
Herman Noordegraaf, ‘Enige opmerkingen naar aanleiding van de inleiding van dr. Hielke Wolters over ‘Geloof en economie in relatie tot de nieuwe aandacht voor “Missie” in Europa' toespraak gehouden op NZR vergadering 25 januari 2002 |
||
Enige opmerkingen naar aanleiding van de inleiding van dr. Hielke Wolters |
||
| 1) Een grondig inzicht in het zelfverstaan van mens en maatschappij (waarover in punt 8 wordt gesproken) is onontbeerlijk voor missie. Dat betekent inderdaad de noodzaak van het verwerven van een grondig inzicht in het gehele complex van wetenschap, economie en technologie (‘het WET-complex'). Dit vormt in zijn onderlinge samenhang de drijvende kracht achter de dynamiek van onze samenleving, inclusief de globalisering. Onze samenleving wordt tot in de genen van de mens beroerd door deze krachten. Daarom: alles is WET. Ik voeg er echter aan toe: laten we ervoor zorgen dat WET niet alles is. 2) De met het WET-complex verbonden economisch systeem, de markteconomie of, zo U wilt, kapitalistische economie (in verschillende varianten), is inderdaad meer dan een levensbeschouwelijk neutraal uitruilgebeuren van goederen (punt 12). Er zit een bepaalde ‘geest' achter, die zich vertaald in een grenzenloos streven naar steeds meer productie en consumptie en vergroting van comfort. Ook is deze economie van invloed op de wijze waarop mensen hun identiteit bepalen. Via productie en consumptie worden ook ‘betekenissen' uitgewisseld (zo de Franse filosoof Baudrillard en de econoom/antropoloog H.J. Tieleman). De onstuitbare stroom van steeds weer nieuwe producten in de vorm van verbruiksartikelen, apparaten en instrumenten heeft niet alleen tot functie om in concrete behoeften te voorzien maar bovenal het tonen van ‘betekenissen'(wie ben ik of wil ik zijn?) (zie de elkaar snel afwisselende modes en de reclame). Zo zijn er meer invloeden van het WET-complex op het geloofsleven te traceren (zoals ook genoemd wordt onder punt 7). Het is opvallend dat in nogal wat godsdienstsociologische beschouwingen over kerk en godsdienst deze sociaal-economische factoren weinig benoemd worden. Vooral sociaal-culturele factoren krijgen de aandacht (individualisering, privatisering, veranderde godsbeelden, secularisatie e.d.) krijgen de aandacht. De door Hielke Wolters in punt 12 genoemde omgekeerde weg is daarom van belang. 3) Ik zou daaraan de vraag willen koppelen aan hetgeen hij stelt over het ontbreken van ruimte voor het christelijk geloof. Interessant is namelijk dat niet alleen kerk en godsdienst in West-Europa in een crisis verkeren, maar ook de irreligiositeit. De secularisatiethese is in het godsdienstsociologisch debat aan een grondige revisie onderworpen, omdat religie in de westerse samenleving niet verdween, maar wellicht (weer) een bloei beleeft. Vraag aan Hielke is hoe hij deze ontwikkeling duidt in het licht van de invloed van economisch denken en handelen en hoe hij de relatie ziet met christelijk geloof? 4) Wat kan het getuigenis van kerken zijn in context van het globaliserende en allesdoordringende WET-complex? Ik zie op zijn minst vier ingangen, die naar mijn mening ook met elkaar verbonden moeten worden:
|
||