Wat doet de NZR
 
 
 
 
 
 

Wout van Laar, ‘Twaalfde Assemblee van de Raad van Europese Kerken, Trondheim'

   

Twaalfde assemblee van de Raad van Europese kerken

 

Eind juni was Trondheim getuige van de twaalfde Assemblee van de Raad van Europese Kerken (CEC). Ruim 500 afgevaardigden van 125 kerken uit heel Europa koesterden zich in de zon die zich in dit jaargetijde boven de Noorse fjorden bijna vierentwintig uur per dag laat zien. Dat herinnerde hen aan Jezus Christus, die als het zonlicht heelt en verzoent - het thema van de bijeenkomst. Wout van Laar was er voor de Nederlandse Zendingsraad en doet verslag.

De assemblee vond plaats op een belangrijk moment in de Europese geschiedenis. Ontwikkelingen als de uitbreiding van de Europese Unie en de migratiestromen die het 'huis van Europa' in verwarring brengen, roepen om herziening van oude concepten. In antwoord op de uitdagingen van het nieuwe Europa probeerde de assemblee een visie van de kerken te formuleren. Een week lang werd er vergaderd en gevierd, werden er ervaringen uitgewisseld en netwerken versterkt. Op de 'Torg'(marktplaats) konden gedelegeerden iedere dag weer een 'interessante persoon' ontmoeten, zoals de aartsbisschop van Canterbury Williams en dr. Kenneth Kaunda, de voormalige president van Zambia. Deze trad op als hoofdspreker en herinnerde de aanwezigen aan zijn optreden tijdens een vergadering van de Wereldraad in Uppsala in 1968. Toen was zijn topic rijke en arme landen. Vijfendertig jaar later heeft dit thema nog niets van zijn actualiteit verloren. Kaunda: "Heling en verzoening van de Europese volken kan alleen plaats vinden als Europa en de andere rijke en machtige naties zich verzoenen met de volken van andere werelddelen tot een gemeenschappelijke strijd voor een sociaal rechtvaardige en duurzame toekomst". Waar Kaunda in deze strijd de decennia door zijn inspiratiebron vond, bleef niet onduidelijk. De oud-president leidde zijn toespraak in met het zingen van een Afrikaanse song: "Stap na stap zal ik Jezus volgen".

In vier secties werd doorgepraat over diverse aspecten van oecumenische samenwerking ten aanzien van zaken als solidariteit met minderheden, de rol van de kerken met betrekking tot de ontwikkeling van de Europese Unie, het getuigenis van de kerken in de samenleving en de betekenis van de Charta Oecumenica. Naast de bijeenkomsten in secties waren er zestien hearings, waarin allerlei aspecten van heling en verzoening aan de orde kwamen, zoals: de rol van kerken in vredesvragen, Europa als moderne slavenmarkt: vrouwenhandel, bio-ethische vragen, samenwerking tussen meerderheids- en minderheidskerken, migratie en integratie, de kerken en HIV/AIDS en globalisering.

Aan de Nederlandse Zendingsraad (NZR) was gevraagd om een hearing over zending voor te bereiden. Deze workshop werd gepresenteerd in samenwerking met de Britse Church and Mission Society (CMS). Er werden twee dingen benadrukt. Ten eerste: zending is niet langer een vanuit het Westen gestuurde onderneming, wat niet wil zeggen dat zending voorbij is. Integendeel. Mondiaal gezien is er meer missionaire activiteit dan ooit, zij het niet in de ons vertrouwde zin. Het initiatief is overgegaan naar de snel groeiende kerken van het Zuidelijk halfrond. Zij zien ook Europa als zendingsterrein. Deze omkering is even wennen: westerse kerken zijn minderheidskerken binnen een niet-westerse wereldkerk. Zending vindt nu plaats van Zuid naar Noord, vanuit de marges van de wereld naar de centra van de macht. De rijke wereld ziet zich geconfronteerd met zending als een niet-georganiseerde beweging van mannen, vrouwen en kinderen. Zij bezitten vaak weinig, maar dragen het Evangelie mee overal waar migratiestromen hen brengen.

Een tweede accent van de hearing was, dat deze nieuwe verhoudingen zich weerspiegelen in de aanwezigheid van migranten- en diasporakerken in de steden en op het platteland van Europa. Wat heeft hun spontane missionaire aanwezigheid de Europese kerken te zeggen?

De Ghanees, Tom Marfo, pastor van een Afrikaanse pinksterkerk in de Bijlmer en namens de NZR lid van de Nederlandse delegatie, vertelde van zijn werk voor de bevrijding van zwarte prostituees, die slachtoffer zijn van moderne slavernij in hartje Amsterdam. De pinksterdominee is diverse malen onderscheiden vanwege zijn volhardende strijd tegen de vrouwenhandel. Marfo pleitte voor meer samenwerking op dit terrein: "Ik geloof dat God ons naar Nederland geroepen heeft, legaal en illegaal, om partners te zijn in de ene zending van God; om elkaar bij te staan in onze gemeenschappelijke roeping: dat is om plaatsen van healing te scheppen in de gebrokenheid van onze samenleving". Een jonge orthodoxe Rus en een in Engeland werkzame Pakistaanse deelden vervolgens hun grensoverschrijdende ervaringen als zendingswerkers in Oost- en West-Europa.

Kenmerkend voor de assemblee was de veelheid van onderwerpen. Eén bepaalde spits zat er niet in. Trondheim 2003 had geen boodschap die de geschiedenis zich zal heugen. Het thema 'Jezus Christus heelt en verzoent' was mooi, maar werd onvoldoende uitgewerkt en bleef vaag. Dat wil niet zeggen dat er geen nieuwe trends te proeven waren. Opmerkelijk was de terugkerende aandacht voor zending, zowel in de secties als in de plenaire vergaderingen. Deze aandacht sloot aan bij het Rapport aan de Assemblee, waarin de paragraaf onder de titel "Zending: een hernieuwde roeping" begint met de constatering dat zending en evangelisatie weer op de agenda van de kerken van Europa staan. In de Commissie Kerken in Dialoog was 'mission in Europe' de afgelopen jaren al een centraal thema, zo gaf de rapportage aan. Er werd meermalen herinnerd aan de Charta Oecumenica, handvest van de kerken van Europa, die zich krachtig uitspreekt over "de gezamenlijke verkondiging van het Evangelie, in woord en daad en tot heil van allen, als de voornaamste taak van de kerken in Europa". In de slotaanbevelingen worden de kerken opgeroepen om op dit punt uitvoering te geven aan de Charta. Kerken moeten elkaar bijstaan en onderlinge wedijver vermijden. Ook moet er helderheid komen over wat wij bedoelen met 'zending', 'evangelisatie' en 'proselitisme'. Te lang is onder woorden gebracht wat zending allemaal niet is; het gaat er nu om in het steeds verder seculariserende Europa samen positief invulling te geven aan het getuigenis van Jezus Christus. Zo wil de CEC de komende jaren 'de hunkering naar religie en spiritualiteit opvangen' en de 'christelijke stem in ons werelddeel duidelijker laten weerklinken'.

Opvallend was ook de aandacht voor migrantenkerken. Keer op keer werd erop gewezen dat wij hun aanwezigheid in Europa niet langer mogen negeren. Waarom waren zij niet officieel vertegenwoordigd op een bijeenkomst, die toch de kerken van Europa wil representeren?
Een verheugend moment was de integratie van de Commissie voor Migranten in Europa (CCME) in de CEC. Vanaf 1964 verrichtte deze commissie belangrijk werk op het terrein van migratie, vluchtelingen en anti-racisme. Een krachtige gezamenlijke inzet voor migranten en hun rechten is meer dan ooit geboden in het 'fort Europa' dat zijn muren steeds hoger optrekt en de vreemdeling steeds minder plaats gunt.
Tot nu toe echter werden migranten vooral gezien als object van diaconale zorg. En aan het bestaan van christelijke gemeenschappen onder hen wordt nog vaak voorbijgegaan. Een van de documenten roemde de rijkdom van de islam en andere niet-christelijk culturen als gaven van God voor Europa, met ontkenning van zoveel vitale niet-westerse christelijke tradities in ons werelddeel. Sommige gedelegeerden toonden een neerbuigende houding: eerst moeten migrantenkerken theologisch worden bijgepraat, alvorens wij bereid zijn hen op te nemen in de kring. Toch breekt het besef door dat het tijd wordt hen te erkennen als subject van hun eigen keuzen. Op het terrein van mensenrechten en evangelisatie laten migrantenkerken eigen initiatieven zien, waarbij soms grote offers worden gebracht. In de slotaanbevelingen klinkt de oproep om "de migrantenkerken te verwelkomen als zusterkerken, die bijdragen aan de verkondiging van het Evangelie, met hen in dialoog te treden en hen in praktische vragen bij te staan". Iemand uit migrantenkerken mag voortaan als waarnemer de vergaderingen van het centraal comité van de CEC bijwonen. Een 'succesje' voor Nederland is dat de scriba van de Samen-op-wegkerken Bas Plaisier is benoemd in het centraal comité. Zevenentwintig van de veertig leden zijn nieuw. De volgende algemene vergadering vindt waarschijnlijk in Oost-Europa plaats.


Drs Wout van Laar is algemeen secretaris van de Nederlandse Zendingsraad en werkte een tijdlang in Chili