nieuwe hoop vooral te komen vanuit de periferie, van hen die het meest te lijden hebben onder de uitsluiting van de ‘vrije markt'. De verborgen healing communities van hen die aan de onderkant van de samenlevingen hun kracht en vreugde vinden in de weg van de navolging van Christus zouden wel eens een effectiever antwoord kunnen zijn op de economische globalisering dan de strategieën die worden aangedragen door donoren van buiten, die de wereld van de armen meestal niet van binnenuit kennen.

Terecht is CLAI beducht voor heroplevende tendensen van fundamentalisme in neo-pentecostale kring. Het ‘evangelie van de welvaart' van de bloeiende megakerken als religieuze variant van het neoliberalisme biedt de armen geen enkel perspectief. Het komt erop aan enerzijds kritisch te blijven op verdrukkende vormen van vercommercialiseerde religie, anderzijds meer open te staan voor de bevrijdende kanten van de spiritualiteit van de armen; ook als hun geloof ons vreemd is en niet voldoet aan onze criteria en smaak.

3. Tijdens de assemblee besloten vertegenwoordigers van buitenlandse kerken en organisaties die met CLAI samenwerken via een brief hun wens over te brengen dat CLAI onder de nieuwe leiding een ‘oprechte en transparante dialoog' zal voeren met de partners, met meer openheid voor de inbreng van buiten de bureaus van CLAI. Er is van veel kanten zorg geuit over de ontwikkeling van deze oecumenische organisatie. Sommigen spreken openlijk uit dat het ‘project CLAI' als beweging van de ‘historische kerken' is mislukt.

Van de partners in Nederland mag een kritisch-solidaire houding worden verwacht. Enerzijds zou het een verkeerd signaal zijn CLAI nu in de steek te laten. Anderzijds kan het niet zijn dat een organisatie die zich lijkt te isoleren door te tekenen van de tijden niet te verstaan blind wordt gesteund in zijn disfunctioneren. CLAI zal weer een Raad van kerken moeten worden, een open platform dat de breedte van het nieuwe protestantisme vertegenwoordigt. Intussen zullen de partners er goed aan doen meer verbindingen aan te gaan met andere oecumenische netwerken, in nauwer contact met de dynamische werkelijkheid aan de basis.

Wout van Laar, Impressies van de vijfde Assemblee van de Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken (CLAI), 19-25 februari 2007, Buenos Aires