| (EZA en NZR) God in China. | |
|
China staat volop in de schijnwerpers. De wereld vergaapt zich aan het economisch wonder van deze reus. En wie kijkt niet uit naar de Olympische spelen die in 2008 in Beijing worden gehouden? De religieuze kant van dit gigantische land blijft echter onderbelicht. Tijdens een beraad op 20 september van de Evangelische Zendingsalliantie (EZA) en de Nederlandse Zendingsraad (NZR) verdiepten op China betrokken organisaties zich een dag lang in een intrigerend thema: “God in China. De verborgen kant van een economische gigant.”
Het beraad bracht een bont gezelschap samen: van evangelische organisaties als Open Doors en Overseas Missionary Fellowship (OMF) tot Kerkinactie (PKN), de Gereformeerde Gemeenten, het rooms-katholieke Missio Nederland, het bisdom Roermond en de studentenorganisatie IFES, die contacten legt met Chinese studenten in Nederland; maar ook mensen als (ex)zendelingen, bijbelvertalers en iemand die jongerenuitwisselingen regelt vanuit het bisdom Groningen. |
|
|
De focus was: hoe kunnen wij in onze verscheidenheid in de ontwikkelingen in China de beweging herkennen van de Geest van Christus die eigen, verrassende wegen gaat? En hoe kunnen wij daarop reageren door niet onze inzichten en programma's op te dringen, maar dienstbaar te willen zijn aan de ontwikkeling van een autochtone Chinese kerk? Hoe kan ieder van de organisaties naar zijn mogelijkheden en expertise daaraan vanuit een besef van complementariteit bijdragen?
Moeizame relatie
De eerste spreker was de Belgische scheutist Jeroom Heyndrickx, directeur van de Verbiest Stichting van de katholieke Universiteit Leuven. Het instituut is genoemd naar de Antwerpse priester Theofiel Verbiest, die in 1862 de congregatie Missionarisen van Scheut stichtte. Het oorspronkelijke doel van de ‘scheutisten' was missionering in China. Tot op de dag van vandaag zijn de religieuzen nauw verbonden met China. De Verbiest Stichting wil bevorderen dat Chinese priesters en voorgangers meer weten over de eigen tradities en cultuur.
Pater Heyndrickx pleitte voor een veelzijdige dialoog. “De eerste ‘vijand' die de dialoog belemmert, moeten we niet in China zoeken, maar zit in onszelf.” Onze contacten en ervaringen met China zijn heel verschillend. En dat geldt ook voor de informatie op grond waarvan wij ons een beeld vormen van elkaar en van de werkelijkheid daar. De vraag is of wij bereid zijn om de kerken in China te bezien door de ogen van Jezus.”
Pater Heyndrickx schetste de moeizame relatie tussen het Vaticaan en de Chinese overheid naar aanleiding van de conflicten tussen de ‘patriottische' officieel door de staat erkende katholieke kerk en de ‘ondergrondse' pausgezinde kerk. Het zal volgens hem nog jaren duren voor men elkaar erkent en vooroordelen zullen zijn overwonnen. De afgelopen jaren zijn er veel westerse organisaties China binnengekomen; zij brengen allemaal hun eigen theologische inzichten mee. Niet zelden bevestigen zij de verdeeldheid. Buitenlandse partners kunnen helpen om de eenheid te bevorderen. Van het grootste belang daarbij is de training van een nieuwe generatie priesters en voorgangers. “Haal hen niet alleen naar Europa om te studeren, maar biedt kansen in de eigen Chinese context of op de Filippijnen”, aldus Heyndrickx, die benadrukte dat om haar identiteit te vinden de Chinese kerk haar eigen wortels en geschiedenis moet ontdekken.
Hij achtte het bemoedigend dat het snel groeiende christendom door de Chinese bevolking steeds minder wordt gezien als een koloniale erfenis. Men erkent de positieve bijdrage van christenen aan de opbouw van de samenleving. Door zich op tal van manieren te onderscheiden in liefdadigheid, zoals zorg voor aids-patiënten, lepralijders en gehandicapten hebben de kerken sterk aan goodwill gewonnen.
Een opmerkelijk feit noemde Heyndrickx de sterk toegenomen academische interesse in religie en christelijk geloof. Steeds meer onderzoeksinstituten van de overheid en universiteiten geven aan religiestudies en aan het christendom. “Dat biedt verrassende mogelijkheden voor dialoog.” Ook internationale conferenties waaraan Chinese geleerden deelnemen, bieden de mogelijkheid om in gesprek te gaan over thema's als godsdienstvrijheid en sociale ethiek.
Evangelicaal perspectief
Behalve Heyndrickx sprak op de bijeenkomst de voormalige Britse diplomaat in China, Tony Lambert, directeur van het China Studiecentrum van OMF International. Hij belichtte ‘God in China' vanuit een evangelicaal perspectief en putte uit zijn jongste boek, waarvan hem die dag het eerste exemplaar in Nederlandse vertaling werd aangeboden (“China voor Christus” (Ark Boeken, Amsterdam). Daarin beschrijft hij de recente ontwikkelingen in China, gedocumenteerd, compleet met statistieken en overzichten per provincie.
Na vele reizen door bijna alle Chinese provincies concludeert hij: “In dit immense land is een geestelijke ommekeer gaande die zijn weerga niet kent. In 1976 waren er in China geen kerken toegankelijk, met uitzondering van twee kerken voor buitenlandse diplomaten en bezoekers. In 2006 zijn er meer dan 50.000 geregistreerde protestantse kerken en ontmoetingsplaatsen – evenals een groot aantal niet-geregistreerde huisgemeenten”. Het aantal christenen, inclusief de leden van de huisgemeenten, zou wel eens meer dan 60 miljoen kunnen zijn, schat Lambert. “Dit betekent dat China hard op weg is om het land met het grootste aantal evangelische christenen te worden. Daarmee zou China de Verenigde Staten in aantal voorbijstreven.”
Lambert signaleert een ongeëvenaarde opwekking in China. “Elke dag worden er zes kerken voor het eerst of opnieuw geopend. Er worden jaarlijks 500.000 mensen gedoopt. De seminaries kunnen het aantal studenten niet aan. In totaal kun je zeggen dat 5 procent van de hele bevolking christen is. Er is een gestage groei van de kerk onder studenten, intellectuelen en zelfs onder partijleden.”
Evenals Heyndrickx zag ook Lambert spanningen tussen de officiële ‘Drie-zelfkerk' en de niet geregistreerde huisgemeenten. Huisgemeenten accepteren geen invloed van de overheid in de kerk, maar toch laten zij zich meer en meer registreren, zodat zij kunnen participeren in sociale projecten. Met name in het Noorden is de situatie van de christenen nog moeilijk. Geregeld vinden er arrestaties en vernielingen van kerken plaats. Maar Lambert noemt dit ‘incidenten'. Over het algemeen zijn christenen meer zelfbewust en beginnen zij steeds meer bewegingsvrijheid voor zichzelf op te eisen.
De verstedelijking is in China enorm toegenomen. Negentig procent van de jongeren heeft het platteland verlaten om een nieuwe toekomst te zoeken in een van de gigantisch groeiende steden. Dat zorgt voor ongekende sociale problemen. Lambert zag evangelisering van de steden als prioriteit.
Ook onderstreepte hij dat de kerk van China haar eigen land als zendingsgebied ontdekt. Beperkingen van overheidswege zijn er volop, maar je ziet hoe men begint zendingsmensen uit te zenden naar afgelegen streken en naar gebieden als Tibet. Dat vraagt om toerusting en training. Daarbij kunnen westerse kerken behulpzaam zijn.
Meebouwen aan Chinese kerk
In de discussie tijdens het beraad adviseerden beide sprekers contacten met de officiële kerken niet uit de weg te gaan. In het verleden waren deze geïnfiltreerd en ook nu nog is de invloed van de overheid groot. Toch zijn vandaag de meeste leden van deze staatskerken toegewijde christenen. Heyndrickx en Lambert pleitten ervoor om vanuit het Westen mee te bouwen aan het proces van toenadering tussen deze kerken en de huisgemeenten. Financiële hulp kan daarbij vaak meer problemen creëren dan oplossen. Een Amerikaans weeshuis ontving van een rijke donor een enorm zwembad. Dat werd gedempt toen er herhaaldelijk kinderen in verdronken. “Geef alleen aan kleine projecten waarvoor een lokaal draagvlak bestaat.”
De laatste tijd komen er te veel westerse organisaties binnen, die de Chinese cultuur en tradities negeren en opdringerig hun eigen agenda uitvoeren, constateerden beide sprekers. Ontwikkelingsprojecten van eigen bodem verdienen meer ondersteuning. En zendelingen en missionarissen moeten alleen willen gaan op uitnodiging van de kerk in China; en voor specifieke en tijdelijke taken. Vooral zijn Chinese christenen verlegen om morele steun vanuit het buitenland. Van de buitenlandse missie en zending wordt een spiritualiteit gevraagd van dienst aan de lokale kerk.
Afgesproken werd om na te gaan hoe bij China betrokken organisaties meer gestructureerd gebruik kunnen maken van elkaars ervaringen en inzichten. Dat zou kunnen door een China-contact-groep te vormen. Het is cruciaal daarbij Chinezen zelf te betrekken. Tijdens een volgend beraad zal het thema ‘China in Nederland' centraal staan. Wat betekent de (missionaire) aanwezigheid van een groeiend aantal Chinese gemeenten en christenen in ons land voor onze missie? Hoe kunnen wij contacten ontwikkelen met deze vaak geïsoleerde kerken, maar ook met Chinese studenten en zakenmensen die tijdelijk in ons land verblijven?
Een interessant spoor is ook het samenwerken in uitwisselingsprogramma's van studenten, waardoor Nederlandse jongeren meer open komen te staan voor de ‘verborgen' wegen van de Geest in China. Ook zouden Chinese christenjongeren de kans krijgen om mondiale ervaring op te doen. Tenslotte zou, naar analogie van het Belgische onderzoeksinstituut Verbiest, een landelijk en interkerkelijk centrum voor China-studies kunnen worden opgezet. Dat zou de kerken inhoudelijk van dienst kunnen zijn in hun tasten naar een verantwoord en eigentijds China-beleid, waarin wij ons laten leiden door wat de kerken in China zélf vinden wat voor hen van belang is.