| Impressies Derde Lausanne Congres voor Wereldevangelisatie Kaapstad 2010 | |
Zending als geleefde navolging |
|
Eind oktober vond in Kaapstad het derde Lausanne Congres voor Wereldevangelisatie plaats. Ruim 4.000 deelnemers uit 200 landen bezonnen zich een week lang op de onvoltooide taak van de wereldzending. De Lausanne Beweging is een mondiaal netwerk van ‘evangelicals’ die eenzelfde visie op wereldzending delen.
De beweging begon in 1974 toen Billly Graham en John Stott het Wereldzendingscongres van Lausanne bijeenriepen om te komen tot een Bijbelse verklaring over evangelisatie die de verhouding tussen evangelisatie en sociale verantwoordelijkheid zou vastleggen. Het Lausanne Covenant definieert sindsdien de positie van de ‘evangelicals’ tegenover de in hun ogen liberale ‘ecumenicals’ van de Wereldraad van Kerken. Bijzonder was daarom dat Olav Fykse Tveit, de nieuwe secretaris generaal van de Wereldraad, na tijden van polarisatie was uitgenodigd om een groet te spreken namens zijn organisatie. Hij riep op om elkaar binnen het ene lichaam van Christus te respecteren en samen te participeren in de zending van God.
Geleefde navolging
Welke lessen zijn te trekken uit dit megacongres? Allereerst wel dat ook onder evangelicals het oude zendingsparadigma westerse stijl begint plaats te maken voor een nieuw raamwerk waarin de dynamische inbreng van de kerken van het Zuiden leidend wordt. Dat kan moeilijk anders wanneer de niet-westerse deelnemers in de meerderheid zijn. Voor Afrikanen en Latijns-Amerikanen is zending geen verbale proclamatie van een ‘evangelische waarheid’, maar vooral geleefde navolging, incarnational mission. Opvallend waren in Kaapstad de vele getuigenissen van hoop uit situaties van lijden en armoede. Zending heeft weinig met macht en komt uit de marges.
De Noord-Amerikaan Paul Eshleman van Campus Crusade for Christ plaatste zich buiten de werkelijkheid met zijn achterhaalde statistieken over onbereikte groepen per land: 632 onbereikte people groups met meer dan 50.000 mensen en nog eens 1.505 (tussen 5.000 en 49.999). Chris Wright, opvolger van John Stott en lid van de theologische commissie van Lausanne, waarschuwde ervoor om te bouwen op Westerse resultaatgerichte benaderingen in het bereiken van mensen via opgepoetste cijfers en statistieken. Wright stelde dat niet belemmeringen van buiten maar Gods eigen volk de grootste hindernis is voor het zendingswerk.
Hij riep de aanwezigen op om afgoderij van macht en trots, populariteit en rijkdom in te ruilen voor een integer, nederig en eenvoudig geloof in Jezus Christus. De Indiër Ajith Fernando sloot daarbij aan: het gaat erom dat wij de waarheid van Jezus tonen door de transformatie van ons leven en een missionaire levensstijl. De kasteloze Dalits vormen in hun kwetsbaarheid een levend voorbeeld: onstuimige kerkgroei en ondubbelzinnige inzet voor mensenrechten gaan in India hand in hand. De weg van het evangelie is niet in statistieken te vangen en doorbreekt alle menselijke schema’s.
Diaspora
Dat besef kwam overtuigend naar voren in de sterke aandacht voor het verband tussen zending en migratie. Brazilianen, Filippinos, Koreanen, Chinezen en Nigerianen slaan de handen ineen. Zij zoeken naar een strategie om de miljoenen migranten die om allerlei redenen over de wereld trekken te bereiken waar zij verblijven. Nieuwe onbereikte groepen? Ja, maar dat niet alleen. Steeds vaker ook als partners in Gods ene zending.
Hier zijn geen beroepszendelingen en visa nodig, geen dure organisaties en vliegtickets; geen gesloten deuren maar het model van het Joodse dienstmeisje in diaspora dat tijdens haar werk in huis van Naäman, generaal van de vijand, heenwijst naar de levende God. Filippino meisjes au pair die hun geloof delen met het gezin waar zij dienen, Namibische pinkstergemeenten die contacten leggen met hun land binnenstromende Chinezen en hen welkom heten. Maleisische christenen die gastvrijheid bieden aan Nepalese seizoenwerkers, Braziliaanse contractarbeiders die Bijbelonderricht geven in de Golfstaten, een Ghaneese kerk die relaties zoekt met blanke kerken in Amsterdam om zich samen in te zetten tegen moderne vormen van slavernij.
Zijn de autochtone kerken in Nederland wakker om deze trends te signaleren en daarop intercultureel creatief in te spelen?
Zelfbewust en vol hoop klonk de stem van Afrika tijdens het Congres. ‘Hoewel Afrika geen geld en technologie heeft, kunnen Afrikanen feest vieren omdat Gods genade over het continent is uitgestort’, aldus Daniel Bourdanné, algemeen secretaris van de studentenbeweging IFES International. Uit de kracht van de bijdragen vanuit Afrika werd tastbaar dat dit continent een vooraanstaande rol zal spelen in het christendom van de 21ste eeuw. Hoewel de kerken er explosief zijn gegroeid, uitten de Afrikaanse vertegenwoordigers zich zeer kritisch over het welvaartsevangelie. Dat is vandaag het snelst groeiende evangelie, zei de Nigeriaan Femi Adeleye, ook verbonden aan IFES. In de boodschap draait het om bezit en succes in dit leven. Wie veel geeft zal veel terugkrijgen. Uiteindelijk zijn de armen de dupe. De kerken moeten in het spoor van Jezus alternatieve wegen zoeken om de armen te helpen.
Opvallend was de belangstelling van westerse conferentiegangers voor het thema. De afgoderij van materialisme is ook hen niet vreemd. Hangen wij als Europese christenen niet vaak een variant van het welvaartsevangelie aan doordat wij beide Jezus en Mammon willen dienen? De Nigeriaanse lerares uit mijn groepje gaf mij een vraag mee naar huis: wat betekent het voor joú te geloven in de Gekruisigde Heer?
Scheidsmuren afgebroken
Tenslotte, in Kaapstad heb ik met veel anderen de Efezebrief herontdekt in zijn ongekende actualiteit voor vandaag. In ons kleine groepje deelden wij tijdens de dagelijkse Bijbelstudie wat een ieder in de tekst las en pasten dat toe op de eigen context. Iedere groep was als een microkosmos van de mondiale kerk. Wij leerden van elkaar, bemoedigden elkaar en baden samen. Generatieslang baseerden Europeanen de zending op het ‘Gaat dan heen…’ met zijn geografische duiding uit het bekende ‘zendingsbevel’ van Matteüs 28; in contexten van onrecht vonden anderen de Bijbelse fundering in Lukas 4, waar Jezus’ roeping omschreven wordt als ‘aan de armen het evangelie verkondigen’.
In onze tijd van globalisering en fragmentering, met zijn etnische tegenstellingen en vele vormen van gebrokenheid biedt de Efezebrief in verrassende frisheid het raamwerk voor een adequaat verstaan van de opdracht tot zending en eenheid. Centraal staat in deze brief het geheim van de gemeente van Christus als zijn lichaam, voorbode van de nieuwe mensheid. Scheidsmuren van vijandschap met God en tussen mensen in hun etnische tegenstellingen zijn afgebroken door het kruis. De kerk heeft haar plek binnen de ene zending van God (Missio Dei). De Geest leert ons met onze gaven en bedieningen af te stemmen op het kosmische plan waarin uiteindelijk alle dingen onder Christus als hoofd zullen zijn samengebracht. Alleen samen met alle heiligen in hun rijke verscheidenheid zullen wij in staat zijn om iets van de reikwijdte van de liefde van Christus te vatten. Hernieuwde aandacht voor de Efezebrief wijst ons een betrouwbare weg in een hopeloos verdeelde wereld en in de zich verhardende verhoudingen in ons eigen land.