| Wereld en Zending, 2005/3 door Wout van Laar | |
Herbezinning op de dienst van genezing: |
|
Het thema healing staat wereldwijd hoog op de agenda van de kerken. In mei van dit jaar vond in Athene de wereldzendingsconferentie plaats van de Wereldraad van Kerken (WCC) met als thema: “Kom, Heilige Geest, maak heel en verzoen”. 2) Eerder, in 2003, organiseerde de Europese Raad van Kerken in Trondheim zijn Assemblee met als titel: “Jezus Christus heelt en geneest”. 3)
Zelf woonde ik in de aanloop naar ‘Athene' eind 2003 in Santiago (Chili) een boeiende consultatie bij van de Latijns-Amerikaanse Raad van Kerken (CLAI) en de Wereldraad over de relatie tussen heelmaking en zending. Opmerkelijk aan deze oecumenische bijeenkomst was, dat de pinksterchristenen verreweg in de meerderheid waren. De nieuwe verhoudingen zetten hun stempel op het samenzijn. De taal van de bevrijdingstheologie werd weinig gehoord. Het evangelie wordt vooral verstaan in termen van heelmaking en verzoening.
Het slotdocument deed een beroep op de kerken om de dienst van de genezing te zien als integraal onderdeel van de verkondiging van het evangelie. Bij de deelnemers klonk de vaste wil door om waar maar mogelijk zich in te zetten voor ‘heelmakende gemeenschappen' aan de basis, in de sloppenwijken en op het platteland. Plekken van hoop temidden van talloze vormen van pijn en gebrokenheid, waar God als Heelmeester kan worden ontmoet en ervaren. 4)
Er zijn tenminste vijf oorzaken aan te wijzen voor deze brede aandacht voor wat in de internationale discussie healing wordt genoemd. Uit de opsomming komt naar voren hoeveel aspecten er aan dit thema zitten:
De aan betekenis winnende kerken van het Zuiden brengen het op de agenda; niet alleen voor de onafhankelijke en pentecostale kerken, maar ook voor meer traditionele kerken in Afrika, Latijns-Amerika en Azië vormt de dienst van de genezing doorgaans een gewoon onderdeel van de kerkelijke praktijk.
Door New Age-invloeden en allerlei vormen van nieuwe religiositeit komt er meer oog voor een meer ‘holistische' benadering. Het gaat om heel de mens in al zijn relaties. De mens wordt als psychosomatische eenheid gezien.
De hunkering naar heelheid leeft allerwegen; het besef van gebrokenheid en van de donkere zijden van het menselijk bestaan brengt de mensen ertoe de weg naar binnen te zoeken. 5) Men loopt op tegen de grenzen van materialisme, individualisme en een carrièregerichte levensstijl.
Er wordt kritisch gekeken naar de rol van kerken in recente etnische conflicten. Hoe kan de kerk positief bijdragen in processen van verzoening in gebieden als Rwanda en de Balkan? In deze context gaat het over thema's als vergeving en vergelding, restitutie en ‘genezing van herinneringen'.
De tragedie van AIDS dwingt de kerken wereldwijd te zoeken naar hun rol in de bestrijding van deze verschrikkelijke epidemie die hele samenlevingen ontwricht.
Het is niet gemakkelijk een Nederlandse vertaling te vinden, die alle nuances van het begrip ‘healing' recht doet. Het heeft zowel de notie van ‘genezing' als van ‘heil'. In het Duits (‘Heil' en ‘Heilung') is het verband tussen heil en genezing onmiddellijk zichtbaar. Daarentegen levert het in het Nederlands naast elkaar zetten van ‘heil' en ‘heling' onmogelijke associaties op. ‘Heelmaken' klinkt beter.
Bij heelheid denken we zowel aan fysieke gezondheid als geestelijk en sociaal welzijn. De mens kan immers niet louter gezien worden als een individu op zichzelf, maar als een wezen die in gemeenschap met anderen, met de natuur en met God tot zijn of haar recht komt. Uiteindelijk gaat het om de herstelde relaties met God, met de medemens, met jezelf. Om deze reden zal de kerk gericht zijn op het heil, de heelwording van de gehele wereld. 6)
De Nederlandse Zendingsraad schreef onlangs een publicatie met de bedoeling een aanzet te geven voor de discussie in eigen land. Het betrof een handreiking om de komende tijd met het thema healing aan de slag te gaan, vooral ook praktisch en samen: als ‘oecumenici' en ‘evangelischen', als rooms-katholieken en pinksterchristenen, als blanke en zwarte christenen. 7)
In de eigen samenleving doen zich ontwikkelingen voor die de heelheid van de mens ernstig schaden en die in menig opzicht lichamelijk, sociaal en geestelijk ziekmakend zijn.
Enerzijds beleven we een tijd van grote wekvaart, ondanks de huidige stagnatie in de economische groei. Anderzijds gaan veel mensen gebukt onder tal van vormen van gebrokenheid. Er bestaat een gevoel van onzekerheid in onze risicosamenleving, angst voor de implicaties van een multiculturele samenleving en onbehagen over bureaucratische en politieke zelfgenoegzaamheid. De complexiteit van deze situatie doet vele ‘doctors of society' verzuchten: wat is er aan de hand? Hoe kunnen we de patiënt weer gezond krijgen?
Kerken delen in die verlegenheid. Tegelijkertijd realiseren zij zich een taak te hebben om in de vele vormen van gebrokenheid helend aanwezig te zijn. In die situatie is het van cruciaal belang om te komen tot een dieper verstaan van de roeping van de kerk ten aanzien van de dienst van genezing. Kunnen onze gemeenten en parochies zich vernieuwen tot gastvrije en heelmakende gemeenschappen, waar de bevrijdende aanwezigheid van Jezus als Heiland als nieuw wordt ervaren? En is daarbij ook plaats voor genezingspraktijken en liturgieën die daaraan een verantwoorde vorm geven?
Na een korte historische terugblik wenden wij ons naar de kerken van het Zuiden om op het spoor te komen van de wijze waarop kerken daar met healing omgaan. Het is de moeite waard om serieus kennis te nemen van de inzichten en intuïties uit Afrika en Latijns-Amerika. Voor niet-westerse christenen blijkt healing in de praktijk van Jezus dichterbij hun leefwereld te staan dan voor ons als kinderen van de Verlichting. Dat blijkt uit een herlezing van gedeelten uit de eerste hoofdstukken van het Mattheüsevangelie waarmee wij besluiten.
Van medische zending naar healing ministry
De aandacht voor ziekte en genezing buiten onze grenzen vindt zijn oorsprong in de zending. Het zien van de noodzaak voor medische zorg ging parallel aan de koloniale ontwikkeling. Het zijn vooral de missie- en zendingsorganisaties geweest die zich over de lokale bevolking bekommerden. In aanvang was dat weinig meer dan de meest elementaire zorg: de behandeling van eenvoudige ziekten, kwalen en wonden. Lichamelijke zorg en evangelieverkondiging waren van meet af onlosmakelijk met elkaar verbonden. Medische activiteiten werden dan ook beschouwd als verkondiging door de daad. In het begin van de vorige eeuw kregen aanstaande zendelingen aan de Zendings Hogeschool te Oegstgeest zelfs twee jaar 'les' in het Academisch Ziekenhuis te Leiden.
Geleidelijk breidde de zorg zich uit en institutionaliseerde zich: ontwikkelingslanden kregen hun zendingsziekenhuizen, waar tientallen jaren kwalitatief zeer goede zorg werd en wordt geleverd. Tegelijk ontwikkelde zich al vroeg een Primary Health Care 'avant la lettre': artsen en zusters die met karbouw of prauw met mobiele kliniekjes langs afgelegen kampongs trokken. Ook later bleef de zending een essentiële bijdrage leveren aan de gezondheidszorg. Wel bleef die nogal curatief van karakter.
Keerpunt werd een belangrijke consultatie, in 1964 bijeengeroepen door de Wereldraad en de Lutherse Wereldfederatie in Tübingen. Van toen af groeide de overtuiging dat de kerk zich niet moest beperken tot medisch-technisch handelen, maar dat het haar roeping was zelf een gezonde en heelmakende gemeenschap te zijn. De Christian Medical Commission (CMC) van de Wereldraad heeft sinds 'Tübingen I' enorm veel gedaan voor de verdere ontwikkeling van de gezondheidszorg. De lokale bevolking werd via kerkelijke ziekenhuizen steeds meer actief betrokken bij preventieve programma's. Men zag gezondheid niet slechts als de afwezigheid is van ziekte, maar als een toestand van lichamelijk, verstandelijk, spiritueel, geestelijk, maatschappelijk, politiek en sociaal welzijn; van harmonie met anderen, met de materiële wereld en met God. Medische zending werd 'healing ministry' (dienst der genezing) en begrippen als 'health', 'healing' en 'wholeness' (gezondheid, genezing en heelheid) werden trefwoorden binnen het kerkelijke circuit. 8)
Kenmerkend in de reflectie is, dat die binnen de oecumenische beweging vooral werd beleefd als een zaak van gerechtigheid. Healing ministry betekende vooral inzet voor mensenrechten, strijd tegen de structurele machten van het kwaad. De nadruk viel op armoede en onrecht als oorzaken van ziekten en dood. De geest van strijdbaarheid werd gevoed door het westerse geloof in de maakbaarheid. Dat geloof was kenmerkend voor de programma's van die jaren. Uit de orthodoxe lidkerken van de Wereldraad en vanuit 'evangelical' hoek klonk gedurig de waarschuwing healing niet te reduceren tot sociaal-politiek engagement, met verwaarlozing van het spirituele en holistische karakter.
De Assemblee van Harare (1998) verbond de genezingsopdracht van de kerk opnieuw met de missionaire roeping: 'De kerken erkennen dat ze door God geroepen zijn, door het voorbeeld van hun Heer en door de kracht van de Heilige Geest, heel makende gemeenschappen te zijn en deel te nemen aan de dienst van de genezing. In een gebroken wereld, vol oorlog, onrecht, armoede, uitstoting en ziekte, hebben de kerken de mogelijkheid gekregen om genezing te brengen, vergeving en heelheid te vinden en om deze gaven in de samenleving uit te dragen'. De oecumenische beweging in Nederland werd sterk bepaald door de internationale discussie. De laatste tijd leiden de ontwikkelingen tot belangrijke verschuivingen. De snel groeiende wereldwijde pinksterbeweging daagt de kerken uit tot een nieuwe positiebepaling.
De healing churches van het Zuiden
In de westerse samenleving bedrijft men geneeskunde in het ziekenhuis, religie in de kerk. In Afrika ligt dat anders. Genezing is integraal onderdeel van de praktijk van kerken in de derde wereld. Maar heel bijzonder staat genezing centraal in de onafhankelijke Afrikaanse ' healing churches' , genezingskerken.
Pater Verstraelen vertelt hoe hij in 1965 voor het eerst met dit fenomeen in aanraking kwam: 'Het waren kleine, vrije christelijke groepjes, die er met de bijbel in de hand aanspraak op maakten deel te hebben aan de genezende kracht van Christus. Katholieke en protestantse kerken vonden dit maar primitief gedoe: zij zelf hadden immers ziekenhuizen en klinieken waar mensen werden behandeld met moderne medische inzichten en middelen. Wat de leden van deze kerken niet wisten, was, dat hun leden met hun kwalen en noden naar bijeenkomsten van deze healing churches gingen'. 9) De missionaire uitstraling van deze genezingskerken en andere charismatische bewegingen is sindsdien alleen maar toegenomen. In aansluiting bij oeroude Afrikaanse tradities kennen zij Christus als de helende medicijnman. Zij laten een holistische kijk op genezing en gezondheid zien, die ver af staat van de westerling met zijn verlichtingsgeloof: ziekte raakt niet alleen het individu, maar wordt beleefd als breuk en verstoring van het evenwicht. Het gaat om het herstel van de samenhang van de dingen; ook de natuur en de samenleving doen daarin mee. In de inheemse culturen van Latijns-Amerika en Azië liggen de dingen weinig anders.
Het is van belang om de diepere oorzaak van het lijden, ziekte en dood van vele miljoenen mensen in onze tijd te onderkennen: de schrikbarende kloof tussen rijk en arm. 10) De ongelijke verdeling van de welvaart betekent voor massa's mensen onrecht en een vroegtijdige dood. Een nieuw subproletariaat van ontwortelde generaties migreert van het platteland naar steeds maar uitdijende illegale nederzettingen rond de metropolen in Afrika, Latijns-Amerika en Eurazië. Zij zijn door het economische systeem afgeschreven. Zonder werk, zonder toegang tot medische zorg en onderwijs, zonder rechten, voeren zij de dagelijkse strijd om te overleven. Uitgerekend nu in die situaties van uitsluiting en pijn ontspringen nieuwe, ons onbekende, vormen van geloof. Terwijl het rijke deel van de wereld hem heeft doodverklaard, ervaren armen in situaties van gebrokenheid dat God tot hun verrassing heelmakend en bevrijdend in hun midden is. Je zou bijna spreken van Gods wraak op de secularisatie. 11)
Zo ontstaan in een tijd waarin de oude orde uiteen lijkt te vallen en een nieuwe orde nog niet zichtbaar is healing communities . Zij bieden een veilige plek, waar je verhalen kunt vertellen van nood en genezing, waar je problemen en pijn kunt delen zonder te worden geoordeeld; een plek waar je gebed kunt vragen om genezing als wel kracht om het vol te houden; een plaats waar je om hulp kunt vragen zonder dat geld of bijzondere rituelen als voorwaarden worden geëist. In helende gemeenschappen treffen mensen een nieuw thuis, vinden zij hun waardigheid terug en creëren zij zich de ruimte die hen door iedereen werd ontzegd. Die ervaring inspireert om het weinige dat men heeft te delen met anderen. De effecten daarvan werken door in bredere sociale verbanden.
Zou het kunnen zijn dat de Geest in de crisis van onze tijd bezig is om vanuit de marges van de wereld iets nieuws te scheppen? Kan wat daar bezig is te groeien misschien van betekenis zijn voor onze gemeenschappelijke toekomst, voor het overleven van de mensheid? 12)
Kerken in het Westen lijken niet bij machte om adequaat in te spelen op de missionaire spiritualiteit van de onderkant. Christenen van de gegoede middenklasse tonen zich vaak ongevoelig. Zij hebben zich te zeer geconformeerd aan het schema van deze wereld en koesteren de materiële verworvenheden van welvaart en veiligheid. Hun verwevenheid met een samenleving, die zich zelfs na de 'elfde september' meent te kunnen afsluiten voor de noden en armoede van tweederde deel van de wereldbevolking, maakt het uiterst moeilijk om een geloofwaardige tegenstem te laten horen. In eigen land bestaat er vanuit de kerken bijna geen contact met mensen in achterstandswijken. Laat staan dat de doorsnee kerkganger ook maar iets zou begrijpen van de leefwereld van de armen. Wat weet die van hun omgang met God in de dagelijkse strijd om te overleven?
De pinkstertheologe C.B. Johns daagt ons uit om de ontmoeting met hen die van de moderniteit zijn buitengesloten niet langer uit de weg te gaan. We zouden in die ontmoeting wel eens nieuwe ervaring van God op kunnen doen. “Wie op zoek gaat naar de spiritualiteit van de onderkant, riskeert een mysterieuze en gevaarvolle reis naar het rijk van de Geest, de Geest van Christus, die zich bij voorkeur ophoudt in de marges”. 13) Die ontmoeting zou onze eigen genezing op diverse terreinen kunnen dienen. Onze samenleving vertoont ziekteverschijnselen, die ons verontrusten en onzeker maken. Gevoelens van onbehagen en onveiligheid nemen verontrustende vormen aan. Zo onaantastbaar en superieur als wij ons eerder waanden, zijn wij ons nú meer bewust van onze kwetsbaarheid. Maar het blijft een ongemakkelijke gedachte: hulp aangereikt te krijgen, uitgerekend van hen die in onze ogen zo lang waren aangewezen op ons mededogen.
Heelmakende gemeenschappen in de Bijlmer
Men hoeft niet naar het Zuiden te reizen om healing churches te leren kennen. In onze grote steden kan men volop terecht. Na een uitzichtloze ziekte schonk God de Ghanees Daniel Himmans Arday genezing met daarbij de roeping om overzee te gaan om afgedwaalde zielen te leiden naar Gods wijngaard, mensen van alle kleur en ras. 14) Nu heeft ds. Himmans een bloeiende kerk in de Amsterdamse Bijlmer. Deze draagt de wonderlijke naam True Teachings of Christ's Temple . Himmans onderstreept: 'healing is part of the program' . En dan gaat het om meer dan alleen de genezende kracht van een uitverkoren medium. Genezing is veeleer een taak van heel de lokale gemeente. Die fungeert als een place for healing . Lichamelijke en geestelijke aandoeningen krijgen behandeling; mensen die door doktoren zijn opgegeven keren terug in het leven. Maar ook ‘genezing' van zaken als armoede, discriminatie, geweld en werkloosheid krijgt in deze kerk een heel praktische invulling: zo geeft de kerk adviezen over hoe de arbeidsmarkt te betreden en organiseert zij programma's die de jeugd van de straat moeten halen. Het genezingspastoraat biedt volgens Himmans handreiking aan de reguliere geneeskunde. Dat bleek wel bij de Bijlmerramp in 1992. De religieuze gemeenschappen in de Bijlmer hebben toen een opvallende rol gespeeld bij de verwerking van de trauma's.
Onder de betonnen bunkers van de Bijlmer komt The House of Fellowship samen. Wie deze jonge Afrikaanse pinkstergemeente en zijn bevlogen pastor Tom Marfo leert kennen, ontmoet in een troosteloze omgeving een vindplaats van hoop. In de ontheemding van de diaspora, waarin de vreemdeling en zijn rechten steeds minder plaats lijkt te worden gegund en raciale spanningen toenemen, beleven mannen, vrouwen en kinderen de bevrijdende kracht van het Evangelie aan lijf en ziel. De kerk fungeert vooral als een place for healing. Spiritualiteit en engagement, diaconaat en verkondiging, persoonlijke geloofsbeleving en sociaal-politieke actie zijn integraal verbonden. Jezus wordt aangeroepen als degene die de zonde vergeeft en die geneest, die demonen uitwerpt en die de mens waardigheid en rechten teruggeeft. De Geest brengt de enkele mens tot bekering en levensheiliging, maar inspireert ook tot profetisch verzet tegen uitbuiting en slavernij.
Nog steeds wordt er vanuit de gevestigde kerken enigszins meewarig naar de Afrikaanse en andere niet-westerse kerken gekeken, als zou het gaan om exotische restanten uit de oude zendingsdoos; een old time religion , die de verlichte christen is ontgroeid. De werkelijkheid is vaak anders en stelt voor verrassingen. Bij alle (kritische) vragen die deze kerken bij de westerse waarnemer losmaken, kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat deze kerken-in-de-diaspora voorposten vormen van de kerk van de toekomst. Zij weerspiegelen het niet-westerse gezicht van de snel groeiende wereldkerk in de eenentwintigste eeuw. Zij bieden een praktische religie die samenhang geeft aan het gefragmenteerde leven; een uitdrukking van de navolging van Christus, die wezenlijk bijdraagt aan verzoening tussen mensen en rassen; en een bron van missionaire spiritualiteit die de samenleving ziel en richting geeft.
Jezus en de dienst van genezing
Met het voorafgaande in ons achterhoofd wenden wij ons tenslotte tot de evangeliën. We proberen die opnieuw te lezen, als het ware meelezend over de schouder van een Afrikaan, door zijn ogen en vanuit zijn cultuur. Wat wordt ons bericht over Jezus' omgang met ziekte en genezing?
Volgens elk van de vier evangelieverhalen nemen genezingen in het programma van Jezus een zeer centrale plaats in. 15) Neem de eerste hoofdstukken van het Mattheüsevangelie. In Mat. 4 vertelt de evangelist over het begin van Jezus‘ optreden. “Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Mat. 4:17). Zijn missie is als op één vingernagel te schrijven en heet samenvattend: de verkondiging van het goede nieuws dat het koninkrijk van God op handen is. Niets meer en niets minder is ook vandaag de missie van de kerk. Haar eerste taak, waar ook ter wereld blijft: de verkondiging, de proclamatie van het Evangelie van het Koninkrijk.
Over wat dat inhoudt en over de wijze waarop Jezus dat goede nieuws verkondigt, worden door Mattheüs opmerkelijke dingen gezegd. Het eerste wat de aandacht trekt is wáár Jezus zijn publieke optreden begint. Zij die leven in de periferie van donker Galilea, beleven de vervulling van de profetie van Jesaja: het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. In de heuvels aan het meer van Galilea wordt de uitnodiging, de belofte die aan de proclamatie van het goede nieuws verbonden is, met vreugde begroet: keer je tot Jezus en je zult het persoonlijk meemaken! (Mat.3:17). Achter Jezus, in de weg van de navolging zien de mensen grote dingen gebeuren!
Het kan ons niet ontgaan, dat in onze tijd juist in de ‘Galilea-gebieden' van onze wereld, aan de onderkant van samenlevingen, in de periferie van de wereld van de rijken, het licht van het Evangelie allermeest wordt opgemerkt. 16) Dat geeft te denken. Niet in de centra van de macht als Jeruzalem en Judea, maar uitgerekend in Galilea ervaart men dat in Jezus Christus het Rijk bevrijdend en werkelijk present is. Maar hoe dan wel?
De evangelist geeft vervolgens uitvoerig weer hoe het optreden van Jezus in zijn werk gaat (tot hoofdstuk 16). Eerst geeft hij een samenvattend bericht (Mat. 4: 23-25). Opnieuw wordt gezegd, dat Jezus het Evangelie van het Koninkrijk verkondigt; en nu horen wij hoe deze verkondiging plaatsvindt: Jezus ‘leert' en hij ‘geneest'. ‘Leren' en ‘genezen' zijn de twee activiteiten die het ‘verkondigen' flankeren. De Griekse woorden zijn voor ons herkenbaar: kerussein (verkondigen), didaskein (leren) en therapeuein (genezen). Het Engels biedt een ezelsbruggetje om dit vast te houden: Jesus is preaching, by teaching and healing (Mat. 4:23).
Deze holistische inzet weerspiegelt zich fraai in de opbouw van het Mattheüsevangelie. Eerst horen we hoe en wat Jezus leert. Dat vinden wij samengebracht in de Bergrede. Jezus geeft daar een actualisering van de tora, radicale instructies over de weg van de navolging (Mat. 5-7). Vervolgens wordt uitvoerig verteld hoe Jezus genezend rondgaat; we worden getuigen van een reeks van tien genezingen, als even zovele signalen van het Rijk dat op handen is (Mat. 8-9). Hij die leermeeste r is, is tegelijk ook voluit heelmeester .
Ik zet ze kort op een rij: het eerste –ook principiële- teken van het Koninkrijk is de genezing van een lepralijder. Een mens die niet kan deelnemen aan de samenleving vanwege zijn ziekte, is de eerste die ervaart dat het koninkrijk der hemelen alle grenzen doorbreekt. Dat krijgt een sterk accent doordat de evangelist deze genezing onmiddellijk verbindt met de bergrede. Jezus komt af van de berg van het ‘leren', gevolgd door velen, ‘en zie, een melaatse kwam tot hem en viel voor hem neer' (Mat. 8:2). De berg van de Bergrede, de berg van het onderricht staat bij Mattheüs dus in feite in de directe nabijheid van een melaatsendorp. Het koninkrijksonderricht wordt gegeven, dicht, heel dicht in de buurt van een plek van ellende. Vervolgens zijn daar het kind van een Romeinse hoofdman, de schoonmoeder van Petrus, twee bezetenen, een verlamde, het dochtertje van Jairus, een vrouw die lijdt aan een bloedziekte, twee blinden en een doofstomme die bij Jezus genezing vinden. Dat zijn er negen. Waar is nu het tiende genezingsverhaal? Ineens ontdek je Levi, de tollenaar: hij is een van de zieken, van wie Jezus in datzelfde verband zegt dat hij een geneesheer nodig heeft (Mat. 9:12): is er geen sprake van een genezingswonder als een aan geld en bezit verslaafde wordt bevrijd van de demon van geldzucht en leert delen met anderen?
Tien genezingswonderen dus, die erop wijzen dat de Messiaanse tijd is aangebroken. Jezus' antwoord op de vraag van de discipelen van Johannes de Doper of Hij het is, die komen zou, of dat zij een ander hebben te verwachten, wijst in dezelfde richting. Hun wordt te verstaan gegeven dat zij Johannes moeten boodschappen wat zij horen en zien: ‘blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie' (Mat. 11:5).
Van grote betekenis is het volgende: middenin deze tien genezingsverhalen plaatst Mattheüs een citaat uit het bekende lied van de knecht van de Heer uit Jesaja 53. Hij ziet een nauwe verbinding tussen de healing ministry van Jezus en die van de lijdende knecht; hij herkent in Jezus de wounded healer 17) : ‘Hij heeft onze zwakheden op zich genomen en onze ziekten heeft hij gedragen' (8:16-17). Het gaat om een wonderlijk geheim: hij die zelf geslagen en verwond werd, is zo in staat de striemen van anderen te genezen. In de pijniging die hij gewillig onderging, ligt onze vrede (sjaloom, heelheid).
De reeks genezingen wordt afgesloten met vrijwel dezelfde woorden waarmee de beschrijving van Jezus' optreden begon. Opnieuw een samenvattend bericht, nu bij wijze van terugblik (Mat. 9:35-38). En weer flankeren de werkwoorden 'leren' en 'genezen' de kernactiviteit: 'verkondigen'. Jezus verkondigt het goede nieuws; hij doet dat door te leren en niet minder door te genezen (9:35). Beide activiteiten zijn niet van elkaar los te maken en behoren holistisch bijeen. De tekenen ontvangen hun uitleg in het onderwijs van Jezus; omgekeerd wordt de waarheid van zijn woorden onderstreept door de tekenen die hij doet. Nieuw is dat Mattheüs hier wijst op de diepste motivatie, de bron van Jezus' optreden. Bij het zien van de mensenmassa's, verloren en dolende schapen zonder herder, is Hij met ontferming over hen bewogen (Mat. 9:36).
Het geheel overziende, kan de conclusie geen andere zijn dan dat de dienst van genezing een ongelooflijk belangrijke plaats inneemt
in de missie van Jezus, als een niet-verbale wijze van verkondiging en teken van het komende Rijk. En als dit geldt van de missie van Jezus, zou dat dan niet gelden voor die van zijn volgelingen?
Het samenvattend bericht van Mat. 9 sluit af met het beeld van de oogst, die groot is en de arbeiders die weinige zijn (Mat. 9:38). Daarmee wordt de link gelegd met wat onmiddellijk volgt in Mat. 10: de uitzending van de twaalf apostelen. Hun wordt macht gegeven over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen' (Mat. 10:1). De leerlingen krijgen deel aan Jezus' zending: ‘Gaat en predikt: het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit' (10:7-8). Het aspect van ‘leren', als een participeren in de missie van Jezus krijgt nadruk in het ‘zendingsbevel': ‘leert hen onderhouden al wat ik u geboden heb'(Mat. 28:19).
De volgelingen gaan zij geen andere weg dan de Meester. De verrezen Heer is geen ander dan die door het lijden getekend en ten dode toe verwond werd. Hij zal altijd herkenbaar blijven aan de littekens van zijn lijden aan zijn zijde en handen; als authentiek bewijs dat hij het werkelijk is. De gebroken gestalte van Christus is dezelfde die de gebroken wereld heelt. Juist doordat hij niet af wilde komen van het kruis en zichzelf niet wilde redden, heeft hij anderen gered (27:42). Zijn koningschap draagt een bijzonder en paradoxaal karakter. 'Jezus regeert vanaf het hout'. Aan hem die gekruisigd was is de macht door zijn Vader in handen gegeven, nu hij zijn wil ten einde toe heeft gedaan (28:18). Dit alles heeft niet weinig consequenties voor de stijl die de kerk en haar zending past. Het besef de wounded healer te volgen, wil ons behoeden voor triomfalisme en machtsdenken. Gods kracht manifesteert zich immers in menselijke zwakheid.
Om misverstanden te voorkomen, dient een drietal punten in het optreden van Jezus te worden onderstreept:
Het gaat nooit om een wonderbaarlijke genezing op zichzelf. Jezus' genezingen bewegen tot geloof en navolging; wonderen zijn verwijzingen naar dat nieuwe, naar wat nog wacht op voltooiing; alles richt zich de definitieve doorbraak van het komende Rijk. Waar Jezus komt, treedt altijd iets van de genezende werking van het Koninkrijk aan het licht. De heelheid die Jezus geeft omvat het heil in al zijn bevrijdende dimensies, naar lichaam, ziel en geest. Genezing en vergeving kunnen dan ook niet worden losgezien. Het is er de Heiland (!) om te doen dat de verloren mens de weg terugvindt tot de Vader, tot de naaste en tot zichzelf.
De niet alleen voor de Afrikaanse context interessante lering die de Ghanese pinkstertheoloog Opoku Onyinah uit het Mattheüsevangelie trekt, is dat geloof niet zozeer voorwaarde is om de genezende kracht van Jezus te ervaren, maar veeleer resultaat daarvan. 18) Velen komen tot geloof en vinden de weg van de navolging via een genezingservaring. Geloof en magie blijven door die fundamentele oriëntatie op het initiatief van Jezus van elkaar onderscheiden.
De genezingen van Jezus worden ook gezien onder het gezichtspunt van de overwinning op de macht van de satan. Hij genas wie in de ban van de duivel waren gekomen. Jezus zag de satan van de hemel vallen. In zijn benadering van ziekten doorbreekt Jezus gangbare verklaringen; toch worden ziekte en bezetenheid in bepaalde situaties wel degelijk in verband gebracht met de wereld van de demonen en kwade geesten. Het is interessant de betreffende teksten opnieuw te bestuderen, de bijbel meelezend over de schouder van Afrikaanse christenen. Hoe kan exorcisme een verantwoorde plaats krijgen in de pastorale praktijk?
Belangrijk is het sociale aspect aan de genezingen. Medisch herstel is maar één kant van de zaak. Ziekten als melaatsheid, epilepsie, bloedverlies, etc maken de patiënt tot paria en outcast. Jezus zoekt uitgestotenen op en raakt onreine mensen aan, geeft hen hun plaats terug in de gemeenschap. Bewust doorbreekt hij taboes en barrières die scheiding maken tussen mensen en groepen; hij daagt de gevestigde orde uit, door juist op de sabbat te genezen.
Feit is dat voor niet-westerse christenen de healing praktijk van Jezus veel dichter bij hun leefwereld staat dan voor ons als kinderen van de Verlichting. In de westerse samenleving is het helder: geneeskunde bedrijft men in het ziekenhuis, religie in de kerk. Maar in Afrika en Latijns-Amerika is genezing is een integraal onderdeel van de kerkelijke praktijk. Dat kan ons niet verwonderen. In situaties waar de massa geen toegang heeft tot de gezondheidszorg, blijft er maar één weg over: de weg naar boven. En die blijkt open: tallozen komen tot het geloof en de kerk via genezing, van henzelf of van vrienden en buren. “Heer, ik heb geen geld voor een dokter, maar U roep ik aan als Redder”. De bijbelverhalen over Jezus die zieken geneest en demonen uitdrijft, hoort men niet alleen; men kent die ook als deel van de eigen ervaring. Velen maken aan den lijve mee wat Jezus leerde over een God van ontferming, die wonden verbindt en een bron van leven wordt in het midden van de dood en die vreugde verschaft in het lijden.
Wanneer wij zoeken naar eigentijdse vormen van de dienst van genezing zullen wij een open oor moeten hebben voor de Godservaring van hen die kwetsbaar zijn en lijden, zowel in de wereld van het Zuiden als in het Noorden. In levend contact en in solidariteit met hen komen wij de aanwezigheid en actie van de Geest van de Heiland (‘heelmaker') op het spoor; en ontvangen wij oren om te horen wat de Geest vandaag tot de gemeente spreekt. Zending en missie betekenen vandaag: temidden van gebrokenheid en in conflictsituaties healing places bieden waar mannen, vrouwen en kinderen ‘genezing' vinden naar lichaam, ziel en geest; gastvrije plekken van ontmoeting waar heelheid, verzoening en vergeving worden ontvangen en gedeeld.
______________________________________________
Noten
1) Dit artikel verscheen eerder in een meer uitgebreide versie in: Soteria. Kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning , Themanummer: De dienst der genezing, 22 e jaargang, 1, 2005, p. 17-29, onder de titel: Kerken als heelmakende gemeenschappen. Impulsen voor een integraal verstaan van healing vanuit de wereldkerk.
2) Zie voor de voorbereidende consultaties van Ghana (2002) en Chili (2003): Divine Healing, Pentecostalism and Mission, International Review of Mission , Vol 93. Nos. 370/371 July/October 2004; voor de documenten van de Wereldzendingsconferentie www.mission2005.org .
3) Assembly XII, Trondheim 2003, Final Report, CEC-Geneva. Zie ook Keith Clements, The Churches in Europe as Witnesses to Healing , Geneva 2003.
4) Geloof, heelmaking en zending. Consultatie CLAI en WCC in Santiago de Chile, 28-31 oktober 2003 . Verslag Wout van Laar bij de NZR verkrijgbaar; voor de complete teksten International Review of Mission , ibidem, p. 407ff.
5) Zie Hunkering naar heelheid. Het nieuw-religieuze verlangen naar een authentiek bestaan . Een brochure van de Werkgroep Nieuwe Religieuze bewegingen van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving, 's-Hertogenbosch, oktober 2000.
6) Martien Parmentier, Heil maakt heel. De bediening tot genezing , Meinema 1997, p. 13.
7) Volgelingen van de Wounded Healer. De zending van de kerk in de dienst van genezing . Opgenomen in het Jarenverslag 2000/2001, Amsterdam 2002.
8) Voor een overzicht van de oecumenische discussie: Health, Faith and Healing, in: International Review of Mission , Vol. XC Nos. 356/357 January/April 2001. zie ook Christoph Benn, Gezondheid, heil en genezing in de oecumenische discussie, in: Medische macht en onmacht, Wereld en Zending , 2000.2, p.13vv.
9) Frans Verstraelen, Gerechtigheid eenheid en vrede , Uitg. De Horsting, 1982, geciteerd bij Robert van Essen, Heel de stad. De christelijke gemeente als ‘wouded healer' , Doct. Scriptie missiologie, Amsterdam 1996, p. 32
10) Het is verheugend dat zowel de ‘ecumenical' verklaring van Accra (WARC) als de ‘evangelical' Micah Challenge (New York) zich in 2004 vrijwel gelijktijdig verbinden tot de strijd tegen armoede als onrecht in de wereld. Het is de hoogste tijd om de handen ineen te slaan.
11) Harvey Cox , Fire from Heaven. TheRise of Pentecostal Spirituality and the Reshaping of Religion in the Twenty-First Century , London 1996, p. 107.
12) Aldus Richard Shaull, Pentecostalism and the Future of the Christian Churches . Promises. Limitations. Challenges , Eerdmans 2000, p. 115ff.
13) Cheryll Bridges Johns, Meeting God in the Margins: Ministry Among Modernity's Refugees, in: The Papers of the Henry Luce III Fellows in Theology , Vol.III, Matthew Zynieurioz, ed. Scholars Press, 1999.
14) Zie Gerrie ter Haar, Tot genezing geroepen. Een Ghanese dominee in de Bijlmer, in: Wereld en Zending , 2001, nummer 2, p.35vv.
15) Zie John Christopher Thomas, The Spirit, healing and mission: An overview of the Biblical Canon, in: International Review of Mission , Vol. 93, 2004, p. 421ff. Ook N.A. Schuman, Al deze woorden. Over het Evangelie naar Mattheüs , Meinema 1991 heeft oog voor de weldoordachte compositie van het eerste evangelie en zijn genezingsberichten.
16) ‘Derde-wereld' theologen werken het ‘Galilee Principle' nog al eens uit met betrekking tot hun gemarginaliseerde context, zie bijv. Virgilio Elizondo, Galilean Journey. The Mexican-American Promise , Orbis 2002.
17) Henri Nouwen, The Wounded Healer. Ministry in Contemporary Society , New York 1972, heeft hierover diepzinnige gedachten ontwikkeld ten aanzien van het pastoraat: “In our own woundedness, we can become a source of life for others”; zie ook Mercy Amba Oduyoye, De gewonde genezer in Afrika, in: Manuela Kalsky ea, De gewonde genezer , Ten Have 1991. p.13. Zij betrekt de uitdrukking op het lijden van de Afrikaanse vrouw als (dubbel) slachtoffer in situaties van onrecht en armoede. 'De Christus waarover ik hier spreek is de Jezus van de bijbel, niet de Christus van de dogmatiek. “De Christus is deze mens Jezus, die de macht van de duivel zelf heeft ondervonden; daarom weet hij hoe hij diens macht over anderen teniet kan doen en hoe hij genezen kan wie verwond zijn door de structuren van de dood. Zelf gewond geraakt, wordt hij onze 'gewonde genezer'.”
18) Opoku Onyinah, Matthew Speaks to Ghanian Healing Situations, Journal of Pentecostal Theology , Vol. 10, no1, October 2001, p.133.
Wout van Laar, ‘Herbezinning op de dienst van genezing: Impulsen van de kerken van het Zuiden,' Wereld en Zending 2005/3