(EZA en NZR)

Godsdienst groeit regering boven het hoofd
Nog geen eind aan discriminatie christenen in China

 

China, qua inwoneraantal het grootste land ter wereld, was jaren lang berucht vanwege de christenvervolging. Maar het tij is aan het keren. De kerk groeit stormachtig en de staat krijgt meer waardering voor wat zij doet. Maar het blijft lopen op eieren. Europese christenen moeten kijken waar hun Chinese geloofsgenoten behoefte aan hebben en zich niet opdringen. Wout van Laar was bij een beraadsmiddag over China.

 

Laat duizend bloemen bloeien.

Toen partijleider Mao in 1976 stierf kon hij niet vermoeden dat dit bekende gezegde van hem totaal anders in vervulling zou gaan dan zijn partijprogram voorschreef. Tijdens de Culturele Revolutie werden christenen zwaar vervolgd; de kerk werd tot niets teruggebracht. Dertig jaar na de dood van Mao toont China een snel groeiende en vitale kerk met zestig miljoen leden. Hooguit vijf procent van de bevolking, maar intussen wel bijkans de grootste kerk ter wereld. De hoogste tijd om wat daar gebeurt serieus te nemen.

 

China staat in de spot lights. Niet alleen als Wirtschaftswunder van economie en straks als sportnatie, maar ook als werkveld van het Evangelie.

Merkwaardig genoeg scoort China laag op de agenda van de kerken in ons land. Er is veel onbekendheid met de ontwikkelingen in dit gigantische gebied, waar niet minder dan 1,3 miljard mensen wonen (één op de vijf wereldburgers is een Chinees).

 

Om de kerken meer bij China te betrekken organiseerde de Nederlandse Zendingsraad (NZR) eind november in samenwerking met de Evangelische Zendingsalliantie (EZA) een China-beraad. Gastspreker was de Britse ex-diplomaat Tony Lambert, werkzaam voor zendingsorganisatie OMF-International en gerenommeerd China-kenner. Hij informeerde de vijftig aanwezigen, van wie het merendeel uit evangelische kring, op basis van zijn jarenlange contacten en ervaring.

 

Patriottisch
Lambert begon zijn verhaal over “De kerk van China als uitdaging aan het Westen” met een algemene schets. Historisch gezien is het verklaarbaar dat China zo veel moeite heeft met godsdienstvrijheid. De laatste duizend jaar viel godsdienst onafgebroken onder controle van de staat. Machthebbers hadden slechte ervaringen met de destabiliserende rol van religie. De politieke elite is bovendien nooit vergeten hoe China in de negentiende eeuw kennismaakte met de westerse zending. Dat was kort na de Opiumoorlogen, toen het land ongelijke en vernederende verdragen kreeg opgelegd door de landen van Europa.

 

Aan het begin van de twintigste eeuw werd een aantal religies getolereerd; maar iedere godsdienst kreeg zijn eigen ‘patriottische' organisatie, geleid door monniken, priesters, dominees en imams die loyaal waren aan de communistische partij. In 1952 werden alle buitenlandse zendelingen het land uitgezet en werden alle onafhankelijke kerken gesloten of onder controle gebracht van de Drie-Zelfbeweging.

 

De in 1966 ontketende Culturele Revolutie was een ramp. De nog overgebleven kerken werden ontwijd en dicht getimmerd. Dertien jaar lang werd iedere religieuze uiting meedogenloos de kop ingedrukt. Bijbels werden verbrand en zelfs het bezit van een kruis of een kerstkaart kon leiden tot strenge lijfstraffen en werkkamp. Er waren talloze martelaren. Het kan, volgens Lambert, niet genoeg worden benadrukt dat de huidige herleving van religie zich laat terugvoeren tot het immense lijden en de wanhoop veroorzaakt door de catastrofe van de Culturele Revolutie.

 

Opwekking
Er is sprake van een moreel en spiritueel vacuüm en de vraag is of de Chinese traditie voldoende in huis heeft om dit vacuüm te vullen. Er valt in intellectuele kringen een toenemende interesse te signaleren voor het christendom als een mogelijk antwoord in de uitdagingen waar het land nu voor staat: reikt het Evangelie waarden aan die China kunnen helpen op weg naar een meer liberale samenleving? Maar vooral is er op het platteland en in de steden de stormachtige groei van een ‘evangelical-achtig' christendom; mannen, vrouwen en kinderen die in groten getale in Jezus de Heiland hebben herkend die bevrijdend ingaat op hun diepste noden. Er is een opleving gaande die zijn weerga niet heeft, een opwekking die de stoutste verwachtingen overstijgt.

 

Sinds de jaren tachtig zijn talloze kerkgebouwen heropend of gebouwd. Er zouden vandaag in China per dag zes nieuwe kerken worden in gebruik genomen. Officiële cijfers noemen het getal van vijftien tot twintig miljoen protestantse christenen. Er bestaan ook schattingen van honderd tot honderd twintig miljoen, maar die schatting is veel te hoog. Lambert schat dat met de leden van de niet-geregistreerde huiskerken erbij opgeteld er ongeveer vijftig tot zestig miljoen zijn. Daar komen nog eens tien tot vijftien miljoen rooms-katholieke christenen bij, van wie de helft ‘ondergronds' samenkomt.

 

Discriminatie
Veel christenen in en buiten China staan wantrouwend tegenover de Patriottische Drie-Zelfbeweging, omdat die zich nog steeds onderwerpt aan overheidsinmenging. Zij hebben enkel vertrouwen in de niet-geregistreerde huisgemeenten, die in tegenstelling tot de erkende kerken nog steeds vervolgd zouden worden. Hoe kijkt Lambert daar tegenaan? Het antwoord is genuanceerd: officieel kent China vrijheid van godsdienst, maar er zijn vele beperkingen, legde de China-kenner uit aan de hand van een artikel uit de grondwet. “Je mag als kerk alleen ‘normale' activiteiten organiseren. En wat ‘normaal' is, maakt de staat uit. Ook mag de kerk de openbare orde niet verstoren, of afhankelijk zijn van het buitenland. Evangelisatie onder mensen onder de achttien jaar is bij de wet verboden. Maar het aantal jongeren en studenten neemt allen maar toe.”

 

Lambert gaf een voorbeeld van tegenwerking en discriminatie: een Chinese voorganger van een huisgemeente die een tweede kind had gekregen moest daarvoor een boete betalen. Omdat de politie hem herkende als christen, was de boete echter twaalf keer hoger dan normaal. Ook een Drie-Zelfgemeente krijgt soms geen toestemming om de vele honderden die tot geloof komen te dopen. “Dan mogen ze maar honderd mensen dopen en moeten de andere tweehonderd tot volgend jaar wachten.” Samenkomsten van twintig of dertig personen worden gedoogd, maar zodra het getal groeit tot veertig of vijftig, worden de autoriteiten zenuwachtig en pakken zij de leiders op. Er komen berichten uit de provincie Henan dat daar de afgelopen maanden tientallen huiskerkleiders zijn gearresteerd. Het onderscheid tussen de Drie-Zelfbeweging en de niet-geregistreerde huisgemeenten is daarbij niet altijd te maken.Ten koste van alles wil het regiem ‘stabiliteit en eenheid' handhaven.

 

Omgeslagen
Godsdienst valt onder ‘minderheidszaken', zoals in Tibet en Mongolië waar boeddhisme en islam zorgen voor politieke en etnische spanningen. De angst is dat China de weg zou volgen van Oost-Europese regimes die door vreedzame evolutie het veld moesten ruimen. Maar de Chinese samenleving maakt zulke snelle veranderingen door dat de godsdienstpolitiek in de praktijk niet kan worden volgehouden. Politieke documenten mogen dan wel oproepen tot strikte controle, de naleving in de praktijk is een ander verhaal. Aan de basis doen autoriteiten een oogje toe en leggen christenen niets in de weg, omdat zij wel zien dat christenen positief bijdragen aan de samenleving.

 

En belangrijker nog, onder de gewone bevolking aan de basis is de stemming omgeslagen: van complete vijandschap in de dagen van Mao naar nieuwsgierige interesse en waardering nu. Er hangt verandering in de lucht. De repressie zal niet direct verdwenen zijn, maar de trend wijst onmiskenbaar in de richting van grotere openheid en pluraliteit.

 

Inmenging
De nadruk op de modernisering van de economie maakt ook dat christelijke donoren van overzee bij de politieke leiders steeds vaker een warm onthaal vinden. De regering is immers niet in staat om te voorzien in de immense noden van de armen van stad en platteland. Ten aanzien van enorme problemen op sociaal terrein als aids en drugsverslaving nodigt men in toenemende mate zowel Chinese als buitenlandse religieuze organisaties uit te assisteren.

 

Lambert onderstreepte dat Chinese christenen kritisch zijn op inmenging van westerse kerken en organisaties in het Chinese christendom. Vaak staat hun activistische bemoeienis het werk van de kerk in China eerder in de weg dan dat die de voortgang van het goede nieuws dient. Maar er is wel degelijk ruimte voor en vraag naar een bijdrage uit het Westen. Bijvoorbeeld op het terrein van theologisch onderwijs en literatuur voor kinderen en zondagsschoolwerk. Als de hulp maar niet gegeven wordt vanuit paternalistische bevoogding maar in een dienende houding die het eigen werk van de Geest in China onderkent en respecteert.

 

Als resultaat van deze boeiende beraadsmiddag werd het voorstel overgenomen om als NZR en EZA vanuit deze grondhouding een ‘China-platform' in het leven te roepen, waar kerken en organisaties hun inzichten en ervaringen in hun betrokkenheid bij China kunnen delen en coördineren. Daarbij zal er ook aandacht zijn voor de aanwezigheid van studenten uit het verre Oriënt in ons land en het missionaire werk van tal van Chinese kerken en christelijke gemeenschappen in onze steden. Ook in deze relaties mag in wederkerigheid worden gedeeld wat de Geest voor leerlingen van Jezus uit Oost en West, die bereid zijn hem te volgen, in petto heeft.

 

Wout van Laar, Centraal Weekblad 17 december 2004
foto: Frans Andringa