Recente uitspraken van het synodebestuur zijn niet onhelder: zending krijgt prioriteit in de verenigde kerk. Die inzet is veelbelovend. Eenheid bereik je niet via reorganisatie, maar groeit door samen te gaan staan in de uitvoering van de missionaire opdracht. Maar de praktijk van het Landelijk Dienstencentrum wijst vaak anders uit. De top van het ambtelijk apparaat laat een in zichzelf gekeerde houding zien. Ongevoelig voor signalen van beneden- en buitenaf, lijkt men de eigen organisatie hoger te achten dan de samenwerking met anderen. Wout van Laar over de PKN en de zending.
Na meer dan een generatie lang moeitevol overleggen, onderhandelen, interne processen en besluitvorming zijn de drie SoW-kerken sinds 1 mei verenigd. De kogel is eindelijk door de kerk en dat stemt dankbaar. De verschillen vielen niet langer uit te leggen aan buitenlandse gasten. Probeer de volgende specialité de la maison maar eens in het Engels: "Anders dan Gereformeerden lezen Hervormd-Gereformeerden (dat zijn onze Bonders) in de Hervormde Kerk doorgaans het Reformatorisch Dagblad". De Utrechtse dogmaticus Arnold van Ruler hield ons al in de jaren zestig voor dat de scheiding tussen Hervormden en Gereformeerden een 'huishoudelijke twist uit de 19de eeuw' betrof, die de kerk niet mag meeslepen de 21ste eeuw in. Van Ruler kon nooit vermoeden, dat deze broedertwist pas in 2004 zou worden bijgelegd, om vervolgens tot nieuwe 19de eeuws aandoende twisten te voeren. Hoe dan ook, de Protestantse Kerk in Nederland is een feit en dat wekt hoge verwachtingen!
Missionair zijn
Aan het begin van een nieuwe periode verwoordde preses Heetderks het gevoelen van velen: "We hebben heel veel tijd gestoken in het fusieproces. Nu gaan we ons concentreren op de wezenlijke vragen. Daar hebben wij hopelijk de energie weer voor."Een van de zaken waaraan gewerkt moet worden, is het missionaire élan van de kerk. Heetderks: "Hoe krijgen we een missionaire uitstraling?" Dat verlangen kom je bij velen binnen de dienstenorganisatie en synode tegen. In alle geledingen ontmoet je mensen die na alle fusieperikelen weer voor de inhoud willen gaan. Je proeft een schuchter enthousiasme. Hier en daar gaan luiken open. Bloempjes worden zichtbaar uit barre wintergrond. Een nieuwe lente? Het zingt overal rond: de kerk moet weer lef tonen, zeggen waarvoor zij staat. Dat bedoelen wij toch met 'protestant' zijn? De identiteit van de PKN kan dan ook geen andere zijn dan een missionaire identiteit.
Overal in Europa trouwens staat zending weer op de agenda van de kerken. Werken de kerken van het Zuidelijk Halfrond met hun voorbeeld zo aanstekelijk op ons? Heeft het ook te maken met de missionaire aanwezigheid van wervende migrantenkerken? Hoe dan ook, het eerste stuk van de synode van Wageningen (half mei) hield zich direct al met zending bezig: "Wat bijdraagt aan het getuigen… Over missionair kerk zijn." Een uitstekende zet. Immers, eenheid bereik je niet echt in de weg van reorganisatie maar groeit via het samen gaan staan in de uitvoering van de missionaire opdracht, als eerste prioriteit voor de kerk. Kernvraag in de discussie luidde: hoe kan de kerk weer een "aansprekende en uitnodigende" kerk zijn. De PKN -zo oordeelde ook de synode- moet alle aandacht geven aan haar missionaire taak, in onderscheid van het diaconaat. Iedereen voelt wel: wil de kerk overleven, dan zal zij nieuwe leden moeten weten aan te trekken. Thema's als kerkplanting en mensen winnen mogen weer.
Omgangsvormen
De vraag van de redactie is, hoe de Nederlandse Zendingsraad als oecumenisch platform voor zending en evangelisatie tegen de herenigde kerk -één van zijn twintig participanten- aankijkt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de vereniging naast dankbaarheid en hoop bij de NZR en zijn overige participanten ook ernstige vragen oproept. Dr. Alle Hoekema, voorzitter NZR, wees er al eerder in een Open Brief in het Doopsgezind Weekblad op, dat de PKN soms de indruk wekt dat ze andere protestantse kerken wegdrukt en alleen voor zichzelf de naam 'protestant' claimt. Heeft de PKN de andere -de kleinere- kerken nog nodig?
De enorme veranderingen in kerk en samenleving maken dat wij elkaar hard nodig hebben bij het zoeken naar nieuwe vormen van eensgezinde samenwerking, waarbij oude modellen van zending en oecumene kritisch worden bekeken. Zijn wij samen bereid om te horen wat de Geest vandaag tot de gemeenten zegt? Aan de hooggestemde uitspraken van het synodebestuur zal het niet liggen. Zo reageerde secretaris Plaisier op Hoekema: "Van een kerk die ontstaan is uit verzoening en uit heling van breuken mag op oecumenisch gebied veel verwacht worden." De PKN zal, ook binnen de bestaande oecumenische verbanden, dan ook krachtig investeren in oecumenische vernieuwing om nieuw missionair elan te genereren.
Ik ben volledig overtuigd van de goede wil van Dr. Plaisier en vele anderen. Maar de praktijk van het Landelijk Dienstencentrum wijst dat niet altijd uit. De top van het ambtelijk apparaat kenmerkt zich menigmaal door een in zichzelf gekeerde houding. Doof voor signalen van beneden- en buitenaf, lijkt men de eigen organisatie hoger te achten dan de samenwerking met anderen. Missionaire vernieuwing dreigt door bureacratische processen te worden geblokkeerd.
Zo zijn wij in kerk en oecumene niet gewend met elkaar om te gaan. Als dergelijke omgangsvormen onweersproken blijven en tekenend worden voor de samenwerking nieuwe stijl van de PKN (maar dat weiger ik vooralsnog aan te nemen), dan belooft dat weinig goeds voor de toekomst van de oecumenische samenwerking.
Onlangs maakte Trouw melding van het forummodel van de Canadese raad van kerken. De voorzitter lichtte toe: "Dit model heeft niets te maken met macht, niet met ledentallen of geld. Van de kleinste tot de grootste hebben alle leden een stem; het werkt alleen als ieder het zijne inbrengt in nederigheid, niet in aanmatiging." Ieder draagt bij naar de gaven die de Geest heeft uitgedeeld, met de eigen accenten van ieders traditie. De rijkdom van de Geest is immers te groot voor een enkele kerk om die te bevatten en uit te delen. Deze bijbelse omgangsvorm, die al 75 jaar is gezochtge binnen de NZR, staat nu onder zware druk vanwege een bedrijfsmatige benadering, waarin geld en rendement maatgevend zijn.
Traagheid
In het Westen zijn wij gewoon om zending op de maat te snijden van onze programma's en projecten. Daarbij denken wij eenzijdig in termen van beheersing, controle en management. Misschien vraagt zending om een andere grondhouding: ruimte geven, je laten verrassen, dingen laten gebeuren en niet verhinderen. Aansluiten bij initiatieven die je zelf niet bedacht hebt. "Laat duizend bloemen bloeien." "Het is vol wonderen om ons heen." Lopen wij niet gedurig gevaar dwars te liggen op de wegen die de Geest schrijft door de tijd?
Opmerkelijk is in het boek Handelingen de traagheid van de leiders van de vroege kerk om de Geest van Christus te volgen in zijn grensoverschrijdende werk, van de joodse cultuur tot de niet-joodse wereld. Dat het tot doorbraak en vernieuwing komt, is niet te danken aan het strategisch inzicht van de apostelen. Petrus maakt in de ontmoeting met de Romeinse officier Cornelius een bekering door: hij erkent niet bij machte te zijn Gods werk te verhinderen, en leert ruimte geven aan de actie van de Geest die grenzen overschrijdt. Die regisseert de missionaire beweging van onderaf. Anonieme mannen en vrouwen, vluchtelingen en asielzoekers, dragen het Evangelie de wereldstad Antiochië binnen. Ook in onze dagen gaat het goede nieuws van Jezus -vaak vanaf de onderkant- onverhinderd en ongecontroleerd over de wereld, ook in eigen land. Het kan geen kwaad onze westerse drang tot planmatigheid te relativeren, ten gunste van een nieuwe sensitiviteit voor de Geest. Net als Barnabas, wanneer die constateert dat de zaak in Antiochië uit de hand gelopen is, mogen wij Gods genade blij herkennen, overal waar wij die buiten het eigen circuit zien (Hand. 11: 23). Dat vraagt om creativiteit, om durf de bakens te verzetten. Er valt heel veel aangaande Christus en zijn heil te beleven op Gods wereldwijde akker. Maar ook in Nederland, vooral aan de basis: jongerenkerken, initiatieven van kerkplanting, plekken van hoop voor armen, zieken en stervenden, helende gemeenschappen van migranten, etc. Bij uitstek plaatsen voor oefening in oecumenische samenwerking.
Hendrik Kraemer, zendingsman vol passie, zei in de crisisjaren na de Tweede Wereldoorlog: het gaat er in de dienst van de Heer nu om te leven uit vertrouwen en niet uit berekening en planning. "Kom, Heilige Geest, vernieuw uw kerk!" |