| Conferentie diaspora, door Dr. Alle Hoekema | |
Conferentie over Afrikaanse diaspora kerken in Europa |
|
Van 11 tot en met 15 september vond in Hirschluch nabij Berlijn een conferentie plaats, waarin de consequenties van het Berlijn?congres van november 1884? februari 1885 voor de Afrikaanse christenen van onze tijd centraal stonden. Tijdens dat congres werd Afrika verdeeld onder de heersende grootmachten van Europa. De Belgische koning Leopold 11 'kocht' de Kongo, terwijl Engeland, Frankrijk, Duitsland en Portugal de rest van Afrika onderling opdeelden. Economische belangen en een Europees beschavingsideaal brachten deze grootmachten samen, maar ook achterdocht tussen protestantse en katholieke krachten.
De conferentie in Hirschluch, belegd door de Humboldt universiteit, de universiteit van Rostock, de Missionsakademie van Hamburg en de CCCAAE, had eigenlijk een meervoudig doel. Enerzijds werden een groot aantal (populair?) wetenschappelijke papers gelezen en besproken, waarin de positie van de christenen in Afrika én in de huidige Europese diaspora aan de orde kwamen. Anderzijds kwam de in 2001 officieel opgerichte Council of Christian Communities ofAn African Approach in Europe in vergadering bijeen. En tenslotte bood de bijeenkomst, waaraan zo'n honderd mensen deelnamen, de gelegenheid om de bredere maatschappelijke problematiek van Afrikaanse migranten in Europa en de betrokkenheid van de 'witte' kerken in Europa daarbij, te bespreken en bestaande netwerken te versterken. Uiteraard hoorden ook uitbundige kerkdiensten tot het programma. Tijdens de kerkdienst op zondag vroegen Europese deelnemers in een gebed om vergiffenis voor het leed dat de westerse kerken Afrikanen in verleden en heden hebben aangedaan. Hoe men verder zo'n verklaring ook kan en wil waarderen, tijdens de kerkdienst zelf was het een zeer ontroerend moment.
Het wetenschappelijke programma was wel erg vol met zes key note lezingen in vier dagdelen, en daarnaast in telkens vijf parallel sessies bijna veertig kortere referaten. Onderzoekers uit Afrika zelf, uit Noord? en Midden Amerika en uit Europa kwamen daar aan het woord. Helaas kwam de directe politieke en sociale impact van het genoemde Berlijnse congres uit 1884?1885 onvoldoende uit de verf. Wel werd gesteld, dat dit congres tot gevolg had dat zendingsorganisaties wat hun personele bezetting betreft, minder internationaal werden, dat ze meer langs lijnen van denominatie (en taal!) gingen opereren en in verschillende opzichten aan de leiband van nationale politieke belangen gingen lopen. Dat leidde onherroepelijk tot een versplintering, die nog doorwerkt in de huidige situatie, zowel in Afrika zelf als in de Europese diaspora. Tegelijk werd in één van de papers aangetoond, dat sommige onafhankelijke kerken, zoals bijvoorbeeld in Nigeria, momenteel bewust transnationaal willen zijn in hun missionaire opdracht.
Er waren verschillende interessante case studies, zoals over gender ongelijkheid in de Aladura kerk; de positie van de Kimbanguisten in Europa (en de actuele leerstellige crisis binnen deze kerk); de uitdaging van de onafhankelijke Afrikaanse kerken voor de evangelisatie van ons werelddeel; en de groeiende rol van pentecostale kerken in Kenya. Ook de Afrikaanse presentie in Mexico en die in het Caraïbische gebied werden in enkele papers behandeld. Zuid Afrika was kwalitatief goed vertegenwoordigd met onder meer een bewogen bijdrage van Nico Botha over de HIV problematiek in zijn land en een paper van Betty Govinden over de eerste Afrikaanse vrouw die zich, in het gevolg van Jan van Riebeeck, tot het christendom bekeerde.
Overigens kwam het discours met rooms?katholieke Afrikaanse christenen én dat met Afrikaanse moslems, zowel in Afrika zelf als in Europa, helaas maar zelden ter sprake in de papers en discussies. En verder blijkt de definiëring van pentecostal, charismatic, African Independent niet overal dezelfde te zijn, hetgeen soms verwarring in de hand werkte.Alle Hoekema, ‘Conferentie over Afrikaanse diaspora kerken in Europa'