| Raadsvergadering NZR, 26 november 2010, door Drs. Wout van Laar |
|
Ontwikkelingen en trends in zending anno 2010 |
|
Het jaar 2010 staat in het teken van het eeuwfeest van de eerste wereldzendingsconferentie, Edinburgh 1910. Ik had het voorrecht om kort voor mijn afscheid van de NZR in dat kader aan twee grote internationale samenkomsten deel te nemen. Mijn verhaal begint met een korte impressie van beide conferenties. Vervolgens doe ik een poging om een aantal ontwikkelingen en trends te signaleren, terugkijkend op mijn periode bij de zending, in het bijzonder de bijna zeventien jaren bij de Nederlandse Zendingsraad.


De eerste en meest representatieve bijeenkomst was in juni, op dezelfde plek waar honderd jaar eerder 1.200 westerse zendingsmensen zich hadden beziggehouden met het ontwikkelen van strategieën om de niet-westerse wereld voor Christus te winnen. Edinburgh 2010, met het thema ‘Witnessing to Chrst Today’, werd oecumenisch zeer breed gedragen: door de Wereldraad van Kerken, de WARC, LWF, World Baptist Alliance en 17 andere stakeholders, waaronder ook mondiale evangelische organisaties als de WEA en het Lausanne Committee en onafhankelijke pinksterkerken. In het najaar vond het Derde Lausanne Congres van Wereldevangelisatie plaats in Kaapstad. Het aantal deelnemers verschilde nogal: in Edinburgh waren er ongeveer 300 uit 60 landen, terwijl Kaapstad plaats bood aan ruim 4.000 ‘evangelicals’ uit bijna 200 landen.
Wat je ook kunt zeggen van Edinburgh 1910 (deelnemersveld bleef beperkt tot de protestantse Westerse wereld, koloniaal wereldbeeld en militant optimisme), de 1.200 deelnemers waren zich er in 1910 ondanks hun blinde vlekken zeer van bewust op een beslissend ogenblik van de geschiedenis te leven. Men zag ongekende kansen voor het evangelie. Er leefde een gevoel van urgentie. Het was de hoogste tijd om de handen ineen te slaan en tot eensgezinde samenwerking in zending te komen.
Ik heb beide conferenties bijgewoond met de vraag in mijn achterhoofd: zal er nu, honderd jaar later opnieuw passie te proeven zijn, een sense of urgency om juist nú anno 2010 ‘getuige te zijn van Jezus Christus’ (Edinburgh), ‘bedienaars van de verzoening’ (Kaapstad)? Zou er een eenduidige boodschap uitkomen die voor vandaag visie en richting geeft?
Momenten van passie wáren er in Edinburgh en Kaapstad. Vanaf beide podia klonken inspirerende toespraken. Indrukwekkend waren de getuigenissen van geleefd discipelschap, vaak vanuit situaties van armoede en onrecht. Maar vooral enthousiasmerend was het om in viering en lofprijzing onderdeel te worden een schare die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. Een voorproefje van de bruiloft van het Lam. De vieringen en Bijbelstudies (Kaapstad!) creëerden een opmerkelijke geest van nederigheid. Er waren in Edinburgh en Kaapstad minder pretenties dan in het verleden en er leek meer bereidheid om vanuit de meest diverse achtergronden zorgvuldig en respectvol naar elkaar te luisteren. Samen strekte men zich uit om nieuwe leiding van de Heilige Geest te ontvangen.
De thema’s die op beide conferenties aan de orde kwamen liepen opvallend weinig uiteen. Beide vergaderingen hielden zich bezig met de Bijbelse fundering van zending, de vragen rond de interreligieuze ontmoeting, zending en migratie, verzoening, missionaire levensstijl, authentiek discipelschap, de lokale gemeente, nieuwe vormen van partnership en de noodzaak van eenheid in zending. Tot echt inhoudelijke ontmoetingen over conflictieve thema’s als de interreligieuze dialoog, homoseksualiteit of proselitisme kwam het weinig. Kwam dat doordat de contexten waaruit de deelnemers afkomstig waren te uiteenlopend waren, was het de invloed van het postmoderne klimaat, of wreekte zich hier de onmacht om vruchtbaar om te gaan met verschillen?
Opmerkelijk was de geringe aandacht voor Europa. In de bijdragen van deelnemers vanuit het Zuiden kwam terloops naar voren dat ons werelddeel door hen steeds nadrukkelijker als zendingsterrein wordt beschouwd; misschien wel meer dan door de Europese kerken zelf. Herhaaldelijk werd aan de laatsten de spiegel voorgehouden: wat betekent het getuige te zijn van de gekruisigde Heer, wat betekent ‘costly discipleship’ in de context van materialisme en individualisme?
De slotdocumenten stellen teleur. De Common Call van Edinburgh 2010 is niet opgebouwd volgens de oorspronkelijk bedoelde drieslag: dank voor wat God gedaan heeft in de wereldwijde uitbereiding van het christendom, de bede om vergeving voor alles wat fout ging in de kerken en de zendingsbeweging en ten slotte een nieuwe verplichting tot gezamenlijke inzet in de zending. Deze opzet maakte plaats voor een weinigzeggende ordening van de tekst in negen paragrafen waarin zonder enige samenhang de resultaten van de debatten over de negen studiethema’s van een studieproces van jaren waren opgenomen. Er is geen verwijzing naar de historische context; geen toegespitste boodschap en er worden geen adressanten genoemd.
Het Cape Town Commitment was al weken voor het Congres gedrukt en spreekt in algemene termen over zending. Dit document lijkt de bekende theologische posities van de Lausanne beweging te moeten bevestigen. Voor eind dit jaar is deel II van de Verklaring toegezegd, met specifieke oproepen en resoluties van het Congres die concretisering zouden moeten geven.
Drie dingen moeten genoemd worden:
1. Edinburgh 2010 markeerde de doorbraak van het wereldchristendom in de westerse verbanden van zending en oecumene. Werd Christus in 1910 geassocieerd met Europa en Noord-Amerika, in 2010 werd zichtbaar dat de fascinatie voor zijn persoon en boodschap echt wereldwijd is. Was er in de Assembly Hall in Edinburgh 100 jaar geleden onder de blanke protestantse zendingsmannen slechts één Afrikaan, honderd jaar later speelden Afrikanen een hoofdrol tijdens de slotviering die op 6 juni in diezelfde ruimte plaatsvond. Geheel volgens de gewijzigde verhoudingen binnen de wereldkerk waren christenen uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië in de meerderheid in Kaapstad. Opvallend was het zelfbewustzijn van de vele Afrikanen. De balans van honderd jaar zending maakte zichtbaar dat het christendom een van zijn grootste veranderingen in zijn tweeduizendjarige geschiedenis heeft ondergaan. Bevrijd van zijn Europese gevangenschap vertegenwoordigt het nu een multicultureel geloof, met navolgers van Jezus tot in alle hoeken van de wereld.
2. Het numerieke overwicht van de christenen uit het Zuidelijk halfrond betekende nog niet dat er echt aandacht was voor hun agenda en vragen. Dr.Tinyiko Sam Maluleke, voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken opende zijn speech in Edinburgh in Zuid-Afrikaans voetbalhemd met een krachtige stoot op de vuvuzela hoorn. “Dit doordringende instrument moet je zien als een wanhopige poging van Afrika om gehoord te worden. Ik vertegenwoordig een werelddeel dat niet langer negatief wil worden bekeken en onophoudelijk schreeuwt om erkenning en waardigheid.”
In de presentaties en discussies kwam de stem van het Zuiden te weinig door. Niet-westerse christenen met hun narratieve stijl ervaren de Angelsaksische vergaderstijl met dat dominante Engels altijd weer als een harnas waarin zich maar moeizaam voortbewegen. Tijdens de debatten hoorde je hen weinig, of het moesten de deelnemers zijn die in de westerse theologie zijn gevormd. Dat veranderde zodra men samenkwam voor lofprijzing en gebed. De kracht van de conferenties lag, zoals ik al aangaf, in de momenten van viering. Daarin was vooral in Edinburgh een grote diversiteit van muzikale en geloofstradities samengebracht. Interculturele lofprijzing bindt samen en versterkt het besef van eenheid in Gods zending, die onze projecten en instituties overstijgt. Een les voor een oecumene nieuwe stijl: minder praten en meer samen vieren, bidden, getuigen en doen. “Zending is de adem van de kerk. Waar we in de lofprijzing inademen, ademen we in het getuigenis uit” (Dana Robert).
3. Bijzonder was dat Olav Fykse Tveit, de nieuwe secretaris van de WCC na tijden van polarisatie was uitgenodigd om in Kaapstad een groet te spreken namens zijn organisatie. Nog niet eerder had een secretaris generaal van de Wereldraad gesproken op een Lausanne Congres. Tveit riep op om elkaar binnen het ene lichaam van Christus te respecteren en samen te participeren in de zending van God. Eerder hadden ‘evangelical’ voormannen al beleefde toespraakjes gehouden in Edinburgh. Jammer was dat er niet meer verbindingen waren gelegd tussen beide conferenties. Op het Lausanne Congres werd door de organisatoren maar eenmaal, en dan een beetje snerend, verwezen naar Edinburgh 2010. Dat ‘ecumenicals’ en ‘evangelicals’ evenwel dichter bij elkaar gekomen zijn dan ooit blijkt wel uit het verheugende feit dat onder beide zendingsbewegingen de consensus over integral mission breed wordt gedeeld.
Dat is wel eens anders geweest. Decennialang stonden beide erfgenamen van Edinburgh 1910 fel tegenover elkaar. De controversiële integratie van de IMC (institutionele vrucht van Edinburgh 1910, evenals de NZR als een van de nationale zendingsraden) in de WCC in 1961 leidde in 1974 tot de vorming van het Lausanne Committee voor Wereldevangelisatie. Tot diep in de 20ste eeuw zouden de ‘evangelicals’ het tegenover de in hun ogen liberale ‘ecumenicals’ met hun eenzijdige nadruk op sociale gerechtigheid het krachtig en vaak niet minder eenzijdig opnemen voor zending en evangelisatie als kerntaak van de kerk. Het leidde tot spanningen en onzalige verdeeldheid op veel plaatsen in de wereld.
De eigen ervaring
Er is heel wat veranderd sinds ik in 1978 aantrad als secretaris Binnenland van de GZB en zo betrokken raakte bij de zending. Ook in Nederland stonden de NZR en de EZA, die respectievelijk Genève en Lausanne vertegenwoordigden, ‘kerkelijke zending’ en ‘geloofszending’, op dat moment heftig polariserend tegenover elkaar. In dat jaar werd er in kerkelijk Nederland een bijzonder oecumenisch project uitgevoerd: Zending in Nederland. Er werd de hulp ingeroepen van negen buitenlandse christenen, die als zendingsarbeiders nieuwe stijl aan Nederlandse christenen een internationale kerkvisitatie aanboden. Centraal stond de vraag naar onze missionaire uitstraling en aantrekkingskracht in de eigen samenleving.
Wie het verslag van dit project nu leest , merkt dat de taal krijgshaftig is: ‘De kerk moet gaan begrijpen in wat voor wereld zij leeft en dat zij de strijd om het rijk van God te bouwen opnieuw moet aanbinden.’ Uit de toon van de rapportage blijkt ook dat de kerk zich toen een positie in de samenleving toedichtte, die zij nu zeker niet meer heeft. Een groep evangelische en reformatorische christenen, onder wie ds. Cees Snoei, ds. Wim Bouw, Theo van der Weele en ikzelf kwamen krachtig op voor evangelisatie met de brochure het Appèl. Daarbij waarschuwden wij in tien stevige stellingen tegen horizontalisering.
Ik weet nog hoe ter afsluiting van het project de Schotse zendingsman Lesslie Newbigin de Combisynode van de Nederlands Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken toesprak. Tevergeefs leek hij de vergadering voor te houden dat het enige waar de kerk zich om heeft druk te maken is te zorgen om als levende ranken in de wijnstok te blijven. Migrantenkerken waren nog ver buiten beeld. Het bleef in die jaren nog bij het naar hier halen van een Indonesische dominee als Lukito Handojo, die binnen het kader van een uitwisselingsproject een poosje in Maassluis werd gestationeerd.
Al stonden oecumenische en evangelische christenen lijnrecht tegenover elkaar, beide partijen geloofden in de maakbaarheid. In vergelijkbare zin bouwden wij in naïef vertrouwen op onze programma’s en strategieën. De eersten vertaalden het evangelie vooral in sociaal-economische projecten en voerden actie voor de armen (the poor). Evangelischen zetten zich vol optimisme in voor de verlorenen (the lost); via indrukwekkende campagnes moest het mogelijk zijn de wereld voor 2000 voor Christus te winnen. Weinig mensen begrepen Jo Verkuyl die zichzelf graag zag als een ‘evangelical ecumenical’ en een ‘ecumenical evangelical’.
Toen kwam het Güntersteinberaad. Dit beraad in de aangename rust van het gelijknamige kasteel bij Breukelen vond plaats tussen ‘kerkelijke zending’ en ‘geloofszending’. Het heeft in eind jaren zeventig veel betekend om muren van vooroordelen weg te nemen tussen beide kampen. De reeks bijeenkomsten is beëindigd toen NZR en EZA zich bereid verklaarden de toorts over te nemen en de dialoog voort te zetten. Jarenlang is er vanuit beide platformorganisaties stapje voor stapje gewerkt aan het bouwen van bruggen. Nu ligt er een stevige basis van vertrouwen; EZA en NZR verheugen zich in verregaande samenwerking. Steeds meer werk wordt in gezamenlijkheid uitgevoerd (China Forum, Membercare, Islamwerkgroep). Sinds kort is nu ook de Evangelische Alliantie bij de NZR aangeschoven en omgekeerd.
In dit Edinburgh-jaar zijn wat Nederland betreft de oude loopgraven tussen ‘evangelischen’ en ‘oecumenischen’ voorgoed verlaten. Een laatste ontwikkeling is dat Lausanne Nederland een nieuw bestuur heeft gevormd. Onder de voorlopige naam Lausanne/Edinburgh groep fungeert dit bestuur als een soort van werkgroep van EA, EZA en NZR om de resultaten van Edinburgh en Kaapstad voor ons land te presenteren op een nationaal symposium komend voorjaar om die vruchtbaar te maken in de missionaire praktijk.
Als gezamenlijke erfgenamen van de eerste wereldzendingsconferentie van 1910 gaan wij voortaan samen voor zending. Het zou niet goed zijn gemakkelijk toe te geven aan een trendmatige ‘evangelicalisering’ Wij zullen de oecumenische breedte moeten vasthouden door door heel bewust ook de samenwerking met de Rooms-katholieke Kerk en de pinksterkerken verder aan te halen. En uiteraard zien wij daarbij de migrantenkerken binnen en buiten SKIN steeds als belangrijke partners.
Hoe staat het internationaal? Op het niveau van de instituties met hun belangen verloopt de toenadering redelijk traag. Maar interessant is wat Jacques Matthey van de Wereldraad onlangs vertelde. Recent werd de CWME diverse keren uitgerekend door ‘evangelicals’ (onder meer door Dalits) opgeroepen om zich steviger in te zetten op het punt van de mensenrechten. Van de andere kant sprak John Baxter Brown, desk Evangelisation WCC, na afloop van Cape Town 2010 er zijn oprechte verontwaardiging over uit dat het Lausanne Congres zo weinig daadwerkelijke passie toonde voor wereldevangelisatie. Het kan verkeren!
Intern westers debat
Het is duidelijk dat de oude labels ’ecumenical’ versus ‘evangelical’ zeker voor de jongere generatie hun betekenis hebben verloren. Naarmate de invloed van de kerken van het Zuiden toeneemt, tekent zich scherper af dat we in die tegenstelling met een gedateerd en intern westers debat te doen hebben. Hoe fel de oecumenische en evangelicale beweging ook tegenover elkaar stonden, zij vinden beiden hun oorsprong in de bedding van de wereldzendingsconferentie van Edinburgh in 1910. In beide gestalten was de zendingsbeweging van de 20ste eeuw een product van de moderniteit.
De Wereldraad van Kerken mag zich afzetten tegen de koloniale erfenis van de zending, zelf is zij niet minder verstrengeld met de rationaliteit van de westerse expansie; zij is diepgaand beïnvloed door het vooruitgangsgeloof van de Verlichting. En de Lausanne beweging kan zich ‘bijbelgetrouw’ teweer stellen tegen het moderne denken bij anderen, zelf is zij qua theologie en organisatie niet minder schatplichtig aan westerse denkvormen en een American way of life die meer door het vrije marktdenken dan door het Evangelie is bepaald. Aan niet-westerse vormen van christelijk geloof en getuigenis weet de met de moderniteit vergroeide zendingsbeweging ondanks goedbedoelde pogingen nog steeds niet echt plaats te geven, gevangen als zij nog altijd zit in het oude paradigma.
Het verloop van de conferenties in Edinburgh en Kaapstad bewees wel dat de zending die wordt aangestuurd door westerse kerken en organisaties zijn tijd heeft gehad. De verhoudingen binnen een in meerderheid niet-westerse wereldkerk zijn grondig gewijzigd. Anderen zetten de toon en gaan ook door hun vitaliteit steeds meer de agenda bepalen, zonder dat zij ons nodig hebben. Waar vroeger beroepszendelingen van Noord naar Zuid en van rijk naar arm trokken, zien we nu de omgekeerde beweging. Er ontwikkelen zich netwerken van zuid naar zuid en nieuwe vormen van zending waar wij geen weet van hebben. Brazilianen, Indiërs en Nigerianen ontwikkelen patronen waar de westerse zending niet langer in voorkomt. Bovendien verspreid het Woord zich nu veel minder via georganiseerde wegen, maar via migratie en door het getuigenis van gewone mannen, vrouwen en kinderen.
Voor de duidelijkheid: natuurlijk blijven wij mensen uitzenden en uiteraard hebben wij veel bij te dragen aan de wereldkerk, bv. vanuit de onschatbare traditie van de reformatie. Maar dan in een nieuw kader waarin anderen richtinggevend en leidend zijn.
De kerken in het Westen weten tot nu toe moeilijk in te spelen op de onomkeerbare verschuivingen binnen het wereldchristendom. Het thema mission and power kwam opvallend vaak terug in de papers en discussies rond de eeuwviering van Edinburgh 1910. De macht van de organisatie en het geld maakt dat voormalige mainline kerken zich niet zelden gedragen als waren zij nog steeds de meerderheidskerken die in het verleden in de internationale verhoudingen de dienst uitmaakten, waarbij zij maatgevend achtten wat uit het Westen kwam.
Zouden wij het koloniale wereldbeeld van onze voorouders uit 1910 werkelijk achter ons hebben gelaten? In haar openingstoespraak tot de conferentie in Edinburgh deze zomer wees de Noord-Amerikaanse missiologe Dana Robert erop dat het huidige wereldsysteem van economische globalisering ongemakkelijke parallellen vertoont met de mondiale context van het kolonialisme van 1910. Het indrukwekkende boek van de Belg David van Reybroeck, Congo. Een geschiedenis (2010), laat op onthullende wijze zien dat het regiem van de ‘vrije markt’ in feite niet anders is dan de voortzetting van oude koloniale structuren; een dictatoriale orde die ontmenselijkende consequenties heeft voor de vele miljoenen die met minder dan een dollar per dag moeten zien te overleven.
Als zendingsorganisaties dragen wij wederkerigheid en gelijkwaardigheid hoog in ons vaandel. Maar in de praktijk worden in het buitenlandwerk nieuwe structuren van paternalisme zichtbaar. Veel organisaties laten een terugval zien ten opzichte van een generatie geleden. Toen deed men nog serieuze pogingen om de macht te delen. Nu is het weer vaak zonder gêne: wie betaalt, bepaalt. Dat laatste wordt bevestigd door Jacques Matthey, die dit jaar afscheid nam als directeur van de zendingsafdeling van de Wereldraad van Kerken. Bezorgd signaleert hij hoe in de internationale netwerken neoliberale ideologieën de charitatieve markt en de zending zijn gaan beheersen. Gevolg is dat oecumenische partnerrelaties worden uitgehold door competitief denken. De wijsheid van lokale kerken telt weinig; de belangen van de eigen organisatie gaan voorop. Deze trend valt ook in sommige kerkelijke bureaus van ons land te zien. Eenzijdige nadruk op efficiënt management en controle werkt verstikkend op visie en durf. Een dergelijke houding blokkeert creatieve initiatieven in samenwerking met anderen, binnen en buiten Nederland. Het is de eurocentrische zelfoverschatting die ons parten speelt.
Twee protestbewegingen
In de tijd dat ik bij de zending was is het oude paradigma van zending van twee kanten serieus uitgedaagd. Tijdens mijn periode als zendingspredikant in Chili onder de dictatuur van generaal Pinochet (1983-1988) heb ik van nabij twee bewegingen leren kennen die kunnen worden gezien als protestbewegingen tegen de universele pretenties van de Westerse theologie en kerk. Het zijn de bevrijdingstheologie en de pinksterkerken. Beide hebben mij daarna ook niet meer losgelaten.
Nooit vergeet ik de Franse priester André Jarlan (precies zo oud als ik) die niet ver bij ons vandaan vanwege zijn geweldloze inzet voor de armen werd vermoord door veiligheidsagenten. In die context heb ik de bevrijdingstheologie leren kennen. Zij is geboren als een reactie op een geïmporteerd christendom dat het evangelie eeuwenlang heeft vergeestelijkt en verinnerlijkt. Het is een eerste coherente poging om te komen tot contextueel geloven: om de Latijns-Amerikaanse werkelijkheid en de Bijbel te interpreteren via Latijns-Amerikaanse ogen en niet van buiten, vanuit een westers perspectief. Het gaat om een ‘articulatie van de navolging van Christus in een context waarin veel onschuldige mensen een vroegtijdige dood sterven’ (Gustavo Gutiérrez). De bevrijdingstheologie heeft mij geleerd dat de roep om recht (justicia) diep is verankerd in de Bijbel. Juist nu de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt en het wereldsysteem van de ‘vrije markt’ zoveel slachtoffers maakt, zullen wij ook vanuit de NZR meer dan ooit gevoelig moeten zijn voor de cry of the poor, en in relatie daarmee ook voor de cry of the earth. Het zijn immers de armen die als eersten nu al ernstig te lijden hebben onder de ecologische rampen die zich aankondigen.
Hoeveel de inzet van de bevrijdingstheologie ook betekend heeft, toch bleef zij een westerse theologie en in haar optimisme over de verbeterbaarheid van de wereld een variant van de theologie van de vooruitgang. De modellen tot bevrijding van de armen waren in het Westen bedacht en door donoren over Latijns-Amerika uitgerold. Veel armen hadden dat intuïtief door. Terwijl de bevrijdingstheologie koos voor de armen, kozen de armen zelf massaal voor de pinksterkerken.
Over het fenomeen van het Latijns-Amerikaanse pentecostalisme is een vloed aan literatuur verschenen. Lang zijn de pinksterkerken gebrandmerkt als dollarprotestantisme, geïmporteerd en gesteund vanuit de Verenigde Staten. Ik weet nog hoe ik tijdens een verlof als spreker op een ICCO-symposium stuitte op een muur van vooroordelen van ontwikkelingsmensen die op fanatieke wijze de bevrijdingstheologie hadden omarmd (althans zoals zij zich daarvan een eigen beeld hadden geconstrueerd) en geen enkele boodschap hadden aan de religie van de armen. Pinksterchristenen zouden in hun hemelgerichtheid het lot van de armen alleen maar verergeren en hun bevrijding in de weg staan.
Weinigen namen in die tijd de moeite om het volkspentecostalisme van binnenuit te leren kennen. Door er te preken en met een groepje ongeletterde voorgangers Bijbelstudie te doen ontdekte ik dat de autochtone pinksterkerken zijn geworteld in de wereld van de armen en dat zij no-persons nieuwe hoop en menselijke waardigheid bieden .
Wie dichterbij komt erachter dat deze pinksterkerken een protest vormen tegen een gevestigde die hen geen plaats gunt. De kerk is een vluchtheuvel en wordt een nieuw thuis. In 2002 wekte de Noord-Amerikaanse bevrijdingstheoloog Richard Shaull tijdens een NZR-raadsvergadering de rijke kerken van het Noorden op om moed te tonen door de religieuze wereld van de armen binnen te gaan. Hij dacht daarbij aan de pinksterkerken waarop hij naar eigen zeggen verliefd was geworden, nadat hij in Brazilië door hun vernieuwende spiritualiteit was overrompeld. Centraal in het pinkstergeloof staat de directe omgang met God in het leven van alledag. De voor ons verborgen healing communities van hen die aan de onderkant van de samenleving hun vreugde en kracht vinden in de weg van de navolging, zouden wel eens een effectiever antwoord kunnen zijn op de economische globalisering dan de strategieën e projecten die worden aangedragen door donoren van buiten.
World Christianity
Het pentecostalisme kent vele vormen en heeft ook buiten Latijns-Amerika wortel geschoten. Het lijkt de snelst groeiende uitdrukking van het christelijk geloof ooit. In 1910 waren er amper pinksterchristenen. Nu zijn er een half miljard. Van elke vier christenen op aarde is er één een pinksterchristen. Wij zijn getuige van een snelle ‘pentecostalisering’ van de christenheid die grote gevolgen heeft voor het karakter van de toekomstige wereldkerk. De ‘Geest-kerken’ met hun charismatische structuur en flexibele organisatie van onderaf zijn voornamelijk te vinden in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Maar ook in de Europese steden kom je ze in migrantenkerken steeds vaker tegen. In 1998 startte de NZR, samen met EZA en NZR, het Missionair Kwartaalberaad waar de dialoog met westerse en later ook niet-westerse pinksterkerken werd opgepakt.
Deze dialoog was het begin van een proces waarin leiders van over en weer elkaar leerden kennen en vertrouwen. Wij erkenden dat de beste kansen voor samenwerking niet liggen in het formuleren van documenten en confessies, noch in het ombuigen van organisatiestructuren. Nodig is het geloofsgesprek waarin de partners elkaar niet alleen van hoofd tot hoofd, maar vooral ook van hart tot hart ontmoeten en leren kennen. Wij maakten dat praktisch door viering en lofprijzing meer ruimte te geven in de ontmoeting. Nu de pinksterkerken binnen de VPE recent op informele wijze bij de NZR zijn aangehaakt, kan deze snelgroeiende tak binnen de christelijke familie in het perspectief van de zending nog meer aandacht krijgen.
Toegegeven, ik heb in Latijns-Amerika ook neo-pentecostale diensten meegemaakt die ik tenengekromd uitzat. En vandaag opnieuw maken sektarische kerken, gesteund vanuit de Verenigde Staten en Brazilië opgang. Omhangen met veel glitter, elektronica en valse beloften richten zij grote schade aan. Het ‘welvaartsevangelie’ wat daar gepredikt wordt, is in zes continenten terug te vinden. In Kaapstad rekenden afgevaardigden uit Afrika er stevig mee af. De armen zijn immers opnieuw de dupe. Lamin Sanneh uit Gambia typeert dit christendom als Global Christianity. Een dergelijke godsdienst, vaak gepropageerd door conservatieve kerken van de Verenigde Staten, lijkt de wind mee te hebben. Het loopt parallel met de economische globalisering en is er de religieuze uitdrukking van. Het welvaartsevangelie legitimeert de consumptiecultuur en bevestigt onrecht en armoede. Oude koloniale structuren worden met nieuwe middelen overeind gehouden.
Sanneh onderscheidt van dit soort van christendom, wat hij noemt: World Christianity. De inheemse ontdekking van het christelijk geloof staat daarin voorop. En dat is iets heel anders dan de christelijke ontdekking van inheemse culturen.
Wij concluderen dat het evangelie heeft verrassend onthaal gevonden in samenlevingen die niet door de Verlichting gestempeld zijn. De kerken van het Zuiden laten zich niet langer drukken in de westerse categorieën van ‘ecumenical’ en ‘evangelical’. Het wereldchristendom laat een rijke verscheidenheid van antwoorden zien op de uitnodiging tot navolging van Christus, zonder dat die antwoorden noodzakelijkerwijs passen binnen de kaders van de Verlichting. Voor de westerse waarnemer met zijn gereduceerde voorstellingswereld en denkkader is deze werkelijkheid overigens verdraaid lastig in beeld te krijgen. Die komt doorgaans niet verder dan de Jezus van de bibliotheken van de met westers geld overeind gehouden theologische instituten. Het circuit waarin ons zendingswereldje zich beweegt, is tegen de achtergrond van het nieuwe christendom maar zeer beperkt van omvang. Wij hebben in het Westen geen notie van de dynamische ontwikkelingen in bv. China en India.
Doorgaans vinden wij het nieuwe christendom op de meest kwetsbare plekken van de wereld. De verhalen over Jezus die de zonden vergeeft en geneest, die demonen uitwerpt, outcasts terugplaatst in de gemeenschap, kent men als deel van de eigen ervaring. De Mexicaanse theoloog Elizondo groeide op in een traditionele kerk waar de mis werd gelezen in het Latijn. Hij vertelt hoe hij Jezus heeft ontmoet onder de armen. ‘Te lang is de radicaal bevrijdende weg van Jezus verborgen gebleven achter de façade van een christendom dat de machten en de glorie van deze wereld verwarde met de macht en de glorie van de opgestane Heer. Anderen mogen dan theologisch alles van hem weten, het arme volk kent hem persoonlijk. Voor hen is hij geen theorie of leer maar een levende persoon en een vriend.’ Aansprekend zijn de teksten van Afua Kuma, een ongeletterde vroedvrouw uit Ghana, voor wie Christus in haar strijd om te overleven levende werkelijkheid is geworden. In haar moedertaal zingt zij van Jezus, haar Redder. Afua Kuma ziet Jezus in de gewone dingen van elke dag. Alles in de wereld om haar heen herinnert haar aan hem die haar liefheeft.
De contouren van een nieuw paradigma:
Die ontelbare eenvoudige, naamloze christengetuigen uit de marge die nog nooit in een vliegtuig hebben gezeten omdat ze nog geen geld hebben voor een fiets, zul je zelden aantreffen op grote conferenties zoals in Edinburgh en Kaapstad. Toch beginnen de nieuwe kerken van het Zuiden zich krachtiger te manifesteren, ook buiten de traditionele platforms van zending en oecumene. Dankzij de globalisering en de mobiliteit die daarvan het gevolg is, komen christenen op de meest onverwachte plaatsen met elkaar in contact en vindt er kruisbestuiving plaats. Ook tijdens de genoemde conferenties waar het paradigma van de moderniteit nog overheersend was, vielen soms trekken waar te nemen van wat wij met David Bosch een emerging paradigm zouden kunnen noemen waarin meer wordt recht gedaan aan de stijl van geloven en getuigen van de Majority World. Ik noem, zonder die nu verder uit te werken, in aansluiting bij wat ik al eerder noemde tien verschuivingen die ik het afgelopen jaar signaleerde in de richting van een nieuw paradigma van zending:
1 . Van zending als gecontroleerde actie naar Missio Dei
2 . Van verbale proclamatie naar geleefd discipelschap (incarnational mission)
3 . Van beroepszendeling naar spontaan getuige zijn (migratie)
4 . Van macht naar kwetsbaarheid
5 . Van kortdurende projecten naar duurzame menselijke relaties (‘give us friendship’)
6 . Van monocultureel naar multicultureel kerk zijn
7 . Van eurocentrisme naar toelaten van niet-westerse perspectieven
8 . Van hoofd naar hart en handen
9 . Van instituut naar beweging
10.Van bovenplaatselijk naar lokaal
Twee overwegingen ter afsluiting:
In het beleids- en werkplan van de NZR, die het tot zijn kerntaken rekent om trends in mission te signaleren, is de uitwerking van een aantal van de hier genoemde thema’s terug te vinden. Ik beperk mij tot twee overwegingen aan de NZR en zijn partners die in de uitvoering van het werk ter harte genomen zouden kunnen worden:
a. Missio Dei als impuls tot eenheid in zending
Als er van een momentum zou kunnen worden gesproken dat we niet mogen laten lopen, dan is dat voor mij het steeds breder gedeelde besef dat zending Gods initiatief is dat Hij niet uit handen geeft (Missio Dei). Zijn initiatief gaat onze instituties en programma’s verre te boven. Als partners leden van één lichaam doen zich nú in alle veranderingen en crises kansen voor om de handen ineen te slaan om te komen tot meer eenheid in zending. Het is tijd om vanuit de wil om boven theologische en kerkelijke verschillen uit te investeren in vriendschappen, meer dan in het overeind houden van structuren en projecten (partnership as friendship). Focus op de lokale gemeente als microkosmos van World Christianity (De wereldkerk op de km2). Oefening in nieuwe oecumenische netwerken en omgangsvormen, leren omgaan met verschillen, initiatieven op basis van gedeeld ownership in besef van complementariteit, stimuleren van maatjesprojecten: interculturele vriendschappen tussen voorgangers, kanselruil, gedisciplineerde Bijbelstudie en gebed om empowerment. Herontdekking van de waarden duurzaamheid en trouw (chesed en emed) in oecumene en zending.
b. Bijbelse fundering: de Efezebrief
Dat wij theologisch gezien minder scherpslijpers zijn dan in het verleden, betekent niet dat wij er zijn als wij het gezellig hebben met elkaar. De vraag naar inzicht in de waarheid blijft van het hoogste belang. In alle verwarring en verstarring is Bijbelse heroriëntatie en theologische verdieping urgent. Wie heeft ‘zending’ en ‘missionair zijn’ niet hoog in het vaandel staan? Over de vraag wat wij precies bedoelen met integral mission en hoe wij daar samen vorm aan geven, bestaat heel veel onduidelijkheid.
In Kaapstad heb ik met veel anderen de Efezebrief herontdekt in zijn ongekende actualiteit voor vandaag. In ons kleine groepje deelden wij tijdens de dagelijkse Bijbelstudie wat een ieder in de tekst las en pasten dat toe op de eigen context. Iedere groep was als een microkosmos van de mondiale kerk. Wij leerden van elkaar, bemoedigden elkaar en baden samen. Generatieslang baseerden Europeanen de zending op het ‘Gaat dan heen…’ met zijn geografische duiding en connotaties van macht uit het bekende ‘zendingsbevel’ van Matteüs 28; in contexten van onrecht vonden anderen de Bijbelse fundering in Lukas 4, waar Jezus’ roeping omschreven wordt als ‘aan de armen het evangelie verkondigen’. In onze tijd van globalisering en fragmentering, met zijn etnische tegenstellingen en vele vormen van gebrokenheid biedt de Efezebrief in verrassende frisheid het raamwerk voor een adequaat verstaan van de opdracht tot zending en eenheid.
Ook gezien de inhoud komt herlezing van deze apostolische brief het best tot zijn recht in de vorm van ‘intercultureel Bijbellezen’. Centraal staat in deze brief het geheim van de gemeente van Christus als zijn lichaam, voorbode van de nieuwe mensheid. Scheidsmuren van vijandschap met God en tussen mensen in hun etnische tegenstellingen zijn afgebroken door het kruis. De kerk heeft haar plek binnen de ene zending van God (Missio Dei). De Geest leert ons met onze gaven en bedieningen af te stemmen op het kosmische plan waarin uiteindelijk alle dingen onder Christus als hoofd zullen zijn samengebracht. Alleen samen met alle heiligen in hun rijke verscheidenheid zullen wij in staat zijn om iets van de reikwijdte van de liefde van Christus te vatten.
De Efezebrief wijst ons een betrouwbare weg in een hopeloos verdeelde wereld en in de zich verhardende verhoudingen in ons eigen land. Jezus’ sterven en opstanding garanderen ons dat verleden en toekomst van de zending behoren aan God. ‘Omdat ons leven binnen dit grote verhaal staat, zijn getuigen van Jezus Christus allereerst en boven alles ambassadeurs van de hoop’ .
Wout van Laar, Amersfoort, 26 november 2010
_______________________________________________
‘Nooit eerder was er sprake van een dergelijk samenkomen van crises en het zich openen van deuren in alle delen van de wereld als in het decennium dat wij beleven’ , Rapport Commissie I, Carrying the Gospel to all the Non-Christian World, p.1.
In Edinburgh bleek uiteindelijk toch weer tweederde van de deelnemers afkomstig uit de protestantse wereld van Europa, Noord-Amerika en Canada. Bovendien was een aanzienlijk aantal van de deelnemers direct verbonden met seminaries, universiteiten, instituten en wetenschappelijke instellingen uit het Noordelijk halfrond. In Kaapstad leek de Global South op een Lausanne Congres werkelijk voor het eerst de meerderheid te vormen.
Lesslie Newbigin, ‘Mission in the 1990s: Two views, in: International Bulletin, Vol. 13, no. 3, July 1989, p. 102, noemt de wijze waarop in het westen zowel ‘ecumenicals’ als ‘evangelicals’ polariserend leefden van elkaars eenzijdigheden ‘verschrikkelijk Pelagiaans’: Óf de nadruk nu werd gelegd op de redding van individuele zielen van het verderf, of op het werken aan meer menselijke samenlevingen, of op het rechtzetten van sociaal onrecht, de overwegende nadruk werd gelegd op zending als ons programma’ (cursief WvL).
Tijdens Kaapstad 2010 keken René Padilla en Samuel Escobar, Latijns-Amerikaanse ‘radical evangelical’ medeoprichters van het Lausanne Congres 1974, die ik tot mijn leermeesters reken, terug op het begin. In de polarisatie van die jaren kwamen zij al op voor misión integral, hun tijd ver vooruit. Voor vandaag zagen zij de economische globalisering als mensonterend systeem dat de verwoesting van het eco-systeem ten gevolge heeft als een bedreiging voor onze kinderen en kleinkinderen waarvoor de kerk wereldwijd niet langer de ogen mag dichthouden..
De Chileense pinkstertheoloog Juan Sepulveda ziet het pentecostalisme als breuk met de intellectualistische manier van geloven van het Westen. Er is gebroken met de theologie van de boeken en de concepten, die het denken over God, mens en wereld ordent in abstracties.