De vragen rond ' healing ' houden heel veel mensen bezig. Kerken zijn er naar op zoek om de dienst van genezing een verantwoorde plaats te geven in de kerkelijke praktijk. Eenvoudig is dat niet. Wij ontvangen richting door ons te oriënteren op Jezus en zijn healing ministry . Zijn missie staat immers model, meer nog, is bron van de missie van de kerk. Volgens elk van de vier evangelieverhalen nemen genezingen in het programma van Jezus een centrale plaats in. Wij beperken ons tot de eerste hoofdstukken van het evangelie naar Mattheüs. De evangelist vertelt over het begin van Jezus' optreden. Samenvattend heet zijn missie: de verkondiging van het goede nieuws, namelijk dat het koninkrijk van God op handen is. Dat nieuws bereikt allereerst de armen in de periferie van donker Galilea: het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Door je te keren tot Jezus zul je dat meemaken!
De evangelist geeft vervolgens uitvoerig aan hoe dat in zijn werk gaat. Hij leidt dat in door te zeggen, dat deze verkondiging plaatsvindt doordat Jezus leert en doordat hij geneest. Het Engels biedt een ezelsbruggetje om dit vast te houden: Jesus is preaching, by teaching and healing . Deze holistische inzet weerspiegelt zich fraai in de opbouw van het Mattheüsevangelie. Eerst horen we hoe en wat Jezus leert in de Bergrede: radicale instructies over de weg van de navolging (5-7). Dan wordt uitvoerig verteld hoe Jezus genezend rondgaat; we worden getuigen van een reeks van tien genezingen, als even zovele signalen van het Rijk dat op handen is (8-9). Mattheüs plaatst in deze context een citaat uit het bekende lied van de knecht van de Heer uit Jesaja 53: hij ziet een nauwe verbinding tussen de healing ministry van Jezus en die van de lijdende knecht; hij herkent in Jezus de wounded healer : 'Hij heeft onze zwakheden op zich genomen en onze ziekten heeft hij gedragen' (8:16-17). Het gaat om een wonderlijk geheim: hij die zelf geslagen en verwond werd, is zo in staat de striemen van anderen te genezen. In de pijniging die hij gewillig onderging, ligt onze vrede (sjaloom, heelheid).
De reeks genezingen wordt afgesloten met vrijwel dezelfde woorden waarmee de beschrijving van Jezus' optreden begon. Opnieuw flankeren de werkwoorden 'leren' en 'genezen' de kernactiviteit: 'verkondigen'. Jezus verkondigt het goede nieuws; hij doet dat door te leren en door te genezen (9:35). Beide activiteiten zijn niet van elkaar los te maken en behoren holistisch bijeen. De tekenen ontvangen hun uitleg in het onderwijs van Jezus; omgekeerd wordt de waarheid van zijn woorden onderstreept door de tekenen die hij doet. De leerlingen krijgen deel aan zijn zending: zij worden uitgezonden om het Koninkrijk te verkondigen, zieken te genezen, doden op te wekken, melaatsen te reinigen en boze geesten uit te drijven (10:7-8).
Daarbij gaan zij geen andere weg dan de Meester. De verrezen Heer is geen ander dan die door het lijden getekend en ten dode toe verwond werd. Hij zal altijd herkenbaar blijven aan de littekens van zijn lijden aan zijn zijde en handen; als authentiek bewijs dat hij het werkelijk is. De gebroken gestalte van Christus is dezelfde die de gebroken wereld heelt. Juist doordat hij niet af wilde komen van het kruis en zichzelf niet wilde redden, heeft hij anderen gered (27:42). Zijn koningschap draagt een bijzonder en paradoxaal karakter. 'Jezus regeert vanaf het hout'. Aan hem die gekruisigd was is de macht door zijn Vader in handen gegeven, nu hij zijn wil ten einde toe heeft gedaan (28:18).
Een drietal punten in het optreden van Jezus kan worden onderstreept :
1 Het gaat nooit om een wonderbaarlijke genezing op zichzelf. Jezus' genezingen bewegen tot geloof en navolging; wonderen zijn verwijzingen naar dat nieuwe, naar wat nog wacht op voltooiing; alles richt zich de definitieve doorbraak van het komende Rijk. De heelheid die Jezus geeft omvat het heil in al zijn bevrijdende dimensies, naar lichaam, ziel en geest. Genezing en vergeving kunnen dan ook niet worden losgezien. Het is er de Heiland (!) om te doen dat de verloren mens de weg terugvindt tot de Vader, tot de naaste en tot zichzelf.
Interessant is de conclusie die de Ghanese pinkstertheoloog Opoku Onyinah uit het Mattheüsevangelie trekt: geloof is niet zozeer voorwaarde om de genezende kracht van Jezus te ervaren, maar veeleer resultaat daarvan. Velen komen tot geloof en vinden de weg van de navolging via een genezingservaring. Geloof en magie blijven door die fundamentele oriëntatie op het initiatief van Jezus van elkaar onderscheiden.
2 De genezingen van Jezus worden ook gezien onder het gezichtspunt van de overwinning op de macht van de satan. Hij genas wie in de ban van de duivel waren gekomen. Jezus zag de satan van de hemel vallen. In zijn benadering van ziekten doorbreekt Jezus gangbare verklaringen; toch worden ziekte en bezetenheid in bepaalde situaties wel degelijk in verband gebracht met de wereld van de demonen en kwade geesten. Het is interessant de betreffende teksten opnieuw te bestuderen, de bijbel meelezend over de schouder van Afrikaanse christenen. Hoe kan exorcisme een verantwoorde plaats krijgen in kerkelijke en pastorale praktijk?
3 Belangrijk is het sociale aspect aan de genezingen. Medisch herstel is maar één kant van de zaak. Ziekten als melaatsheid, epilepsie, bloedverlies, etc maken de patiënt tot paria en outcast. Jezus zoekt uitgestotenen op en raakt onreine mensen aan, geeft hen hun plaats terug in de gemeenschap. Bewust doorbreekt hij taboes en barrières die scheiding maken tussen mensen en groepen; hij daagt de gevestigde orde uit, bijvoorbeeld door juist op de sabbat te genezen. |