| (EZA en NZR) | |
Bloeiend geloof in het rijk van het midden
|
China staat in het middelpunt van de aandacht. De Olympische Spelenzijn in volle gang en in de wereldeconomie heeft het land een grote plaats ingenomen. De berichten over christenen spreken elkaar tegen, zegt Wout van Laar. Toch lijkt hun positie vooruit te gaan.
Deze weken staat de schijnwerper op de Olympische Spelen in Peking. China wordt dichterbij gebracht dan ooit. Wij maken kennis met een intrigerende gigant op het mondiale veld van politiek en economie. Bij alle snelle veranderingen blijft de rol van religie vaak onderbelicht. Oude godsdiensten herleven; de kerk in China laat een groei zien die in de geschiedenis zijn weerga niet kent. Wat is het geheim van de missionaire dynamiek?Is er meer vrijheid? Twee priesters worden van straat geplukt en kunnen zomaar verdwijnen. Tegelijk deelt de overheid bijbels uit in het Olympisch dorp. Wat is de waarheid over China?
Het is nauwelijks voor te stellen: amper veertig jaar geleden leek het christendom in China vrijwel te zijn uitgeroeid. De ‘grote leider' Mao had met de Culturele Revolutie zijn doel bijna bereikt: door zware verdrukking was de kerk op sterven na dood. Onthutsend is dat er destijds respectabele westerse christenen en organisaties waren, die de ontwikkelingen toejuichten. Niet het christendom, maar het marxisme zou het antwoord zijn waarop China wachtte.
De Lutherse Wereld Federatie en de rooms-katholieke organisatie Pro Mundi Vita organiseerden in 1975 een conferentie waar zij opriepen om niet langer de overleving van de kerk in China na te streven en in de Chinese revolutie Gods bevrijdende activiteit te erkennen. Anderen zagen in de Lange Mars van Mao het aanbreken van een nieuwe periode in de heilsgeschiedenis. Religieus bewustzijn zou verdampen.
Ontwaken
Het is anders gelopen. China is getuige van een ongekend godsdienstig ontwaken. Onder de religies die hun aanhang zien vermeerderen krijgt het christendom de meeste aandacht. Van een godsdienst die tot niets leek te zijn teruggebracht, is het christendom uitgegroeid tot een beweging van zeker 60 miljoen gelovigen. Verdeeld over de door de overheid gecontroleerde Drie-zelfkerken en talloze niet geregistreerde ‘huiskerken', bloeit het christelijk geloof in de steden en vooral op het platteland op ongeëvenaarde wijze. Steeds minder kan de overheid om het bestaan van de kerken heen. Ook onder de intellectuele elite geniet het christendom in een verrassende belangstelling. De Communistische Partij wordt almaar nerveuzer.
Opmerkelijk is de omslag in de manier waarop tegen christenen wordt aangekeken. De laatste eeuwen stonden de Chinezen nogal vijandig tegenover het christendom. Onbegrijpelijk is dat niet. Hoewel westerse zendelingen ongelooflijk veel goed werk hebben gedaan, was de zending verstrengeld met een diep vernederende koloniale politiek. Het christendom gold als een vanbuiten opgedrongen religie, die alleen maar narigheid bracht in het trotse Land van het Midden.
Die tijd is voorbij. Het christendom wordt niet langer gezien als een religie die China vreemd is. In veel gebieden genieten christenen een zekere faam. Zij vallen op door hun hoge moraal en de sociale zorg. De autoriteiten spreken van de positieve rol van christenen in hun bijdrage aan de ‘harmonieuze samenleving'. Zo komt er meer ruimte, ook als de partij officieel oppermachtig blijft en eigen organisatie niet toestaat. Oude tradities en waarden zijn weggeslagen. In het enorme geestelijke vacuüm dat Mao heeft nagelaten biedt het Evangelie hoop en houvast aan de tallozen die ontworteld raken door de migratie van het platteland naar de stad. Het komt tegemoet aan het diepe verlangen naar zekerheid. Het geeft tegenover het platte materialisme van geld verdienen nieuwe zin en richting aan het leven.
Denkpatroon
De ontwikkelingen gaan razendsnel. Betrouwbare informatie over China is nog altijd schaars. De beschikbare informatie is doorgaans is ‘verpakt' in de taal van de westerse waarnemer en zijn denkkader. In de protestantse benadering is er aan de ene kant het denkpatroon van de oecumenische beweging van de Wereldraad; aan de andere kant het uitgebreide netwerk van de evangelicals. De oecumene onderhoudt traditioneel vooral relaties met de officiële Chinese Raad van Kerken, terwijl de evangelische beweging zich vooral richt op de ‘ondergrondse' huisgemeenten.
Daarnaast is er de rooms-katholieke lijn naar China. Wordt in de protestantse berichtgeving over het Chinese christendom aan het bestaan van de Rooms-katholieke kerk voorbijgegaan, katholieken op hun beurt fixeren zich op de bisschopsbenoemingen en de strijd om de organisatie van de Chinese kerkprovincie vanuit Romeins perspectief. Elk van de drie circuits gaat te werk volgens criteria die in het Westen gangbaar zijn.
Veel westerse contacten komen niet verder dan de contactpunten in de steden. Zij geven geen toegang tot de ontwikkelingen aan het grondvlak. De grenzen tussen de officiële kerken en de niet geregistreerde huiskerken is poreus geworden. De dynamiek van het christendom van China is vooral op het platteland te vinden en laat zich niet langer op basis van stereotypen beschrijven in termen uit het verleden. Het gaat om een inheems fenomeen dat alleen in eigen termen kan worden verstaan en beschreven.
Wij weten nog heel weinig over het leven van de christenen in de arme plattelandsgebieden. Hoe geven Chinezen hun geloof vorm in de dagelijkse strijd om te overleven? In hoeverre heeft het decennialange lijden hen gevormd? Hoe zien hun vieringen eruit? Wat betekenen bekering en vernieuwing voor hen? Wat is de rol van genezingswonderen in de groei van de kerken? Hoe gaan Chinese christenen om met de volkscultuur en oude geloofssystemen als taoïsme en boeddhisme?
De krachtige opleving van de Chinese kerk staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een mondiale ontwikkeling. In een tijd van massieve veranderingen en crises zien wij, vanuit ‘het Zuiden', in de hunkering naar heelheid in tal van vormen van gebrokenheid, vitale vormen van christendom ontstaan: zonder de instituten, de organisatievormen en de theologie die de kerken in het Westen kenmerken. Nieuwe centra van geloof en theologiebeoefening presenteren zich. Het wachten is op een Chinese Augustinus, Bonhoeffer of moeder Teresa.
Het is goed om het Chinese christendom ernstig te nemen, zoals het zelf zijn identiteit ontwikkelt en zijn roeping verstaat. Dat vraagt om de formulering van een eigentijds China-beleid van de kerken en organisaties in Nederland; een manier van betrokkenheid, waarbij wij –aan denominationalisme voorbij- in gezamenlijkheid zullen weten in te spelen op de gigantische kenteringen in dat gigantische land met zijn 1,3 miljard inwoners. Daarbij zullen wij onze programma's moeten thuislaten, ten gunste van een nieuwe manier van aanwezig zijn.
Meer luisterend en dienend, alvorens in actie te komen; bereid om ons via nieuwe oecumenische en missionaire omgangsvormen te laten meenemen in de wonderlijke wegen die de Geest van Christus vandaag schrijft in het 3000 jaar oude Rijk van het Midden.