Wat doet de NZR
 
 
 
 
 
 

Wout van Laar, ‘Mensen in de Missio Dei: Tot samenwerking geroepen in de wereldwijde zending,' Impressies van de Jaarvergadering van Evangelisches Missionswerk in Deutschland, Neuendettelsau, 11-13 september 2002

   

Mensen in de Missio Dei:

Tot samenwerking geroepen in de wereldwijde zending

 

1. EMW in Beieren

In september maakte ik twee dagen mee van de Jaarvergadering van onze zusterorganisatie Evangelisches Missionswerk in Deutschland (EMW). Tot EMW behoort een groot aantal protestantse zendingsorganen. Op het kantoor in Hamburg werken bijna 40 medewerkers. Ook na een reorganisatie blijft EMW leiding geven aan een omvangrijk missionair netwerk. Meer informatie is te vinden op de website van EMW: www.emw-d.de.

Eenmaal per jaar komen vertegenwoordigers van tientallen organisaties samen voor een driedaagse samenkomst en ledenvergadering. Ditmaal trad Missionswerk van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Beieren als gastvrouw op. Neuendettelsau, even buiten Neurenberg gelegen, ademt nog geheel de sfeer van het rijke zendingsverleden. Hier zetelt het hoofdkwartier van een van de meest invloedrijke leden van de EMW. Dat is te zien aan de degelijke kerkelijke gebouwen, die het beeld van het landelijke dorp bepalen. Tijdens een samenzijn op de eerste avond gaf de ontvangende EMW partner een creatieve presentatie van het werk. Met enige trots werd gemeld, dat de Beierse zending nog steeds in vele delen van de wereld zendingsarbeiders heeft en partnerrelaties onderhoudt. Omgekeerd zijn er tenminste vijf theologen uit de partnerkerken werkzaam in de Evangelisch-Lutherse Landeskirche van Beieren.

2. Uitzending en personele samenwerking in de zending

Het huishoudelijk deel van de bijeenkomst nam geruime tijd in beslag. Na de tijdrovende rituele verwelkoming van de gedelegeerden en groeten van gasten uit het buitenland vond in een Duits genoeglijke sfeer de presentatie van de werkverslagen uit het EMW-Jahresbericht 2001/2002 plaats. Het zakelijke en inhoudelijke waren niet strikt van elkaar gescheiden.

Evenals de NZR is EMW gewoon om aan het jaarverslag een stevig element van bezinning mee te geven. Centraal tijdens de jaarvergadering stond een uitvoerig en grondig artikel uit het Jahresbericht, geschreven door de studiesecretaris dr. Klaus Schafer. De titel daarvan luidt: "Uitzending van missionair personeel en personele samenwerking in de wereldwijde zending". Veel van wat in dit artikel aan de orde komt, riep bij mij herkenning op. De EMW probeert in de omslag van de tijd beleid te formuleren ten aanzien van dezelfde vragen, als waarmee de kerken en missionaire organisaties in Nederland zich bezighouden.

Schafer begon de toelichting op zijn artikel met te zeggen dat het tijd wordt om, na principiële bezinning op de missiologische grondvragen rond de Missio Dei en de vermoeiende discussie over organisatiestructuren, aandacht te geven aan de verwaarloosde vraag naar de rol van de mens in de zending van God. Kan er vandaag nog een beroep op mensen worden gedaan om zich voor een dienst buiten hun vaderland beschikbaar stellen? Is er nog ruimte voor het beroep van de "zendeling", of is aan het tijdperk waarin mensen worden uitgezonden een eind gekomen en is er hooguit sprake van zending in de eigen context? Behoort het uitzenden van zendingsarbeiders tot de identiteit van de zending, of hebben zij gelijk die spreken van een anachronisme?De studiesecretaris schetste een paradoxaal beeld: aan de ene kant kan zending vanuit de westerse wereld op weinig steun rekenen. De term alleen al roept negatieve associaties op; ook vanuit de kring van EMW vinden steeds minder uitzendingen plaats. Aan de andere kant doet zich een uitzonderlijk fenomeen voor: er zijn op dit moment wereldwijd meer zendingsmensen actief dan ooit tevoren (zie statistische bijlage). Het zijn met name de evangelical beweging en steeds nadrukkelijker ook de pinksterkerken van het Zuiden, die zich de afgelopen decennia krachtig hebben ingezet om de 'unreached' met het Evangelie te bereiken.
Hoe reageren wij op de ontwikkelingen? Hoe staan wij in de wereldwijde zendingsbeweging? Reageren wij alleen op aanvragen van onze partners, of nemen wij ook zelf initiatieven? Zijn wij flexibel genoeg om nieuwe dingen op te pakken, of blijven wij ons wentelen onder de last van de geschiedenis en achten wij ons exclusief gebonden aan de partnerrelaties? Wat vraagt God vandaag van ons?

Schafer pleitte ervoor om, ondanks de negatieve connotaties die het begrip aankleven, vast te houden aan de terminologie van 'Mission', maar deze bijbels-theologisch te herijken. Hij wees op het woord van Jezus: Gelijk de Vader mij gezonden heeft, zend ik ook u' (Joh.20:21). De studiesecretaris achtte de kerk geroepen tot deelname aan de zending van de Vader, de Zoon en de Geest.

In de discussie pleitte de missioloog dr. Theo Sundermaier ervoor om de beweging binnen de triniteit (go between) als uitgangspunt te zien voor de wijze waarop kerken interactief deelnemen aan de zending van de drie-enige God. Hij zag de personele uitwisseling als van blijvend belang, zeker ook als teken van de wereldwijde verbondenheid van kerken in zes continenten. Maar deelname aan Gods zending vraagt van EMW ook dat zij mensen blijft uitzenden tot verkondiging in grensoverschrijdende dienst. Als we ons maar wel realiseren, dat de groei van de kerk niet afhangt van westerse krachten. Er zou nog meer moeten worden geïnvesteerd in inheemse krachten, in de bevordering van zuid-zuid relaties.
Interessant is dat een pleidooi te horen viel om de huidige uitwisselingsprogramma's kritisch tegen het licht te houden en te komen tot een nieuw programma van "Mission to the North". De oud-studiesecretaris van EMW, dr. Joachim Wietzke, vertelde mij over prille initiatieven aan de basis om missionaire bijdragen vanuit het zuiden plaats te geven. In het algemeen staan de lokale gemeenten daar echter nog weinig open voor. De toenemende vreemdelingenhaat doet daar uiteraard geen goed aan.
Tenslotte kwam uit de discussie naar voren dat een betere begeleiding van de teruggekeerden dringend nodig wordt geacht.

3. Een Afrikaans perspectief: " Africa reshaping the world church"

Vervolgens gaf dr. Kwame Bediako, werkzaam aan het Akrofi-Christaller Memorial Centre in Ghana, een Afrikaans perspectief in een boeiend referaat dat was getiteld "Medearbeiders in de zending. Op zoek naar een nieuwe agenda". Bediako benadrukte de verandering van de kaart van het wereldchristendom. Het zwaartepunt is verschoven van het noorden naar het zuiden en met name Afrika springt in de nieuwe configuratie van de christelijke wereld in het oog. De Afrikaanse kerk zou wel eens het gezicht van de kerk van de 21ste eeuw kunnen worden. De Ghaneese theoloog noemde dit het succes van de moderne zendingsbeweging. Misschien anders dan was bedoeld, heeft de westerse zending deze nieuwe uitdrukking van de wereldkerk geproduceerd. De zendingsbeweging heeft er ook aan bijgedragen dat het Corpus Christianum in Europa is ineengestort. Afrika zal echter geen nieuw Corpus Christianum neerzetten. Kenmerk van de kerk van de toekomst zal zijn, dat christenen overal ter wereld in de diaspora leven, als minderheden in pluralistische samenlevingen. "We are the dispersed people of God". Dat heeft diepgaande implicaties voor de zending en de bestaanswijze van de kerk. Alle landen en alle volken ter wereld staan onder de noodzaak van 'mission'. Maar de zending is nimmer een "crusade". Na de elfde september bestaat de verleiding om onze identiteit te definiëren langs nationalistische en etnische lijnen. Wij volgende gekruisigde Heer en weigeren dientengevolge de symbolen van de militaire en economische macht te erkennen.
De tekst van het referaat van dr. Kwame Bediako is toegevoegd als bijlage.

4. Wij prediken niet onszelf

De tweede dag hield prof. dr. Theo Arens uit Hamburg een referaat, getiteld: "Wij prediken niet onszelf (2Kor.4:5) - Het huidige zelfverstaan van de zending". Arens mediteerde over een aantal grondmotieven die bij de apostel Paulus naar voren komen ten aanzien van zijn missionaire zelfverstaan. Natuurlijk preken wij als zendingsmensen onvermijdelijk ook onszelf, alleen al vanwege het feit dat wij in ons lichaam steken. Wij kunnen nooit treden uit ons lichaam met al zijn zinnen en (on)mogelijkheden van communicatie. Tegelijk geldt: "Ik leef, doch niet ik, maar Christus in mij". Paulus zegt niet: hoewel ik zwak ben, is Christus toch sterk. "Het geheim van de missionaire existentie bestaat niet daarin, dat God onze zwakheden compenseert, maar juist daarin, dat de zendeling deel krijgt aan het zwak zijn van God in de wereld om zo te worden gewezen op de mogelijkheden van een leven in de Geest van Jezus". Met Bediako benadrukte ook Arens, dat de kerken van Europa een 'diaspora' bestaan niet uit de weg mogen gaan. "Het missionaire kunnen wij niet langer ophangen aan bepaalde instituties, niet langer verbinden met bepaalde beroepsbeelden". De toekomst van de kerken hangt niet af van nieuwe structuren, maar veeleer van het directe contact met mensen; met mensen die zich met de gemeente identificeren, die haar willen dragen en zich door haar gedragen weten, omdat daar vanuit het Evangelie zonder omwegen antwoorden gegeven worden op de vraag naar God en zin van het leven. Misschien bestaat het missionaire in onze dagen allereerst uit niets doen, uit het maar laten gebeuren van de dingen en het ontmaskeren van activisme. Het is bevrijdend te weten dat God zelf zijn waarheid zal doorzetten. Die zekerheid mag onze missionaire identiteit bepalen en kracht geven.

5. Werkgroepen

Na de referaten en de daarop volgende discussies werd in vier werkgroepen doorgesproken over aspecten van het hoofdthema:
1.Missionaire spiritualiteit. Hoe zit het met roeping, motivatie en drijfveren voor de deelname aan de missionaire dienst van de kerk? Wat bepaalt zijn/haar identiteit? Welk beeld heeft een missionaire werker van zichzelf en van zijn/haar roeping? Welke negatieve en positieve ervaringen met de partnerkerken en de uitzendende structuren zijn er ten aanzien van deze vragen?
2.De pro's en contra's van personenverkeer in de zending. Het belang van personenverkeer. Welke problemen doen zich voor? Welke perspectieven openen zich om nieuwe wegen te gaan? Als gesprekspunten kwamen aan de orde: lange of korte termijnuitzending; rekrutering, voorbereiding en begeleiding van personeel, rollenconflicten e.d..
3.Genderspecifieke aspecten rond de uitzending van personeel. Wat zijn de specifieke ervaringen van vrouwen? Welke specifieke rol spelen en welke bijdrage leveren zij? Welke specifieke problemen en conflicten maken "Missionarinnen" in de praktijk van de zending mee.
4.Partnership in de zending en openheid voor nieuwe missionaire uitdagingen. Staan de kerken en de zendingsinstituties in Duitsland voldoende open om nieuwe wegen te volgen in de wereldwijde zending? Welke nieuwe uitdagingen -geografisch en qua thema's- vallen te signaleren? Hoe kunnen die in relatie worden gebracht met de praktische uitvoering van het werk?

6. Concluderend

Het was een verkwikkende ervaring om te gast zijn van een zusterorganisatie met wie de NZR nu decennialang in contact staat. Zoals uit het verslag moge blijken, bestaan er veel overeenkomsten ten aanzien van de agenda en de bezinningsthema's van beide organisaties. Het zijn eendere uitdagingen waarvoor wij ons in en vanuit het nieuwe Europa -werelddeel op zoek naar zijn ziel- geplaatst zien. En al is de NZR is vergeleken met EMW maar een bescheiden organisatie met geringe middelen, het wordt steeds duidelijker dat wij elkaar in een snel veranderende (zendings)wereld hard nodig hebben om samen een nieuwe visie en passie te ontvangen in de uitvoering van de onveranderde opdracht, namelijk om getuigen te zijn van Jezus Christus, overal waar zijn Geest ons zendt en meetrekt in de weg naar zijn toekomst.

Het Jahresbericht 2001/2002 is bij ons bureau verkrijgbaar.
Email: nzr@zendingsraad.nl