Verslag 13e Wereldzendingsconf. in Athene, 2005 door Drs. Wout van Laar

Kom, heilige geest, maak heel en verzoen!
In Christus geroepen om verzoenende en heelmakende gemeenschappen te zijn.

Van 9-16 mei waren op uitnodiging van de Wereldraad van Kerken 600 deelnemers uit ruim honderd landen in Athene bijeen voor de 13 de wereldzendingsconferentie. Onder hen waren twaalf gedelegeerden uit Nederland

1) Plaats van samenkomst was een sober en lommerrijk militair vakantiecentrum aan zee. Voor het eerst was een zendingsconferentie getoonzet als een gebed om de Geest: ‘Kom, Heilige Geest, maak heel en verzoen'. En dat maakte een verschil voor de opzet en het verloop. “In Canberra sprak men over de Geest, in Athene werd die uitgenodigd.”

2) Nooit eerder heeft een conferentie vertegenwoordigers van zoveel verschillende kerken, confessionele groepen en tradities samengebracht als ‘Athene 2005' . Het gaf het samenzijn bij vlagen iets van een pinksterbelevenis, vooral tijdens de vieringen. In een veelheid van talen ging de Bijbel open; eensgezind klonk de lofzang uit de mond van christenen uit alle landen en volken, van elke stam en taal. En de steeds herhaalde epiclese: Kom, Heilige Geest!

Dit spiritueel-pneumatologische accent weerspiegelde zich ook in de stijl en methodiek van samenzijn. Er werd ditmaal niet gewerkt in secties, met lange rapporten ter goedkeuring in de plenaire vergadering. Er was evenmin een uitvoerig slotdocument; geen krachtige verklaring met een nieuwe strategie. Alleen al de zeer uiteenlopende onderwerpen en gezichtspunten in combinatie met de korte duur van de conferentie maakte dat onmogelijk.

De betekenis van Athene 2005 ligt niet in het minst in de nieuwe stijl van samenkomen en in een verbreding van de kring van genodigden. Athene kenmerkte zich door een verrassende oecumenische sensitiviteit voor tot dusver genegeerde of onbekende leden van de wereldwijde familie van kerken. Er bestond openheid om van elkaar te leren en tegelijk het eigen profiel in te brengen, zonder al te rap veroordelingen over de ander uit te spreken.

Het programma gaf veel ruimte voor het delen van ervaringen en inzichten, voor ontmoeting in kleinere kring. Behalve plenaire samenkomsten en een groot aantal workshops (synaxeis) met case-studies en zendingsthema's, waren er veel momenten van spiritualiteit in vieringen en healing diensten vanuit een rijke diversiteit aan tradities. Zo was er een kapel

Historisch moment

Veel deelnemers spraken na afloop uit het gevoel te hebben dat Athene 2005 wel eens een omslagpunt zou kunnen vormen in de reeks van wereldzendingsconferenties. Dat zal nog moeten blijken, wanneer het officiële conferentieverslag uitkomt. Maar nu al kan de 13 de wereldzendingsconferentie een historisch karakter niet ontzegd worden. Tenminste vier elementen samen geven daar gerede aanleiding toe: de Orthodoxe context van deze multiconfessionele conferentie, de substantiële uitbreiding van de Geneefse oecumenische familie, de opportune keuze van het thema en de inhoudelijke erkenning dat het zwaartepunt van de wereldkerk is verlegd naar het Zuiden.

1. Pikant gegeven was dat een wereldzendingsconferentie voor het eerst plaats vond in een overwegend Orthodox land. Gastvrouw was de oppermachtige Grieks-Orthodoxe Kerk. Het was best spannend: een week lang over zending praten in een context waar evangelisatie door de kerkelijke hiërarchie steevast wordt gezien als proselitisme en zieltjes winnen. In zijn welkomsttoespraak stak aartsbisschop Christodoulos zijn nek uit. Hij verklaarde dat de uitnodiging om in Athene bijeen te komen de nieuwe openheid van zijn kerk weerspiegelt. Hij signaleerde dat er veel is veranderd, ook bij de Wereldraad. De aartsbisschop zag een meer nederige houding dan in het verleden, die hem wel aansprak: van een messiaans activisme en slogans naar een gebed tot God om te genezen. Het thema van de conferentie past in de orthodoxe zendingstheologie met zijn nadruk op de zending als Gods initiatief. Dat niet alle orthodoxen hun geestelijke leider hierin volgden, bewezen de dagelijks protesten aan de poort van het conferentieoord. Van tijd tot tijd klonken luide verwensingen en beschuldigingen van ketterij over het hek.

De protesten konden niet verhinderen dat uitgerekend in Athene een begin werd gemaakt, hoe pril ook, aan de dialoog tussen de eeuwenoude orthodoxie en piepjonge jonge pinksterkerken. Bijzonder was dat pinksterleiders van hun kant erkenden dat in de oude Orthodoxe kerken een traditie met sterke nadruk op de Geest aanwezig is, die –zij het met totaal andere accenten -ook in hun kerken te vinden is.

2. Dat raakt een tweede bijzonderheid: behalve de lidkerken van de Wereldraad van Kerken namen ditmaal ook kerken die geen lid zijn van deze organisatie, zoals de rooms-katholieken, evangelische en pinksterkerken, voor de eerste keer met flinke delegaties deel aan de activiteiten (44 officieel aangewezen rooms-katholieken, ongeveer 40 ‘pentecostals' en een veelvoud van ‘evangelicals'). Bovendien waren zij inhoudelijk betrokken bij de voorbereiding van de conferentie en dat was te merken. Was de pinksterbeweging tijdens de vorige conferentie in Brazilië vrijwel afwezig, nu was de wind van het pentecostalisme gedurig voelbaar. De Ghanese pinkstertheoloog Opoku Odinyah gaf aan welke bijdrage hij voor de pinksterkerken ziet binnen de oecumenische beweging: “Het pentecostalisme brengt spirit terug aan het christendom”. In de woorden van de Engelse theologe Kirsteen Kim: “Het wijst de weg naar een nieuw en diep bewustzijn van een kracht die boven onszelf uitgaat”. Zeker is: Athene heeft over en weer vooroordelen doorbroken en de ontmoeting met de pinksterkerken voor de komende jaren op de agenda gezet.

Het viel op dat orthodoxen en pinkstervertegenwoordigers zich niet dominant of opdringerig hebben gedragen, maar zich eerder terughoudend en luisterend opstelden. Die bescheiden houding kwam niet in mindering op hun betrokkenheid. Opmerkelijk is ook dat de meest doorwrochte theologische bijdragen in de plenaire vergadering met name kwamen van orthodoxe en rooms-katholieke deelnemers. Juist zij riepen herkenning op bij ‘evangelicals'.

3. De keuze voor het thema healing is vooral te danken aan de aan betekenis winnende kerken van het Zuiden. Niet alleen voor de pinksterkerken, maar ook voor andere meer traditionele kerken van Afrika, Latijns-Amerika en Azië vormt de dienst van genezing vaak een gewoon onderdeel van de kerkelijke praktijk. Zij ook lijden het meest aan de tragedie van AIDS, het ontbreken van gezondheidszorg en gewapende conflicten. Maar ook de kerken van het Noorden, zoals die de Wereldraad vanaf het begin hebben gedomineerd, erkennen meer en meer de gebrokenheid en ziekten van de eigen samenlevingen. De hunkering naar heelheid en verzoening lijkt te worden gedeeld door mannen, vrouwen en kinderen op zes continenten. Niet langer is ‘bevrijding' het kernwoord in de missiologie. Wij zijn ons onze kwetsbaarheid en de donkere zijden van ons bestaan meer bewust geworden. Het Evangelie wordt nu vooral beleefd als een kracht tot heelmaking en verzoening. In Athene bleek dat de Wereldraad er goed aan heeft gedaan deze thematiek tot onderwerp van deze wereldzendingsconferentie te maken.

4. In Athene kwam duidelijker dan ooit naar voren hoe de agenda van de Wereldraad steeds meer wordt bepaald door de vragen van de niet-westerse kerken. “De Europese manier van geloven is niet langer norm”, stelde de Keniaan dr. Sam Kobia, algemeen secretaris van de Wereldraad aan het begin van de conferentie. “De verschuiving van het christendom naar het Zuiden dwingt de kerken tot nieuwe visies op zending en evangelisatie. Staan wij open voor zending vanuit onverwachte hoek? Zullen wij luisteren naar broeders en zusters die de Geest hebben ontvangen, maar nooit zijn bekeerd door Europese en Amerikaanse zendelingen?” Dezelfde gedachte keert ook terug in de Brief uit Athene aan het eind. Deze erkenning komt laat, maar geeft aan dat de Wereldraad eindelijk ernst lijkt te maken met de omslag die onomkeerbaar plaatsvindt: “Terwijl de machtscentra zich meestal nog op het noordelijke halfrond bevinden, kennen juist de kerken van het Zuiden en Oosten een grote groei in aantal en betekenis, die wij mogen zien als resultaat van betrouwbare christelijke zending en missionair getuigenis. Het missionaire karakter van de kerk is nu meer divers en kleurrijk dan ooit en zo zien wij de christelijke gemeenschappen blijvend op zoek om elk voor zich een eigen antwoord op de boodschap van het Evangelie te geven 3) .”

Home groups

Het hart van de conferentie klopte niet in de plenaire vergaderingen en de talloze workshops waar een veelheid van thema's aan de orde kwam en de programma's van de Wereldraad werden gepresenteerd. Hoogtepunten werden beleefd in de kleine zogenaamde home groups , met 10-12 deelnemers die aan het begin en einde van de dag samenkwamen. Deze vormden voor de meeste deelnemers een belangrijke bron van inspiratie en hoop. De keuze van de lectio divina voor de bijbelstudie was een goede greep van de organisatie. Deze methode disciplineert een meditatief horen naar het Woord, een open luisterhouding naar elkaar met opschorting van meningen en oordelen. De met zorg multicultureel samengestelde groepen vormen een boeiende microkosmos van de wereldkerk. Er vonden bijzondere ontmoetingen plaats, waar men de levende Bron weer terug vond en elkaar soms intens leerde kennen en waarderen.

De bijbelstudies waren goed gekozen: de eerste twee over Ezechiel 37, de dorre beenderen in de vallei die door de Geest tot leven worden gewekt en over Efeze 2, de muur die scheiding maakt tussen rassen en culturen en die in Christus is weggenomen. Wat mij persoonlijk in beide teksten trof, is dat het tweemaal uitgerekend over Israël gaat: over Gods mysterieuze weg met dit volk, als ook over het feit dat christenen niet meer dan in tweede instantie hebben deel gekregen aan de beloften die voor Israël gelden. Je realiseert je ineens: vrijwel alle volken zijn in Athene vertegenwoordigd; alleen het lijfelijke Israël ontbreekt. Wel keert de naam ‘Israël' herhaaldelijk terug in de liturgie, als ook in politieke zin vanwege de bezetting van Palestijns gebied. Uiterst pijnlijk vond ik dat het begrip ‘sjaloom' bij amendement uit de boodschap van Athene werd geschrapt, vanwege de ‘zionistische connotaties' die dat bijbelse kernwoord opriep bij een aantal deelnemers.

Intussen stond daar dat olijfhouten kruis, gesneden uit hout van de bomen die waren gekapt voor de bouw van de muur tussen Joden en Palestijnen, vanuit het 'Heilige Land' in processie aangedragen, plechtig opgericht op het conferentiestrand. Het christelijke kruis: voor velen een dierbaar, maar tegelijk sterk omstreden symbool.

De ongerijmdheden leken weinigen op te vallen. Mij brachten ze in verwarring. Ik moest denken aan de woorden van de theoloog Miskotte: nooit zal de oecumene af zijn, zolang het eigenlijke schisma, dat tussen kerk en synagoge, niet is ongedaan gemaakt. Het besef van deze fundamentele gebrokenheid snijdt elk oecumenisch triomfalisme bij de wortel af en werpt je in verlegenheid terug op het gebed in het thema van de conferentie.

Heelheid en heil

In de grote en kleine samenkomsten kwamen allerlei aspecten rondom ‘ healing ' aan de orde. Een greep uit de synaxeis: de dienst der genezing als taak van de kerk, diverse oecumenische HIV/AIDS initiatieven in Afrika, healing en excorcisme, de relatie tussen healing en heil. Er was veel aandacht voor de inzichten van de kerken van het Zuiden met betrekking tot genezing en ziekte. Dat kan niet verwonderen. De dienst van genezing is in de kerken daar ‘part of the program' en dat niet alleen in de healing churches in Afrika. Veel westerse deelnemers leerden voor het eerst vragen te stellen bij het gereduceerde wereldbeeld van de Verlichting en kwamen ertoe de realiteit van genezingswonderen te erkennen, zeker in gebieden waar mensen geen toegang hebben tot de gezondheidszorg. Interessant was dat ook pinksterdeelnemers onderstreepten dat ‘healing' zowel de fysieke gezondheid, als ook geestelijk en sociaal welzijn betreft. In vele toonaarden werd deze consensus verwoord: uiteindelijk gaat het om de herstelde relaties met God, met de medemens, met jezelf. Om die reden zullen kerk en zending steeds gericht zijn op het heil, de heelwording van de wereld.

In de plenaire bijeenkomst gaf de Keniaan Samuel Kabue, coördinator van een oecumenisch netwerk ten behoeve van invaliden (EDAN), aan deze visie uitdrukking. Een Fransman betrok die op de postmoderne context van Europa.

Kabue, die zelf blind is geboren, benadrukte dat voor invaliden healing niet allereerst bevrijding van hun handicap betekent. Hij legde uit dat 'voor hen die vanaf hun geboorte zijn gehandicapt, invalide zijn en ziek zijn twee geheel verschillende zaken zijn. Genezing heeft betrekking op ziekte en niet op een handicap'. “De kerk dient healing in de ruimst mogelijke zin te interpreteren. Terwijl genezing te maken heeft met het herstel van het lichaam, is het invalide zijn een sociaal gegeven; healing houdt dan in het verwijderen van sociale barrières. In veel gebieden wordt invalide zijn nog altijd als een besmettelijk virus gezien en in verband gebracht met ziekte en zonde. Als gebed om 'genezing' niets oplevert, wordt het slachtoffer verweten onvoldoende geloof te hebben. De genezingswonderen van Jezus destijds -maar ook die Hij vandaag door zijn Geest doet-, betekenen vooral dat hij mensen hun plaats teruggeeft in de samenleving, waaruit zij eerder als onrein waren buitengesloten. Willen de kerken de dienst van genezing serieus nemen, dan zullen zij mensen die gehandicapt zijn moeten opnemen en aanvaarden als volwaardige leden van de gemeenschap en hun een actieve plaats gunnen in hun zending. Zonder hen kan de kerk geen volledige gemeenschap zijn”.

De Franse therapeut Bernard Ugeux ging in op de fragiliteit van de westerse samenlevingen, zowel onder gemarginaliseerde migranten en perspectiefloze jongeren, als ook onder geprivilegieerden en rijken. De menselijke factor wordt opgeofferd aan de economische vooruitgang. Toch valt er een nieuwe interesse te zien voor een therapeutische benadering en is er in Europa sprake van een zoektocht naar spiritualiteit. Voor de zending van de kerk komt het erop aan gemeenschappen van liefde, gerechtigheid en gebed te vormen, plekken waar het anderszijn wordt geaccepteerd en waar wij leren naar de ander te luisteren.

Verzoening

Het tweede kernwoord van de conferentie was verzoening. Dit begrip was niet altijd duidelijk onderscheiden van healing . Toch kreeg als relatiebegrip eigen accenten. Opvallend genoeg heeft de bezinning op verzoening, in vergelijking met de aandacht voor gerechtigheid en bevrijding, in de recente discussie op zending slechts een marginale rol gespeeld. Tegen de achtergrond van de sterke toename van geweld en terrorisme, de dreigende botsing der beschavingen, de verscheurende conflicten in de wereldsamenleving en de economische globalisering die de tegenstellingen tussen arm en rijk vergroot, kwam het op de agenda. Tal van aspecten kwamen in de synaxeis aan de orde: de rol van de kerk in verzoeningsprocessen zoals in Zuid-Afrika en Rwanda ( healing of memories ), healing van de aarde als verzoening vanuit een benadering van inheemse volken en verzoening tussen mensen in processen van eenwording in Korea en Duitsland. Maar ook verzoening als opheffing van de vervreemding en herstel van de breuk tussen God en mens.

De presentatie van lopende wereldraadprogramma's als ‘Decade to Overcome Violence' en ‘the Ecumenical Accompaniment Programme in Palestine and Israel' had iets van een déjà vu .

Terecht was er ook aandacht voor de ecologische vragen. Indringend was de oproep van Pepine Josua, docent theologie uit Kiribati (Pacific). Terwijl de supermachten enkel gericht zijn op de strijd tegen het terrorisme, zijn de Pacifische Eilanden onmiddellijk in hun bestaan bedreigd door de klimaatveranderingen en de stijgende waterspiegel. Kerken moeten zich inzetten voor deze vergeten eilanden, als kwetsbaar deel van de schepping.

Indruk maakte de toespraak van Robert Schreiter, een rooms-katholieke missioloog, die veel publiceerde over zending als werk van verzoening.

Robert Schreiter, die ook aan de basis betrokken is bij verzoeningsprocessen, stelde dat de taal rondom verzoening vaak onhelder is en soms wordt gemanipuleerd om oneigenlijke doelen te dienen. Maar verzoening legt het hart van het Evangelie bloot en is zo heel bruikbaar als paradigma voor de zending van de kerk. De sociale dimensie van verzoening heeft drie aspecten: het vertellen van de waarheid, strijd voor gerechtigheid in al zijn dimensies en werken in de richting van vergeving. Kerken moeten het aandurven veilige, gastvrije ruimten te creëren waar de waarheid kan worden gezegd en gehoord. Maar het moeilijkst is het werken aan vergeving, omdat er zowel van de kant van de dader als van het slachtoffer heel wat moet gebeuren. Kerken kunnen deze processen alleen begeleiden door ‘gemeenschappen van herinnering en hoop' te worden, door terug te vallen op wat God in Christus heeft gedaan en zich te richten op zijn beloften. Verzoening komt van God en behoort aan God. Wij mogen deelnemen aan iets wat groter is dan onszelf: het werk van de Drie-enige God, die heil en heel-making brengt aan zijn wereld.

Witness to Christ

Het programma bood volgens sommigen weinig ruimte voor bezinning op ‘evangelisatie' als kerntaak van zending.

4) Inderdaad zou ‘evangelisation' (als expliciete uitnodiging en oproep tot geloof en bekering) in relatie tot ‘mission' (als een breed ‘holistisch' concept) explicieter kunnen zijn gedefinieerd. Hoewel, bij nader inzien heeft ‘Athene 2005' misschien wel een nieuwe richting gegeven aan het traditionele, westers bepaalde debat tussen ‘ecumenicals' en ‘evangelicals', waarbij ‘evangelisatie' nogal eens werd beperkt tot verbale verkondiging en tegenover sociale actie is geplaatst. In getuigenissen van genezing en verzoening in de meest uiteenlopende contexten kwam het ‘getuige zijn van Jezus Christus' ( witness to Christ ) in tal van articulaties vaak indrukwekkend naar voren. Hoe concreter deze getuigenissen naar voren werden gebracht, des te meer werden tegenstellingen van confessie en traditie overstegen ten gunste van de herontdekking van de verzoenende en heelmakende kracht van het Evangelie in het dagelijkse (over)leven van mensen en gemeenschappen. Soms was het alsof tweeduizend jaar werden overbrugd; de oude evangelieverhalen kwamen tot leven en je werd met elkaar zomaar tijdgenoot van hen die Jezus destijds aan den lijve als Heiland hebben meegemaakt.

De 28 jarige Boliviaanse Gracia Violeta Ross getuigde hoe zij door diepten heen de betekenis van haar eerste naam Gracia (genade) is gaan verstaan. Als een met het HIV-virus besmette persoon heeft zij integrale healing ontvangen, hoewel zij nog steeds moet leven met het virus. Voor haarzelf en voor velen uit haar omgeving bewees het Evangelie zich als een bron van heelmaking. Heel praktisch werden zo wegen zichtbaar hoe in tal van vormen van gebrokenheid en onrecht kerken als healing communities fungeren, waar mensen in Christus worden opgericht en nieuwe hoop ontvangen, tot zegen van hun omgeving.

Interreligieuze ontmoeting

De conferentie concentreerde zich op de bezinning tussen kerken en christenen onderling over hun gemeenschappelijke zending. De grote nadruk op de oecumenische ontmoeting maakte dat de interreligieuze ontmoeting en de brandende vragen met betrekking tot de verhouding christendom en islam niet de aandacht kon krijgen die deze cruciale thema's verdienen. Toch was er een workshop onder de titel: ‘Religieuze pluraliteit en christelijk zelfverstaan'. Deze workshop werd vanwege grote belangstelling in een tweede samenkomst geprolongeerd.

Onder een groot wit tentzeil bogen meer dan zeventig zendingsmensen uit totaal verschillende contexten over de gevoelige vraag van de dialoog. Hoe moet het christelijke getuigenis klinken in een tijd van toenemende spanningen en conflicten? Zijn die niet vaak het gevolg van het feit dat mensen van diverse wereldgodsdiensten met elkaar in botsing komen, zoals nu ook in het Westen met de islam?In 1989 deed de zendingsconferentie van San Antonio de uitspraak: “Wij kunnen niet anders dan wijzen op Jezus Christus als de enige weg tot het heil; tegelijk zijn wij niet aangewezen om grenzen te stellen aan de heil brengende macht van God”. Is het mogelijk om vandaag verder te komen dan deze bekende uitspraak van San Antonio?

Er lag een studiedocument voor Porto Alegre (2006) als praatpapier. 5 ) Dat concept pleit ervoor om het begrip 'gastvrijheid' te kiezen als een nieuwe metafoor voor de dialoog. Prof. Christine Lienemann uit Bern lichtte het toe. Het vieren van de gastvrijheid die God biedt moet respect en wederkerigheid wekken en is belangrijk om bruggen te bouwen. Er volgden tal van reacties in een open gesprek dat vele kanten uit ging. De Maleisische theoloog Herman Shastri pleitte ervoor de oecumene van kerken te verbreden tot een oecumene van godsdiensten. De kleine kerken van Azië hebben de hoop opgegeven om de wereld te bekeren tot Christus en voor een theologie van de veroordeling achtte hij geen plaats in een pluralistische samenleving. Heel anders sprak de Finse pinkstertheoloog Veli-Matti Karkkainen, die doceert aan het Fuller Seminary in de USA. Hij stelde dat de kerk naar haar wezen missionair is en het Evangelie verschuldigd is aan anderen. Het behoort tot de gastvrijheid om verschillen eerlijk te benoemen vanuit een ieders zelfverstaan. Het gaat erom de geesten te onderscheiden en wat vals is te ontmaskeren. Een Dominicaanse monnik uit Rome benadrukte, dat Jezus niet is gekomen om iets toe te voegen aan andere godsdiensten. Het gaat bij alle continuïteit in Gods bemoeienis met mensen om bekering. Een Filippijnse vrouw zei dat christenen in haar land vaak zijn vergeten wat het betekent dat wij vreemdelingen zijn bij God, die de gastheer en eigenaar is van het land, dat door de machtigen zo oneerlijk is verdeeld.
De discussie verlokte een oudere dominee van de Grieks Evangelische Kerk tot een voor de Orthodoxe gastheren ongemakkelijke uitspraak: "Ik blijf maar dicht bij huis. Vergeet niet dat protestanten amper 0,01 procent uitmaken van de bevolking hier. In eigen land zoeken wij vergeefs naar ruimte en gastvrijheid."

Al met al lijkt het begrip ‘gastvrijheid' te vaag en ontoereikend als leidende metafoor in de interreligieuze ontmoeting. Het verdient aanbeveling de theologische verdieping voorrang te geven bij de voortgaande bezinning. Ook in de 21 ste eeuw blijft het de vraag: hoe verhoudt zich de verkondiging van de ene Naam tot de aanwezigheid van de Ene in de wereldreligies en levensbeschouwingen van vandaag? Bij veel deelnemers viel te proeven dat wij er goed aan doen vooralsnog te blijven staan in het onoplosbare en creatieve spanningsveld van de consensus van San Antonio.

Concluderende opmerkingen

Het is niet gemakkelijk aan te geven wat de blijvende resultaten van Athene 2005 zullen zijn. Uit dit verslag blijkt dat de zendingsconferentie algemeen als inspirerend, of zelfs als een healing experience is beleefd. Een eenduidige boodschap sprong er echter niet uit. Vooralsnog hangt veel af van de invulling die ieder van de 600 deelnemers aan de conferentie in de eigen context geeft aan de Athene-ervaring. Een aantal voorzichtige gevolgtrekkingen met betrekking tot de mogelijke uitwerking van het thema kan echter worden getrokken:

1. Zending: een oecumenische taak .

Als Athene iets geleerd heeft, dan wel dat er sprake is van een nieuw missionair tijdperk. ‘Zending' kan niet langer worden geassocieerd met westerse opdringerigheid. De bijdragen vanuit het Zuiden (pentecostalisme) en ook uit het Oosten (Orthodoxie) dwingen ons om onze opvattingen over wat ‘zending' en ‘missie' tegen het licht te houden. De levende missionaire praktijk aan de basis van de meest uiteenlopende kerken biedt nieuwe inspiratie en élan. Aan het eind van de conferentie gaven de Britse en Ierse delegaties een gezamenlijke brief uit, waarin zij verklaren diepgaand geïnspireerd te zijn door de conferentie. Daardoor bewogen roepen zij op tot ‘een oecumenische herontdekking van de centrale christelijke roeping om het Goede Nieuws van Jezus Christus te verkondigen' door een heldere concentratie op ‘holistic evangelism', in een communicatie van het Evangelie die alle dimensies van het menselijke leven integreert. 6) Deze oproep verdient onze volledige steun en geldt allereerst de zending in de eigen context als ook onverminderd de deelname aan de zending wereldwijd. De realiteit van groeiende en levende kerken elders bemoedigt ons om ook hier weer te rekenen met een ommekeer tot groei en een nieuwe ervaring van de bevrijdende kracht van het Evangelie. 7)

De conferentie van Athene herinnert de oecumenische beweging eraan dat eenheid allereerst moet worden verstaan als ‘unity in mission ' Kerken dienen hun missionaire roeping terug te vinden, als hun eerste verantwoordelijkheid. En deze roeping kan alleen in gezamenlijkheid en in openheid voor nieuwe bondgenootschappen worden uitgevoerd. Vraag: wat betekenen de inspiratie en inzichten van Athene voor de oecumenische beweging in Nederland in relatie tot de missionaire vernieuwing, die zich ook in eigen land begint af te tekenen?

2. Eigentijdse dienst van genezing

Athene 2005 kan de kerken in ons land in een samenleving die danig van slag is en waar de hunkering naar heelheid te tasten is, behulpzaam zijn om op eigentijdse wijze gestalte te geven aan de diensten van genezing en van verzoening. Hoe kan, nu ‘mission' nadrukkelijk op de kerkelijke agenda staat, de verkondiging van het Evangelie een plek krijgen binnen lokale gemeenten en parochies, die gastvrijheid bieden als heel-makende gemeenschappen?

Wat betekent de dienst van de verzoening in zijn verticale, horizontale en kosmische aspecten in de processen van vervreemding waaronder velen lijden? Kan het op de conflictlijnen van onze samenleving komen tot een authentiek getuige zijn van Jezus Christus, waarbij de spannende ontmoeting met moslims niet uit de weg wordt gegaan?

Dergelijke vragen laten zich alleen beantwoorden in nauw contact met de in betekenis toenemende migrantenkerken. Deze migrantenkerken vertegenwoordigen, vaak op wervende wijze, de wereldkerk onder ons. Met hun gaven en ervaringen hebben zij niet weinig bij te dragen aan nieuwe vormen van evangelieverkondiging en dienst.

De uitdaging is om de sociaal-politieke aspecten van healing ministry van de traditionele Wereldraad in zijn inzet voor gerechtigheid en milieu te verbinden met de inbreng van de charismatische kerken van het Zuiden met hun inzichten op het gebied van Geestesgaven en genezing. Grote vraag is of westerse kerken van de Verlichting en de rede en de kerken van het zuidelijke halfrond, met hun premoderne tradities en een meer directe en intuïtieve omgang met God en de Bijbel, erin zullen slagen tot een inhoudelijke ontmoeting te komen. Zeker is dat wij door hen worden bevraagd op de vooronderstellingen van de Verlichting met zijn gereduceerde wereldbeeld.

3. Aandacht voor de Heilige Geest

Fascinerend was het om Orthodoxen en pinksterchristenen met elkaar in gesprek te zien over de cruciale rol van de Geest als initiator en krachtbron van de zending. De accenten zijn in beide tradities vaak totaal verschillend; tegelijk is er sprake van verrassende parallellen en een verrijkende complementariteit. De kerken van het Westen in hun ‘Geistvergessenheit' kunnen bij beide traditiestromen terecht ter wille van hun missionaire vernieuwing. Zij herinneren ons eraan, hoe de Geest de zendeling en zijn organisatie vaak ver vooruit is, hoe die vrij in de schepping aanwezig is en in menselijke zwakheid ‘empowerment' geeft in charismata. Deze pneumatologische accenten zorgen voor een nieuw missiologisch klimaat in de Wereldraad. 8)

Het besef neemt toe dat wie zich op de Geest oriënteert, onmogelijk kan volstaan met een versmalling van perspectief in een eenzijdige gerichtheid op het ombouwen van structuren en perfectionering van kerkelijk management.

4. Onverminderd commitment

De nieuwe nadruk op spiritualiteit mag niet leiden tot een terugval in de innerlijkheid van een individualistische vroomheid. De dienst der genezing vraagt om een concreet engagement, ook in een maatschappelijke en politieke inzet. Eén voorbeeld: in 2010 zullen 100 miljoen mensen lijden aan AIDS. Van de 14.000 mensen die dagelijks geïnfecteerd worden, leven 85% in de landen van het zuidelijke halfrond. Wat dat voor kerken van Afrika en Azië betekent, is nauwelijks voor te stellen. Het vraagt van ons om ondubbelzinnige deelname aan de strijd tegen deze verschrikkelijke ziekte, waaronder talloze armen en hun samenlevingen lijden. Zending zal altijd verbonden zijn met de hartstocht om recht en gerechtigheid.

Wout van Laar

_______________________________________

1) De Nederlandse deelnemers waren naast Janneke Doornebal en Wout van Laar (NZR): voorlichter Ronald Bolwijn, Rommie Nauta, Gerrit Noort, Evert Overeem, Marianne Paas (PKN), June Beckx (SKIN) en Gerard van 't Spijker (Wereld en Zending). Nederlandse aanwezigen die buitenlandse organisaties vertegenwoordigden waren: Nynke Dijkstra (Europese Evangelische Alliantie), Frans Dokman (IAMS en tegelijk r-.k. kerkprovincie Nederland). Nettie van der Harst (Leger des Heils Europa) en Sybolt van der Meer (Habitat for Humanity).

2) Aldus een van de waarnemers. In Canberra (1991) vond de 7 de Assemblee van de WCC plaats met als thema: ‘Come, Holy Spirit, renew the whole creation'.

3) De Brief uit Athene is, in een vertaling van Jaap van Slageren, als bijlage bij dit verslag te vinden. In deze slotboodschap wordt heel veel en zodoende ook weer weinig gezegd. In relatie tot zending als healing en verzoening geeft die ook aandacht aan de grote problemen in de wereld. Er wordt niet alleen ingegaan op de verantwoordelijkheid van de kerken in de strijd tegen AIDS. Ook wordt verwezen naar de verwoestende effecten van het globale economische systeem, waarin een kleine groep mensen steeds meer macht krijgt. Onze wereld heeft dringend een moreel kompas nodig.

4) Deze kritiek kwam zoals viel te verwachten vooral van ‘evangelicals', maar werd op ingetogen en gedifferentieerde wijze naar voren gebracht, onder meer door George Vandervelde, World Evangelical Association (WEA). Onder invloed van de kerken van het Zuiden gaat men in brede kring steeds meer uit van het concept ‘integral mission', waarbij woordverkondiging en diaconaat, evangelisatie en dialoog niet langer van elkaar kunnen worden losgezien.
Niet eerder overigens wekte het label ‘evangelical' zoveel misverstand als in Athene. Veel afgevaardigden van lidkerken van de WCC nemen ook deel aan evangelische netwerken. Een groot deel van de deelnemers uit het Zuiden voelt zich thuis bij een als ‘evangelical' getypeerde vroomheid, zonder zich daarmee te willen afzetten tegen een ‘oecumenische' houding. Daarbij komt nog dat protestanten in Latijns-Amerika zich in het algemeen ‘evangélicos' noemen.

5) Het studiedocument “ Religious plurality and Christian self-understanding ” is te vinden als CWME conference preparatory paper No. 13 op de conference website www.mission2005.org

6) Christian Today , May 2005, website

7) Sommige Europeanen meenden dat de conferentie onvoldoende focuste op ons werelddeel. Juist bij een samenzijn in Athene had de roep ‘Kom over en help ons' opnieuw luid moeten klinken vanaf de Griekse kust. De Europese Raad van Kerken (CEC) en de Wereldraad beraden zich op een follow up voor ons werelddeel. Misschien dat een Brief van de Europese kerken kan uitgaan naar de kerken van het Zuiden, naar analogie van deze roep uit Macedonië aan de apostel Paulus. Hoe dan ook, zending keert op allerlei wijze terug naar Europa en dat vraagt om een adequaat en creatief antwoord van onze kerken en missionaire organisaties.

8) Jaques Matthey, directeur van het Mission Team (WCC), constateert in een eerste evaluatie een verschuiving van een eenzijdig Christocentrische missiologie (met een sterk accent op de ethiek) naar een meer trinitarische missiologie, met een christologisch bepaalde pneumatologie. Ook ziet hij een nieuwe aandacht voor de missio ecclesiae in een meer evenwichtige relatie tot de Missio Dei .

Wout van Laar, ‘Kom, heilige geest, maak heel en verzoen! In Christus geroepen om verzoenende en heelmakende gemeenschappen te zijn,' Verslag van de 13 de wereldzendingsconferentie van de wereldraad van kerken, Athene, 9-16 mei 2005