Uit: Wij zijn ook Katholiek, door Drs. Wout van Laar

Katholiciteit en Zending:
Ruim baan voor de Christus van de hele wereld

Bezinning op ‘katholiciteit' vindt doorgaans plaats in tijden van verandering. In onze generatie vinden ingrijpende verschuivingen plaats binnen het wereldchristendom die de kerken diep zullen raken in hun zelfbeeld en identiteit. Voor de kerken van het Noordelijk halfrond is het van levensbelang te ontdekken dat het christendom van het hedendaagse Europa veel breder is dan de traditionele uitdrukkingen daarvan, zoals die door de Verlichting zijn heengegaan. De islamoloog Kenneth Cragg scheef al in 1968: ‘Het christendom moet bereid zijn om te sterven aan de gedachte dat de westerse vorm alleenrecht zou hebben, om op een authentieke manier te leven binnen de volheid van menselijke culturen. Christus, die zo lang is geassocieerd met Europa en Noord-Amerika wordt de Christus van de hele wereld' 1) Nu er bijna geen land ter wereld is waar niet een of andere gestalte van de gemeente van Christus is, is bezinning op wat katholiciteit vandaag betekent urgent geworden. Vaak wordt de kerk van alle tijden en alle plaatsen vooral gemeten aan de variëteit van confessionele tradities en vanuit leerstellige criteria. ‘Eenheid in verzoende verscheidenheid' moet maken dat men dat kerkelijke verschillen te boven komt en de ander als een verrijking gaat ervaren. 2) Deze bijdrage kijkt vooral naar ‘katholiciteit' vanuit het nog weinig doordachte gezichtspunt van de multiculturaliteit. Het is de hoogste tijd om de taaie ‘monoculturele' patronen die de ‘historische' kerken van ons land gevangen houden te doorbreken, ten gunste van een zoeken naar gedurfde vormen van interculturele ontmoeting.

Verschuivingen in de christenheid

Kort geleden vierde de Nederlandse Zendingsraad (NZR) zijn 75-jarig jubileum in Rotterdam. Het thema was: ‘De wereldkerk op de km2'. De deelnemers aan de viering brachten bezoeken aan zeven verschillende migrantenkerken in het hart van de stad, waar ‘allochtonen' in de meerderheid zijn. 3)

Vroeger vertrokken zendelingen via de Rotterdamse haven naar verre en vreemde streken. Zij droegen het Evangelie naar gebieden overzee. Zij trokken van West naar Oost en naar Zuid. Die tijden zijn voorbij. Op de plek waar zij scheep gingen, wonen nu de vreemdelingen zelf. Vandaag komen uit diezelfde verre landen evangelisten deze kant op, naar Nederland en andere landen van Europa. En met hen arriveren duizenden anderen, in de hoop op vrijheid, geluk, toekomst. Op plekken waar dertig jaar geleden de christelijke presentie vrijwel was verdwenen, is het christendom terug. Rotterdam telt zeker 95 migrantenkerken, afkomstig uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Velen van die kerken zijn krachtig missionair aanwezig. Verspreid over Nederland zijn er honderden migrantenkerken te tellen.

Deze werkelijkheid biedt de kerken van het Westen unieke kansen om de wereldkerk op eigen bodem te ontmoeten. De oude Europese kerken zien zich geconfronteerd met nieuwe gezichten van christendom om de hoek van hun eigen kerkgebouwen. Zij worden uitgedaagd door tot nu toe onbekende uitdrukkingen van christelijk geloof, vanuit de hele wereld. Ongewone Afrikaanse, Braziliaanse en Chinese vormen van christendom geven kleur aan multi-etnische steden als Rotterdam, Madrid en Londen. Op een doorsnee zondag kom je meer niet-westerse christenen tegen op weg naar een van hun plaatsen van samenkomst dan christenen van gevestigde denominaties onderweg naar hun kerkgebouwen.

Dit beeld van Rotterdam staat niet op zichzelf. De veelheid van migrantenkerken in Europa weerspiegelt de sterk veranderende condities op mondiale schaal. 4) Gedurende de laatste decennia is de wereldkaart van het christendom ingrijpend gewijzigd. Het zwaartepunt van het wereldchristendom heeft zich definitief verplaatst van het Noordelijk naar het Zuidelijk halfrond. Terwijl in het Noorden de kerken vaak worstelen om te overleven, zijn in het Zuiden veel kerken explosief gegroeid. Lamin Sanneh, een theoloog uit Gambia, signaleert twee ontwikkelingen die gelijk op gaan: er tekent zich een post- christelijk Westen af, met als keerzijde een snel in betekenis toenemend post- Westers christendom. 5) Bijna tweederde van alle christenen leven op het Zuidelijk halfrond. Kerken en zendingsorganisaties zijn zich onvoldoende bewust van het feit dat het christendom opnieuw een niet-westerse religie is.

Men schat dat er thans omstreeks twee miljard christenen zijn. Dat is een derde van de wereldbevolking. Van die christenen wonen er 480 miljoen in Latijns-Amerika, 360 miljoen in Afrika, 313 miljoen in Azië, 480 miljoen in Europa en 260 miljoen in Noord-Amerika. Op grond van de huidige demografische verwachtingen schat men dat er over twintig jaar op de in totaal 2,6 miljard christenen 633 miljoen in Afrika zullen leven, 640 miljoen in Latijns-Amerika en 460 miljoen in Azië. Dat is beduidend meer dan de helft van de christenheid (David Barrett, World Christian Encyclopedia ).

In korte tijd zouden Europese christenen niet meer dan een fragment kunnen zijn van een niet-westerse meerderheid, waar charismatische en pinksterchristenen de boventoon voeren. Het pentecostalisme lijkt de snelst groeiende uitdrukking van het christelijk geloof ooit. De half miljard ‘pentecostals' zijn voornamelijk Aziaten, Afrikanen en Zuid-Amerikanen. Van elke vier christenen op aarde is er telkens één een pinksterchristen. 6) Wij zijn getuige van een snelle ‘pentecostalisering' van de christenheid, die grote gevolgen heeft voor het karakter van de toekomstige wereldkerk.

Ook in ons continent wordt het christendom door de aanwezigheid van migrantenkerken meer en meer gestempeld door de in betekenis toenemende ‘Geest'-kerken uit het Zuiden. In het fenomeen van de migrantenkerken hebben wij niet te doen met exotische resten uit de oude ‘zendingsdoos', zoals sommigen nog steeds volhouden, maar zien wij ons geconfronteerd met voorposten van het christendom van de toekomst.

De kerken van het Zuiden laten zich niet langer drukken in de westerse categorieën van ‘ecumenical' en ‘evangelical'. Zij dupliceren niet langer wat hun wordt voorgezegd door de kerken van het Noorden en reageren op het evangelie op hun eigen, onderscheiden wijzen. Het wereldchristendom laat een rijke verscheidenheid van antwoorden zien op de uitnodiging tot navolging van Christus, zonder dat die antwoorden noodzakelijkerwijs passen binnen de kaders van de Verlichting.

Voor de volledigheid dient te worden opgemerkt dat er ook een invloedrijke 'theologie van de voorspoed' bestaat, die de consumptiecultuur legitimeert en onrecht en armoede bevestigt. Dit soort geloof, aangedreven vanuit de witte 'evangelical' wereld van de Verenigde Staten, lijkt de wind mee te hebben en houdt in feite oude koloniale structuren met andere middelen overeind. Lamin Sanneh typeert dit christendom als Global Christianity . Het loopt parallel met de economische globalisering en is er de godsdienstige uitdrukking van.

World Christianity is een heel ander verhaal. Daarin staat de inheemse ontdekking van het christelijk geloof voorop. En dat is wat anders dan de christelijke ontdekking van inheemse culturen. Het evangelie heeft verrassend wortel geschoten in samenlevingen die niet door de Verlichting gestempeld zijn; doorgaans op de meest kwetsbare plekken van de wereld.

De wereld op zijn kop: zending vanuit de marges

De missionaire praktijk van de kerken van het Zuiden levert het bewijs dat het raamwerk waarbinnen ‘zending' vandaag plaatsvindt compleet is veranderd. Het traditionele paradigma veronderstelde de beweging van noord naar zuid, van rijk naar arm, van de centra van de macht naar de periferie, van boven naar beneden. De ‘zendeling' vertegenwoordigt de rijke wereld en draagt doorgaans een bundel met geld en projecten mee.

Thans zijn wij vooral getuigen van het omgekeerde: de hoofdstroom van de missionaire beweging gaat van zuid naar noord en van zuid naar zuid, van de arme naar de rijke wereld, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. Het is voornamelijk ten gevolge van de enorme migratiestromen die door de wereld gaan dat het goede nieuws aangaande Jezus vandaag over de aarde wordt verspreid. In veel gevallen gebeurt dit spontaan, ongecontroleerd en doorgaans buiten onze organisatiestructuren om. Dit laatste wordt zichtbaar in de missionaire aanwezigheid van voortdurend groeiende migrantenkerken in West-Europa. Daarnaast ziet Europa zich geconfronteerd met tal van missionaire initiatieven uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Deze initiatieven zijn soms ‘bijproducten' van migratiestromen van zuid naar noord, soms bewuste zendingsactiviteiten uit het Zuiden.

Onlangs vond in Granada een opmerkelijk congres plaats van de Latijns-Amerikaanse zendingsbeweging COMIBAM ( Congreso Misionero Iberoamericano ). Niet minder dan 2.000 Latino's en 300 veldwerkers waren overgevlogen naar ons werelddeel om zich te bezinnen op de strategie voor de deelname aan de onvoltooide taak van de wereldzending. De passie voor zending die het congres doortrok deed denken aan de beginjaren van de zendingsbeweging vanuit Europa; aan de tijd van de eerste liefde toen in het voetspoor van de Engelse schoenlapper William Carey talloze mannen en vrouwen vol toewijding en offerbereidheid uitgingen zonder te weten waar zij komen zouden. In de marges van de wereld en vanuit een context van armoede ontstaan ons onbekende vormen van zending. 7)

Wat wij in onze generatie zien gebeuren herinnert ons aan de vroege kerk. De apostel Petrus spreekt tot de paria bij de tempelpoort: ‘Zilver of goud heb ik niet, maar wat ik heb geef ik u…'(Hand. 3). Het is door het spontane getuigenis van een stel berooide asielzoekers dat het Evangelie de heidense metropolis Antiochië bereikt. Joodse vluchtelingen, aangewezen op de ontferming van anderen, proclameren in hun kwetsbaarheid ten overstaan van de machten en goden van het Imperium Romanum : Jezus, de Gekruisigde, is Heer (Hand. 11). Zending en menselijke kwetsbaarheid horen kennelijk bij elkaar. Paulus zag dat ook: ‘Wat in de ogen van de wereld dwaas en zwak is, heeft God uitgekozen om de wijzen en sterken te beschamen'.

Opmerkelijk is dat Jezus zijn publieke optreden begint in de periferie van donker Galilea. Dáár zal het volk dat in duisternis wandelt een groot licht zien. Niet in de centra van de macht als Jeruzalem en Judea, maar uitgerekend op het verarmde platteland wordt de realiteit van het koningschap van God tastbaar ervaren. Vandaag is het op mondiale schaal niet anders. Juist in de ‘Galilea-gebieden', in de periferie van de rijke wereld, wordt het licht van het Evangelie opgemerkt. Is het niet zo dat, ook in onze Europese steden, vitale vormen van ‘zending' en ‘kerkplanting' voornamelijk zichtbaar worden vanuit de marges? In de periferie van onze steden in hun etnische veelkleurigheid en sociale problemen ontwikkelen zich nieuwe vormen van christendom, die vroeg of laat wat over is van het ‘oude' christendom van nieuwe impulsen zullen voorzien. Zoals eerder fungeert de stad opnieuw als een broedplaats voor spirituele en sociale vernieuwing, evenals dat het geval was in de vroege kerk en tijdens de Reformatie van de zestiende eeuw. 8)

De verborgen healing communities van hen die aan de onderkant van de samenlevingen hun kracht en vreugde vinden in de weg van de navolging van Christus zouden wel eens een effectiever antwoord kunnen zijn op de economische globalisering dan de strategieën die worden aangedragen door donoren van buiten. Zij kennen de wereld van de armen meestal niet van binnenuit. In hun voorkeursoptie voor de armen gaan zij gemakkelijk voorbij aan de realiteit van de kerken van de armen. De armen worden vooral gezien als objecten van de hulpprogramma's, terwijl de armen zelf het recht opeisen subject te zijn van het eigen leven. Zij maken hun eigen keuzen. Het is vaker opgemerkt: de bevrijdingstheologie koos voor de armen, maar de armen zelf kozen massaal voor de pinksterkerken. Ironisch genoeg lijken de intuïties voor een betere wereld en de bron van nieuwe hoop vooral te komen vanuit de periferie, van hen die het meest te lijden hebben onder de uitsluiting van de ‘vrije markt'.

De ‘historische' kerken lijken er niet echt klaar voor om creatief in te spelen op de nieuwe verhoudingen binnen de wereldkerk. Zendingsorganisaties vertonen de neiging om de implicaties van het nieuwe paradigma dat zich aftekent te ontkennen. Zij staan in een lange eurocentrische traditie waarin zending en ontwikkelingswerk betrekking hebben op wat wíj vanuit de Westerse wereld doen in het Zuiden. Alleen wat van de eigen beleidstafel komt, telt. Wij menen te weten wat goed is voor de mensen daar. Op basis van onze vooronderstellingen en modellen definiëren wij hun noden; ook geven wij aan wat bevrijding voor hen betekent.

Willen de kerken en hun missionaire organisaties toegerust zijn om getuige te zijn in de 21 ste eeuw dan zullen zij het oude zendingsbeeld achter zich moeten laten ten gunste van een nieuw missionair paradigma. En de oecumenische beweging zal vanuit een nieuw zicht op ‘katholiciteit' zijn plaats en rol binnen de nieuwe werkelijkheid van de wereldkerk moeten herdefiniëren.

Herdefinitie van zending en oecumene

Al in de jaren vijftig, toen de processen van de dekolonialisering volop gaande waren, stelde de protestantse zendingsman Hendrik Kraemer dat het oude zendingstijdperk voorbij was en dat de kerken stonden aan de aanvang van een nieuw en groots zendingstijdperk. Wij zijn een halve eeuw verder en nog realiseren wij ons de draagwijdte van zijn woorden onvoldoende. Cognitief weten wij dat het Westen niet meer de toon aangeeft en de kerken van het Zuiden hun eigen weg gaan. Het probleem is dat wij in diepere lagen van onze ziel deze omslag nog lang niet hebben meegemaakt. Opvallend is dat velen zich bij ‘zending' alleen maar voorstellingen kunnen maken volgens het oude zendingsbeeld. En dat geldt zowel hen die zich nog enthousiast bewegen binnen traditionele vormen van zending, als hen die zich krachtig afzetten tegen ‘zending' door die activiteit steevast te vereenzelvigen met ‘zieltjes winnen' en het opleggen van het eigen westerse gelijk.

Het is evident dat de moderne zendingsbeweging een specifiek product is uit het tijdperk van de expansie van Europa, van de verbreiding van zijn beschaving en vooruitgang, zijn technologie. Binnen dat raamwerk heeft zij veel betekend, maar binnen de sterk veranderde context functioneert zij maar heel beperkt. Niet dat de moderne zendingsbeweging van geen enkele betekenis meer zou zijn. ‘Er zijn situaties waar zij nog steeds het meest effectief blijkt, waar zij misschien zelfs het enige middel is dat voorhanden is om getuigenis te geven van Christus (…). Maar de condities die de beweging voortbrachten zijn gewijzigd en de Heer van de geschiedenis heeft daar zijn hand in. En de kerk zelf is onherkenbaar veranderd door alles wat de zendingsbeweging heeft losgemaakt.' 9)

Het verleden van missie en zending verdient een genuanceerde benadering. De praktijk had steeds zowel verdrukkende, als ook bevrijdende kanten. Historisch gezien was zending in vorige eeuwen niet anders te zien dan verstrengeld met kolonialisme. De verovering van Latijns-Amerika met het kruis in de ene en het zwaard in de andere hand bij de ‘ontdekking van de nieuwe wereld' heeft geleid tot de vroegtijdige dood van vele miljoenen mensen. Er is schaamte voor dat verleden; het maakt ons onzeker.

Maar niet minder waar is dat de zending zich vaak heeft gekeerd tegen de koloniale structuren. Bartolomé de las Casas streed als een bevrijdingstheoloog avant la lettre voor de verbetering van het lot van de verdrukte indianen. Afrikaanse theologen als Kwame Bediako worden niet moe te benadrukken dat de zending niet zelden een tegenbeweging is geweest, die het koloniale systeem van binnenuit heeft opengebroken. Zo heeft de zending, onder meer via bijbelvertaling, in veel situaties eerder bijgedragen aan de bewaring van lokale culturen, dan aan de verwoesting daarvan.

Als christenen uit het Zuiden ons genereus onze zonden van het verleden hebben vergeven en ons oproepen om naast hen te staan in de verkondiging van het evangelie en in de inzet voor een rechtvaardiger wereld, is het misplaatst om langer litanieën te blijven herhalen over wat er allemaal niet fout is gegaan en uitsluitend te roepen wat zending allemaal niet is. Beter is het om de hand aan de ploeg te slaan met het oog op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst. ‘Progressieve' christenen moeten eens ophouden met ‘zending' als ‘cultureel incorrect' en ‘zieltjeswinnerij' in diskrediet te brengen. Laten zij zich liever ontvankelijk tonen ten aanzien van de dynamiek van de missionaire beweging vandaag.

Deze missionaire beweging wordt qua vitaliteit gedragen door de kerken van het Zuiden en is in staat om opnieuw geest te geven aan de traditionele oecumene. Wij zullen eraan moeten wennen: de nieuwe missionaire netwerken gaan voortaan vooral zuid-zuid, zoals hierboven al is aangegeven. Slagen de oude instituties van zending er niet in snel op deze ontwikkelingen in te spelen, dan zal de zendingsbeweging zich via andere netwerken ontwikkelen in nieuwe vormen van interkerkelijke samenwerking. Zullen de kerken van het Noorden ter wille van de wereld en van henzelf de nederigheid weten op te brengen om verbindingen te zoeken met de levenskrachtige zendingsbeweging van het Zuiden?

Het is de vraag of ook de protestantse kerken in ons land zich niet te zeer beperken tot de bekende partnerrelaties in plaats van zich te laten meenemen door wat er daarbuiten aan uitdagingen en mogelijkheden te zien valt. Soms dreigt zendingswerk te worden gereduceerd tot verkokerde oecumenische projectrelaties, waaruit de missionaire dynamiek verdwenen is. Frustrerend is dat kerkelijke organisaties en donoren nogal eens gevangen blijven in traditionele structuren, die zij zelf hebben gecreëerd. Er bestaat een diepe sociaal-culturele kloof tussen rijk en arm en die kloof wordt elke dag groter. Wat weten christenen van de gegoede middenklasse eigenlijk van het leven aan de onderkant? De Noord-Amerikaanse theoloog Richard Shaull roept de rijke kerken van het Noorden op om moed te tonen door de religieuze wereld van de armen binnen te gaan. 10) Armoede heeft niets romantisch en armen kunnen onuitstaanbaar zijn in hun overlevingsdrang. Maar de wijze waarop velen van hen leven en geloven daagt ons fundamenteel uit.

De ervaring van armoede en onrecht in grote delen van de wereld maakt dat begrippen als ‘onmacht', ‘kwetsbaarheid' en lijden bij de uitvoering van de missionaire opdracht steeds meer gaan spreken. Missionair werk vanuit bureaus waar men in een wereldgelijkvormige beheerscultuur vrijwel alleen lijkt te kunnen denken in termen van ‘programma's', ‘(projecten)geld' en ‘management' moet dan ook als irrelevant en achterhaald worden beschouwd. Misschien betekent zending vandaag vooral: loslaten en ruimte geven aan de Geest van Christus in de nieuwe wegen die deze schrijft door de tijd, ruimte geven ook aan initiatieven van anderen, aan inzichten en strategieën die wij niet hebben bedacht.

Ook vandaag hebben mensen binnen en buiten Europa er recht op om het evangelie te horen. Dat heeft niets te maken met zieltjes winnen voor de eigen club. Het mag er nooit om gaan dat mensen meedoen aan ‘onze' projecten en onze spelregels volgen. Wij weten ons immers geroepen tot deelname aan een beweging die onze toko's en programma's ver overstijgt: zending begint niet bij onze onderneming, maar is Gods initiatief dat hij nooit uit handen geeft. Het is wel van belang onderscheid te maken tussen ‘proselitisme' en ‘bekering'. Proselitisme wil de ander maken zoals wij zijn. Bekering betekent dat je met heel je cultuur, met heel je hebben en houden op Christus wordt gericht, je naar hem leert toekeren.

  Er is nogal eens sprake van een ongemakkelijke relatie tussen de instituties van zending en oecumene binnen de Wereldraad. Dat heeft te maken met verwarring over het gebruik van het begrip ‘mission' en de negatieve beeldvorming, waarbij zending altijd nog wordt geassocieerd met kolonialisme en de agressieve methoden van sommige Amerikaanse zendelingen. Door de concentratie op sociale en politieke programma's konden de vragen van de zending nooit gemakkelijk doordringen in het hart van de Wereldraad. De noodzaak om de velen die nog nooit van Jezus hebben gehoord met het evangelie bekend te maken, scoorde nooit hoog in de bureaus van Genève en in de regio's.

De Schotse zendingsman Newbigin heeft ooit gezegd dat de oecumenische beweging lijdt aan geheugenverlies. Deze lijkt te zijn vergeten dat zij is geboren uit de internationale zendingsbeweging waarin de ‘evangelicals' voorop gingen. Het ging de zendingsbeweging niet om binnenkerkelijke eenheid. Doel was een missionaire eenheid, opdat de wereld geloven zou. Missionair is: als achter ieder oecumenisch optreden, direct of indirect, de uitnodiging zit om de weg van de bevrijding achter Jezus te gaan.

De huidige crisis van de mondiale oecumenische beweging houdt verband met het feit dat de Wereldraad en regionale raden als de Europese Raad van Kerken (CEC) er nog steeds niet in slagen in te spelen op de gewijzigde verhoudingen binnen de wereldkerk. De oecumenische beweging mag zich afzetten tegen de koloniale erfenis van de zending, zelf is zij niet minder verstrengeld met de rationaliteit van de westerse expansie. In haar gerichtheid op de ‘einden der aarde' en de ‘eenheid van de mensheid' is zij diepgaand beïnvloed door het vooruitgangsgeloof van de Verlichting. In haar organisatiestructuren en theologie weerspiegelt zij het westerse denken. Aan niet-westerse vormen van christendom weet de met de moderniteit vergroeide oecumene niet echt inhoudelijk plaats te geven, gevangen als zij nog altijd zit in het oude paradigma. 11)

Cruciale vragen zijn: hoe ligt binnen de wereldkerk de verhouding tussen de moderniteit van de Verlichting en het premoderne en postmoderne levensgevoel? Hoe kan de moderne oecumenische beweging met zijn documenten, programma's, hiërarchische structuren en bureaus tot een vruchtbare dialoog komen met kerken en gemeenschappen die veel minder of nauwelijks door de Verlichting zijn heengegaan? 12) Wil het komen tot een levende interculturele communicatie dan zullen wij bereid moeten zijn om onze wijze van theologiseren en de gebruikelijke oecumenische omgangsvormen tegen het licht te houden. De beste kans voor een eigentijdse beleving van ‘katholiciteit' ligt niet in gemeenschappelijke documenten en confessies, noch in het ombuigen van organisatiestructuren. Nodig is het geloofsgesprek waarin de gesprekspartners elkaar niet alleen van hoofd tot hoofd, maar vooral ook van hart tot hart leren kennen en waarin ook viering en lofprijzing plaats krijgen.

Migrantenkerken als voorposten

Als nooit tevoren heeft de wereldkerk een multi-etnisch gezicht. De wereldkerk is in al haar bonte veelkleurigheid springlevend ook in ons land aanwezig. Zij manifesteert zich als een multiculturele werkelijkheid met een ongekende rijkdom aan oude en nieuwe tradities, aan potenties die eraan kunnen bijdragen dat Europa zijn ziel terugvindt. Wat onze generatie meemaakt, herinnert aan het Pinksterfeest in Jeruzalem. Interculturele ontmoetingen met medechristenen overal vandaan krijgen soms iets van een voorsmaak van wat de apostel Johannes op het eiland Patmos gezien heeft aangaande de toekomst: ‘een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal', die God prijst en één is in aanbidding (Op. 7: 9). De interculturele lofprijzing overstijgt etnische tegenstellingen, bindt samen en brengt het einde naderbij wanneer alle volken voor de troon van het Lam de God van Israël zullen eren. Een passende metafoor voor een ‘multiculturele ecclesiologie' die recht doet aan de katholiciteit van de kerk is het bijbelse concept van ‘lichaam van Christus'. ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zij allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn'(1 Kor. 12: 13). Samen groeien wij toe naar Christus, die het hoofd is en aan wie alle dingen onderworpen zullen zijn.

De dagelijkse werkelijkheid is weerbarstig. Migrantenkerken worden doorgaans beleefd als een probleem, of zelfs een bedreiging voor de oude kerken. Zij verkondigen een evangelie dat door velen wordt beschouwd als conservatief en verouderd. Zij zouden een boodschap uitdragen die door de oudere kerken allang was losgelaten. Zij zouden een morele agenda voeren die in de westerse samenleving en de kerken niet langer acceptabel wordt geacht. Dat voert soms tot een laatdunkende houding: ‘conservatieve' migrantenkerken zouden zich eerst theologisch moeten laten upgraden, voordat zij zouden kunnen worden geaccepteerd in de ‘progressieve' oecumenische beweging. 13)

Aan de andere kant zijn er die de niet-westerse kerken romantiseren. Zij verwelkomen hen alsof alle heil nu uit het zuiden moet worden verwacht. Hun modellen en wijze van geloven zouden moeten worden gekopieerd. Sommigen stellen voor, op grond van idealistische beelden, om samenwerkingsprogramma's te starten ter revitalisering van de oude kerken in hun strijd om te overleven. Dan kan de ontmoeting zelf in de praktijk alleen maar tegenvallen en tot teleurstelling leiden. Probleem is dat uiteindelijk de migrantenkerken lijken te moeten passen in de ‘oecumenische' of ‘evangelische' visie op de zending van de kerk.

Het gaat erom de migrantenkerken te respecteren in hun eigen agenda en het vaststellen van hun eigen prioriteiten. Hun eerste zorg heeft betrekking op de zoektocht naar de eigen identiteit. Hun gemeenschappen bieden een geestelijk thuis in een vreemde omgeving die hen niet begrijpt of zelfs niet accepteert. De relatie met migrantenkerken mag nooit worden gedefinieerd in termen van filantropie, in diaconale schema's. Alleen werkelijk oecumenische relaties in wederkerigheid kunnen leiden tot vruchtbare samenwerking in Gods zending.

Heel opvallend is dat migrantenkerken, anders dan veel westerse christenen niet zozeer de culturele verschillen beklemtonen, als wel verlangen met anderen de eenheid in Christus te vieren, zoals die culturele grenzen overstijgt. Hun identiteit is niet bepaald door bijv. hun Afrikaan-zijn, noch door hun zwart zijn, maar door het christelijk geloof dat geen culturele of raciale grenzen kent. 14) In hun eigen verstaan heeft God hen in hun deelname aan de wereldwijde zending van de universele kerk, een unieke kans gegeven om het evangelie te verspreiden onder hen die dreigen verloren te gaan.

Leren omgaan met multiculturaliteit

Multicultureel kerk zijn ‘houdt veel meer in dan een beetje kleur en folklore brengen in onze traditionele diensten. Het houdt radicale veranderingen in van de manier waarop wij onszelf verstaan en de manier waarop wij onze zaken doen'. 15) Vereist is een verandering in mentaliteit in de gevestigde kerken en gelovigen ten opzichte van de ‘vreemdeling' en wat God ons door zijn aanwezigheid te zeggen heeft. Het vreemde willen verstaan, daar gaat het om. In een klimaat van toenemende vreemdelingenhaat zouden de kerken de noties ‘gastvrijheid' en ‘vreemdeling zijn' moeten herontdekken in hun oorspronkelijke diepte. In het hooghouden van gastvrijheid jegens de vreemdeling ligt de uiteindelijke maatstaf om te beoordelen of een samenleving rechtvaardig is of niet. Ligt hier juist vandaag niet één van de kerntaken van de kerk, ruimte te maken voor wie een ander lied zingt, voor wie niet mijn taal spreekt, die een andere huidskleur heeft en anders met God leeft dan ik gewend ben? Zou een dergelijke inzet niet vol belofte zijn voor kerk en samenleving? Niet zelden vindt via gastvrij onthaal van vreemdelingen openbaring plaats: het bijbelverhaal van Abraham en zijn drie gasten leert dat wij in vastgelopen situaties waarin menselijke mogelijkheden zijn uitgeput, mogen leren kijken vanuit het perspectief van de hoop. ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn?'(Gen. 18:14). Ook voor die twee op weg naar Emmaüs valt de toekomst open als zij een ‘vreemdeling' nodigen aan hun tafel. Deze blijkt tot hun verrassing Jezus zelf te zijn.

Katholiciteit heeft niet langer betrekking op wat vanuit het Westen overal uniform aanwezig is. Het betekent vandaag voluit ruimte geven aan nieuwe en ongedachte perspectieven op het evangelie, zoals die in heel de bewoonde wereld ontstaan. Een kerk die de eigen interpretatie van de Bijbel uitdraagt als universele waarheid, is niet katholiek en dreigt te verworden tot een sekte. Het tota scriptura ( heel de Schrift) van de Reformatie 16) daagt ons uit om te luisteren naar hoe andere uitleggers vanuit hun perspectief de teksten lezen. Het feit dat ons vier versies van de Evangeliën zijn toevertrouwd, als vier verschillende perspectieven op Jezus die zich niet laten harmoniseren, wijst er op dat dit verstaan van katholiciteit al in de vroege kerk aanwezig was. Het goede nieuws dat de lokale kerk, in zes continenten gesitueerd, verkondigt, is nooit op formule te brengen. Het gaat er altijd weer om het verhaal te vertellen van Jezus, van zijn leven, dood en opstanding. De wereldwijde kerk vormt de overleveringsgemeenschap van alle heiligen samen waarin de veelheid van interpretaties onder de leiding van de Geest getoetst wordt aan de Bijbel, die gezag heeft en steeds verrast.

In het perspectief van de nieuwe aarde waar de volken hun schatten zullen indragen, is er niet alleen de in Christus gegeven koininia (gemeenschap) als principiële eenheid, maar ook de onherleidbare pluraliteit van culturen en leefstijlen, historische ervaringen en tradities.

Zo lang wij de nieuwe, ‘allochtone' kerken als exotische en tijdelijke verschijnselen zien, kunnen we hooghartig aan hen voorbijgaan en onze eigen vormen en tradities als normatief blijven zien. Hun blijvende aanwezigheid zal ons er meer en meer toe dwingen om te zien op hun rijkdom en giften. 17) Wij zouden de gevarieerdheid van deze ‘buitenlandse' kerken in hun vitaliteit moeten zien als een bijzondere gave van God aan een geseculariseerde wereld, die hunkert naar nieuwe zingeving en hoop. De spirituele ziekten en de crisis die het rijke Noorden kenmerken zouden misschien wel eens genezing kunnen vinden als de stemmen van de niet-westerse wereld werkelijk zouden worden gehoord en verstaan.

1) Kenneth Cragg, Christianity in World Perspective , London Lutterworth Press 1968, p. 193

2) Gespreksnotitie Oecumene, Generale Synod PKN, april 2007, p. 10. Dit model is in de Gemeinschaft Evangelischer Kirchen in Europa (Leuenberg) ontwikkeld.

3) Zie Alle Hoekema en Wout van Laar (red.), De wereldkerk op een km2. Migrantenkerken in Rotterdam , NZR Utrecht 2004

4) Zie hierover uitvoeriger Wout van Laar, It's time to get to know each other, in: André Droogers, Cornelis van der Laan and Wout van Laar (eds.), Fruitful in this Land. Pluralism, Dialogue and Healing in Migrant Pentecostalism , Zoetermeer / Geneva WCC, 2006, p. 7-16

5) Lamin Sanneh, Whose Religion is Christianity. The Gospel beyond the West , Eerdmans 2003, p. 22

6) Allan Anderson, The Proliferation and Varieties of Pentecostalism in the Majority World, in: Fruitful in this Land , ibidem, p. 19-31.

7) Wout van Laar, Zendingsveld wordt zendende kerk. Latijns-Amerikaans missionair congres in Granada : in Centraal Weekblad , 1 december 2006, p. 3

8) Martien Brinkman, The Emergence of a New Kind of Christianity in West European Cities: A Dutch Reformed Assessment, in: Christine Lienemann-Perrin a.o. (eds.), in: Contextuality in Reformed Europe . The Mission of the Church in the Transformation of European Culture , New York 2004, p. 74

9) Andrew Walls, The Old Age of the Missionary Movement, in: The Missionary Movement in Christian History , Edinburgh 1996, p. 261

10) Richard Shaull & Waldo Cesar, Pentecostalism and the Future of the Christian Churches . Promises, Limitations, Challenges , Eerdmans, 2000, p. 212 ff

11) Theo Witvliet, Gebroken traditie. Christelijke religie in het spanningsveld van pluraliteit en identiteit , Baarn 1999, p. 48

12) Zie Philip Jenkins, The new Faces of Christianity. Believing the Bible in the Global South , Oxford 2006

13) Wout van Laar, Rol van migranten in zending Europa. Raad van Europese kerken bijeen in Trondheim, in: Centraal Weekblad , 11.7.2003, p.5

14) zie W. van Laar (red.), Zending in eigen huis. Een pleidooi voor veelkleurig getuige zijn in Nederland , Amsterdam: NZR 1998, 16-21

15) Justo Gonzalez, For the healing of the Nations: The Book of Revelation in an Age of Cultural Conflict , Orbis Books, 1999, p. 92

16) Als een noodzakelijk accent op het sola scriptura (alleen de Schrift), als één van de drie sola's (de ander twee zijn sola gratia en sola fe ). ‘Intercultureel bijbellezen' is een enerverende vorm van interculturele communicatie.

17) In de zin van artikel X-5 van de kerkorde PKN: De gemeente maakt met het oog op de vervulling van haar roeping in een relatie van wederkerigheid gebruik van inzichten en ervaringen die haar worden aangereikt door gemeenten waarvan de leden uit andere culturen afkomstig zijn.

Wout van Laar, ‘Katholiciteit en zending: Ruim baan voor de Christus van de hele wereld,' in: J. Kronenburg, R. de Reuver (red.), Wij zijn ook katholiek. Over protestantse katholiciteit , Heerenveen 2007, 175-188