Wat doet de NZR
 
 
 
 
 
 

Wout van Laar, ‘Op zoek naar een nieuwe configuratie van oecumene' Verslag van een bezoek aan de wereldraad van Kerken in Genève, 12-13 december 2002

   

Op zoek naar een nieuwe configuratie van oecumene

 

1. Inleiding

Op 12-13 december 2002 bracht de algemeen secretaris zijn jaarlijkse bezoek aan Genève. Aan leiding was de bijeenkomst van vertegenwoordigers van regionale oecumenische organisaties, agencies en de staf van de Wereldraad van Kerken. De gelegenheid werd aangegrepen voor een uitvoerig gesprek met dr. Jaques Matthey, directeur van het Mission Team en verantwoordelijk voor de eerstvolgende wereldzendingsconferentie (2005), over het verloop van de voorbereidingen voor deze grote oecumenische samenkomst en over de stand van zaken rond mission binnen de Wereldraad in het algemeen. Ook kon een ronde worden gemaakt langs diverse bureaus van de Wereldraad en van inwonende organisaties als de World Alliance of Reformed Churches (WARC). Dat leverde onder meer een instructieve ontmoeting op met mw.dr. Jet den Hollander, die onder meer bezig is netwerken te vormen in het kader van het project Mission in Unity, een project rond de vragen van zending en multiculturaliteit, waarbij de NZR al eerder betrokken raakte.


2. Voortgaande reorganisatie
Het bezoek maakte duidelijk dat de Wereldraad de crisis waarmee zij al jaren worstelt nog niet te boven is. Na eerdere reorganisaties in 2001 en 2002 wordt vanwege nijpend geldgebrek een verdere reductie van programma's en staf doorgevoerd. In plaats van de 15 teams, zullen er in de toekomst slechts 10 zijn: vijf voor programmatisch werk rond de kerntaken van de Wereldraad, te weten Faith and Order, Mission and Education, Justice/Peace/Creation, International Affairs en Diakonia and Solidarity; twee voor communicatie; en drie voor management, financiën en ondersteunende diensten. Het voornaamste doel van deze veranderingen is het mogelijk te maken dat de Raad zijn werk meer kan verrichten als een bestuurlijke eenheid.
De last en werkdruk op het overblijvend personeel is al met al sterk toegenomen. Vanaf 1995 is de stafbezetting bijna gehalveerd tot 141 fte's oftewel 158 personen. Een verandering die het Mission Team met enige zorg vervult, is het feit dat de zendingsafdeling is samengebracht met de afdeling Educatie. Het lijkt te gaan om een pragmatisch ineenschuiven van bureaus, zonder dat er een inhoudelijke argumentering aan deze organisatorische ingreep ten grondslag ligt. Te hopen valt dat de effecten van de laatste reorganisatie Jacques Matthey en zijn mensen niet te zeer zullen belemmeren in de aanloop naar de wereldzendingsconferentie, een onderneming waarvoor zij de komende tijd alle beschikbare energie nodig zullen hebben.


3. De wereldzendingsconferentie: zending en healing
De wereldzendingsconferentie van Salvador, Brazilië (1996), lijkt nog maar kort achter ons te liggen, nu de volgende Conference on Woldmission and Evangelism onze aandacht vraagt. Het Centraal Comité heeft ingestemd met het thema: "Called in Christ to be reconciling and healing communities". Het gaat nog om een voorlopige werktitel, die om nadere uitwerking vraagt. Een voorbereidingsdocument verklaart de keuze van het thema tegen de achtergrond van de processen van globalisering, groeiende tegenstellingen en conflicten in een wereld die zich kenmerkt door gebrokenheid op velerlei terrein. Op grond van een trinitarisch verstaan van Gods zending (Missio Dei) wordt verzoening een centraal missiologisch begrip. Authentieke verzoening heeft persoonlijke, ecclesiologische, sociale en ecologische dimensies. Het impliceert healing van wonden uit het verleden en heden, van onrecht en schuld, in de relatie tot God en in primaire relaties van mensen, in gemeenschapsverbanden van kerk en samenleving.

Het document wijst vier facetten aan:

A. De vraag naar identiteit temidden van plurale en veranderende contexten
Er zijn nieuwe vormen van multiculturele samenwerking in de zending nodig, evenals meer samenwerking met andersgelovigen, waar mogelijk. Dit vraagt een herformulering van de rol van de kerk ten opzichte van religie in het algemeen en vereist een getuigenis dat de creatieve spanning bewaart tussen trouw aan Christus en openheid voor anderen en voor de Geest. In het bijzonder waar zich gewelddadige
conflicten tussen verschillende identiteiten voordoen, is er urgente behoefte aan de
dienst van verzoening.

B. De dienst van genezing en verzoening in een gewelddadige wereld
Een thema met veel aspecten. Bijzondere nadruk verdient de rol van de kerk in conflictsituaties. Daarbij komen vragen aan de orde van boete, vergeving, restitutie en healing of memories. Er zal kritisch moeten worden gekeken naar de rol van kerken in recente etnische conflicten.
Belangrijk is ook de herontdekking van de roeping van de kerk om een healing community te zijn en een open en veilige plaats voor kwetsbare mensen. Deze roeping behelst ook de traditionele dienst van de genezing, die op twee manieren wordt uitgevoerd die niet tegenover elkaar gesteld mogen worden:
- pastorale bezoeken, gebed, zalving, genezingsliturgieën en sacramenten;
- door medische instituties en reguliere gezondheidszorg.

De genezingspraktijken van Pinkster- en charismatische kerken vormen een uitdaging voor de traditionele kerken. Deze kerken hebben ervaringen met charismata, die bekend waren in de vroegste tijden van de christelijke zending.
Tegelijk kan aan deze bewegingen de vraag gesteld worden of er geen verschil moet worden gemaakt tussen "cure" en "healing". Kunnen bijv. ongeneeslijke zieken en stervenden geen healing ontvangen, zonder dat zij uitzicht hebben op fysiek herstel?

Theologisch gesproken zou het gesprek zeker moeten gaan over hoe de heel makende aanwezigheid van de Geest en over de relatie tussen healing en heil te verstaan. Kortom, er is een interculturele dialoog gewenst over al deze vragen. Daarbij is een grondige bezinning op de bijbelse betekenis van verzoening onontbeerlijk.

C. De speurtocht naar alternatieve gemeenschappen in een wereld van globalisering
In de huidige wereld schijnt er geen politiek realistisch alternatief te bestaan voor de "vrije markt" en de neoliberale ideologie. Welke waarden kan de kerk aanreiken om tot een alternatief te komen? Volgens de regels van de markt is wie "wint" de betere, de sterkere die op handen gedragen wordt. Het evangelie echter haalt degene die "verliest" naar voren. Wezenlijk voor het evangelie van verzoening is te bouwen aan
gemeenschappen die niemand uitsluiten, noch om raciale, economische, geestelijke,
noch om andere redenen.

Er waren eerder alternatieve tradities, zoals basisgemeenschappen, klooster(achtige) gemeenschappen, plaatselijke kerken met unieke ervaringen. Een compleet nieuwe en alternatieve wereldorde scheppen zullen wij niet voor elkaar krijgen. Wel houdt ons
spreken over verzoening en healing in, dat wij constant op zoek zullen zijn naar nieuwe wegen om solidair te zijn met alternatieve gemeenschappen, in het bijzonder onder armen en slachtoffers van het heersende economische systeem.

D. Hoe zijn wij een missionaire en evangeliserende kerk?
De boodschap van verzoening moet breed gedeeld worden. Maar als de kerken niet onderling in verzoening leven, verliest hun getuigenis geloofwaardigheid. Het verlangend zoeken naar eenheid maakt deel uit van de zending. Pogingen om tot gemeenschappelijk getuigenis te komen zijn eerste stappen op weg naar verzoening.

Er bestaat een urgente behoefte om te komen tot een helderder oecumenische positie ten aanzien van de rol van evangelisatie binnen een holistische visie op zending. Op veel plaatsen klinkt de roep om geestelijke vernieuwing binnen de traditionele kerken. Zending houdt niet alleen een uitdaging aan de wereld in, maar heeft ook geestelijke implicaties. Er is nieuwe bezinning nodig op het missionaire karakter van de gemeente waarbij authentieke bijbelse spiritualiteit zeer bepalend is.
De conferentie moet er op gericht zijn om de noodzaak te bevestigen het evangelie te delen met alle mensen, vooral met hen die er nog nooit van hebben gehoord.

De komende wereldzendingsconferentie zal in 2005 in Athene plaatsvinden. Een spannende plek: in de schaduw van de Areopagus, aan de voet van de bergen Olympus en Athos, op de drempel van Europa en Azië, tegen het Midden-Oosten aan met al zijn conflictstof. De conferentie zal een andere stijl hebben dan de voorgaande, ook wat betreft voorbereiding en follow-up. Het is de bedoeling dat het voorbereidingsproces bestaande ervaringen en kennis zal inzamelen. Er zijn immers veel gemeenten en netwerken volop praktisch betrokken bij verzoening en dienst van genezing. Middelen zijn ondermeer: internet, regionale en nationale conferenties, bezoekprogramma's aan lokale projecten.
Het conferentieprogramma wil meer ruimte bieden aan liturgie en viering. Daarbij geldt geen rigide patroon, maar wordt zal veel worden overgelaten aan momentane invallen, as the Spirit leads. Ook voor het groepswerk is voorzien in spontane liturgische momenten de dagen door.
Een belangrijk resultaat van de conferentie zou zijn dat mensen, door de Athene-ervaring getransformeerd, met nieuwe energie zouden zijn toegerust voor de taken die thuis wachten. Komt er een korte evocatieve boodschap uit voor de kerken, dan zou dat meegenomen zijn.

Het aantal deelnemers mag de vijfhonderd niet overschrijden. Een vierde van hen zal afkomstig moeten zijn uit Rooms-Katholieke, Pentecostal en Evangelical kring. Ook zullen vooral jongeren en mensen aan de fronten van de zending aanwezig moeten zijn.

Dr. Jacques Matthey suggereerde dat een Nederlandse bijdrage zou kunnen zijn om rond een deelthema een consultatie te organiseren ter voorbereiding op de conferentie. Aan deze consultatie zou door deelnemers vanuit het internationale veld kunnen worden deelgenomen. De NZR zou kunnen denken aan de thematiek van healing communities, zoals die door een projectgroep NZR/Oikos in samenwerking met SKIN zal worden uitgewerkt. Een alternatief is om zich te concentreren op vragen van de relatie medische wetenschap en healing.

4. Dialoogbijeenkomst van Regionale Oecumenische Organisaties, agencies en WCC
Met enige verwachting had ik uitgezien naar deze samenkomst. In een tevoren toegestuurd discussie paper was aangegeven dat de bijeenkomst bedoeld was om te komen tot een new ecumenical architecture. De huidige situatie maakt dat gewenst. De agencies hebben een autonomie bereikt, vergelijkbaar met die van de zendingsgenootschappen voor hun integratie in de kerken. De regionale raden van kerken (Azie, Afrika, Latijns-Amerika, het Caribische gebied, de Pacific, de Verenigde Staten, het Midden-Oosten en Europa) hebben hun eigen agenda. En de Wereldraad verliest steeds meer terrein te gunste van deze autonome actoren. Bovendien wedijveren al deze organisaties (lokaal, regionaal en mondiaal) met elkaar om de schaarser wordende fondsen. Waarbij ook nog komt, dat er sub-regionale oecumenische structuren zijn ontstaan, die meer en meer in trek komen bij de kerken als bruikbare partners.
Oorspronkelijk namen de regionale oecumenische organisaties de ruimte in tussen de lokale kerken en de wereldraad als mondiale organisatie. Zij ontwikkelden zich als aantrekkelijke partners voor de agencies, die na de laatste wereldoorlog ontstonden toen de kerken zich inzetten ten aanzien van de toen heersende noden. Deze vertegenwoordigen een breed scala aan organisatiestructuren en fungeren in interkerkelijke hulpverlening en vluchtelingenwerk, zoals Kerkinactie en ICCO in ons land. De Wereldraad is steeds minder in beeld als een overkoepelende structuur en verliest meer en meer terrein.

De bijeenkomst die met enige spanning was omgeven, begon met een bijdrage van de secretaris generaal Konrad Raiser. Deze herhaalde zijn visie voor een "nieuwe oecumenische configuratie voor de 21ste eeuw". Om effectief te kunnen reageren op de uitdagingen die voor ons liggen, moet de wereldwijde oecumenische beweging zijn huidige structuren herzien. Wij beleven een complexe situatie vol onzekerheden: confessionalisme en denominationalisme nemen toe, de jongere generatie ziet weinig heil in het zoeken naar institutionele eenheid en er is gebrek aan coherentie op organisatorisch niveau hetgeen ook voor fondswerving een slechte zaak is. Veel achtte Raiser historisch verklaarbaar. Maar het is hoog tijd dat er een nieuwe oecumenische configuratie groeit, die uitgaat van de fundamentele ecclesiologische interdependentie tussen de lokale en mondiale manifestaties van het kerk-zijn. Kunnen wij samen in openheid zoeken naar alternatieve wegen van organisatie en netwerking?
Belangrijke vragen die vervolgens op tafel kwamen, waren: kunnen we verder komen op basis van de erkenning dat er maar een oecumenische beweging is? Hoe kunnen wij als partners van die ene beweging ieder onze eigen rol definiëren in een geest van complementariteit? Hoe vinden we daarbij een creatieve interactie tussen lokaal en globaal?

Teleurstellend was dat de gezochte new architecture uitsluitend leek uit te gaan van hetgeen de organisaties binnen het circuit aanleveren. Men praatte in feite over een reconstructie van de status quo, zonder serieus te overwegen de kring te openen ten gunste van andere partners en instituties. Hoe is het mogelijk na te denken over een nieuwe oecumenische configuratie, zonder daarbij de zendingsbeweging en zijn instituties te betrekken? Is herbezinning op de relatie tussen 'oecumene', 'diaconie' en 'zending' -zowel principieel als organisatorisch- niet dringend geboden, nu zending allerwegen weer op de agenda van de kerken staat? Is ook de moderne zendingsbeweging niet verwikkeld in een proces van herdefiniëring? Om deze reden was het zeer merkwaardig dat de zending amper vertegenwoordigd was op deze dialoog bijeenkomst. Het samenzijn werd gedomineerd door diaconale en ontwikkelingsorganisaties, die maar moeilijk los leken te komen van hun (financiële) belangen.

In de discussies viel ook te proeven dat de relaties tussen Wereldraad en de westerse agencies enerzijds en de partners uit het Zuiden anderzijds voor spanningen zorgt. Kritische vragen kwamen dan ook vooral van de vertegenwoordigers van het Zuiden. Israel Bautista, secretaris generaal van de Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken (CLAI), pleitte voor een inhoudelijke vernieuwing van de Wereldraad. "Reorganisatie zonder visie biedt geen toekomst. We moeten ophouden met het herkauwen van de ideologische stof van vroeger en wakker zijn. Zien wij voldoende welke nieuwe dingen de Geest vandaag om ons heen doet en zijn wij bereid daarop nu in geloof en gehoorzaamheid in te spelen?"

Bij de conclusies werd door Raiser en anderen onderstreept dat de bijeenkomst positief heeft opgeleverd, dat tal van vooroordelen en misverstanden zijn opgeruimd; ook zouden nieuwe kanalen van communicatie zijn geopend, op grond waarvan het tot een betere afstemming van ieders werk zou komen binnen de ene oecumenische beweging. Bij mij bleef het gevoel achter dat opnieuw een kans is gemist om nu eindelijk eens ernst te maken met een proces van werkelijke vernieuwing, waarin de Wereldraad van Kerken zich principieel openstelt voor de beweging van de Geest van Christus zoals die vandaag het Evangelie verder draagt, ook via andere kanalen dan die door de traditionele en op westerse leest geschoeide oecumenische beweging gegraven zijn.