| Lezing bij het afscheid van Andries van der Beek, 2004 | |
Zending en de dienst van genezing vandaag: |
|
Het is voor mij heel bijzonder om een bijdrage te mogen geven ter gelegenheid van het afscheid van Andries van der Beek. Jarenlang was Andries namens de LEPRA-zending Nederland bestuurslid van de Nederlandse Zendingsraad (NZR) en maakte hij deel uit van het moderamen. Ook bij de NZR hebben wij hebben Ds. Van der Beek leren kennen als een mens die zich met groot enthousiasme en gedrevenheid inzet voor de zending. Een man van weinig woorden en van trefzekere opmerkingen, bedachtzaam en wijs; een bewogen bruggenbouwer tussen ‘oecumenici' en ‘evangelicals'; een broeder die mij als secretaris op beslissende momenten op fijnzinnige wijze steun en feed back wist te geven. Andries, bedankt!
De gedachten die ik vanmiddag met u deel zijn in zekere zin geboren tijdens een conferentie van Africa fieldworkers in Pretoria, Zuid-Afrika, waar ik op uitnodiging van de Lepra-zending een aantal bijbelstudies mocht geven. Die bijeenkomst zal mij bij blijven als een enerverende veldervaring, waarin de Schriften voor ons samen verrassend openvielen. Mede op grond van die ervaring doe ik een poging enkele grondlijnen aan te geven aangaande de zending als eerste roeping van de kerk.
Dat doe ik op een moment dat ‘zending' weer nadrukkelijk op de agenda staat van de kerken en de oecumenische beweging. Een tijdlang was zending voor velen alleen maar verdacht. Ook binnen de kerken brandmerkten sommigen zending als westerse arrogantie en ‘zieltjes winnerij'. Feit is dat wij nooit eerder een periode beleefden met wereldwijd zoveel zendingsactiviteiten als in onze dagen. De nieuwe zendingsbeweging wordt vooral gedragen door de kerken van het Zuiden, die in tal van migrantenkerken ook onder ons missionair aanwezig zijn. De huidige ontwikkelingen en de grote verschuivingen die plaatsvinden, ook aan de basis van de eigen gemeenten, bewegen de kerken ertoe zich te bezinnen op haar identiteit. Deze kan, zo groeit de overtuiging (mede onder de druk van crisis en kaalslag in de eigen geledingen), geen andere zijn dan een missionaire identiteit.
Maar wat betekent ‘missionair' dan wel? Waartoe is de kerk geroepen? Hoe verhoudt zich de ‘zending' tot andere taken van de kerk, zoals de healing ministry ? Of, vanuit een vraag die bij u leeft: maakt het uit of lepra-werk geschiedt vanuit een christelijke organisatie, of door seculiere organisaties en overheden die in veel gevallen de vroegere taken van de medische zending hebben overgenomen?
Al deze vragen nopen ons om ons te concentreren op de kern. We doen er goed aan ons te oriënteren op Jezus, op zijn missie. De Evangeliën maken ons duidelijk hoe Jezus' missie model, ja meer nog basis en bron is van onze missie.
Wij beperken ons tot de eerste hoofdstukken van het Mattheüsevangelie. In Mat. 4 vertelt de evangelist over het begin van Jezus‘ optreden. “Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” (Mat. 4:17). Zijn missie is als op één vingernagel te schrijven en heet samenvattend: de verkondiging van het goede nieuws dat het koninkrijk van God op handen is. Niets meer en niets minder is ook vandaag de missie van de kerk. Haar eerste taak, waar ook ter wereld blijft: de verkondiging, de proclamatie van het Evangelie van het Koninkrijk.
Over wat dat inhoudt en over de wijze waarop Jezus dat goede nieuws verkondigt, worden door Mattheüs opmerkelijke dingen gezegd. Het eerste wat de aandacht trekt is wáár Jezus zijn publieke optreden begint. Zij die leven in de periferie van donker Galilea, beleven de vervulling van de profetie van Jesaja: het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. In de heuvels aan het meer van Galilea wordt de uitnodiging, de belofte die aan de proclamatie van het goede nieuws verbonden is, met vreugde begroet: keer je tot Jezus en je zult het persoonlijk meemaken! (Mat.3:17). Achter Jezus, in de weg van de navolging zien de mensen grote dingen gebeuren!
Het kan ons niet ontgaan, dat in onze tijd juist in de ‘Galilea-gebieden' van onze wereld, aan de onderkant van samenlevingen, in de periferie van de wereld van de rijken, het licht van het Evangelie allermeest wordt opgemerkt. Dat geeft te denken. Niet in de centra van de macht als Jeruzalem en Judea, maar uitgerekend in Galilea ervaart men dat in Jezus Christus het Rijk bevrijdend en werkelijk present is. Maar hoe dan wel?
De evangelist geeft vervolgens uitvoerig weer hoe het optreden van Jezus in zijn werk gaat (tot hoofdstuk 16). Eerst geeft hij een samenvattend bericht (Mat. 4: 23-25). Opnieuw wordt gezegd, dat Jezus het Evangelie van het Koninkrijk verkondigt; en nu horen wij hoe deze verkondiging plaatsvindt: Jezus ‘leert' en hij ‘geneest'. ‘Leren' en ‘genezen' zijn de twee activiteiten die het ‘verkondigen' flankeren. De Griekse woorden zijn voor ons herkenbaar: kerussein (verkondigen), didaskein (leren) en therapeuein (genezen). Het Engels biedt een ezelsbruggetje om dit vast te houden: Jesus is preaching, by teaching and healing (Mat. 4:23).
Deze holistische inzet weerspiegelt zich fraai in de opbouw van het Mattheüsevangelie. Eerst horen we hoe en wat Jezus leert. Dat vinden wij samengebracht in de Bergrede. Jezus geeft daar een actualisering van de tora, radicale instructies over de weg van de navolging (Mat. 5-7). Vervolgens wordt uitvoerig verteld hoe Jezus genezend rondgaat; we worden getuigen van een reeks van tien genezingen, als even zovele signalen van het Rijk dat op handen is (Mat. 8-9). Hij die leermeeste r is, is tegelijk ook voluit heelmeester .
Ik zet ze kort op een rij: het eerste –ook principiële- teken van het Koninkrijk is de genezing van een lepralijder. Een mens die niet kan deelnemen aan de samenleving vanwege zijn ziekte, is de eerste die ervaart dat het koninkrijk der hemelen alle grenzen doorbreekt. Dat krijgt een sterk accent doordat de evangelist deze genezing onmiddellijk verbindt met de bergrede. Jezus komt af van de berg van het ‘leren', gevolgd door velen, ‘en zie, een melaatse kwam tot hem en viel voor hem neer' (Mat. 8:2). De berg van de Bergrede, de berg van het onderricht staat bij Mattheüs dus in feite in de directe nabijheid van een melaatsendorp. Het koninkrijksonderricht wordt gegeven, dicht, heel dicht in de buurt van een plek van ellende. Vervolgens zijn daar het kind van een Romeinse hoofdman, de schoonmoeder van Petrus, twee bezetenen, een verlamde, het dochtertje van Jairus, een vrouw die lijdt aan een bloedziekte, twee blinden en een doofstomme die bij Jezus genezing vinden. Dat zijn er negen. Waar is nu het tiende genezingsverhaal? Ineens ontdek je Levi, de tollenaar: hij is een van de zieken, van wie Jezus in datzelfde verband zegt dat hij een geneesheer nodig heeft (Mat. 9:12): is er geen sprake van een genezingswonder als een aan geld en bezit verslaafde wordt bevrijd van de demon van geldzucht en leert delen met anderen?
Tien genezingswonderen dus, die erop wijzen dat de Messiaanse tijd is aangebroken. Jezus' antwoord op de vraag van de discipelen van Johannes de Doper of Hij het is, die komen zou, of dat zij een ander hebben te verwachten, wijst in dezelfde richting. Hun wordt te verstaan gegeven dat zij Johannes moeten boodschappen wat zij horen en zien: ‘blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie' (Mat. 11:5).
Van grote betekenis is het volgende: middenin deze tien genezingsverhalen plaatst Mattheüs een citaat uit het bekende lied van de knecht van de Heer uit Jesaja 53. Hij ziet een nauwe verbinding tussen de healing ministry van Jezus en die van de lijdende knecht; hij herkent in Jezus de wounded healer: ‘Hij heeft onze zwakheden op zich genomen en onze ziekten heeft hij gedragen' (8:16-17). Het gaat om een wonderlijk geheim: hij die zelf geslagen en verwond werd, is zo in staat de striemen van anderen te genezen. In de pijniging die hij gewillig onderging, ligt onze vrede (sjaloom, heelheid).
De reeks genezingen wordt afgesloten met vrijwel dezelfde woorden waarmee de beschrijving van Jezus' optreden begon. Opnieuw een samenvattend bericht, nu bij wijze van terugblik (Mat. 9:35-38). En weer flankeren de werkwoorden 'leren' en 'genezen' de kernactiviteit: 'verkondigen'. Jezus verkondigt het goede nieuws; hij doet dat door te leren en niet minder door te genezen (9:35). Beide activiteiten zijn niet van elkaar los te maken en behoren holistisch bijeen. De tekenen ontvangen hun uitleg in het onderwijs van Jezus; omgekeerd wordt de waarheid van zijn woorden onderstreept door de tekenen die hij doet. Nieuw is dat Mattheüs hier wijst op de diepste motivatie, de bron van Jezus' optreden. Bij het zien van de mensenmassa's, verloren en dolende schapen zonder herder, is Hij met ontferming over hen bewogen (Mat. 9:36).
Het geheel overziende, kan de conclusie geen andere zijn dan dat de dienst van genezing een ongelooflijk belangrijke plaats inneemt in de missie van Jezus, als een niet-verbale wijze van verkondiging en teken van het komende Rijk. En als dit geldt van de missie van Jezus, zou dat dan niet gelden voor die van zijn volgelingen?
Het samenvattend bericht van Mat. 9 sluit af met het beeld van de oogst, die groot is en de arbeiders die weinige zijn (Mat. 9:38). Daarmee wordt de link gelegd met wat onmiddellijk volgt in Mat. 10: de uitzending van de twaalf apostelen. Hun wordt macht gegeven over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen' (Mat. 10:1). De leerlingen krijgen deel aan Jezus' zending: ‘Gaat en predikt: het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit' (10:7-8). Het aspect van ‘leren', als een participeren in de missie van Jezus krijgt nadruk in het ‘zendingsbevel': ‘leert hen onderhouden al wat ik u geboden heb'(Mat. 28:19).
De volgelingen gaan zij geen andere weg dan de Meester. De verrezen Heer is geen ander dan die door het lijden getekend en ten dode toe verwond werd. Hij zal altijd herkenbaar blijven aan de littekens van zijn lijden aan zijn zijde en handen; als authentiek bewijs dat hij het werkelijk is. De gebroken gestalte van Christus is dezelfde die de gebroken wereld heelt. Juist doordat hij niet af wilde komen van het kruis en zichzelf niet wilde redden, heeft hij anderen gered (27:42). Zijn koningschap draagt een bijzonder en paradoxaal karakter. 'Jezus regeert vanaf het hout'. Aan hem die gekruisigd was is de macht door zijn Vader in handen gegeven, nu hij zijn wil ten einde toe heeft gedaan (28:18). Dit alles heeft niet weinig consequenties voor de stijl die de kerk en haar zending past. Het besef de wounded healer te volgen, wil ons behoeden voor triomfalisme en machtsdenken. Gods kracht manifesteert zich immers in menselijke zwakheid.
Om misverstanden te voorkomen: een drietal punten in het optreden van Jezus kan worden onderstreept:
Feit is dat voor niet-westerse christenen de healing praktijk van Jezus veel dichter bij hun leefwereld staat dan voor ons als kinderen van de Verlichting. In de westerse samenleving is het helder: geneeskunde bedrijft men in het ziekenhuis, religie in de kerk. Maar in Afika en Latijns-Amerika is genezing is een integraal onderdeel van de kerkelijke praktijk. Dat kan ons niet verwonderen. Daar waar mensen geen toegang hebben tot de gezondheidszorg, blijft er maar een weg over: de weg naar boven. En die blijkt open: tallozen komen tot geloof in de weg van genezing. De bijbelverhalen over Jezus die zieken geneest en demonen uitdrijft, hoort men niet alleen; men kent die ook als deel van de eigen ervaring. Velen maken aan den lijve mee wat Jezus leerde over een God van ontferming, die wonden verbindt en een bron van leven wordt in het midden van de dood en die vreugde verschaft in het lijden.
In een tijd waarin de oude orde uiteen lijkt te vallen en een nieuwe orde nog niet zichtbaar is, ontstaan allerwegen healing communities . Zij bieden een veilige plek, waar je verhalen kunt vertellen van nood en genezing, waar je problemen en pijn kunt delen zonder te worden geoordeeld; een plek waar je gebed kunt vragen om genezing als wel kracht om het vol te houden; een plaats waar je om hulp kunt vragen zonder dat geld of bijzondere rituelen als voorwaarden worden geëist.
Er zou nog veel te zeggen zijn over de betekenis van healing communities . Hoe kunnen wij bijv. werken aan heelmakende gemeenschappen in onze eigen samenleving? Dat kan nu niet. Ik beperk mij tot een conclusie en een aanbeveling ten aanzien van de Lepra-zending:
Wout van Laar, ‘Zending en de dienst van genezing vandaag: Leprazending als verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk,' lezing gegeven bij het afscheid van Andries van der Beek van de Leprazending, 16 januari 2004